103-binde | binne-gesla | gespr-nauwk | navol-schip | schit-vii-x | viii-zwakk
bold = Main text
Chapter, Paragraph, Number grey = Comment text
2001 Inl, 0,2(1) | volle heilskracht, haar schittering, in haar diepte en eenvoud
2002 VII, 1,85 | Kerkvaders en de meesters van de Scholastiek loopt en die de fundamentele
2003 II, 2,23 | Waar is een wijze? Waar een schriftgeleerde? Waar een woordvoerder in
2004 VII, 2,93 | dringend geboden; allereerst de schriftteksten, dan die teksten waarin
2005 II, 2,23 | 1Kor 1,28). De apostel schroomt niet om de radicaalste taal
2006 Inl, 0,4 | verschillende betekenissen schuilgaan. Daarom blijkt een verklarende
2007 III, 2,33 | probleem verder in elkaar schuiven tot een geheel. De mens
2008 VI, 1,66 | persoonlijke verantwoordelijkheid, schuld enzovoorts toegepast worden,
2009 VII, 1,82 | individu, ook al is het schuldig aan dubbelzinnigheid en
2010 IV, 2,43 | de verzoening tussen de seculariteit van de wereld en de radicaliteit
2011 IV, 2,43(45) | gratia non tollat naturam, sed perficiat“. ~
2012 Slot, 0,105 | theologie, zowel aan de seminaries als aan de kerkelijke faculteiten,
2013 III, 1,24(22) | Ut te semper desiderando quaererent et
2014 IV, 2,44(48) | infusionem habetur, unde inter septem dona Spiritus Sancti connumeratur“. ~
2015 I, 2,13(16) | Sequentie op het Feest van het Allerheiligste
2016 II, 2,22 | waarheid te kennen werd sindsdien belemmerd door de afwijzing
2017 V, 2,60(84) | Internationale Congres van het Sint-Thomas-genootschap over de Leer van de Ziel
2018 V, 1,52(57) | van Braga I, DS 459-460; Sixtus V, Bulle Coeli et terrae
2019 VI, 2,77 | titel bedoelde niet een slaafse onderwerping van de filosofie
2020 IV, 3,46 | filosofie van het niets slaagt het erin zijn fascinatie
2021 IV, 3,48 | van de openbaring bleef, sloeg het zijwegen in, die het
2022 V, 1,53 | doel van alle dingen, 63 en sloot met de reeds geciteerde
2023 Slot | Slot~
2024 V, 2,61 | de noodzakelijke band zal smeden met de verkondiging van
2025 Inl, 0,6 | dat onze tijd met zijn snelle en ingrijpende veranderingen
2026 VII, 2,98 | aanzien van de uitdagingen op sociaal, economisch en wetenschappelijk
2027 III, 1,26 | gekregen van de dood van Socrates, en is het meer dan tweeduizend
2028 II, 2,22 | bedrieglijke gedachte dat ze soeverein en onafhankelijk waren en
2029 II, 1,18 | het verstand moet Gods soevereine transcendentie en tegelijkertijd
2030 IV, 1,38 | effectiever, maar omdat zij de sofistische aanvallen ontkracht en de
2031 V, 2,62(87) | Bulle Apostolici regiminis sollicitudo, achtste Zitting: Conciliorum
2032 VI, 1,74 | geleerden zoals Vladimir S.Solov’ev, Pavel A. Florensky,
2033 I, 2,14 | dat men kan denken (non solum es quo maius cogitari nequit),
2034 Inl, 0,5 | delen. ~Aansluitend aan soortgelijke initiatieven van mijn voorgangers
2035 Inl, 0,1 | tragedies van Euripides en Sophocles, alsook in de wijsgerige
2036 VI, 2,79(96) | Idem, De Fide, Spe et Caritate, 7: CCL 64,
2037 V, 1,56 | die verdeeld is in zoveel specialismen is het zeer begrijpelijk
2038 II, 1,16 | verstand teniet te doen of zijn speelruimte te beperken, maar alleen
2039 III, 2,32 | diepergaande vermogen in het spel brengt, zich aan andere
2040 II, 1,16 | weg gaat en haar als een speurder nazit en op de loer ligt
2041 III, 1,27 | aan heel zijn zoeken en speuren antwoord en zin kan geven:
2042 V, 2,61 | schrijven. Met verwondering en spijt moet ik vaststellen dat
2043 IV, 2,44 | verum a quocumque dicatur a Spiritu Sancto est“,50 hield Sint
2044 I, 2,14 | overdenking komt ons een van de spiritueelste en belangrijkste scheppende
2045 IV, 2,44(48) | unde inter septem dona Spiritus Sancti connumeratur“. ~
2046 Slot, 0,105 | geopenbaarde waarheid. Daarom spoor ik hen aan de metafysische
2047 III, 2,28 | de waarheid heeft gezien, spoorslags ervoor wegvlucht, omdat
2048 V, 1,55 | verschillende kanten is daaromtrent sprake van het ‘einde van de metafysica’:
2049 VI, 1,74 | onderschrijven, maar alleen om sprekende voorbeelden te geven van
2050 III, 1,24 | missiereizen naar Athene kwam. De stad van de wijsgeren was vol
2051 III, 2,33 | zien. Door bij de mens het stadium van het gewone geloven te
2052 VII, 1,86 | verschillende filosofieën stammen, zonder bekommernis om hun
2053 II, 2,22 | door trots verleidde onze stamouders tot de bedrieglijke gedachte
2054 IV, 1,38 | van ras, maatschappelijke stand en geslacht, vanaf het begin
2055 VII, 1,91 | geluk en vrijheid zag, niet standhouden, zodat een van de ergste
2056 IV, 1 | Belangrijke Stappen In De Ontmoeting Van Geloof
2057 VI, 1,73 | een cirkel. De bron en het startpunt van de theologie moet altijd
2058 Inl, 0,5 | eigen goeddunken en zijn status als persoon wordt tenslotte
2059 II, 1,17 | bestaat zijn adel. Een ander steentje voor dit mozaïek wordt door
2060 VI, 1,74 | Étienne Gilson en Edith Stein, en, in een oosterse context,
2061 IV, 1,36 | tot algemene beginselen, stelden zij zich niet meer met de
2062 I, 1,8 | van wijdverbreide valse stellingen tegen het geloof naar voren
2063 V, 1,51 | ofschoon haar formuleringen het stempel van de geschiedenis dragen
2064 Inl, 0,1 | richting af die het bestaan zal stempelen. ~
2065 VII, 2,96(112) | goddelijke openbaring als een ster verlichting aan de menselijke
2066 IV, 2,43 | aanleiding van de zevenhonderdste sterfdag van de H. Thomas heeft geschreven: “
2067 VII, 2,97 | zonder te vervallen in het steriel herhalen van verouderde
2068 V, 1,55(72) | conclusies te verdedigen, maar sterker nog, zij zijn streng verplicht
2069 VI, 2,79 | gelovigen helpen leiden tot de sterkere overtuiging dat de diepte
2070 II, 1,19 | jaren en de positie van de sterren, de natuur van de dieren
2071 VI, 1,70 | heidenen), en haalde door zijn sterven de scheidingswand van de
2072 IV, 1,40 | persoonlijke levensgeschiedenis en steunend op een wonderlijke heiligheid
2073 VII, 2,93 | uitzenden, om zijn Kerk te stichten en te bezielen. Tegen deze
2074 VII, 2,95 | geschiedenis gekend maar ze stijgt boven de geschiedenis uit. ~
2075 VII, 1,84 | gebieden werken neigen ertoe om stil te staan bij de vraag, hoe
2076 IV, 1,42 | verder te gaan; ja, het wordt stilaan overweldigd door het besef
2077 VII, 1,84 | nog duidelijker wanneer we stilstaan bij de huidige ontwikkelingen
2078 II, 1,18 | mens een weg is die geen stilstand kent; de tweede komt voort
2079 Slot, 0,100 | scheppende kritiek bieden en een stimulans om de zoektocht naar een
2080 VI, 2,76 | zou bestaan zonder deze stimulus van het woord van God. Deze
2081 VII, 1,86 | teneinde hun dwalingen aan te stippen en de daaruit volgende risico’
2082 IV, 3,45 | vernietigd door die systemen die stonden voor een van het geloof
2083 II, 2,23 | van geloof en wijsbegeerte stoot in de verkondiging van de
2084 IV, 1,38 | eerste christenen eerder een storing dan een kans toe. Voor hen
2085 IV, 3,48 | opgewassen zijn tegen de stoutmoedigheid van de rede. ~
2086 IV, 1,41 | verstand uit de doodlopende straat van de mythen kon raken
2087 Inl, 0,2 | is zij tot pelgrim op de straten van de wereld geworden,
2088 I, 2,14 | ik terechtgekomen? Waar streefde ik naar en wat verlang ik
2089 VI, 2,76 | er in hun onderzoek naar streefden om niet in tegenspraak met
2090 VI, 2,75 | argumenten. Argumenteren volgens strenge rationele criteria garandeert
2091 VII, 1,81 | de theorieën die als om strijd een antwoord geven, respectievelijk
2092 VII, 1,90 | los van het feit dat het strijdig is met de eisen en de inhoud
2093 VII, 1,83 | als de menselijke kennis strikt beperkt was tot de wereld
2094 IV, 1,38(33) | Stromata I, 18, 90, 1: SC 30, 115. ~
2095 Inl, 0,4 | verleiding om één enkele stroming gelijk te stellen met het
2096 V, 2,60 | zo worden gegeven, dat de studenten vooral een handreiking krijgen
2097 I, 2,15 | bestaan als persoon is dus studieobject van zowel de wijsbegeerte
2098 IV, 2,44(48) | Praeterea, haec doctrina per studium acquiritur. Sapientia autem
2099 II, 2,23 | poging van het verstand stukloopt om met puur menselijke redenering
2100 VI, 1,67 | betekenis doordat zij ze stuurt naar de rijkdom van het
2101 V, 2,62 | Metaphysicae van Francisco Suárez, die zelf op de Lutherse
2102 VI, 2,76 | aspecten. Het eerste is subjectief, in de zin dat het geloof
2103 IV, 3,47 | genomen: het bereiken van subjectieve zekerheid of praktisch nut.
2104 VII, 2,98 | een ethiek dus, die noch subjectivistisch noch utilitaristisch is.
2105 V, 2,60 | is en onthult Hij hem de sublieme grootheid van zijn roeping.” 82 ~
2106 VI, 2,79 | glans die afstraalt van het subsistente Zijn zelf biedt de geopenbaarde
2107 IV, 3,48 | verhouding van geloof en rede een subtiel onderzoek vereist omdat
2108 Inl, 0,6 | afgewend en aan onmiddellijk succes de voorkeur hebben gegeven
2109 IV, 3,45 | ze nodig hebben om zich succesvol te wijden aan de verschillende
2110 VI, 2,76 | hij bedoelt geenszins te suggereren dat er een officiële filosofie
2111 V, 1,52(59) | Ludovico Eugenio Bautain iussu sui Episcopi subscriptae (8
2112 VII, 1,80(97) | Concilie van Chalcedon, Symbolum, Definitio: DS 302. ~
2113 II, 2,22 | kwaad” stond (Gen 2,17). Het symbool is duidelijk: de mens was
2114 Slot, 0,106 | filosofen met aandacht en sympathie; zij kunnen er dus zeker
2115 Inl, 0,5 | een van de meest verbreide symptomen van het huidige gebrek aan
2116 V, 1,55 | tegenwoordig wijdverbreid symptoom van deze fideïstische tendens
2117 V, 1,52(56) | Vgl. Synode van Constantinopel, DS 403. ~
2118 V, 2,59 | voortgebracht. Daaronder enkele die syntheses hadden ontwikkeld van een
2119 VII, 2,99 | persoon. Als een manier van taal-communicatie moet de catechese de leer
2120 VII, 1,84 | hermeneutische wetenschappen en in de taalanalyse. De resultaten van dergelijke
2121 VII, 1,91 | logica te vermelden, de taalfilosofie, de epistemologie, de filosofie
2122 Slot, 0,108 | Maria noemden: “geestelijke tafel van het geloof” 132. In
2123 II, 1,16 | en hij woont onder haar takken. Door haar wordt hij tegen
2124 IV, 1,39 | wijsbegeerte over. Hij neemt tal van elementen uit het Platoonse
2125 VI, 1,71 | Arabieren, we horen hen in onze talen Gods grote daden verkondigen” (
2126 III, 2,31 | geloofde waarheden veel talrijker dan die welke hij door persoonlijk
2127 III, 2,30 | vervolg kort te vermelden. Het talrijkste zijn die vormen die berusten
2128 VI, 1,67 | in het geringste aan te tasten. 90 ~Op gelijke wijze zal
2129 III, 1,24 | zouden zoeken en Hem wellicht tastenderwijs zouden vinden; Hij is immers
2130 Inl, 0,5 | overtuiging dat alles door de techniek beheerst moet worden. Zo
2131 VII, 1,88 | laten denken dat als iets technisch mogelijk is, het daarom
2132 I, 2,15 | en de beperkingen van een technocratische logica; zij is de uiterste
2133 VI, 1,69 | de leer van het Concilie tegenkomen, 92 zijn gedeeltelijk waar.
2134 Slot, 0,100 | grenzen die de filosofie tegenkomt wanneer zij de waarheden
2135 IV, 2,43 | onttrok hij zich aan de tegennatuurlijke neiging de wereld en haar
2136 IV, 3,46 | tenslotte uitkwam bij duidelijke tegenposities. In de vorige eeuw heeft
2137 Inl, 0,5 | verschillende, ja zelfs elkaar tegensprekende leerstellingen tegelijkertijd
2138 Slot, 0,104 | niet erkennen, noch hen die tegenstanders van de Kerk zijn en haar
2139 I, 1,11 | getuigenis door geheel zijn tegenwoordigheid en verschijning”. 10 ~De
2140 V, 1,56 | 56. Er zijn tenslotte tekenen van een wijdverbreid wantrouwen
2141 V, 2,62 | filosofie, zij het indirect. Een tekenend voorbeeld hiervan is de
2142 Slot, 0,105 | wijsheid” - dat dat allemaal tekortschiet. 128 ~Mijn gedachten zijn
2143 IV, 1,40 | maar ze hadden hem allemaal teleurgesteld. Toen dan de waarheid van
2144 VII, 1,88 | imaginaire. Niet minder teleurstellend is de wijze waarop het de
2145 VI, 2,76 | belangrijk, ondanks het teleurstellende feit dat veel denkers in
2146 II, 1,17 | hun aantal! Wilde ik ze tellen, het zouden er meer zijn
2147 Inl, 0,1 | Op de architraaf van de tempel van Delphi was de vermanende
2148 V, 1,55 | symptoom van deze fideïstische tendens is het ‘biblicisme’ dat
2149 VII, 1,86 | kort- daarop in te gaan, teneinde hun dwalingen aan te stippen
2150 II, 1,16 | autonomie van het verstand teniet te doen of zijn speelruimte
2151 II, 1,16 | haar muren slaat; die zijn tent vlak naast haar opzet en
2152 II, 1,16 | woning kampeert en zijn tentpin in haar muren slaat; die
2153 I, 2,14 | mijn neiging en waar ben ik terechtgekomen? Waar streefde ik naar en
2154 Inl, 0,5 | dat het wijsgerige zoeken terechtkwam in het drijfzand van een
2155 VII, 1,86 | doctrines, hun specifieke terminologie en de context waarin ze
2156 V, 1,55 | opgeven van de overgeleverde terminologieën. 77 ~
2157 V, 1,52(57) | Sixtus V, Bulle Coeli et terrae Creator (5 januari 1586):
2158 I, 1,12 | opgesloten in een nauw begrensd territoriaal en cultureel gebied, maar
2159 I, 1,11(9) | Apostolische Brief Tertio Millennio Adveniente (10
2160 Inl, 0,5 | Binnen dit raam is alles teruggebracht tot mening. Men heeft de
2161 V, 1,54 | herhaaldelijk op het thema teruggekomen en heeft gewaarschuwd voor
2162 V, 1,49 | diepere reden voor deze terughoudendheid ligt in het feit dat de
2163 V, 1,55 | dat de problemen van toen terugkeren, waarbij zich echter nieuwigheden
2164 Slot, 0,102 | de Kerk aldus steeds weer terugkomt op de betekenis en de ware
2165 V, 1,55 | Ook komt een gevaarlijk terugvallen in het fideïsme voor, dat
2166 Slot, 0,108(132)| Hè noerá tès pisteoos tràpeza“: Pseudo-Epiphanius,
2167 V, 2,63 | met grotere helderheid te testen, of de theologie een relatie
2168 II, 1,18 | wat het met het verstand tevergeefs trachtte te bereiken. Uitgaande
2169 V, 1,55 | met bescheidener opgaven tevredenstelt, zich dus alleen aan de
2170 VII, 1,91 | blijvende veranderingen teweeg kunnen brengen. De term
2171 VII, 1,86 | misschien vals zijn of niet ‘to the point’. Een extreme vorm
2172 VI, 1,66 | geldt voor verschillende themata van de moraaltheologie,
2173 IV, 1,36 | uitdrukking in de dichtkunst. De theogonieën zijn tot nu toe het eerste
2174 V, 2,60(84) | 366-368; Decreet Sacra Theologia (20 januari 1972): AAS 64 (
2175 V, 1,55 | op. In enkele hedendaagse theologieën baant zich bijvoorbeeld
2176 VI, 2,78 | leider en voorbeeld voor de theologiestudie heeft voorgesteld. Dit was
2177 III, 1,25 | belangrijk dan het onderzoek op theoretisch gebied is het praktische.
2178 VII, 1,89 | het maken van haar keuzes, theoretische beschouwingen oordelen die
2179 IV, 3,46 | zijn fascinatie op onze tijdgenoten over te brengen. Zijn aanhangers
2180 Inl, 0,6 | millennium van de christelijke tijdrekening zich duidelijker bewust
2181 VII, 1,85 | millennium van het christelijke tijdvak. De fragmentarisering van
2182 VII, 1,91 | verschillende historische tijdvakken. Eén ding is echter duidelijk:
2183 I, 1,10 | onzichtbare God (vgl. Kol 1,15; 1 Tim 1, 17) uit de overvloed
2184 Inl, 0,1 | alsook in de verkondiging van Tirthankara en bij Boeddha. Ze verschijnen
2185 VI, 2,77 | theologiae genoemd werd. Deze titel bedoelde niet een slaafse
2186 VII, 1,86 | misschien vals zijn of niet ‘to the point’. Een extreme
2187 III, 2,33 | zoeken is niet alleen voor de toe-eigening van partiële, empirische
2188 Inl, 0,2(1) | onszelf en de anderen beter toegankelijk te maken in haar volle heilskracht,
2189 VII, 1,80 | maar een wonde is die is toegebracht door de ongeordende uitoefening
2190 II, 2,22 | krijgt dus het vermogen toegekend dat welhaast boven zijn
2191 VI, 1,69 | huldigen, als gevolg van een toegenomen gevoeligheid voor de relatie
2192 VI, 1,66 | verantwoordelijkheid, schuld enzovoorts toegepast worden, die gedefinieerd
2193 IV, 3,45 | wetenschappen de nodige autonomie toekenden, die ze nodig hebben om
2194 IV, 2,44 | die hij aan deze wijsheid toekent doet de Doctor Angelicus
2195 V, 1,54 | Ook de betekenis die toekwam aan de katholieke afwijzing
2196 VII, 2,97 | werkelijkheid als geheel toelaat.; daarbij overschrijft zij
2197 II, 1,16 | die zich op de wijsheid toelegt en die eropuit is om inzicht
2198 IV, 2,43 | wereldse wijsbegeerte evenmin toeliet als hun afwijzing a priori.
2199 IV, 1,37 | Wanneer men wijst op deze toenaderingsbeweging van de christenen naar de
2200 VI, 1,73 | dat woord zal zijn, dat toeneemt met iedere nieuwe generatie.
2201 VI, 2,79 | authenticiteit van het geloof toenemen wanneer het zich met het
2202 VII, 2,93 | voor, waarvoor men geen toereikende oplossing zal kunnen vinden
2203 V, 1,52 | natuurlijke verstand iets toeschreven wat alleen in het licht
2204 IV, 1,36 | gehouden, heeft herhaalde toespelingen op populaire overtuigingen
2205 IV, 1,36 | eerste christenen het in hun toespraken niet laten bij een verwijzing
2206 VI, 1,67 | is in volle vrijheid zijn toestemming te geven. Zo zal het geloof “
2207 VI, 2,77 | onder het leergezag en zijn toetsing, vanwege de implicaties
2208 III, 1,24 | vermogen, zich boven het toevallige te verheffen, om naar het
2209 VII, 2,95 | historische omstandigheden en toevalligheden waarin de teksten zich ontwikkelden
2210 VII, 2,92 | met de openbaring wordt toevertrouwd, zonder zich tevreden te
2211 III, 2,33 | persoon aan wie hij zich kan toevertrouwen. Het christelijk geloof
2212 V, 1,52(57) | Vgl. Concilie van Toledo I, DS 205; Concilie van
2213 IV, 2,43(45) | 2: “cum enim gratia non tollat naturam, sed perficiat“. ~
2214 IV, 1,36 | verwoord die meer respect toonden voor de goddelijke transcendentie. ~
2215 Inl, 0,1 | zichzelf kent. Overigens toont ons een eerste blik op de
2216 III, 2,33(28) | de menselijke rede haar top en opent zij zich voor het
2217 IV, 2,44 | transcendente waarheid bleef, “toppen die de menselijke intelligentie
2218 IV, 3,46 | politiek-maatschappelijk vlak uitgroeiden tot totalitaire systemen en daarmee tot
2219 V, 2,60 | christelijk onderricht in zijn totaliteit: “De wijsgerige wetenschappen
2220 Inl, 0,1 | Avondland kan men een weg traceren, die in de loop van de eeuwen
2221 II, 1,18 | het verstand tevergeefs trachtte te bereiken. Uitgaande van
2222 V, 2,59 | de eisen van het geloof trachtten te verenigen met het perspectief
2223 V, 1,52 | fideïsme59 en het radicale traditionalisme60 vanwege hun wantrouwen
2224 V, 1,52(60) | Index, Decreet Theses contra Traditionalismum Augustini Bonnetty (11 juni
2225 V, 1,56 | waarnaar de wijsbegeerte traditioneel gezocht heeft. Niettemin
2226 Inl, 0,1 | gedichten van Homerus en in de tragedies van Euripides en Sophocles,
2227 VII, 1,80 | zedelijk kwaad - de meest tragische vorm van het kwaad - wordt
2228 Inl, 0,1 | alsook in de wijsgerige traktaten van Plato en Aristoteles.
2229 Slot, 0,108(132)| Hè noerá tès pisteoos tràpeza“: Pseudo-Epiphanius, Homilie
2230 IV, 3,46 | systemen en daarmee tot een trauma voor de mensheid. ~Op het
2231 II, 1,19 | Er wordt dus een eerste trede van de goddelijke openbaring
2232 IV, 3,45 | gescheiden en in zijn plaats tredende verstandskennis. ~
2233 VII, 1,83 | het zijn zelf, in God. We treffen een grote uitdaging aan
2234 I, 1,8 | de door het Concilie van Trente voorgelegde principes heeft
2235 VII, 1,88 | vooruitgang. De niet te ontkennen triomf van het wetenschappelijk
2236 III, 1,24 | heiligdommen bezichtigde, trof ik ook een altaar aan met
2237 II, 2,22 | hun oer-ongehoorzaamheid trokken ze iedere man en vrouw mee
2238 III, 2,32 | betrekking van zelfgave en trouw tegenover de ander. In deze
2239 III, 2,34(29) | heilige Geest, de tweede als trouwe uitvoerster van Gods beschikkingen’,
2240 VI, 1,69 | reflectie doen vergeten, die, trouwens bevorderd wordt door een
2241 IV, 1,38(32) | Dialoog met Trypho, 8, 1: PG 6, 492. ~
2242 V, 1,52(61) | Pius IX, Breve Eximiam tuam (15 juni 1857), DS 2828-
2243 V, 2,61 | Als van tijd tot tijd een tussenkomst over dit thema nodig is
2244 V | Hoofdstuk V~De Tussenkomsten Van Het Leergezag In Wijsgerige
2245 VII, 2,92 | stellen met een verblijf in tussenstadia. De theoloog doet er goed
2246 VI, 1,65 | geloof in het licht van een tweevoudig methodologisch beginsel:
2247 V, 1,49 | beslist te reageren, wanneer twijfelachtige filosofische opvattingen
2248 III, 1,26 | de zin van het leven te twijfelen. De dagelijkse ervaring
2249 Slot, 0,108 | Kruisverheffing, in het jaar 1998, het twintigste van mijn pontificaat. ~Johannes
2250 V, 2,60 | aanbevelingen die zich verder laten uitbreiden tot het christelijk onderricht
2251 VII, 1,81 | nodig, omdat de reusachtige uitbreiding van de technische capaciteit
2252 VI, 1,71 | verkondiging die de gelovige uitdraagt in de wereld en in de culturen,
2253 III, 2,34(29) | het neemt zelfs dezelfde uitdrukkingswijze over, wanneer het leert: “
2254 II, 2,22 | Weer is het de apostel die uiteenzet, hoe door de zonde de gedachten
2255 Inl, 0,4 | Daarom blijkt een verklarende uiteenzetting nodig. Aangespoord door
2256 V, 1,53 | verstandelijke kennis en dus uiteindelijk wijsgerige kennis voor het
2257 I, 2,13 | onderscheidt zijn waarheid zich uiterlijk niet van de algemene opinies.
2258 VI, 1,71 | toebehoort en haar dwingen uiterlijke vormen aan te nemen die
2259 I, 2,13(17) | Pensées, 789 (uitg.L.Brunschvicg). ~
2260 III, 2,34 | menselijk verstand, dat wordt uitgedrukt in het non-contradictie-beginsel.
2261 IV, 3,46 | verschillende in filosofische termen uitgedrukte vormen van een atheïstisch
2262 Inl, 0,1 | was de vermanende oproep uitgehouwen: “Ken jezelf!” - als getuigenis
2263 VI, 1,66 | door de leer der Kerk juist uitgelegde Heilige Schrift wordt gepresenteerd”, 89
2264 VII, 1,91 | argumentatie, een reactie uitgelokt die, met betrekking tot
2265 Inl, 0,3 | waaruit de Oriënt leeft, heeft uitgeoefend. Ieder volk bezit immers
2266 VI, 1,72 | dat andere benaderingen uitgesloten waren. In onze tegenwoordige
2267 IV, 3,46 | politiek-maatschappelijk vlak uitgroeiden tot totalitaire systemen
2268 III, 2,33(28) | vormt de meest verheven uiting van de menselijke persoon,
2269 VI, 1,71 | ingebed. In elk van zijn uitingen draagt hij iets wat hem
2270 I, 2,15 | zoals het geloof ons zegt, uitkomt in de volle en eeuwigdurende
2271 Slot, 0,107 | grootheid van de mens kunnen uitmaken. Bepalend voor zijn verwerkelijking
2272 IV, 1,39 | ontmoeten is Origenes zeker uitnemend. Om te antwoorden op de
2273 Slot, 0,105 | Mentis in Deum de lezer uitnodigt om ten volle te beseffen
2274 V, 1,50 | filosofieën en opvattingen uitoefenen, die niet overeenstemmen
2275 VI, 1,70 | zij het noodgedwongen niet uitputtende, beschouwing vanwege de
2276 II, 2,21 | Spreuken de toestand van uitputting beschrijft die optrad bij
2277 II, 1,17 | deze richting wijst met de uitroep: “Het is Gods eer, een zaak
2278 VII, 1,89 | betekenis van lijden en offer uitsluit. ~
2279 VI, 2,77 | contact met de theologie zou uitsluiten dan zou hij verplicht zijn
2280 V, 1,52 | Vaticanum I, zich plechtig uitsprak ter zake van de betrekkingen
2281 Slot, 0,106 | bewondering en bemoediging uitspreek voor deze moedige pioniers
2282 VII, 1,83 | feitelijke en het empirische uitstijgen. Bovendien wil ik het vermogen
2283 V, 1,55(72) | bedrieglijke schijn van waarheid uitstralen”: ibid., IV: DS 3018. ~
2284 VI, 1,71 | wat hem boven de schepping uittilt: zijn voortdurende openheid
2285 III, 2,34(29) | Geest, de tweede als trouwe uitvoerster van Gods beschikkingen’,
2286 IV, 1,41 | te laten zien hoe het van uitwendige boeien bevrijde verstand
2287 VII, 2,93 | Hij de Geest der waarheid uitzenden, om zijn Kerk te stichten
2288 III, 2,29 | onbereikbaar hield. ~Alleen het uitzicht, tot een antwoord te kunnen
2289 VII, 1,80 | een betekenis hebben en uitzien naar hun vervulling, die
2290 VII, 1,80 | op de wereld bieden van uitzonderlijke filosofische kracht. De
2291 V, 1,56 | men moeilijk volledige en ultieme betekenis van het leven
2292 IV, 2,44(48) | per infusionem habetur, unde inter septem dona Spiritus
2293 V, 1,52(57) | 4/4, Rome 1747, 176-179; Urbanus VIII, Inscrutabilis iudiciorum (
2294 Slot, 0,104 | belangrijker, omdat de steeds urgentere problemen, waarmee de mensheid
2295 VII, 1,82 | functionele, formele of utilitaire - maar op zijn totale en
2296 VII, 2,98 | noch subjectivistisch noch utilitaristisch is. De gewenste ethiek impliceert
2297 IV, 3,47 | potentieel op het dienen van utilitaristische doelen, het genot of de
2298 V, 1,52 | midden van de vorige eeuw vaker heeft doen horen, dan is
2299 VII, 2,99 | ontstaat tussen de theologische vakken en de resultaten die door
2300 V, 1,55 | bij gebrek aan wijsgerige vakkennis zich onkritisch laat beïnvloeden
2301 II, 2,22 | werkelijkheid staat. In wijsgerige vaktaal zouden we kunnen zeggen,
2302 VII, 1,87 | cultuur, de waarheid of de valsheid ervan in elk geval kan worden
2303 Inl, 0,1 | Wie ben ik? Waar kom ik vandaan en waar ga ik heen? Waarom
2304 V, 2,60 | aangehaald; ze hoort tot de vaste referentiepunten van mijn
2305 III, 2,32 | vertrouwen, doordat men een vastere en innige verbinding met
2306 V, 2,61 | Angelicus benadrukte en vasthield aan de bestudering van zijn
2307 IV, 3,45 | eersten die, ofschoon zij vasthielden aan een organische verbinding
2308 V, 1,54 | interventies van Paus Pius X, die vaststelde, dat aan het modernisme
2309 I, 1,8 | verplicht tot de nadrukkelijke vaststelling, dat er buiten de kennis
2310 I, 1,11 | Constitutie Dei Verbum, wanneer ze vaststelt: “De Kerk streeft in de
2311 I, 2,14 | 14. De leer van de beide Vaticaanse Concilies legt ook voor
2312 Inl, 0,1 | maar ze duiken ook op in de Veda’s en ook in de Avesta; we
2313 II, 1,16 | Spreuken is in deze samenhang veelbetekenend: “Het hart van de mens bedenkt
2314 Slot, 0,105 | zó tot een kritische en veeleisende dialoog te komen met zowel
2315 IV, 3,47 | leiden de vruchten van deze veelvormige activiteit tot ‘vervreemding’
2316 III, 2,31 | vorming ontvangt, maar ook een veelvoud aan waarheden, waaraan hij
2317 Slot, 0,108 | reis naar de wijsheid, het veilig en uiteindelijke doel van
2318 Slot, 0,108 | Zetel der Wijsheid, een veilige haven zijn voor allen die
2319 III, 2,32 | mens volledige zekerheid en veiligheid. tegelijkertijd is de kennis
2320 VII, 1,91 | overgeplant naar het wijsgerige veld, maar hij is wat tweeduidig
2321 I, 1,11 | echter vele malen en op velerlei wijze gesproken te hebben
2322 VII, 2,98 | passen en zo een oordeel te vellen over het juiste, hier en
2323 I, 2,15(21) | De vera religione, XXXIX, 72: CCL
2324 IV, 3,47 | gevaarlijk het is deze weg te verabsoluteren, heb ik reeds in mijn eerste
2325 II, 2,23 | nederige in de wereld en het verachte heeft God uitgekozen: dat
2326 VII, 2,96(113) | zin zouden deformeren of veranderen”: K. Congregatie voor de
2327 VI, 1,70 | overweging zich uit naar de verandering die bij de heidenen is opgetreden,
2328 VII, 2,96(113) | kunnen beduiden, maar alleen veranderlijke benaderingen ervan zouden
2329 III, 1,27 | hebben om hun bestaan te verankeren in een als definitief erkende
2330 IV, 3,48 | beide zonder de ander zijn verarmd en verzwakt. Toen het verstand
2331 VII, 1,88 | grondslag. Dit leidt tot de verarming van het menselijk denken,
2332 II, 2,22 | over kan denken, niet meer verbannen is naar de zintuiglijke
2333 Slot, 0,106 | doelen, die ons nog steeds verbazen. Wanneer ik mijn bewondering
2334 V, 2,63 | die de theologische arbeid verbinden met de wijsgerige zoektocht
2335 IV, 1,41 | in verschillende vormen verbindingen gelegd met de wijsgerige
2336 VI, 2,79 | het zich met het denken verbindt en dat niet afwijst. Opnieuw
2337 VII, 2,92 | tevreden te stellen met een verblijf in tussenstadia. De theoloog
2338 II, 2,22 | beroepen op een hoger beginsel. Verblinding door trots verleidde onze
2339 V, 1,55(72) | alle gelovige Christenen verboden dergelijke meningen, waarvan
2340 II, 2,23 | de geopenbaarde wijsheid verbreekt de cirkel van onze gewone
2341 Inl, 0,5 | Dat is een van de meest verbreide symptomen van het huidige
2342 V, 1,51 | huidige tijd is, gezien de verbreiding van de vaak uiterst gedetailleerd
2343 VI, 1,72 | zich tot nu toe buiten het verbreidingsgebied van het christendom bevonden,
2344 VII, 1,85 | en een daaruit volgende verbrokkeling van de zin, houdt de mens
2345 V, 1,56 | werkelijkheid. In een wereld die verdeeld is in zoveel specialismen
2346 III, 2,33 | vriendschap. Een klimaat van verdenking en wantrouwen, dat soms
2347 VI, 2,78 | leergezag herhaaldelijk de verdiensten van het denken van St. Thomas
2348 VI, 1,70 | relatie met de culturen verdient een speciale, zij het noodgedwongen
2349 VII, 2,92(109) | apostelen “nu niet kunnen verdragen”, is noodzakelijk verbonden
2350 I, 2,14 | gedachten echter uit mij wilde verdrijven, opdat zij mijn geest niet
2351 VII, 1,82 | die zekerheid gedeeltelijk verduisterd en verzwakt is.” 100 ~Een
2352 VII, 1,84 | neigen de geloofsinhouden te verduisteren of hun algemene geldigheid
2353 IV, 3,47 | Dat resulteerde in een verduistering van de echte waardigheid
2354 IV, 1,41 | inhoud van hun boodschap vereenzelvigd hebben met de systemen waaraan
2355 V, 1,55 | met de heilige Schrift te vereenzelvigen en aldus de kerkelijke leer
2356 III, 2,34 | haar levende en personele vereenzelviging in Christus, waarop de apostel
2357 II, 1,20 | bestaan ontdekt. Terecht vereenzelvigt daarom de schrijver de vrees
2358 III, 1,24 | wat u zonder het te kennen vereert, dat kom ik u verkondigen” (
2359 VI, 1,72 | nemen die met zijn geloof verenigbaar zijn, zodat het tot een
2360 V, 1,55 | volhardt het hele heilige volk, verenigd met zijn herders, blijvend
2361 VI, 1,70 | Want Hij is onze vrede. Hij verenigde de beide delen (joden en
2362 V, 2,59 | het geloof trachtten te verenigen met het perspectief van
2363 Inl, 0,6 | versnipperd het aanbod is, dat het vergankelijke tot waarde verheft, waarbij
2364 III, 2,29 | natuur volledig nutteloos en vergeefs zou kunnen zijn. Het vermogen
2365 IV, 1,38 | te hebben gevonden32. Op vergelijkbare wijze noemde Clemens van
2366 II, 1,19 | schepselen ziet men door vergelijking hun Schepper” (Wijsh 13,
2367 VI, 2,79 | het ware ontmoetings- en vergelijkingspunt tussen het wijsgerige en
2368 V, 1,54 | waardevolle bijdrage die niet in vergetelheid mag raken. ~
2369 IV, 1,39 | onsterfelijkheid van de ziel, vergoddelijking van de mens en oorsprong
2370 IV, 1,36 | en natuurverschijnselen vergoddelijkte. De pogingen van de mensen,
2371 IV, 3,48 | bijgedragen hebben aan een vergroting van de afstand tussen geloof
2372 VII, 2,93 | glorierijke opstanding en verheffing aan de rechterhand van Vader;
2373 Inl, 0,6 | vergankelijke tot waarde verheft, waarbij de mogelijkheid
2374 II, 1,18 | zijn eigen aard beter te verhelderen. De eerste is dat het kennen
2375 V, 1,54 | vergeten worden. 67 ~Later verhief Paus Pius XII zijn stem,
2376 II, 1,17 | is Gods eer, een zaak te verhullen, maar de eer van de koning
2377 I, 1,12 | vertrouwdste is en gemakkelijk verifieerbaar, omdat het om onze dagelijkse
2378 III, 2,29 | zoeken naar de logische en verifieerbare verklaring van een bepaald
2379 VII, 1,82 | om de waarheid te kennen verifieert, om te komen tot een kennis
2380 I, 2,15 | interiore homine habitat veritas“ [Ga niet naar buiten, keer
2381 VI, 1,73 | aangespoord om wegen te verkennen waarvan ze uit zichzelf
2382 V, 1,55(72) | 3,2: DS 3032. Anderzijds verklaarde het Concilie dat de rede
2383 II, 1,19 | klaarblijkelijk verwijst, verklaart hij, dat men juist door
2384 Inl, 0,4 | schuilgaan. Daarom blijkt een verklarende uiteenzetting nodig. Aangespoord
2385 III, 2,33 | de mens zich vertrouwvol verlaat op andere personen, die
2386 I, 2,14 | streefde ik naar en wat verlang ik nog steeds? (...) O Heer,
2387 III, 1,24 | kanalen waarin hij zijn verlangende zoeken (...) uitdrukt. Op
2388 VI, 2,76 | christelijke orthodoxie hebben verlaten. ~
2389 VI, 1,67 | zoektocht bereikt. De openbaring verleent aan deze waarheden hun volste
2390 II, 2,22 | Verblinding door trots verleidde onze stamouders tot de bedrieglijke
2391 IV, 1,37 | Past op, dat niemand u verleidt met zijn wijsbegeerte en
2392 VII, 2,98 | individu het voorrecht te verlenen om de criteria voor goed
2393 VII, 2,96(112) | openbaring als een ster verlichting aan de menselijke geest,
2394 VI, 2,79 | vragen te stellen, mogen verliezen. Door de glans die afstraalt
2395 V, 1,53 | echter kan zichzelf niet verloochenen, noch (kan) het ware het
2396 I, 1,11 | werk van de schepping en de verlossing aan het licht; bovenal wordt
2397 II, 2,22 | verstand uit zijn zwakheid verloste en bevrijdde van de boeien
2398 Inl, 0,1 | tempel van Delphi was de vermanende oproep uitgehouwen: “Ken
2399 VI, 1,74 | onder wie ik met vreugde vermeldt, in een westerse context,
2400 I, 1,9 | Openbaring noch zich met elkaar vermengen, noch elkaar overbodig maken. “
2401 Slot, 0,102 | komt ook de menselijke en vermenselijkende betekenis van Gods woord
2402 IV, 1,40 | terwijl de anderen een vermetele belofte van kennis deden
2403 VII, 1,90(106) | en zijn geweten beperkt, vermindert en als het ware tot in de
2404 VI, 1,73 | zichzelf niet eens zou kunnen vermoeden dat ze die kon inslaan.
2405 VII, 1,88 | haar herleven in de nieuwe vermomming van sciëntisme, dat waarden
2406 IV, 1,41 | oppervlakkig om hun werk te vernauwen tot de loutere omzetting
2407 IV, 2,43 | wordt niet afgeschaft noch vernederd door haar instemming met
2408 VI, 2,78 | eigen weg van de rede te vernederen. ~
2409 VII, 1,90(106) | het ware tot in de wortels vernielt”: Encycliek Redemptor hominis (
2410 IV, 3,45 | staat was, werd tenslotte vernietigd door die systemen die stonden
2411 VI, 2,77 | geval zou het gevaar van een vernietiging van de grondbeginselen van
2412 VII, 1,81 | en zelfs een potentiële vernietigster van het menselijk ras worden. 98 ~
2413 VII, 1,81 | van de mens vraagt om een vernieuwd en aangescherpt gevoel voor
2414 Slot, 0,105 | kerkelijke faculteiten, mag niet veronachtzaamd worden. 130 Onderwijs op
2415 IV, 1,38 | zijn motieven te verdiepen, veronachtzaamden. Integendeel: de kritiek
2416 III, 2,33 | speculatieve onderzoek hangt, veronachtzaamt de leer van de antieke wijsgeren,
2417 VII, 1,90 | over het hoofd zien, dat de veronachtzaming van het zijn onvermijdelijk
2418 III, 1,26 | onze dood is. Gegeven dit verontrustende feit is het zoeken naar
2419 VII, 1,88 | veranderingen die het heeft veroorzaakt. ~Helaas, zo moet men vaststellen,
2420 V, 1,49 | zeer ernstige dwalingen veroorzaken. ~
2421 VII, 2,97 | het steriel herhalen van verouderde schemata. De filosofie van
2422 IV, 1,38 | wijsgeren voorkwam als een verre en in zeker opzicht achterhaalde
2423 Slot, 0,108 | rationele en kritische arbeid te verrichten opdat de theologie, als
2424 VI, 1,72 | zijn, zodat het tot een verrijking van het christelijke denken
2425 I, 1,12 | door zijn dood en zijn verrijzenis heeft Hij het goddelijk
2426 VII, 1,80 | waarachter ze zich dreigt te verschansen. Eerst hier echter bereikt
2427 Inl, 0,1 | oudheid duidelijk dat in verscheidene streken van de aarde met
2428 IV, 3,46 | tenslotte het nihilisme verschenen. Als filosofie van het niets
2429 Inl, 0,1 | Tirthankara en bij Boeddha. Ze verschijnen ook in de gedichten van
2430 I, 1,11 | zijn tegenwoordigheid en verschijning”. 10 ~De geschiedenis wordt
2431 VII, 1,91 | soort bevestiging in de verschrikkelijke ervaring van het kwaad die
2432 II, 2,21 | ondanks de beproeving niet verslagen. De kracht om zijn weg naar
2433 IV, 2,43 | rationaliteit van iemand die de versmelting van het christendom met
2434 Inl, 0,6 | men moest vaststellen hoe versnipperd het aanbod is, dat het vergankelijke
2435 V, 1,51 | zichzelf niet de weg te versperren die leidt tot de kennis
2436 VI, 2,75 | diepere kennis van de waarheid verspert. ~
2437 VII, 1,85 | van de kennis, met haar versplinterde benadering van de waarheid
2438 V, 1,49 | en partijdige theorieën verspreid worden, die doordat ze de
2439 II, 1 | De Wijsheid Weet En Verstaat Alles (Vgl. Wijsh 9,11)~
2440 Inl, 0,4 | van de persoon als vrij en verstandelijk begaafd subject en aan zijn
2441 II, 1,19 | hij, dat men juist door verstandig nadenken over de natuur
2442 IV, 1,36 | hield de apostel het voor verstandiger, zijn rede te vervlechten
2443 II, 1,16 | overtuiging dat er tussen verstands- en geloofskennis een diepe,
2444 IV, 1,38 | niet de voltooiing of de versterking van de christelijke waarheid;
2445 VI, 2,75 | menselijk verstand, gesteund en versterkt worden. Als een zoeken naar
2446 IV, 3,46 | hoogtepunt bereikt. Enkele vertegenwoordigers van het idealisme hebben
2447 VI, 1,66 | het heilsplan, zowel op vertellende manier alsook vooral in
2448 VII, 2,94 | zeker niet beperkt tot de vertelling van eenvoudige, historische
2449 V, 1,55 | veel wijsgerige studies vertonen. Van verschillende kanten
2450 Slot, 0,101 | eigen beperkte perspectieven vertoont die eigen zijn aan het individu
2451 Inl, 0,5 | de laatste waarheid vaak vertroebeld blijkt. De moderne wijsbegeerte
2452 IV, 1,41 | van de overeenstemmingen vertroebelde in hen niet de erkenning
2453 III, 2,28 | onbestendigheid van het hart vertroebelen vaak de persoonlijke zoektocht
2454 VII, 2,92(109) | 13: ‘Jezus presenteert de Vertrooster, de Geest van de waarheid,
2455 I, 1,12 | in hetgeen voor ons het vertrouwdste is en gemakkelijk verifieerbaar,
2456 VII, 1,84 | bevestiging zien van onze huidige vertrouwenscrisis ten aanzien van de macht
2457 III, 2,32 | tegenover de ander. In deze vertrouwvolle zelfgave vindt de mens volledige
2458 IV, 2,44 | ervan overtuigd dat “omne verum a quocumque dicatur a Spiritu
2459 V, 2,61 | dienaangaande een zeker verval constateren, dat aan een
2460 Inl, 0,6 | context het risico lopen vervalst of ontkend te worden” 4.
2461 V, 2,61 | te behandelen of zelfs te vervangen. Tenslotte mag men de herontdekte
2462 V, 1,52 | geloof. De in die tekst vervatte leer karakteriseerde krachtig
2463 IV, 1,36 | verstandiger, zijn rede te vervlechten met het denken van de wijsgeren
2464 VI, 1,71 | krachten? Iedere mens is vervlochten met een cultuur, is ervan
2465 III, 2,30 | vormen van de waarheid in het vervolg kort te vermelden. Het talrijkste
2466 III, 1,24 | alles tot leven brengt. Dan vervolgt hij zijn toespraak aldus: “
2467 IV, 3,46 | presenteerden als schadelijk en vervreemdend voor de ontwikkeling van
2468 IV, 3,47 | veelvormige activiteit tot ‘vervreemding’ doordat zij eenvoudigweg
2469 VII, 2,98 | deze opdracht te kunnen vervullen, moet de waarheid zich bedienen
2470 I, 1,11 | de Vader (vgl. Joh 14,9), vervult de openbaring, brengt haar
2471 Inl, 0,5 | heeft de vraag naar het zijn verwaarloosd en haar zoeken geconcentreerd
2472 V, 1,55 | gewaarschuwd voor een dergelijke verwaarlozing van de wijsgerige traditie
2473 VII, 2,92 | tegemoet komt aan de levende verwachting van hen die waarlijk de
2474 Slot, 0,104 | filosofen, die in staat zijn de verwachtingen, openingen en probleemstellingen
2475 IV, 2,44 | krachtens haar natuurlijke verwantschap (connaturaliteit); zij veronderstelt
2476 V, 1,49 | geloof van het Godsvolk in verwarring brengen, zeer ernstige dwalingen
2477 VI, 2,75 | gelovige die ten diepste verwelkomt wat geopenbaard is, niet,
2478 V, 2,62 | beïnvloedde, bevorderde en verwerkelijkte veel van de ontwikkeling
2479 VII, 1,90 | interpretatie, die tegelijkertijd de verwerping is van alle grondslagen
2480 II, 1,18 | vrucht is van persoonlijke verwerving; een derde regel steunt
2481 Inl, 0,6 | nieuwe moed inzet voor de verwezenlijking van het heilsplan, waarin
2482 IV, 1,36 | maken. Omdat zij hun blik verwijdden tot algemene beginselen,
2483 IV, 3,46 | denkwijze, die zich niet alleen verwijdert van iedere betrekking met
2484 IV, 1,40 | refereerde, maakte Augustinus het verwijt dat zij weliswaar het na
2485 III, 1,27 | er geen verdere vragen of verwijzingen zijn of kunnen zijn. Hypothesen
2486 IV, 1,37 | volmaakten was voorbehouden, verwisseld worden. Zonder twijfel denkt
2487 VI, 1,72 | oorspronkelijkheid niet te verwisselen met het idee als zou een
2488 V, 1,55(72) | wanneer ze door de Kerk zijn verworpen-, als legitieme wetenschappelijke
2489 VI, 1,72 | verrijkt zal voelen door verworvenheden uit de huidige toenadering
2490 III, 2,31 | en religiositeit hebben verzameld? De mens, een wezen dat
2491 VII, 2,95 | universaliteit van de waarheid kan verzoenen met de onvermijdelijke historische
2492 IV, 2,43 | rede en geloof vond, was de verzoening tussen de seculariteit van
2493 IV, 1,40 | en later bevalen dat je verzonnen, ja absurde mythen moest
2494 I, 2,14 | hij beseft dat hij zonder verzuim alles wat in zijn macht
2495 VII, 1,85 | te beginnen bij de Ouden, via de Kerkvaders en de meesters
2496 IV, 1,42 | zijn verlangen lag: “Ad te videndum factus sum; et nondum feci
2497 II, 1,19 | de natuur. In de Oudheid viel de studie van de natuurwetenschappen
2498 V, 1,52(58) | Oecumenisch Concilie van Vienne, Decreet Fidei catholicae,
2499 VII, 1,84(103) | Vgl. Vierde Oecumenisch Concilie van
2500 V, 1,54(71) | nuntius (6 augustus 1984), VII-X: AAS 76 (1984), 890-903. ~
|