103-binde | binne-gesla | gespr-nauwk | navol-schip | schit-vii-x | viii-zwakk
bold = Main text
Chapter, Paragraph, Number grey = Comment text
2501 V, 1,52(57) | Rome 1747, 176-179; Urbanus VIII, Inscrutabilis iudiciorum (
2502 V, 2,63 | denken te stimuleren dat niet vijandig staat tegenover het geloof.
2503 VI, 1,70 | de scheidingswand van de vijandschap omlaag” (2, 13-14). ~Met
2504 VII, 1,87 | meer dan een archeologische vindplaats, nuttig om opvattingen van
2505 VII, 1,89(105) | II, encycliek Evangelium Vitae (25 maart 1995), nr.69:
2506 VII, 2,92(109) | de encycliek Dominum et Vivificantem, schreef ik als commentaar
2507 II, 1,16 | oorspronkelijke bijdrage laten vloeien in de grote zee van de kennisleer. ~
2508 IV, 3,46 | en ervaringen, waarin het vluchtige voorrang heeft. Het nihilisme
2509 V, 2,60(84) | Exhortatie Pastores dabo vobis (25 maart 1992), nr.52:
2510 VII, 1,91 | geesteshouding nog steeds de illusie voedt dat dankzij de wetenschappelijke
2511 V, 1,54 | schaapsstal van Christus”; 68 hij voegde er echter aan toe dat dergelijke
2512 I, 2,13 | niet opeisbare waarheid voegt zich in het kader van de
2513 VI, 1,72 | morgen, die zich verrijkt zal voelen door verworvenheden uit
2514 III, 2,34(29) | et spes, nr.36). Galilei voelt bij zijn wetenschappelijk
2515 Inl, 0,6 | die tot de ware wijsheid voert, opdat ieder die de liefde
2516 I, 1,11 | reeds nu de toekomstige voleinding van de tijd beleven en daarop
2517 V, 2,61 | de jaren die onmiddellijk volgden op het concilie dienaangaande
2518 VII, 2,92 | waarheid, terwijl we die paden volgen die alleen de Geest van
2519 Slot, 0,106 | dringend nodig heeft. De Kerk volgt het onderzoek van de filosofen
2520 V, 1,55 | aanhankelijkheid daaraan volhardt het hele heilige volk, verenigd
2521 VII, 2,99 | Kerk presenteren in haar volledigheid118, en ook het verband van
2522 IV, 1,38 | het geloof:: “In zichzelf volmaakt en zonder behoefte aan enige
2523 VII, 1,80 | mensgeworden Woord van God, die de volmaakte verwerkelijking is van het
2524 IV, 1,37 | die slechts aan enkele volmaakten was voorbehouden, verwisseld
2525 III, 1,26 | waarheid onverklaarbaar lijken, volstaan om onontkoombaar een zo
2526 VI, 1,67 | verleent aan deze waarheden hun volste betekenis doordat zij ze
2527 III, 1,25 | verwerkelijking van zijn natuur kunnen voltooien. Deze waarheid van de waarden
2528 I, 2,13 | in, om aan het subject de voltrekking van een akt mogelijk te
2529 I, 1,12 | en definitieve synthese voltrokken zien worden, die de menselijke
2530 III, 1,25 | worden, dan gaat daar nog aan vooraf de voor ieder zwaarwegende
2531 V, 2,60 | de eerste mens, was de voorafbeelding van Hem die komen zou, Christus
2532 V, 2,62 | de theologiestudies wordt voorafgegaan door een tijd van speciale
2533 IV, 1,38 | van de wet van Mozes als voorbereidend onderwijs voor het christelijk
2534 VI, 1,67 | werkelijk op het geloof voorbereidende weg te erkennen die kan
2535 VII, 1,85 | theologische overlevering die de voorbije tijden gestempeld heeft,
2536 VII, 2,96(112) | binden aan een willekeurig, voorbijgaand, wijsgerig systeem; maar
2537 Inl, 0,5 | echter niet leiden tot een voorbijzien aan het feit dat dezelfde
2538 VI, 1,74 | geloofsgegevens opmerkelijke voordelen heeft geput. Eén ding is
2539 VI, 1,72 | contact treedt, waarmee zij voordien nog niet in aanraking was
2540 IV, 1,39 | het wijsgerig betoog. Wat voordiende duidde op een algemene leer
2541 Inl, 0,1 | voorwerp van onze kennis voordoet, wordt aldus zelf een deel
2542 VI, 2,76 | zich niet zouden hebben voorgedaan zonder de directe of onrechtstreekse
2543 V, 1,53 | voortdurend aan de gelovigen had voorgehouden in een synthese plechtig
2544 I, 1,8 | het Concilie van Trente voorgelegde principes heeft de Constitutie
2545 VI, 2,75 | moderne filosofen wordt voorgestaan. Deze theorie eist voor
2546 VI, 2,78 | de theologiestudie heeft voorgesteld. Dit was niet om in specifiek
2547 IV, 2,43 | en geloof bestaat, op de voorgrond heeft geplaatst. Het licht
2548 II, 1,16 | indruk maakt bij het zonder vooringenomenheid lezen van deze bladzijden,
2549 IV, 1,38 | omgang met de wijsgeren voorkwam als een verre en in zeker
2550 Inl, 0,6 | ontkend te worden” 4. Met het voorliggende schrijven wil ik nu die
2551 Inl, 0,5 | stelt men zich tevreden met voorlopige deelwaarheden, zonder zelfs
2552 V, 1,53 | door de openbaring zelf vooronderstelde basiscriterium van de natuurlijke
2553 V, 1,50 | geven welke filosofische vooronderstellingen en conclusies onverenigbaar
2554 VII, 2,98 | geweten van het individu het voorrecht te verlenen om de criteria
2555 I, 2,15 | onze geschiedenis gelegde voorsmaak van die uiteindelijke en
2556 Slot, 0,108 | iedere hindernis door de voorspraak van degene die, door het
2557 III, 2,33 | filosoferen passendste kaders voorstelden. ~Uit het tot nog toe gestelde
2558 III, 1,26 | of hij mag hopen op een voortbestaan of niet. Niet zonder reden
2559 IV, 3,45 | eenheid, die een kennis voortbracht die tot de hoogste vormen
2560 IV, 3,48 | constateren, dat er een voortgaande scheiding is tussen geloof
2561 I, 1,8 | intelligentia fidei, door de eeuwen voortgezet, terwijl het nadacht over
2562 I, 1,8 | van alle kennis die niet voortkwam uit de natuurlijke vermogens
2563 V, 1,55 | kan bestaan. 76 Men mag voorts het gevaar niet onderschatten
2564 VII, 1,91 | dat in de geschiedenis de voortschrijdende overwinning van het verstand
2565 Inl, 0,6 | het dat velen hun leven voortslepen tot bijna aan de rand van
2566 VI, 1,74 | en theologische traditie voortzetten voor het welzijn van de
2567 Inl, 0,4 | zichzelf beter te begrijpen en vooruit te komen in zijn zelfverwerkelijking.
2568 I, 1,11 | de tijd beleven en daarop vooruitlopen. (vgl. Hebr 1, 2). ~De waarheid,
2569 VI, 1,67(90) | Het onderzoek naar de voorwaarden waaronder de mens vanuit
2570 II, 2,22 | het vermogen van de mens voorzien was om de wereld van de
2571 II, 2,21 | zichzelf alleen begrijpen kan voorzover hij ‘in relatie staat’:
2572 IV, 1,40 | denken uitgangspunt en basis vormde, door diepgravend speculatief
2573 Inl, 0,2 | 2. De Kerk is geen vreemdeling op deze zoektocht en kan
2574 VI, 1,70 | zeggen: “Jullie zijn dus geen vreemden meer, zonder burgerrecht,
2575 II, 1,18 | derde regel steunt op de “vreze Gods”: het verstand moet
2576 IV, 1,38 | leven; ze is de wijsheid vriendelijk en liefdevol gezind en doen
2577 I, 1,10 | liefde de mensen aan als zijn vrienden (vgl. Ex 33,11; Joh 15,
2578 IV, 3,48 | afbreuk te doen. De parrhesia (vrijmoedigheid) van het geloof moet opgewassen
2579 VI, 1,70 | christelijke gemeente er reeds zeer vroeg toe om de universaliteit
2580 Inl, 0,1 | zin, die de mens sedert de vroegste tijden in de ziel beroert:
2581 Slot, 0,105 | zonder berouw, kennis zonder vroomheid, onderzoek zonder de prikkel
2582 VI, 1,74 | 74. De vruchtbaarheid van deze relatie wordt bevestigd
2583 V, 1,51 | het geloof aan geldigs en vruchtbaars bieden, te onderscheiden
2584 VII, 1,81 | een zin moeilijk en vaak vruchteloos. Nog dramatischer is het
2585 V, 1,49 | filosofisch betoog aan te vullen. Het is daarentegen zijn
2586 VII, 1,80 | maken die de muren neerhaalt waarachter ze zich dreigt te verschansen.
2587 III, 1,27 | naar een hoogste waarde, waarboven er geen verdere vragen of
2588 Inl, 0,6 | zoeken naar wat de moeite waard is om te leven. De wijsbegeerte,
2589 II, 2,22 | wijsheidsboeken in hun diepte beter te waarderen. De apostel ontwikkelt een
2590 V, 2,61 | constateren, dat aan een geringere waardering niet alleen van de scholastieke
2591 Inl, 0,5 | menselijk bestaan steeds waardiger maken, wel erkennen. Want
2592 VI, 1,71 | veel minder nog laatste waarheidscriterium met betrekking tot Gods
2593 VII, 1,86 | in staat te zijn om het waarheidsgehalte van een bepaalde doctrine
2594 III, 2,30 | Daarbij gaat het om de waarheidsorde van het dagelijks leven
2595 IV, 1,38 | elitaire karakter dat het waarheidszoeken bij de Ouden had, werd met
2596 Slot, 0,104 | ontwikkelen die ook begrijpbaar en waarneembaar zal zijn voor degene die
2597 II, 2,22 | begin van elke zintuiglijk waarneembare werkelijkheid staat. In
2598 Slot, 0,100 | gedragspatronen kan iedereen waarnemen. Ook op de theologie en
2599 II, 2,22 | redeneren over de zintuiglijke waarnemingen kan het doordringen tot
2600 VI, 1,67(90) | onderzoek naar de voorwaarden waaronder de mens vanuit zichzelf
2601 III, 2,33(28) | dat ik al lang behandel en waarover ik bij verschillende gelegenheden
2602 VII, 1,84 | God en over hetgeen God waarschijnlijk van ons denkt. ~
2603 V, 1,54 | encycliek Humani generis waarschuwde voor verkeerde verklaringen
2604 IV, 1,37 | wanneer hij de Kolossenzen waarschuwt: “Past op, dat niemand u
2605 VI, 1,67(90) | naar dat wat hem na de dood wacht, vormt voor de fundamentele
2606 VII, 1,91 | eeuw de bekoring van de wanhoop is. ~Niettemin blijft het
2607 IV, 1,42 | niet in het minst aan het wankelen. Want als een eerdere rationele
2608 II, 2,23 | niet om te benadrukken: “Wanner ik zwak ben, dan ben ik
2609 VI, 1,71 | door de zonde ingevoerde wanorde en tegelijk een oproep tot
2610 II, 1,16 | te putten uit het diepe water” van de kennis. (vgl. Spr
2611 VII, 1,80 | band, die ze onvermengd in wederkerige betrekking zet. 97 ~
2612 II, 1,16 | geschiedenis en de wisselende wederwaardigheden van het volk zijn werkelijkheden,
2613 Slot, 0,100 | geloof en verstand “elkaar wederzijds steunen” 122; het een beïnvloedt
2614 VII, 1,81 | leven en die het eigenlijke weefsel van het leven schijnen te
2615 Slot, 0,103 | de cultuur van een volk weerkaatst. Een filosofie die zich,
2616 IV, 2,44(50) | I-II, 109, 1 ad 1, dat een weerklank is van de bekende zin van
2617 VII, 2,95 | waarin ze werden gedefinieerd weerspiegelen, een onveranderlijke en
2618 VII, 2,94 | logica van de menswording weerspiegelt, zijn waarheid meedeelt. 110
2619 V, 1,53 | kan) het ware het ware weerspreken.” 65 ~
2620 IV, 1,38 | christelijk geloof34 en een wegbereiding van het evangelie35. Want “
2621 Inl, 0,6 | betekenis van het bestaan wordt weggemoffeld. Zo komt het dat velen hun
2622 VII, 1,85 | oplegt, en zij kunnen niet weglopen voor de plicht om dat te
2623 VII, 2,93 | kunnen uitdrukken die zich wegschenkt, zonder daarvoor iets terug
2624 III, 2,28 | gezien, spoorslags ervoor wegvlucht, omdat hij bang is voor
2625 VI, 2,77 | hulp van de wijsbegeerte weigeren, dan zouden ze het risico
2626 I, 2,13 | tegen God. Hoe zou immers de weigering om zich open te stellen
2627 VII, 1,87 | geschiedenis van het denken weinig meer dan een archeologische
2628 V, 1,51 | wijsgerige denken op te wekken, te bevorderen en te bemoedigen.
2629 II, 2,22 | het vermogen toegekend dat welhaast boven zijn natuurlijke grenzen
2630 II, 2,22 | hof van Eden plaatste, in welks midden “de boom van de kennis
2631 III, 1,24 | opschrift: Aan de onbekende god. Welnu, wat u zonder het te kennen
2632 I, 1,11 | de constitutie Dei Verbum welsprekend: “Na echter vele malen en
2633 Slot, 0,105 | vooral tot de theologen wend, opdat zij bijzondere aandacht
2634 IV, 3,46 | betrekking met de christelijke wereldbeschouwing maar die ook en vooral elke
2635 II, 1,17 | zijn in hun respectieve werelden in een unieke relatie gesteld.
2636 IV, 2,43 | van het christendom met de wereldse wijsbegeerte evenmin toeliet
2637 Slot, 0,104 | die ware en tegelijkertijd wereldwijde ethiek, die de mensheid
2638 VII, 1,81 | instrumentele functies, zonder werkelijke hartstocht voor de waarheid. ~
2639 II, 1,16 | het geloof in de in haar werkende God. Het geloof scherpt
2640 Slot, 0,106 | gelovigen bemoedigen, die werkzaam zijn op het gebied van de
2641 Slot, 0,105 | aan vreugde over te geven, werkzaamheid gescheiden van godsdienstigheid,
2642 II, 1,19 | teksten die verder licht werpen op dit thema. Daarin spreekt
2643 VII, 2,95 | definitieve waarheid. Dit werpt de vraag op hoe iemand de
2644 Slot, 0,101 | denken, speciaal in het Westen, laat duidelijk zien dat
2645 VI, 1,74 | vreugde vermeldt, in een westerse context, figuren als John
2646 Slot, 0,105 | vastgelegd129 en van latere wetgeving, die duidelijk spreken over
2647 Inl, 0,3 | nationale en internationale wetgevingen inspireren bij de regeling
2648 III, 1,25 | hem uitgaan. Dat is een wezenlijke voorwaarde, opdat eenieder
2649 V, 1,55 | die in de samenleving zo wijd verbreid zijn, dat ze in
2650 II, 1,20 | inhoud wordt geplaatst in het wijdere perspectief van het geloof: “
2651 IV, 1,38 | terecht haag en muur van de wijnberg genoemd.” 37 ~
2652 II, 1,18 | Want de dwaas maakt zich wijs, dat hij veel dingen weet,
2653 III, 2,30 | naar de verhouding van de wijsgerig-religieuze waarheden tot de in Jezus
2654 VII, 1,83 | postulaat geldt gelijkelijk voor wijsheids- en analytische kennis; en
2655 VII, 1,82 | 82. Toch zou deze wijsheidsfunctie niet verricht kunnen worden
2656 VII, 1,85 | dat aan de herders deze wijsheidstaak direct oplegt, en zij kunnen
2657 VI, 1,70 | bij de bespreking van de wijsheidsteksten en de leer van de H. Paulus
2658 II, 2,23 | kritiek op hen die zichzelf wijsmaken dat zij de waarheid bezitten,
2659 II, 1,19 | natuur van de dieren en de wildheid van roofdieren” te begrijpen (
2660 VII, 2,96(112) | niet kan binden aan een willekeurig, voorbijgaand, wijsgerig
2661 IV, 3,47 | geestesarbeid en van zijn wilsbeschikkingen. Niet alleen leiden de vruchten
2662 II, 1,16 | als de geschiedenis en de wisselende wederwaardigheden van het
2663 VII, 1,90 | met God van het gelaat te wissen, en hem zo te brengen tot
2664 III, 2,29 | waarvan hij toch niets wist of dat hij voor absoluut
2665 VII, 1,80 | materie afkomstig is, maar een wonde is die is toegebracht door
2666 II, 2,22 | en brachten het verstand wonden toe, die van dan af de weg
2667 II, 1,19 | erkend, die bestaat uit het wonderbaarlijke “boek van de natuur”; als
2668 VII, 2,94 | taal van God, die door de wonderbare “mede-nederdaling” die de
2669 IV, 1,40 | levensgeschiedenis en steunend op een wonderlijke heiligheid van leven, was
2670 III, 1,24 | tijden vastgesteld en hun woongebieden afgegrensd, met de bedoeling
2671 I, 1,8 | 8. Met een bijna woordelijke overname van de door de
2672 II, 2,23 | schriftgeleerde? Waar een woordvoerder in deze wereld? Heeft God
2673 Slot, 0,103 | Terwijl ik niet moe word op de urgentie van een nieuwe
2674 V, 2,62 | Concilie van Lateranen87, wortelt in de ervaring die in de
2675 V, 1,54(67) | Vgl. Pius XI, encycliek Divini Redemptoris (
2676 VII, 2,92 | woorden van Paus Johannes XXIII bij de opening van het concilie?
2677 I, 2,15(21) | De vera religione, XXXIX, 72: CCL 32, 234. ~
2678 V, 1,52 | zich plechtig uitsprak ter zake van de betrekkingen tussen
2679 Slot, 0,108 | tussen de roeping van de zalige Maagd Maria en de roeping
2680 V, 1,55 | hebben geput. Paus Pius XII zaliger gedachtenis heeft gewaarschuwd
2681 II, 1,17 | zouden er meer zijn dan het zand. Zou ik aan het einde komen,
2682 VI, 1,66 | begrippen als bijvoorbeeld zedenwet, geweten, vrijheid, persoonlijke
2683 Slot, 0,101 | waarheid wezenlijk op het zegelmerk van de kerkelijkheid123
2684 Slot, 0,106 | gesteund door het geloof, nog zekerder en scherpzinniger wordt. ~
2685 V, 1,49 | moderne wijsgerige denken niet zelden is geraakt. Het is noch
2686 VI, 1,70 | een verwijzing naar Gods zelf-openbaring in de natuur, zoals we eerder
2687 VII, 1,91 | postulaat van de absolute zelfbevestiging van de rede. ~Onze tijd
2688 Inl, 0,1 | binnen de horizon van het zelfbewustzijn van de menselijke persoon
2689 V, 1,51 | eersten de noodzaak van zelfkritiek, van correctie van eventuele
2690 II, 2,23 | staat is de onophoudelijke zelfoverstijging van de mens naar de waarheid,
2691 VI, 1,67 | het verstand reeds op zijn zelfstandige zoektocht bereikt. De openbaring
2692 Slot, 0,106 | dat de Kerk de legitieme zelfstandigheid van hun wetenschap altijd
2693 V, 2,57 | in te slaan. In deze zin zette Paus Leo XIII met zijn encycliek
2694 IV, 2,43 | naar aanleiding van de zevenhonderdste sterfdag van de H. Thomas
2695 I, 1,12 | et spes vast. Buiten dit zicht blijft het geheim van de
2696 III, 1,25 | het enige wezen in de hele zichtbare schepping dat niet alleen
2697 V, 1,54 | grondig kennen, zowel omdat ziektes niet adequaat genezen kunnen
2698 V, 1,52 | de prae-existentie van de zielen aannamen56, alsook tegen
2699 Inl, 0,5 | hermeneutische of linguïstische zienswijzen te ontwikkelen, die niet
2700 VII, 2,97 | bestendig omdat ze steunt op de zijnsakt zelf, die een volledige
2701 IV, 1,42 | niet doordringen tot de zijnswijze ervan (...) Want is er iets
2702 IV, 3,48 | openbaring bleef, sloeg het zijwegen in, die het gevaar inhouden
2703 III, 1,26 | mens als persoon volkomen zinloos kunnen lijken. Je hoeft
2704 VII, 2,96 | daarmee de waarheid van de zinnen waarin zij wordt verwoord,
2705 VII, 1,81 | onze huidige situatie de ‘zinscrisis’ is. De dikwijls wetenschappelijk
2706 II, 2,22 | was om de wereld van de zintuigen gemakkelijk te overstijgen
2707 II, 2,22 | die aan het begin van elke zintuiglijk waarneembare werkelijkheid
2708 V, 2,62 | deze moeilijkheden door een zinvolle filosofische en theologische
2709 V, 2,62(87) | regiminis sollicitudo, achtste Zitting: Conciliorum Oecumenicorum
2710 Inl, 0,6 | alsook tot alle mensen die op zoek zijn: ik wil hen laten delen
2711 VI, 2,75 | wordt door de theorie van de zogenaamde ‘afgescheiden’ filosofie
2712 II, 1,19 | door zijn vrije wil en zijn zonden. ~
2713 I, 2,14 | armzalige, een van Eva’s zonen, ver van God, begonnen te
2714 Slot, 0,105 | verantwoordelijkheid om te zorgen voor een adequate voorbereiding
2715 II, 1,18 | transcendentie en tegelijkertijd zijn zorgende liefde bij het besturen
2716 IV, 1,36 | polytheïstisch. Daarbij ging zij zover, dat ze dingen en natuurverschijnselen
2717 VII, 1,90 | ofwel een vernietigende zucht naar macht ofwel een eenzaamheid
2718 VI, 2,76 | zin dat het geloof de rede zuivert. Als goddelijke deugd bevrijdt
2719 I, 2,15 | woord van de Heer: “Dan zult u de waarheid kennen, en
2720 I, 2,15 | vandaag geef, zijn niet te zwaar voor u en zij liggen niet
2721 III, 1,25 | aan vooraf de voor ieder zwaarwegende morele verplichting om de
2722 II, 2,23 | benadrukken: “Wanner ik zwak ben, dan ben ik sterk” (
2723 IV, 3,48 | overtuigingskracht bezit tegenover een zwakke rede: integendeel, het loopt
|