37. Wanneer men
wijst op deze toenaderingsbeweging van de christenen naar de wijsbegeerte moet
men ook de voorzichtige houding melden die andere elementen van de heidense
cultuurwereld, zoals bijvoorbeeld de gnosis, bij hen opriepen. Als praktische
wijsheid en levensschool kon de wijsbegeerte gemakkelijk met een kennis van hogere,
esoterische aard, die slechts aan enkele volmaakten was voorbehouden,
verwisseld worden. Zonder twijfel denkt de H. Paulus aan deze manier van
esoterisch speculeren, wanneer hij de Kolossenzen waarschuwt: “Past op, dat
niemand u verleidt met zijn wijsbegeerte en valse leer, die enkel steunen op
menselijke overlevering en die zich beroepen op de natuurmachten van de wereld,
niet op Christus” (2,8). De woorden van de apostel schijnen uiterst actueel,
als we ze betrekken op de verschillende vormen van de esoteriek die
tegenwoordig ook bij sommige gelovigen, die de benodigde kritische zin missen,
om zich heen grijpen. Het voorbeeld van de H. Paulus volgend maakten andere
schrijvers van de eerste eeuwen, in het bijzonder de H. Irenaeus en
Tertullianus, van hun kant reeds een voorbehoud tegen een culturele opvatting
die eiste dat de waarheid van de openbaring onderschikt werd gemaakt aan de
interpretatie van de wijsgeren.
|