40. Bijzondere
vermelding verdienen in dit kersteningswerk van het Platoonse en neo-Platoonse
denken de Cappadociërs, Dionysius de Areopagiet en vooral de H.
Augustinus. De grote geleerde van het Avondland was met verschillende
wijsgerige scholen in contact gekomen, maar ze hadden hem allemaal
teleurgesteld. Toen dan de waarheid van het christelijk geloof in zijn blikveld
kwam, had hij de kracht om die radicale bekering te voltrekken waartoe hem de
door hem regelmatig bezochte wijsgeren niet konden brengen. De reden daarvoor
vertelt hij zelf: “Van dan af gaf ik echter de voorkeur aan de katholieke leer;
ik ervoer immers, hoeveel bescheidener, zonder enig bedrieglijk oogmerk hier
bevolen werd te geloven wat niet bewezen werd - of het nu wel te bewijzen was,
maar niet voor ieder, of überhaupt niet te bewijzen was - terwijl
de anderen een vermetele belofte van kennis deden en lachten over de
gelovigheid, en later bevalen dat je verzonnen, ja absurde mythen moest geloven
die nooit te bewijzen waren” 38. Dezelfde Platonici, aan wie
hij bij voorkeur refereerde, maakte Augustinus het verwijt dat zij weliswaar
het na te streven doel kenden, maar niets wilden weten van de weg die daarheen
leidt: het vleesgeworden Woord. 39 Het lukte de bisschop van
Hippo om de eerste grote synthese van het wijsgerige en theologische denken op
te stellen, waarin de stromingen van het Griekse en Latijnse denken
samenvloeiden. Ook bij hem werd de grote eenheid van kennis, waarvan het
bijbelse denken uitgangspunt en basis vormde, door diepgravend speculatief
denken bevestigd en gedragen. De door de H. Augustinus gemaakte synthese zou eeuwenlang
de hoogste vorm van wijsgerig en theologisch denken blijven, die het Avondland
kende. gesterkt door zijn persoonlijke levensgeschiedenis en steunend op een
wonderlijke heiligheid van leven, was hij ook in staat in zijn werken een grote
hoeveelheid materiaal in te brengen, dat, door terug te grijpen op de ervaring,
toekomstige ontwikkelingen van verschillende wijsgerige denkrichtingen
aankondigde.
|