|
49.
De Kerk heeft geen eigen wijsbegeerte, noch geeft zij aan een of andere
bijzondere filosofie de voorkeur boven de andere54. De
diepere reden voor deze terughoudendheid ligt in het feit dat de wijsbegeerte,
ook wanneer ze in relatie treedt met de theologie, moet optreden volgens haar
eigen regels en methoden; anders zou er niet de garantie zijn dat zij op de
waarheid gericht blijft en naar de waarheid streeft met een door het verstand
geleid proces. Een wijsbegeerte
die niet in het licht van het verstand volgens eigen beginselen en de voor haar
specifieke methoden te werk zou gaan, zou niet erg behulpzaam zijn. Ten diepste
is de oorsprong van de autonomie die de filosofie geniet, te kennen aan het
feit dat het verstand naar zijn wezen georiënteerd is op de waarheid en
bovendien in zichzelf is toegerust met de voor het bereiken daarvan
noodzakelijke middelen. Een wijsbegeerte die zich hiervan bewust is als van
haar grondwet, moet ook de eisen en inzichten van de geopenbaarde waarheid
respecteren.
Toch heeft de geschiedenis laten zien
op welke dwaalwegen en in welke dwalingen vooral het moderne wijsgerige denken
niet zelden is geraakt. Het is noch de taak, noch de bevoegdheid van het
leergezag om in te grijpen, om de lacunes van een falend filosofisch betoog aan
te vullen. Het is daarentegen zijn plicht om duidelijk en beslist te reageren,
wanneer twijfelachtige filosofische opvattingen het juiste begrip van het
geopenbaarde bedreigen, en wanneer valse en partijdige theorieën verspreid
worden, die doordat ze de eenvoud en zuiverheid van het geloof van het Godsvolk
in verwarring brengen, zeer ernstige dwalingen veroorzaken.
|