51. Deze
onderscheiding mag echter niet in eerste instantie negatief begrepen worden,
alsof het leergezag de bedoeling had ieder mogelijke bemiddeling uit te sluiten
of in te perken. Integendeel, zijn interventies zijn er vooral op gericht, het
wijsgerige denken op te wekken, te bevorderen en te bemoedigen. De filosofen begrijpen
overigens als eersten de noodzaak van zelfkritiek, van correctie van eventuele
dwalingen en de noodzaak om de al te enge grenzen te overschrijden waarbinnen
hun denken zich voltrekt. In het bijzonder moet in het oog gehouden worden dat
de waarheid één is ofschoon haar formuleringen het stempel van de
geschiedenis dragen en bovendien het werk zijn van een door de zonde aangetast
en verzwakt menselijk verstand. Daarom kan geen historische vorm van
wijsbegeerte er legitiem aanspraak op maken de totale waarheid te bevatten; dit
geldt ook voor de volledige verklaring van de mens, de wereld en de betrekking
van de mens met God.
In de huidige tijd is, gezien de
verbreiding van de vaak uiterst gedetailleerd geconcipieerde wijsgerige
systemen, methoden, begrippen en argumenten een kritische onderscheiding in het
licht van het geloof des te dringender gevraagd: een zeker niet eenvoudige
onderscheiding: want als reeds het kennen van de aangeboren en onvervreemdbare
mogelijkheden van het verstand met hun inherente en historische grenzen
moeilijk is, dan kan het soms nog problematischer blijken om in de
afzonderlijke filosofische noties dat wat zij vanuit het standpunt van het
geloof aan geldigs en vruchtbaars bieden, te onderscheiden van wat bij hen
verkeerd of gevaarlijk is. De Kerk weet echter dat de “schatten van wijsheid en
kennis” in Christus verborgen zijn (vgl. Kol 2,3); daarom grijpt zij in en
spoort het wijsgerig onderzoek aan, zichzelf niet de weg te versperren die
leidt tot de kennis van het mysterie.
|