53. Meer dan met
afzonderlijke wijsgerige opvattingen hebben de oordelen van het leergezag zich
beziggehouden met de noodzaak van verstandelijke kennis en dus uiteindelijk
wijsgerige kennis voor het geloofsinzicht. Het Eerste Vaticaans Concilie dat de
leer die het gewone leergezag voortdurend aan de gelovigen had voorgehouden in
een synthese plechtig en opnieuw bevestigde, onderstreepte hoe onscheidbaar en
tegelijkertijd onafhankelijk van elkaar natuurlijke Godskennis en openbaring,
verstand en geloof zijn. Het concilie ging uit van het door de openbaring zelf
vooronderstelde basiscriterium van de natuurlijke kenbaarheid van het bestaan
van God, de oorsprong en het doel van alle dingen, 63 en
sloot met de reeds geciteerde plechtige afkondiging: “Er bestaat een
tweevoudige orde van kennis, niet alleen onderscheiden in hun vertrekpunt, maar
ook in hun object.” 64 Het onderscheid tussen geloofsgeheimen
en wijsgerige ontdekkingen en de transcendentie en prioriteit van de eerste
tegenover de laatste moesten dus tegenover iedere soort van rationalisme
bekrachtigd worden; anderzijds was het nodig om tegenover de bekoringen van het
fideïsme de eenheid van de waarheid te onderstrepen en daarmee ook de
positieve bijdrage die de verstandelijke voor de geloofskennis kan en moet
leveren: “Maar ook al staat het geloof boven het verstand, toch kan er nooit
een echte divergentie zijn tussen geloof en verstand: want dezelfde God die de
geheimen openbaart en het geloof meedeelt, heeft in de menselijke geest het
licht van het verstand gelegd; God echter kan zichzelf niet verloochenen, noch
(kan) het ware het ware weerspreken.” 65
|