Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Ioannes Paulus PP. II
Fides et Ratio

IntraText CT - Text

  • Hoofdstuk V De Tussenkomsten Van Het Leergezag In Wijsgerige Aangelegenheden
    • Het Onderscheidingsvermogen Van Het Leergezag Als Dienst Aan De Waarheid
      • 55
Previous - Next

Click here to hide the links to concordance

55. Wanneer we de huidige situatie in ogenschouw nemen, zien we dat de problemen van toen terugkeren, waarbij zich echter nieuwigheden voordoen. Het gaat niet alleen meer om kwesties die afzonderlijke personen of groepen betreffen, maar om opvattingen die in de samenleving zo wijd verbreid zijn, dat ze in zekere mate tot een gemeenschappelijke wijze van denken worden. Dat geldt bijvoorbeeld voor het radicale wantrouwen tegen de rede dat de jongste ontwikkelingen van veel wijsgerige studies vertonen. Van verschillende kanten is daaromtrent sprake van heteinde van de metafysica’: men wil dat de filosofie zich met bescheidener opgaven tevredenstelt, zich dus alleen aan de verklaring van het feitelijke wijdt of aan de studie van alleen maar bepaalde gebieden van de menselijke kennis of haar structuren.

In de theologie zelf duiken weer de bekoringen van vroeger op. In enkele hedendaagse theologieën baant zich bijvoorbeeld de laatste tijd een zeker rationalisme een weg, vooral wanneer meningen die men filosofisch goed gefundeerd acht, als normatief voor het theologisch onderzoek worden beschouwd. Dat gebeurt vooral dan, wanneer de theologie bij gebrek aan wijsgerige vakkennis zich onkritisch laat beïnvloeden door uitspraken die in de gangbare taal en cultuur wel ingang gevonden hebben, maar die zonder voldoende rationele grondslag zijn. 72

Ook komt een gevaarlijk terugvallen in het fideïsme voor, dat de betekenis van de verstandelijke kennis en het filosofisch debat voor het geloofsinzicht, ja voor de mogelijkheid om überhaupt in God te geloven, niet erkent. Een tegenwoordig wijdverbreid symptoom van deze fideïstische tendens is hetbiblicismedat ertoe neigt om de lezing en uitleg van de heilige Schrift tot enig criterium van de waarheid te maken. Zo komt men ertoe het woord van God alleen met de heilige Schrift te vereenzelvigen en aldus de kerkelijke leer te ondergraven, die het Tweede Vaticaans Concilie uitdrukkelijk bevestigd heeft. Nadat de constitutie Dei Verbum erop gewezen heeft dat het Woord van God zowel in de heilige Teksten alsook in de Overlevering aanwezig is73, gaat het met nadruk verder: “De Heilige Overlevering en de Heilige Schrift vormen de ene heilige Schat van Gods Woord die aan de Kerk is overgelaten. Vol aanhankelijkheid daaraan volhardt het hele heilige volk, verenigd met zijn herders, blijvend in de leer van de apostelen.” 74 De Heilige Schrift is dus niet het enige referentiepunt voor de Kerk. Want hethoogste richtsnoer van haar geloof75 ontvangt zij uit de eenheid tussen de Heilige Overlevering, de Heilige Schrift en het Leergezag van de Kerk, die de heilige Geest zo heeft verbonden, dat geen van de drie zonder de andere kan bestaan. 76 Men mag voorts het gevaar niet onderschatten dat schuilt in de opzet om de waarheid van de heilige Schrift naar voren te brengen met gebruik van slechts één methode, en daarbij de noodzaak van exegese in ruimere zin te negeren, terwijl die toch de volle betekenis van de teksten laat vinden, samen met de hele Kerk. Allen die zich aan de bijbelstudie wijden moeten steeds voor ogen houden dat ook aan de verschillende hermeneutische methoden een filosofische opvatting ten grondslag ligt: die moet vóór haar toepassing op de heilige teksten grondig beproefd worden.

Andere vormen van latent fideïsme zijn evenzeer te herkennen aan het geringe respect dat men voor de speculatieve theologie heeft alsook aan de minachting voor de klassieke wijsbegeerte, uit welker begrippenarsenaal zowel het geloofsverstaan alsook de dogmatische formuleringen hun begrippen hebben geput. Paus Pius XII zaliger gedachtenis heeft gewaarschuwd voor een dergelijke verwaarlozing van de wijsgerige traditie en voor het opgeven van de overgeleverde terminologieën. 77




72 Vaticanum II heeft in even duidelijke als gebiedende woorden deze dwaling reeds veroordeeld, waarbij het enerzijds zei: “Dit geloof echter (...) is volgens de belijdenis van de katholieke Kerk een bovennatuurlijke deugd, waardoor wij gesteund en geholpen door de genade van God geloven dat het door Hem geopenbaarde waar is, niet vanwege de door het natuurlijke licht van de rede doorgronde intrinsieke waarheid van de dingen, maar vanwege het gezag van de zich openbarende God zelf, die noch zichzelf misleiden, noch misleiden kan.” : Dogmatische Constitutie Dei Filius, III: DS 3008, en can. 3,2: DS 3032. Anderzijds verklaarde het Concilie dat de rede nooitin staat is (deze mysteries) precies zo te doorgronden als de waarheden, die haar eigenlijke (kennis-)object vormen”: ibid., IV: DS 3016. Daaruit trok het de praktische conclusie: “daarom is het niet alleen aan alle gelovige Christenen verboden dergelijke meningen, waarvan men weet dat ze tegengesteld zijn aan de geloofsleer -vooral wanneer ze door de Kerk zijn verworpen-, als legitieme wetenschappelijke conclusies te verdedigen, maar sterker nog, zij zijn streng verplicht die als dwalingen te beschouwen, die de bedrieglijke schijn van waarheid uitstralen”: ibid., IV: DS 3018.



73 Vgl. nrs. 9-10.



74 Ibid., nr.10.



75 Ibid., nr.21.



76 Vgl. ibid., n.10.



77 Vgl. encycliek Humani generis (12 augustus 1950): AAS 42 (1950), 565-567; 571-573.






Previous - Next

Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library

Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License