66. Wat de
intellectus fidei betreft, moet vooral bedacht worden dat de goddelijke
waarheid, “die ons in de door de leer der Kerk juist uitgelegde
Heilige Schrift wordt gepresenteerd”, 89 een eigen, in haar
logica zo consequente rationaliteit bezit, dat zij een echt weten vormt. De intellectus
fidei legt deze waarheid uit doordat hij niet alleen de logische en
begripsstructuur van de proposities opneemt, waarin de leer van de Kerk is
gekaderd, maar ook en vooral door de heilsbetekenis van deze uitspraken voor
het individu en voor de mensheid, in het licht te stellen. Van het geheel van
deze uitspraken komt de gelovige tot kennis van de heilsgeschiedenis, die in de
persoon van Jezus Christus en in zijn paasmysterie haar hoogtepunt heeft. Door
zijn instemming uit het geloof heeft hij aan dit mysterie deel.
De dogmatische theologie moet
van haar kant in staat zijn, de universele betekenis van het mysterie van de
drie-ene God en van het heilsplan, zowel op vertellende manier alsook vooral in
de vorm van de redenering te presenteren. Dat moet zij met andere woorden doen
met behulp van uitdrukkingen en begrippen die geformuleerd zijn op kritische en
algemeen te communiceren wijze. Want zonder de bijdrage van de wijsbegeerte
zouden theologische inhouden, zoals bijvoorbeeld het spreken over God, de
relaties tussen de personen binnen de Drie-eenheid, het scheppende werken van
God in de wereld, de relatie tussen God en de mens, de identiteit van Christus,
die ware God en ware mens is, niet aanschouwelijk te maken zijn. Datzelfde
geldt voor verschillende themata van de moraaltheologie, waar heel duidelijk
begrippen als bijvoorbeeld zedenwet, geweten, vrijheid, persoonlijke
verantwoordelijkheid, schuld enzovoorts toegepast worden, die gedefinieerd
worden in het kader van de filosofische ethiek.
Vandaar dat het verstand van de
gelovige zich een natuurlijke, ware en consistente kennis van de geschapen
dingen, van de wereld en van de mens moet verwerven, die ook voorwerp van de goddelijke
openbaring zijn; meer nog: het verstand van de gelovige moet in staat zijn deze
kennis uit te drukken in begrippen en in de vorm van de redenering. De
speculatieve dogmatische theologie veronderstelt daarom impliciet een op de
objectieve waarheid gefundeerde filosofie van de mens, van de wereld en,
radicaler, van het zijn.
|