69. Men kan hier
wellicht tegen inbrengen dat de theoloog in de huidige situatie zich niet
zozeer van de wijsbegeerte als wel van de hulp van andere vormen van menselijke
kennis zou moeten bedienen, zoals de geschiedenis en vooral de
natuurwetenschappen, waarvan de jongste buitengewone ontwikkelingen door allen
bewonderd worden. Anderen daarentegen huldigen, als gevolg van een toegenomen
gevoeligheid voor de relatie tussen geloof en cultuur, de opvatting dat de
theologie zich beter zou wenden tot de traditionele wijsheidsvormen in plaats
van een filosofie van Griekse en Eurocentrische oorsprong. Weer anderen
loochenen, uitgaande van een valse voorstelling van het pluralisme van de
culturen, eenvoudigweg de universele waarden van het door de Kerk ontvangen
wijsgerige erfgoed.
De hier geciteerde opvattingen, die we
onder andere reeds in de leer van het Concilie tegenkomen, 92
zijn gedeeltelijk waar. De verwijzing naar de natuurwetenschappen is in veel
gevallen nuttig, omdat zij een completere kennis van het onderzoeksobject
mogelijk maakt; ze mag echter niet de noodzakelijke toepassing van een typisch
wijsgerige, kritische en algemene geldigheid nastrevende reflectie doen
vergeten, die, trouwens bevorderd wordt door een vruchtbare uitwisseling tussen
de culturen. Wat ik met nadruk zou willen onderstrepen, is de plicht om niet
bij het concrete, afzonderlijke geval te blijven staan, en daarmee de
voornaamste taak te verwaarlozen, die erin bestaat het universele karakter van
de geloofsinhoud te laten zien. Bovendien mag men niet vergeten dat de
bijzondere bijdrage van het wijsgerige denken het mogelijk maakt om zowel in de
verschillende levensopvattingen alsook in de culturen te leren kennen, “niet
wat de mensen denken, maar wat de objectieve waarheid is”. 93
Niet de verschillende menselijke meningen maar alleen de waarheid kan de
theologie behulpzaam zijn.
|