2. De Kerk is
geen vreemdeling op deze zoektocht en kan dat ook helemaal niet zijn. Sinds de
Paasdag waarop zij de laatste waarheid over het leven van de mens als geschenk
heeft ontvangen, is zij tot pelgrim op de straten van de wereld geworden, om te
verkondigen dat Jezus Christus “de Weg, de Waarheid en het Leven” is (Joh
14,6). Onder de verschillende diensten die zij de mensheid aan te bieden heeft,
is er een die haar verantwoordelijkheid op heel bijzondere wijze doet blijken: de
dienst aan de waarheid.1 Deze zending maakt enerzijds de
gelovige gemeenschap tot deelhebster aan het gemeenschappelijke streven dat de
mensheid volbrengt om de waarheid te bereiken2; anderzijds
legt zij haar de verplichting op, zich te bekommeren om de verkondiging van de
verworven zekerheden; dit echter in het besef dat iedere verworven waarheid
steeds slechts een etappe is op de weg naar die volledige waarheid, die in de
laatste openbaring van God zal worden onthuld: “Thans kijken wij in een spiegel
en zien slechts raadselachtige omtrekken: dan echter zien wij van aangezicht
tot aangezicht; thans ken ik onvolmaakt, dan echter zal ik door en door
kennen”. (1Kor. 13,12).
|