72. Bij de verkondiging
van het evangelie ontmoette het christendom allereerst de Griekse wijsbegeerte;
maar dit betekent helemaal niet dat andere benaderingen uitgesloten waren. In
onze tegenwoordige tijd, waarin het evangelie geleidelijk in aanraking komt met
culturen die zich tot nu toe buiten het verbreidingsgebied van het christendom
bevonden, zijn er nieuwe inculturatie-taken. Voor onze generatie doen zich
dezelfde problemen voor, als die waarmee de Kerk in de eerste eeuwen
geconfronteerd werd.
Mijn gedachten gaan spontaan naar de
landen van het Oosten, die zo rijk zijn aan zeer oude godsdienstige en
wijsgerige tradities. Daaronder neemt India een bijzondere plaats in. Een
geweldige geestelijke impuls leidt het Indiase denken ertoe, te zoeken naar een
ervaring, die absolute waarde heeft doordat zij de geest bevrijdt van de
kluisters van tijd en ruimte. De dynamiek van dit zoeken naar bevrijding
verschaft het kader voor grote metafysische systemen.
De christen van vandaag, vooral die in
India, heeft de opgave om uit dit rijke erfgoed de elementen te nemen die met
zijn geloof verenigbaar zijn, zodat het tot een verrijking van het christelijke
denken komt. Voor dit werk van onderscheiding, waartoe de concilieverklaring Nostra
Aetate aanzet, moet hij een rij criteria hanteren. Het eerste is de
universaliteit van de menselijke geest, wiens eerste behoeften in de
verschillende culturen hetzelfde zijn. Het tweede, dat voortkomt uit het
eerste, is aldus: wanneer de Kerk met grote culturen in contact treedt, waarmee
zij voordien nog niet in aanraking was geweest, mag zij zich niet losmaken van
wat zij zich eigen heeft gemaakt door de inculturatie in het Grieks-Latijnse
denken. Afzien van een dergelijk erfgoed zou het plan van Gods Voorzienigheid
doorkruisen, die zijn Kerk leidt langs de wegen van de tijd en de geschiedenis.
Dit criterium geldt overigens voor de Kerk van ieder tijdperk, ook voor de Kerk
van morgen, die zich verrijkt zal voelen door verworvenheden uit de huidige
toenadering tot de oosterse culturen. Zij zal in dit erfgoed nieuwe
aanwijzingen vinden om in een vruchtbare dialoog te treden met die culturen,
die de mensheid op haar weg naar de toekomst tot bloeien kunnen brengen. Ten
derde moet men ervoor waken, de gewettigde aanspraak van het Indiase denken op
bijzonderheid en oorspronkelijkheid niet te verwisselen met het idee als zou
een culturele traditie zich moeten inkapselen in haar anders-zijn en zich sterk
maken in haar tegenstelling tot de andere tradities; dat zou het wezen van de
mens tegenspreken.
|