76. Een tweede
positie die de wijsbegeerte inneemt wordt vaak aangeduid als christelijke
filosofie. Op zichzelf is de term geoorloofd, maar hij mag niet verkeerd
begrepen worden: hij bedoelt geenszins te suggereren dat er een officiële
filosofie van de Kerk is, aangezien het geloof als zodanig geen filosofie is. De
term tracht eerder een christelijke manier van filosoferen aan te duiden, een
filosofisch speculeren dat vervat is in een dynamische vereniging met het
geloof. Hij verwijst dus niet eenvoudigweg naar een filosofie die door
christelijke wijsgeren is ontwikkeld die er in hun onderzoek naar streefden om
niet in tegenspraak met het geloof te komen. De term christelijke wijsbegeerte
omvat die belangrijke ontwikkelingen van het wijsgerige denken, die zich niet
zouden hebben voorgedaan zonder de directe of onrechtstreekse bijdrage van het
christelijk geloof,
Daarom heeft christelijke
wijsbegeerte twee aspecten. Het eerste is subjectief, in de zin dat het geloof de
rede zuivert. Als goddelijke deugd bevrijdt het geloof de rede van de
aanmatiging, de typische bekoring van de wijsgeer. St. Paulus, de Kerkvaders
en, dichter bij onze tijd, wijsgeren zoals Pascal en Kierkegaard hebben deze
aanmatiging aan de kaak gesteld. Met de deemoed verwerft de filosoof ook de
moed om kwesties aan te pakken die hij zonder de gegevens van de Openbaring
moeilijk kan oplossen. Men denke bijvoorbeeld aan de problemen van het kwaad en
het lijden, aan de identiteit van een persoonlijke God en aan de vraag naar de
zin van het leven, of, directer, aan de radicale metafysische vraag: “Waarom is
er iets?”
Daarnaast staat het objectieve aspect,
dat de inhouden betreft: de openbaring laat helder en duidelijk enkele
waarheden zien die door het verstand, ofschoon ze daarvoor natuurlijk niet
ontoegankelijk zijn, misschien nooit ontdekt zouden zijn, als het aan zichzelf
was overgelaten. Onder deze waarheden is de notie van een vrije en persoonlijke
God die de Schepper is van de wereld, een waarheid die zo cruciaal is geweest
voor de ontwikkeling van het wijsgerige denken, in het bijzonder voor de
filosofie van het zijn. Er is ook de werkelijkheid van de zonde, zoals die in
het licht van het geloof verschijnt, dat helpt om een adequate wijsgerige
formulering van het probleem van het kwaad te vinden. De notie van de persoon
als een geestelijk wezen is een andere specifieke bijdrage van het geloof: de
christelijke boodschap van de waardigheid, de gelijkheid en de vrijheid van de
mensen heeft zeker het moderne filosofische denken beïnvloed. Als
voorbeeld dat dichter bij onze tijd staat, kan men de ontdekking van de
betekenis voor de wijsbegeerte van de historische gebeurtenis vermelden, die zo
centraal staat in de christelijke openbaring. Niet toevallig is zij het fundament
van een wijsbegeerte van de geschiedenis geworden die zich presenteert als een
nieuw hoofdstuk van de menselijke zoektocht naar de waarheid.
Tot de objectieve elementen van de
christelijke filosofie hoort ook de behoefte om de rationaliteit van bepaalde
door de heilige Schrift uitgesproken waarheden te onderzoeken, zoals de
mogelijkheid van een bovennatuurlijke roeping van de mens en ook de erfzonde. Dat
zijn opgaven die de rede ertoe uitdagen te erkennen dat er waarheid en
rationaliteit zijn die ver buiten de kaders liggen waarbinnen ze normaliter
zouden zijn begrensd. Deze thema’s breiden feitelijk het bereik van het
rationele uit.
Bij het nadenken over deze inhouden
zijn de filosofen geen theologen geworden; want ze hebben niet geprobeerd, de geloofswaarheden
te begrijpen en te duiden vanuit de openbaring. Ze hebben steeds gewerkt op hun
eigen terrein en met hun eigen puur rationele methode, maar hun onderzoek
uitgebreid naar nieuwe aspecten van de waarheid. Men zou kunnen zeggen dat een
goed deel van de moderne en hedendaagse wijsbegeerte niet zou bestaan zonder
deze stimulus van het woord van God. Deze conclusie blijft belangrijk, ondanks
het teleurstellende feit dat veel denkers in de laatste eeuwen de christelijke
orthodoxie hebben verlaten.
|