77. Een andere
belangrijke positie neemt de wijsbegeerte in, wanneer de theologie zelf haar
hulp inroept. Theologie heeft immers altijd de bijdrage van de wijsbegeerte
nodig gehad, ook nu. Als een werk van de kritische rede in het licht van het
geloof veronderstelt en vereist de theologie bij al haar onderzoek een verstand
dat gevormd en onderwezen is om met begrippen en argumenten te werken. Bovendien
heeft de theologie de filosofie nodig als gesprekspartner, om de
begrijpbaarheid en de universele waarheid van haar aanspraken te bevestigen. Het
was niet toevallig dat de Kerkvaders en de middeleeuwse theologen
niet-christelijke filosofieën overnamen. Dit historische feit bevestigt de
waarde van de autonomie van de wijsbegeerte die bewaard blijft als de
theologie haar hulp inroept; maar het laat ook zien welke diepe veranderingen
de wijsbegeerte zelf moet ondergaan.
Het was om haar onmisbare en edele
bijdrage dat de wijsbegeerte vanaf de patristische periode ancilla
theologiae genoemd werd. Deze titel bedoelde niet een slaafse onderwerping
van de filosofie aan te geven of een puur functionele rol ten opzichte van de
theologie. Hij werd eerder gebruikt in de zin waarmee Aristoteles over de
experimentele wetenschappen had gesproken als “dienaressen” van de “prima
philosophia”. De term kan tegenwoordig bezwaarlijk gebruikt worden,
gegeven het beginsel van de autonomie waarnaar we verwezen hebben, maar hij
heeft door de geschiedenis heen de noodzaak laten zien van de verbinding tussen
de twee wetenschappen en de onmogelijkheid van hun scheiding.
Zouden theologen de hulp van de
wijsbegeerte weigeren, dan zouden ze het risico lopen, onbewust filosofie te
bedrijven en zich op te sluiten in denkstructuren die ongeschikt zijn voor het
begrijpen van het geloof.. Als de filosoof van zijn kant elk contact met de
theologie zou uitsluiten dan zou hij verplicht zijn zelfstandig de inhoud van
het geloof meester te worden, zoals dat bij enkele moderne filosofen het geval
is. Zowel in het ene als in het andere geval zou het gevaar van een
vernietiging van de grondbeginselen van de autonomie zich voordoen, die elke
wetenschap terecht gegarandeerd wil zien.
Wanneer de filosofie deze positie
inneemt komt zij, net als de theologie, meer rechtstreeks onder het leergezag
en zijn toetsing, vanwege de implicaties die zij heeft voor het begrip van de
openbaring, zoals ik al heb uitgelegd. Want uit de geloofswaarheden komen
bepaalde postulaten voort, die de wijsbegeerte moet respecteren zodra zij met
de theologie in verbinding treedt.
|