85. Ik ben me er
wel van bewust dat deze eisen die het woord van God aan de wijsbegeerte stelt,
moeilijk kunnen schijnen voor veel mensen die betrokken zijn bij het huidige
filosofisch onderzoek. Daarom herneem ik wat de pausen sedert generaties
onophoudelijk leren en wat ook het Tweede Vaticaans Concilie bekrachtigd heeft,
en wil met alle duidelijkheid de overtuiging tot uitdrukking brengen, dat de
mens in staat is, te komen tot een uniforme en organische visie op de
wetenschap. Dit is een van de taken die het christelijke denken moet opnemen in
het volgende millennium van het christelijke tijdvak. De fragmentarisering van
de kennis, met haar versplinterde benadering van de waarheid en een daaruit
volgende verbrokkeling van de zin, houdt de mens van vandaag ervan af, te komen
tot een innerlijke eenheid. Hoe zou de Kerk hier niet bezorgd over kunnen zijn?
Het is het evangelie dat aan de herders deze wijsheidstaak direct oplegt, en zij
kunnen niet weglopen voor de plicht om dat te ondernemen.
Ik geloof dat die wijsgeren die vandaag
een antwoord willen geven op de eisen die het woord van God aan het menselijk
denken stelt, hun denken zouden moeten ontwikkelen op basis van deze postulaten
en in organische continuïteit met de grootse traditie die, te beginnen bij
de Ouden, via de Kerkvaders en de meesters van de Scholastiek loopt en die de
fundamentele resultaten van het moderne en hedendaagse denken insluit. Als de
filosofen hun plaats kunnen innemen in deze traditie en er hun inspiratie uit
kunnen putten, zullen ze zeker de autonomie-eis van de wetenschap kunnen
respecteren.
In de huidige situatie is het daarom
zeer betekenisvol dat enkele filosofen de herontdekking bevorderen van de bepalende
rol van deze traditie bij een juiste benadering van de kennis. Het beroep op de
traditie is niet louter een herinnering aan het verleden; het vormt veeleer de
erkenning van een culturele erfenis die aan de hele mensheid behoort. Er mag
inderdaad gezegd worden dat wij behoren tot de traditie en dat het niet aan ons
is om er naar eigen goeddunken over te beschikken. Juist door in de traditie
geworteld te zijn, zullen we vandaag in staat zijn om voor de toekomst een
oorspronkelijke, nieuwe en constructieve wijze van denken te ontwikkelen. Hetzelfde
appèl geldt in hoge mate ook voor de theologie. Niet alleen omdat de
theologie de levende Traditie van de Kerk als haar oorspronkelijke bron
heeft104, maar ook omdat zij daardoor in staat moet zijn om
zowel de diepe theologische overlevering die de voorbije tijden gestempeld
heeft, alsook de ononderbroken wijsgerige traditie te herwinnen, die door haar
authentieke wijsheid boven de grenzen van tijd en ruimte uit kan stijgen.
|