88. Een andere
bedreiging waarmee rekening gehouden moet worden is het sciëntisme.
Deze wijsgerige opvatting weigert de waarde van kennisvormen toe te geven,
anders dan die van de positieve wetenschappen; en het verwijst godsdienstige,
theologische, ethische en esthetische kennis naar het rijk van de pure
fantasie. In het verleden maakte dezelfde gedachte opgang in het positivisme en
neo-positivisme, die metafysische uitspraken betekenisloos achtten. De
kritische kennisleer heeft deze opvatting in diskrediet gebracht, maar nu zien
we haar herleven in de nieuwe vermomming van sciëntisme, dat waarden
afdoet als louter producten van de emoties en dat kennis van het zijn verwerpt
om de weg vrij te maken voor pure en eenvoudige feitelijkheid. Zo zou de
wetenschap zich erop voorbereiden alle aspecten van het menselijk leven te
beheersen door technologische vooruitgang. De niet te ontkennen triomf van het
wetenschappelijk onderzoek en van de hedendaagse technologie hebben ertoe
bijgedragen een sciëntistische visie te propageren die nu grenzeloos
lijkt, gegeven zijn ingang in verschillende culturen en de radicale
veranderingen die het heeft veroorzaakt.
Helaas, zo moet men vaststellen,
verwijst het sciëntisme alles wat te maken heeft met de kwestie van de zin
van het leven naar het rijk van het irrationele of imaginaire. Niet minder teleurstellend
is de wijze waarop het de andere grote problemen van de wijsbegeerte benadert,
die, als ze al niet genegeerd worden, onderworpen worden aan analyses die
gebaseerd zijn op oppervlakkige analogieën, zonder enige rationele
grondslag. Dit leidt tot de verarming van het menselijk denken, dat zich niet
langer bezighoudt met de eschatologische problemen die de mens, als animal
rationale, constant heeft opgeworpen vanaf het begin van de tijd. En
aangezien zij geen ruimte laat voor kritiek die het ethische oordeel biedt, is
de sciëntistische mentaliteit erin geslaagd velen te laten denken dat als
iets technisch mogelijk is, het daarom ook moreel toelaatbaar is.
|