91. Bij de
bespreking van deze denkrichtingen was het niet mijn bedoeling om een compleet
beeld te geven van de huidige staat van de wijsbegeerte die hoe dan ook
moeilijk terug te brengen zou zijn tot één uniforme visie. En zeker wil
ik benadrukken dat ons erfgoed aan kennis inderdaad is verrijkt op
verschillende terreinen. We hoeven alleen maar de logica te vermelden, de
taalfilosofie, de epistemologie, de filosofie van de natuur, de antropologie,
diepgravender analyses van de affectieve dimensies van kennis en de
existentiële benadering van de analyse van de vrijheid. Sinds de vorige
eeuw heeft echter de bevestiging van het principe van de immanentie, het hart
van de rationalistische argumentatie, een reactie uitgelokt die, met betrekking
tot postulaten die men voor niet discutabel hield, voor een radicaal verlies
hebben gezorgd. Op deze wijze zijn irrationele stromingen ontstaan, terwijl de
kritiek de onvruchtbaarheid aantoonde van het postulaat van de absolute
zelfbevestiging van de rede.
Onze tijd is door sommige denkers
aangeduid als de tijd van de “postmoderniteit”. Vaak gebruikt in heel
verschillende contexten, wijst de term op de opkomst van een complex van nieuwe
factoren die, wijdverbreid en machtig als ze zijn, hebben laten zien dat ze
belangrijke en blijvende veranderingen teweeg kunnen brengen. De term werd
eerst gebruikt met een verwijzing naar esthetische, sociale en technologische
verschijnselen. Toen werd hij overgeplant naar het wijsgerige veld,
maar hij is wat tweeduidig gebleven, zowel omdat het oordeel over wat ‘postmodern’
wordt genoemd soms positief is en soms negatief, alsook omdat er nog geen
overeenstemming is over de delicate kwestie van de scheiding van de
verschillende historische tijdvakken. Eén ding is echter duidelijk: de
denkstromingen die postmodern willen heten verdienen de nodige aandacht.
Volgens sommigen van hen is de tijd
van zekerheden onherroepelijk voorbij, en moet de mens thans leren te leven
binnen een horizon van totale afwezigheid van zin, waar alles voorlopig en
vergankelijk is. In hun vernietigende kritiek op elke zekerheid negeren
verschillende schrijvers de noodzakelijke onderscheidingen en trekken zij ook
de geloofszekerheden in twijfel.
Dit nihilisme vindt een soort
bevestiging in de verschrikkelijke ervaring van het kwaad die onze tijd heeft
getekend. Tegenover de dramatiek van deze ervaring kon het rationalistische
optimisme, dat in de geschiedenis de voortschrijdende overwinning van het
verstand als bron van geluk en vrijheid zag, niet standhouden, zodat een van de
ergste bedreigingen aan het einde van deze eeuw de bekoring van de wanhoop is.
Niettemin blijft het waar dat een
zekere positivistische geesteshouding nog steeds de illusie voedt dat dankzij
de wetenschappelijke en technische vooruitgang de mens als demiurg leeft, die
uit zichzelf en volledig zijn lot in eigen hand neemt.
|