97. De juiste
interpretatie van de bronnen is een belangrijke opgave voor de theologie; maar
een nog delicatere en meer eisende taak is het verstaan van de geopenbaarde
waarheid, respectievelijk het proces van de intellectus fidei. De
intellectus fidei, zo heb ik aangegeven, vraagt de bijdrage van de
filosofie van het zijn, die het vooral de dogmatische theologie mogelijk
maakt, haar functies naar behoren uit te voeren. Het dogmatische pragmatisme
van het begin van deze eeuw, volgens hetwelk de geloofswaarheden alleen maar
gedragsregels waren, is reeds afgewezen en verworpen; 114
niettemin blijft steeds de bekoring bestaan, deze waarheden puur functioneel te
verstaan. In dit geval zou men vervallen tot een ongeschikt en gereduceerd
schema, dat de speculatieve helderheid mist. Een christologie bijvoorbeeld, die
eenzijdig uitging ‘van onderen’ zoals men tegenwoordig pleegt te zeggen, of een
ecclesiologie die uitsluitend naar het voorbeeld van burgerlijke maatschappijen
is opgebouwd, zouden het gevaar van een dergelijke reductie nauwelijks kunnen
vermijden.
Als de intellectus fidei de
hele rijkdom van de theologische traditie wil integreren, moet hij zich bedienen
van de filosofie van het zijn. Deze filosofie van het zijn zal in staat moeten
zijn het probleem van het zijn opnieuw aan te pakken - en dit in harmonie met
de eisen en inzichten van de gehele filosofische traditie, inclusief de
filosofie van recentere tijden, zonder te vervallen in het steriel herhalen van
verouderde schemata. De filosofie van het zijn is binnen het kader van de
christelijke metafysische overlevering een dynamische filosofie die de
werkelijkheid beziet in haar ontologische, oorzakelijke en communicatieve
structuren. Ze is sterk en bestendig omdat ze steunt op de zijnsakt zelf, die
een volledige en omvattende openheid voor de werkelijkheid als geheel toelaat.;
daarbij overschrijft zij elke grens, tot zij Hem bereikt die alles tot vervulling
brengt. 115 In de theologie, die haar beginselen ontvangt
uit de openbaring als nieuwe kennisbron, wordt dit perspectief bevestigd door
de intieme relatie die bestaat tussen geloof en metafysische rationaliteit.
|