8. Met een
bijna woordelijke overname van de door de dogmatische constitutie Dei Filius
van het Eerste Vaticaans Concilie gepresenteerde leer en met inachtneming van
de door het Concilie van Trente voorgelegde principes heeft de Constitutie Dei
Verbum van Vaticanum II de tocht van het geloofsinzicht, intelligentia
fidei, door de eeuwen voortgezet, terwijl het nadacht over de Openbaring in
het licht van de bijbelse leer en van de hele traditie van de kerkvaders. De
concilievaders van Vaticanum I hadden de nadruk gelegd op het bovennatuurlijke
karakter van Gods Openbaring. De rationalistische kritiek die destijds op grond
van wijdverbreide valse stellingen tegen het geloof naar voren werd gebracht,
betrof de ontkenning van alle kennis die niet voortkwam uit de natuurlijke
vermogens van het verstand. Deze situatie had het Concilie verplicht tot de
nadrukkelijke vaststelling, dat er buiten de kennis van het menselijke verstand
dat krachtens zijn natuur de Schepper kan ontdekken, een kennis bestaat, die
eigen is aan het geloof. Deze kennis is de uitdrukking van een waarheid die
stoelt op het feit van de zich openbarende God zelf, een waarheid die zeker is,
omdat God noch bedriegt, noch bedriegen wil. 6
|