Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Ioannes Paulus PP. II
Fides et Ratio

IntraText CT - Text

  • Hoofdstuk II Credo Ut Intellegam
    • De Wijsheid Weet En Verstaat Alles (Vgl. Wijsh 9,11)
      • 17
Previous - Next

Click here to hide the links to concordance

17. Er is dus geen reden voor het bestaan van een soort concurrentiestrijd tussen verstand en geloof.: het een bevat het ander, en beide hebben hun eigen ruimte om zich te verwezenlijken. Opnieuw is het het Boek der Spreuken dat ons in deze richting wijst met de uitroep: “Het is Gods eer, een zaak te verhullen, maar de eer van de koning is het, een zaak uit te zoeken” (Spr 16,9). God en de mens zijn in hun respectieve werelden in een unieke relatie gesteld. In God heeft alles zijn oorsprong, in Hem bevindt zich de volheid van het mysterie, en dat maakt zijn eer uit; aan de mens is het, met zijn verstand te zoeken naar de waarheid, en daarin bestaat zijn adel. Een ander steentje voor dit mozaïek wordt door de Psalmist aangedragen, wanneer hij bidt: “Hoe moeilijk zijn voor mij, o God, uw gedachten, hoe geweldig is hun aantal! Wilde ik ze tellen, het zouden er meer zijn dan het zand. Zou ik aan het einde komen, dan zou ik nog steeds bij U zijn” (Ps 139, 17-18). Het streven naar kennis is zo groot en is verbonden met een dergelijke dynamische kracht, dat het hart van de mens ondanks de ervaring van onoverschrijdbare grenzen verlangt naar de oneindige rijkdom, die zich aan gene zijde bevindt, omdat het weet dat daar het bevredigende antwoord op elke nog onbeantwoorde vraag rust.




Previous - Next

Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library

Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License