|
24.
De evangelist Lucas vertelt in de Handelingen van de Apostelen, dat Paulus op
zijn missiereizen naar Athene kwam. De stad van de wijsgeren was vol beelden
van verschillende afgoden. Eén altaar trok zijn aandacht, en hij nam het
tegelijk als aanleiding om daarmee een gemeenschappelijke basis te leggen
waarop hij kon beginnen met de verkondiging van het Kerygma. En zo sprak hij:
“Atheners, aan alles zie ik dat u buitengewoon godsdienstig bent. Toen ik
rondliep en uw heiligdommen bezichtigde, trof ik ook een altaar aan met het
opschrift: Aan de onbekende god. Welnu, wat u zonder het te kennen vereert, dat
kom ik u verkondigen” (Hand 17,22-23). Daarvan uitgaande spreekt de H. Paulus
over God als Schepper, als degene die alles overstijgt en alles tot leven
brengt. Dan vervolgt hij zijn toespraak aldus: “Uit één mens
heeft Hij heel het mensenvolk gemaakt om overal op aarde te wonen. Hij heeft
bepaalde tijden vastgesteld en hun woongebieden afgegrensd, met de bedoeling
dat ze God zouden zoeken en Hem wellicht tastenderwijs zouden vinden; Hij is
immers niet ver van ieder van ons” (Hand 17, 26-27).
De apostel brengt een waarheid naar
voren die de Kerk steeds als een schat heeft gekoesterd: het streven en het
zoeken naar God is diep in het mensenhart gezaaid. Daaraan herinnert
nadrukkelijk ook de Goede-Vrijdagsliturgie, wanneer ze ons in het gebed voor
alle niet-gelovenden laat zeggen: “Almachtige, eeuwige God, U hebt de mensen
een zo diep verlangen naar U in het hart gestort, dat ze pas vrede hebben,
wanneer ze U vinden”. 22 Er bestaat dus een weg die de mens
kan gaan als hij wil; hij begint met het vermogen, zich boven het toevallige te
verheffen, om naar het oneindige te koersen. De mens heeft op verschillende
manieren, in verschillende tijden bewezen dat hij in staat is, aan dit diepste
verlangen uitdrukking te geven. Literatuur, muziek, schilderkunst,
beeldhouwkunst, architectuur en ieder ander blijk van zijn creatieve verstand
zijn geworden tot kanalen waarin hij zijn verlangende zoeken (...) uitdrukt. Op
een speciale manier heeft de wijsbegeerte zich dit streven eigen gemaakt, en
met haar middelen en overeenkomstig haar wetenschappelijke mogelijkheden aan
dit universele menselijke streven uitdrukking gegeven.
|