25. “Alle mensen
verlangen te weten”; 23 voorwerp van dit verlangen is de
waarheid. Zelfs het leven van alledag laat zien hoezeer iedereen erin
geïnteresseerd is te ontdekken hoe, boven het alleen maar gehoorde woord
uit, de dingen in waarheid zijn. De mens is het enige wezen in de hele
zichtbare schepping dat niet alleen in staat is om te weten, maar ook weet
heeft van dit weten; daarom stelt hij belang in de feitelijke waarheid van
hetgeen voor hem zichtbaar is. De mens kan niet oprecht ongeïnteresseerd
zijn in de waarheid van zijn kennis. Wanneer hij ontdekt dat zij vals is,
verwerpt hij haar; wanneer hij daarentegen de waarheid ervan kan vaststellen,
is hij tevreden. Dat is de leer van de H. Augustinus, wanneer hij schrijft: “Ik
heb velen ontmoet, die anderen wilden bedriegen, maar niemand die bedrogen
wilde worden”. 24 Terecht geldt de mens dán als
volwassen, wanneer hij met eigen middelen kan onderscheiden tussen echt en
vals, door zijn oordeel te vormen over de objectieve werkelijkheid van de
dingen. Hier ligt de oorzaak van veel onderzoeken, vooral op het gebied van de
natuurwetenschappen, die in de laatste eeuwen zulke belangrijke resultaten
hebben opgeleverd en die daarmee een echte vooruitgang van de hele mensheid
hebben bevorderd.
Niet minder belangrijk dan het
onderzoek op theoretisch gebied is het praktische. Want door zijn morele
handelen slaat de menselijke persoon, als hij handelt overeenkomstig zijn vrije
en juist gestemde wil, de weg van de gelukzaligheid in en streeft hij naar
volmaaktheid. Ook in dit geval gaat het om de waarheid. Deze overtuiging heb ik
in de encycliek Veritatis Splendor onderstreept: “Moraal zonder vrijheid
bestaat niet... Als er voor de mens het recht bestaat op zijn weg van zoeken
naar waarheid gerespecteerd te worden, dan gaat daar nog aan vooraf de voor
ieder zwaarwegende morele verplichting om de waarheid te zoeken en de eenmaal
erkende waarheid vast te houden.” 25
Het is dus nodig dat de aanvaarde en in
het eigen leven gevolgde waarden waar zijn, omdat alleen ware waarden de
menselijke persoon door de verwerkelijking van zijn natuur kunnen voltooien.
Deze waarheid van de waarden vindt de mens niet door zich in zichzelf op te
sluiten, maar door zich open te stellen om ze ook aan te nemen in de dimensies
die boven hem uitgaan. Dat is een wezenlijke voorwaarde, opdat eenieder
zichzelf kan worden en kan groeien als een volwassen, rijpe persoon.
|