34. Deze
‘waarheid’, die God ons in Jezus Christus openbaart, is niet in tegenspraak met
de waarheden waartoe men door het filosoferen komt. De beide kennis-orden leiden
integendeel tot de waarheid in haar volheid. De eenheid van de waarheid is
reeds een fundamenteel postulaat van het menselijk verstand, dat wordt
uitgedrukt in het non-contradictie-beginsel. De openbaring biedt de zekerheid
voor deze eenheid, door te laten zien dat de Schepper-God ook de God van de
heilsgeschiedenis is. Een en dezelfde God, die de begrijpelijkheid en de
redelijkheid van de natuurlijke orde der dingen, waarop de wetenschappers
vertrouwvol steunen29 fundeert en garandeert, is identiek
met God die zich als Vader van onze Heer Jezus Christus openbaart. Deze eenheid
van natuurlijke en geopenbaarde waarheid vindt haar levende en personele
vereenzelviging in Christus, waarop de apostel doelt: “De waarheid is in
Christus” (vgl. Ef 4,21; Kol 1, 15-20). Hij is het eeuwige Woord, waarin
alles geschapen is, en tegelijk is hij het vleesgeworden Woord, dat in
zijn hele Persoon de Vader openbaart (vgl. Joh 1,14.18). 30
Dat wat het menselijk verstand zoekt, “zonder het te kennen” (Hand 17,23), kan
alleen door Christus gevonden worden: want in Hem openbaart de “volle waarheid”
zich (vgl. Joh 1, 14-16) van dat wezen dat in Hem en door Hem geschapen is en
dat daarom in Hem zijn voltooiing vindt (vgl. Kol 1,17).
|