Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Ioannes Paulus PP. II
Fides et Ratio

IntraText CT - Text

  • Hoofdstuk IV De Verhouding Van Geloof En Rede
    • De blijvende nieuwheid van het denken van de H. Thomas van Aquino
      • 43
Previous - Next

Click here to show the links to concordance

De blijvende nieuwheid van het denken van de H. Thomas van Aquino

43. Een heel bijzonder plaats op deze lange weg komt de H. Thomas toe, niet alleen om de inhoud van zijn leer, maar ook vanwege de betrekking die hij in de dialoog met het Arabische en Joodse denken van zijn tijd kon leggen. In een tijdperk waarin de christelijke denkers de schatten van de antieke, preciezer gezegd de aristotelische filosofie herontdekten, had hij de grote verdienste dat hij de harmonie die tussen rede en geloof bestaat, op de voorgrond heeft geplaatst. Het licht van het verstand en het licht van het geloof komen beide van God, luidt zijn redenering: ze kunnen elkaar dus niet tegenspreken. 44

Nog fundamenteler erkent Thomas dat de natuur, die object van de wijsbegeerte is, kan bijdragen tot het begrip van de goddelijke openbaring. Het geloof vreest derhalve het verstand niet, maar zoekt het en vertrouwt erop. Zoals de genade de natuur veronderstelt en haar voltooit, 45 zo veronderstelt en voltooit het geloof het verstand. Verlicht door het geloof wordt dit bevrijd van zijn broosheid en van zijn begrenzingen die het gevolg zijn van de ongehoorzaamheid der zonde en vindt het de nodige kracht om zich te verheffen tot de kennis van het mysterie van de drie-ene God. De Doctor Angelicus heeft, met hoeveel nadruk hij ook het bovennatuurlijke karakter van het geloof onderstreepte, de waarde van zijn rationaliteit niet vergeten: ja, hij kon in de diepte gaan en de zin van deze redelijkheid nader verklaren. Want het geloof is een soort “denkoefening”; het verstand wordt niet afgeschaft noch vernederd door haar instemming met de geloofsinhouden; tot de geloofsinhouden komt men in ieder geval door vrije beslissing en het eigen geweten. 46

Om deze reden is de H. Thomas terecht door de Kerk steeds als leermeester van het denken gepresenteerd en voorbeeld van de wijze waarop de theologie juist beoefend moet worden. In deze samenhang zou ik willen aanhalen, wat mijn voorganger, de Dienaar Gods Paus Paulus VI, naar aanleiding van de zevenhonderdste sterfdag van de H. Thomas heeft geschreven: “Thomas bezat ongetwijfeld in de hoogste mate de moed tot de waarheid, de vrijheid van geest, toen hij de nieuwe problemen tegemoet ging, de intellectuele rationaliteit van iemand die de versmelting van het christendom met de wereldse wijsbegeerte evenmin toeliet als hun afwijzing a priori. Hij ging daarom de geschiedenis van het christelijke denken in als een pionier op de nieuwe weg van de wijsbegeerte en van de universele cultuur. Het centrale punt, ja de kern van de oplossing die hij met zijn geniale profetische scherpzinnigheid voor het probleem van de nieuwe tegenstelling van rede en geloof vond, was de verzoening tussen de seculariteit van de wereld en de radicaliteit van het evangelie; daarmee onttrok hij zich aan de tegennatuurlijke neiging de wereld en haar waarden te loochenen, zonder echter de hoogste en onbuigzame aanspraken van de bovennatuurlijke orde te veronachtzamen.” 47




44 Vgl. Summa contra Gentiles, I, VII.



45 Vgl. Summa Theologiae, I, 1, 8 ad 2: “cum enim gratia non tollat naturam, sed perficiat“.



46 Vgl. Johannes Paulus II, Toespraak tot de deelnemers aan het Negende Internationale Thomistische Congres (29 september 1990): Insegnamenti, XIII, 2 (1990), 770-771.



47 Apostolische Brief Lumen Ecclesiae (20 november 1974), nr. 8: AAS 66 (1974), 680.






Previous - Next

Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library

Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License