| Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library |
| Ioannes Paulus PP. II Fides et Ratio IntraText CT - Text |
|
|
|
44. Tot de grote inzichten van de H. Thomas hoort ook zijn visie op de rol die de heilige Geest speelt bij het laten rijpen van menselijke kennis tot wijsheid. Reeds op de eerste bladzijden van zijn Summa Theologiae48 geeft de Aquinaat de voorrang van die wijsheid aan, die gave is van de heilige Geest en die binnenleidt in de kennis van de goddelijke werkelijkheden. Zijn theologie maakt het mogelijk, de eigen aard van de wijsheid in haar enge relatie met het geloof en met de Godskennis te begrijpen. De wijsheid kent krachtens haar natuurlijke verwantschap (connaturaliteit); zij veronderstelt het geloof en formuleert tenslotte haar juiste oordeel op basis van de waarheid van het geloof: “De wijsheid, die tot de gaven van de heilige Geest hoort, onderscheidt zich van die (schranderheid), die tot de deugden van het verstand hoort. Deze laatste verwerft men zich namelijk door de studie: die eerste daarentegen ‘komt van boven’, zoals de H. Jacobus het uitdrukt. Zo is ze ook anders dan het geloof. Want het geloof neemt de goddelijke waarheid zo aan, zoals ze is: de gave van de wijsheid echter maakt een oordeel mogelijk volgens de goddelijke waarheid.” 49 De voorrang die hij aan deze wijsheid toekent doet de Doctor Angelicus echter niet de aanwezigheid van twee andere, aanvullende wijsheidsvormen vergeten: de wijsgerige, die steunt op het vermogen van het verstand om binnen de aangeboren grenzen de werkelijkheid te onderzoeken, en de theologische die berust op de openbaring en die de geloofsinhouden onderzoekt, waardoor zij aan het mysterie van God zelf raakt. Ten diepste ervan overtuigd dat “omne verum a quocumque dicatur a Spiritu Sancto est“,50 hield Sint Thomas onbaatzuchtig van de waarheid. Hij zocht haar overal, waar ze zich kon tonen, en maakte haar universaliteit zeer inzichtelijk. Het leergezag van de Kerk heeft in hem de hartstocht voor de waarheid erkend en gewaardeerd; zijn denken bereikte juist omdat het altijd binnen de horizon van de universele, objectieve en transcendente waarheid bleef, “toppen die de menselijke intelligentie nooit had kunnen denken”. 51 Hij mag dus met recht “Apostel van de waarheid” 52 genoemd worden. Omdat hij zonder voorbehoud zijn aandacht op de waarheid richtte, kon hij in zijn realisme haar objectiviteit erkennen. Zijn filosofie is waarlijk de filosofie van het ‘zijn’ en niet louter van de ‘schijn’. |
48 Vgl. I, 1, 6: “Praeterea, haec doctrina per studium acquiritur. Sapientia autem per infusionem habetur, unde inter septem dona Spiritus Sancti connumeratur“. 49 Ibid., II, II , 45, 1 ad 2; vgl. ook II, II, 45, 2. 50 Ibid., I-II, 109, 1 ad 1, dat een weerklank is van de bekende zin van de Ambrosiaster , In Prima Cor 12, 3: PL 17, 258: “Al het ware, wie het ook zegt, is van de heilige Geest”. 51 Leo XIII, Encycliek Aeterni Patris (4 augustus 1879): ASS 11 (1878-79), 109. 52 Paulus VI, Apostolische Brief Lumen Ecclesiae (20 november 1974), nr. 8: AAS 66 (1974), 683. |
Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library |
Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License |