| Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library |
| Ioannes Paulus PP. II Fides et Ratio IntraText CT - Text |
|
|
|
67. De fundamentele theologie zal zich vanwege het karakter van deze theologische discipline, welker opgave de rekenschap over het geloof is (vgl. 1Petr 3, 15), moeten bekommeren om het rechtvaardigen en het verklaren van de relatie tussen het geloof en het filosofische denken. Reeds Vaticanum I had de Paulijnse leer (vgl. Rom 1, 19-20) opnieuw naar voren gebracht en er de aandacht op gevestigd, dat er waarheden zijn die langs natuurlijke weg kenbaar zijn. Daarom zijn zij het ook langs filosofische weg. En de aanvaarding van de openbaring van God veronderstelt noodzakelijkerwijs kennis van deze waarheden. Bij het bestuderen van de openbaring en haar geloofwaardigheid, begeleid door de overeenkomstige geloofsakt, zal de fundamentele theologie moeten laten zien dat in het licht van de kennis door het geloof enkele waarheden aan het licht komen die het verstand reeds op zijn zelfstandige zoektocht bereikt. De openbaring verleent aan deze waarheden hun volste betekenis doordat zij ze stuurt naar de rijkdom van het geopenbaarde geheim waarin ze hun uiteindelijke doel vinden. Men denke bijvoorbeeld aan de natuurlijke Godskennis, aan de mogelijkheid van het onderscheiden van de goddelijke openbaring van andere verschijnselen of aan de erkenning van haar geloofwaardigheid, aan het vermogen van de menselijke taal om uitdrukkelijk en naar waarheid ook te spreken van datgene dat boven iedere menselijke ervaring uitgaat. Door al deze waarheden wordt de geest ertoe gebracht, het bestaan van een werkelijk op het geloof voorbereidende weg te erkennen die kan uitlopen op het aanvaarden van de openbaring zonder de eigen beginselen en hun autonomie ook maar in het geringste aan te tasten. 90 Op gelijke wijze zal de fundamentele theologie moeten laten zien dat er een innerlijke verenigbaarheid bestaat tussen het geloof en zijn fundamentele eis om zich te presenteren door een verstand dat in staat is in volle vrijheid zijn toestemming te geven. Zo zal het geloof “aan een verstand dat oprecht naar de waarheid zoekt” volledig de weg kunnen wijzen. Op deze wijze kan het geloof als geschenk van God, ook als het niet op het verstand steunt, zeker niet daarvan afzien; tegelijkertijd blijkt het voor het verstand nodig om van het geloof gebruik te maken om de horizonten te ontdekken die het alleen niet zou kunnen bereiken”. 91
|
90 “Het onderzoek naar de voorwaarden waaronder de mens vanuit zichzelf de eerste fundamentele vragen stelt naar de zin van het leven, naar het doel dat hij eraan wil geven, en naar dat wat hem na de dood wacht, vormt voor de fundamentele theologie de noodzakelijke inleiding, opdat ook vandaag het geloof de rede bij haar oprechte zoeken naar de waarheid volledig de weg kan wijzen.” Johannes Paulus II, Brief aan de deelnemers aan het Internationale Congres voor Fundamentele Theologie bij de 125ste verjaardag van de publicatie van “Dei Filius” (30 september 1995), nr.4: L’Osservatore Romano, 3 oktober 1995, 8. 91 Ibid. |
Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library |
Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License |