| Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library |
| Ioannes Paulus PP. II Fides et Ratio IntraText CT - Text |
|
|
|
71. Omdat de culturen in nauwe verbinding staan met de mensen en hun geschiedenis, delen ze dezelfde dynamische krachten die het menselijk leven laat zien. Dientengevolge kan men veranderingen en vooruitgang constateren die voortkomen uit de onderlinge ontmoetingen van mensen en de uitwisseling van hun levenswijzen. Culturen worden gevoed door het delen van waarden, en hun levenskracht en bloei danken zij aan het vermogen, open te blijven voor de opname van het nieuwe. Welke verklaring is er voor deze dynamische krachten? Iedere mens is vervlochten met een cultuur, is ervan afhankelijk en beïnvloedt haar. Hij is tegelijk kind en vader van de cultuur waarin hij is ingebed. In elk van zijn uitingen draagt hij iets wat hem boven de schepping uittilt: zijn voortdurende openheid voor het mysterie en zijn onuitputtelijk verlangen naar kennis. Dientengevolge draagt iedere cultuur het merkteken van een spanning die op voltooiing is gericht, en laat het doorschijnen. Je kunt dus zeggen dat de cultuur de mogelijkheid in zich draagt om de goddelijke openbaring aan te nemen. De wijze waarop de christenen het geloof (be-)leven is ook doordrongen van de cultuur van hun omgeving en draagt er van haar kant toe bij, beetje bij beetje die cultuur te vormen. De christenen brengen in iedere cultuur de door God in de geschiedenis en in de cultuur van een volk geopenbaarde, onveranderlijke waarheid van God. Zo plant in de loop van de eeuwen de gebeurtenis zich steeds verder voort, getuigen waarvan de pelgrims waren op die Pinksterdag in Jeruzalem: “Zijn dat niet allemaal Gallileeërs, die hier spreken. Hoe kan ieder van ons hen dan in zijn moedertaal horen: Parthen, Meden en Elamieten, bewoners van Mesopotamië, Judea en Cappadocië, van Pontus en de provincie Asia, van Phrygië en Pamphylië, van Egypte en het gebied van Lybië naar Cyrene toe, ook de Romeinen die hier zijn, joden en proselieten, Kretenzers en Arabieren, we horen hen in onze talen Gods grote daden verkondigen” (Hand 2, 7-11). De verkondiging van het evangelie in de verschillende culturen vraagt van de afzonderlijke ontvangers vast te houden aan het geloof; ze belet de ontvangers echter niet, hun culturele eigenheid te bewaren. Dat brengt geen spanning, omdat het volk der gedoopten zich kenmerkt door een universaliteit die iedere cultuur kan opnemen, waardoor de verdere ontwikkeling van wat impliciet aanwezig is tot zijn volle ontplooiing in de waarheid wordt begunstigd. Dit betekent dat geen enkele cultuur ooit beoordelingscriterium kan worden, veel minder nog laatste waarheidscriterium met betrekking tot Gods openbaring. Het evangelie staat niet in tegenstelling tot deze of gene cultuur, alsof het in de ontmoeting daarmee haar zou willen ontzeggen wat haar toebehoort en haar dwingen uiterlijke vormen aan te nemen die niet bij haar passen. Integendeel, de verkondiging die de gelovige uitdraagt in de wereld en in de culturen, is een echte vorm van bevrijding van elke door de zonde ingevoerde wanorde en tegelijk een oproep tot de volle waarheid. Bij deze ontmoeting wordt de culturen niets ontzegd: ze worden zelfs aangemoedigd zich open te stellen voor het nieuwe dat de waarheid van het evangelie bevat, om daaruit aansporingen te ontvangen voor nieuwe ontwikkelingen.
|
Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library |
Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License |