Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Ioannes Paulus PP. II
Fides et Ratio

IntraText CT - Text

  • Hoofdstuk II Credo Ut Intellegam
    • “Verwerf u wijsheid, verwerf u inzicht” (Spr 4,5)
      • 22
Previous - Next

Click here to show the links to concordance

22. De heilige Paulus helpt ons in het eerste hoofdstuk van zijn brief aan de Romeinen de overweging van de wijsheidsboeken in hun diepte beter te waarderen. De apostel ontwikkelt een wijsgerige redenering in de taal van het volk en brengt daarmee een diepe waarheid tot uitdrukking: door de schepping kunnen de ‘ogen van de rede’ tot kennis van God komen. Want door de schepselen geeft Hij het verstand de intuïtie van zijn ‘macht’ en zijn ‘godheid’ (vgl. Rom 1,20). Het menselijk verstand krijgt dus het vermogen toegekend dat welhaast boven zijn natuurlijke grenzen uit schijnt te stijgen: niet alleen dat het vanaf het moment waarop het er kritisch over kan denken, niet meer verbannen is naar de zintuiglijke kennis; ook door het redeneren over de zintuiglijke waarnemingen kan het doordringen tot de oorzaak, die aan het begin van elke zintuiglijk waarneembare werkelijkheid staat. In wijsgerige vaktaal zouden we kunnen zeggen, dat in de belangrijke tekst het metafysische vermogen van de mens wordt bevestigd. De apostel is ervan overtuigd dat in het oorspronkelijke scheppingsplan het vermogen van de mens voorzien was om de wereld van de zintuigen gemakkelijk te overstijgen om tot de oorsprong van alles te geraken: de Schepper. Als gevolg van de ongehoorzaamheid, waardoor de mens volledig en absoluut onafhankelijk wilde worden van zijn Schepper, is dit gemakkelijke opstijgen naar de Schepper-God verloren gegaan. Het boek Genesis beschrijft aanschouwelijk deze toestand van de mens, wanneer het vertelt dat God hem in de hof van Eden plaatste, in welks midden “de boom van de kennis van goed en kwaad” stond (Gen 2,17). Het symbool is duidelijk: de mens was niet in staat om uit zichzelf te onderscheiden en te beslissen wat goed en wat kwaad was, maar moest zich beroepen op een hoger beginsel. Verblinding door trots verleidde onze stamouders tot de bedrieglijke gedachte dat ze soeverein en onafhankelijk waren en dat ze zonder de van God komende kennis konden. In hun oer-ongehoorzaamheid trokken ze iedere man en vrouw mee en brachten het verstand wonden toe, die van dan af de weg naar de volle waarheid zouden belemmeren. Het menselijke vermogen om de waarheid te kennen werd sindsdien belemmerd door de afwijzing van Hem die bron en oorsprong van de waarheid is. Weer is het de apostel die uiteenzet, hoe door de zonde de gedachten van de mens ‘ijdel’ geworden zijn en hoe hun overwegingen misvormd en verkeerd georiënteerd gebleken zijn (vgl. Rom 1,21-22).

De ogen van de rede waren nu niet meer in staat helder te zien: het verstand werd steeds meer de gevangene van zichzelf. De komst van Christus was de heilsgebeurtenis, die het verstand uit zijn zwakheid verloste en bevrijdde van de boeien waarin het zichzelf had gevangen.




Previous - Next

Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library

Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License