Ik groet
jullie allen allerhartelijkst, vrouwen van heel de wereld!
1. Ik schrijf deze brief tot
ieder van jullie als teken van solidariteit en dankbaarheid aan de vooravond
van de Vierde Wereldconferentie voor Vrouwen, die in september in Peking
gehouden zal worden.
Allereerst wil ik mijn diepe
waardering uitspreken voor de Verenigde Naties dat zij het initiatief hebben
genomen voor deze zeer betekenisvolle gebeurtenis. De Kerk verlangt op haar
beurt bij te dragen om de waardigheid, rol en rechten van vrouwen te
verdedigen, niet alleen door de specifieke inzet van de officiële
delegatie van de Heilige Stoel bij de Conferentie in Peking, maar ook door
direct tot hart en geest van iedere vrouw te spreken. Onlangs, toen mevrouw
Gertrude Mongella, de secretaris-generaal van de Conferentie, mij in
verband met de bijeenkomst in Peking een bezoek bracht, heb ik haar een
geschreven boodschap gegeven met een aantal fundamentele punten van de
kerkelijke leer aangaande vrouwenzaken. Die boodschap, los gezien van de
specifieke aanleiding, betrof een bredere visie op de situatie en de problemen
van vrouwen in het algemeen, in een poging om de zaak van vrouwen in de
Kerk en de wereld van vandaag te steunen. Om die reden heb ik haar iedere
bisschoppenconferentie laten toezenden, zodat zij zo wijd mogelijk verspreid
zou worden.
Ingaande op de thema’s die ik in
dat document heb genoemd, wil ik nu rechtstreeks tot iedere vrouw spreken,
om met haar na te denken over de problemen en verwachtingen van wat het
betekent om vrouw te zijn in deze tijd. In het bijzonder wil ik stilstaan bij
de essentiële kwestie van de waardigheid en rechten van
vrouwen, bezien in het licht van het Woord van God.
Deze ‘dialoog’ dient allereerst te
beginnen met een woord van dank. Zoals ik in mijn Apostolische Brief Mulieris
Dignitatem heb geschreven, wil de Kerk “de allerheiligste Drieëenheid
danken voor het ‘mysterie van de vrouw’ en voor iedere vrouw - voor wat de
eeuwige maat van haar vrouwelijke waardigheid vormt, voor ‘Gods grote daden’,
die in de geschiedenis van het mensengeslacht in en door haar tot stand
gebracht zijn” (nr. 31)
|