12. Jullie
zien dus, beminde zusters, dat de Kerk vele redenen heeft om te hopen dat de
komende VN-conferentie in Peking de volledige waarheid over de vrouw naar
buiten zal brengen. De nodige nadruk moet daarbij worden gelegd op het
‘vrouwelijke genie’, niet alleen door stil te staan bij grote en befaamde
vrouwen uit verleden of heden, maar ook al die gewone vrouwen die de
gave van hun vrouwelijkheid openbaren door zichzelf in hun dagelijks leven ten
dienste van anderen te stellen. Want door zichzelf iedere dag aan anderen te
geven, geven vrouwen gehoor aan hun diepste roeping. Misschien meer dan de man,
erkennen vrouwen de persoon, omdat zij personen bezien met hun hart. Zij
zien ze los van de verschillende ideologische of politieke systemen. Zij zien
anderen in hun grootheid en beperktheid; zij proberen toenadering te zoeken en te
helpen. Op deze manier wordt het fundamentele plan van de Schepper vlees en
bloed in de geschiedenis van de mensheid en voortdurend wordt, in de
variëteit aan roepingen de schoonheid onthuld - niet louter fysiek, maar
boven alles geestelijk - die God vanaf het begin aan ieder heeft geschonken, en
op een bijzondere wijze aan vrouwen.
Terwijl ik in mijn gebed het succes
van de belangrijke bijeenkomst in Peking bij de Heer zal aanbevelen, nodig ik de
kerkelijke gemeenschap uit om dit een jaar van hartgrondig dankgebed te
maken jegens de Schepper en Verlosser van de wereld voor deze gave van de
vrouwelijkheid die een grote schat is. In al zijn uitdrukkingen, is de
vrouwelijkheid deel van het essentiële erfdeel van de mensheid en van de
Kerk zelf.
Moge Maria, Koningin van de Liefde,
waken over de vrouwen en hun missie in dienst van de mensheid, de vrede en de
verbreiding van Gods Koninkrijk!
Met mijn zegen.
Vanuit het Vaticaan, 29 juni 1995,
op het Hoogfeest van de apostelen Petrus en Paulus.
Johannes Paulus PP II
|