Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
helen 1
helpen 11
helpt 4
hem 128
hemel 7
hemelen 1
hemelse 3
Frequency    [«  »]
136 wanneer
134 dit
129 menselijk
128 hem
127 dood
122 ik
118 kerk
Ioannes Paulus PP. II
Evangelium Vitae

IntraText - Concordances

hem

    Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 1,2 | dit belangrijkste goed van hem in de hoogste mate gerespecteerd 2 I, 1 | zijn broer Abel en doodde hem”(Gn 4,8): aan de wortel 3 I, 1,7 | onvergankelijk leven; en Hij heeft hem gemaakt tot een beeld van 4 I, 1,7 | broer aan en vermoordde hem”(Gn 4,8). ~Die eerste moord 5 I, 1,7 | begerig u te grijpen. Zult gij hem meester kunnen blijven?”~ 6 I, 1,7 | tegen zijn broer en doodde hem. ~Nu zei Jahwe tot Kaïn: “ 7 I, 1,7 | Maar Jahwe antwoordde hem: “Neen! Wie het ook is die 8 I, 1,7 | voorkomen dat ieder die hem ontmoette hem doden zou. 9 I, 1,7 | ieder die hem ontmoette hem doden zou. Daarna trok Kaïn 10 I, 1,8 | afbreekt. Hij waarschuwt hem, herinnert hem aan zijn 11 I, 1,8 | waarschuwt hem, herinnert hem aan zijn vrijheid tegenover 12 I, 1,8 | zich op zijn broer en doodt hem. In de Katechismus van de 13 I, 1,8 | boze, dat wil zeggen van hem diemoordenaar van begin 14 I, 1,8 | wreken. Tegenover God, die hem ondervraagt over het lot 15 I, 1,9 | en ook door de aarde, die hem haar vruchten weigert (vgl. 16 I, 1,9 | en onbestendigheid zullen hem altijd vergezellen. ~God 17 I, 1,9 | voorkomen dat ieder die hem ontmoette, hem doden zou”( 18 I, 1,9 | ieder die hem ontmoette, hem doden zou”(Gn 4,15). Hij 19 I, 1,9 | doden zou”(Gn 4,15). Hij gaf hem dus een teken, niet met 20 I, 1,9 | niet met de bedoeling om hem te veroordelen tot vervloeking 21 I, 1,9 | de andere mensen, maar om hem te beschermen en te verdedigen 22 I, 1,9 | verdedigen tegen degenen die hem misschien wilden doden om 23 I, 4,21 | vervloeking die God over hem uitspreekt, keert Kaïn zich 24 I, 4,21 | ver te moeten blijvenvan Hem. Als Kaïn in staat is te 25 I, 4,24 | stad kunnen bouwen zonder Hem, “liep hun denken op niets 26 I, 5,28 | stem te gehoorzamen en aan Hem gehecht te blijven, want 27 II, 1,29 | de apostel Thomas, en in hem aan iedere mens, met de 28 II, 1,30 | gericht op de Heer Jezus van Hem nog eensde woorden van 29 II, 2,31 | hernieuwd vertrouwen, om bij Hem effectieve hulp te vinden: “ 30 II, 2,31 | is het licht gegeven aan hem die in ellende is, en leven 31 II, 3,32 | verminderdis, horen zo van Hem het goede nieuws van Gods 32 II, 3,32 | zieken en uitgestotenen, die Hem volgen en Hem zoeken (vgl. 33 II, 3,32 | uitgestotenen, die Hem volgen en Hem zoeken (vgl.Mt 4,23-25) 34 II, 3,32 | stonden, want God was met Hem”(Hnd 10,38), dan is zij 35 II, 3,32 | gek. Het leven ontglipt hem, en hij zal het zeer spoedig 36 II, 3,33 | kruis. Daarom heeft God Hem hoog verheven en Hem de 37 II, 3,33 | God Hem hoog verheven en Hem de naam verleend die boven 38 II, 3,33 | kruis kan Hij dan ook tot Hem zeggen: “Vader, in uw handen 39 II, 4,34 | gebaseerd op de innige band die hem verenigt met zijn Schepper: 40 II, 4,34 | de mens en alles is aan hem onderworpen: “Bevolk de 41 II, 4,34 | nam de mens en plaatste hem in de tuin van Eden, om 42 II, 4,34 | de dingen; deze zijn aan hem onderworpen en toevertrouwd 43 II, 4,34 | onbederflijkheid en maakte hem naar het beeld van zijn 44 II, 4,35 | Wat is de mens dat Gij aan hem denkt, en de zoon van de 45 II, 4,35 | zoon van de mens dat gij hem aanziet?”, vraagt de Psalmist ( 46 II, 4,35 | zijn grootheid: “U hebt hem weinig minder gemaakt dan 47 II, 4,35 | gemaakt dan een god, en kroont hem met heerlijkheid en eer”( 48 II, 4,35 | gezicht van de mens. In hem vindt de Schepper zijn rust, 49 II, 4,35 | begiftigd met rede, in staat Hem na te volgen, om te trachten 50 II, 4,35 | genade. In deze gaven van Hem rust God uit, die gezegd 51 II, 4,35 | zal ik rusten, tenzij op hem die nederig is, gebroken 52 II, 5,37 | Het leven dat altijdin Hemwas, en dat ishet licht 53 II, 5,37 | zijn liefde: “Aan allen die Hem opnamen, die geloofden in 54 II, 5,37 | wil bereiken waarvoor God hem geschapen heeft: “Tenzij 55 II, 5,37 | Jezus en in gemeenschap met Hem komt, heeft eeuwig leven ( 56 II, 5,37 | kennen, de enige ware God, en Hem die U gezonden hebt, Jezus 57 II, 5,38 | zullen zijn, want wij zullen Hem zien zoals Hij is”(1 Joh 58 II, 5,38 | kennis van en liefde voor Hem. In het licht van deze waarheid 59 II, 5,38 | zichzelf toont, waar we Hem ontmoeten en waar wij in 60 II, 5,38 | waar wij in gemeenschap met Hem komen. Het leven dat Jezus 61 II, 6,40 | als iets dat niet van hem is, omdat het eigendom en 62 II, 6,41 | Tot de rijke jongeman die Hem vraagt: “Rabbi, wat voor 63 II, 6,41 | degene die verplicht is hem te beminnen (vgl.Mt 5,38- 64 II, 6,41 | Mt 5,38-48; Lc 6,27-35), hemgoed te doen”(vgl.Lc 6, 65 II, 7,42 | toevertrouwt, wanneer Hij hem roept als zijn levende beeld 66 II, 7,42 | van zijn Schepper: “U hebt hem heerschappij gegeven over 67 II, 7,43 | verantwoordelijkheid die hem gegeven is voor het menselijk 68 II, 7,43 | mens schiep, maakte Hij hem naar de gelijkenis met God. 69 II, 7,43 | vader van een zoon die op hem leek en zijn beeld was, 70 II, 7,43 | zijn beeld was, en noemde hem Seth”(Gn 5,1-3). Precies 71 II, 8,45 | hij zijn moeder ook met Hem36. ~ 72 II, 9,46 | 5), en hij aanvaardt van Hem ook het sterven: “Dit is 73 II, 9,46 | geloof te hernieuwen in Hem diealle ziekten geneest”( 74 II, 9,46 | doodsverlangen, maar doet hem hoopvol uitroepen: “Ik heb 75 II, 9,47 | de gelovige, vooral waar hem gevraagd wordt zijn leven 76 II, 9,47 | Meester en treedt hen die hem stenigen tegemoet met woorden 77 II, 11 | Ze zullen opzien naar Hem die zij doorstoken hebben”( 78 II, 11,50 | stilhouden met ieder van u om Hem die doorstoken is te beschouwen, 79 II, 11,50 | doorstoken is te beschouwen, Hem die alle mensen naar zich 80 II, 11,50 | middenin dit alles, toen hij Hemop deze wijze zag sterven”, 81 II, 11,50 | antwoordt de misdadiger die Hem vraagt om hem te gedenken 82 II, 11,50 | misdadiger die Hem vraagt om hem te gedenken in zijn koninkrijk: “ 83 II, 11,50 | wordt - door op te zien naar Hem die doorstoken is - de zekere 84 III, 1,52 | En zie, iemand kwam naar Hem toe en zei: “Meester, wat 85 III, 1,52 | aanhaalt voor de jongeman die Hem vraagt welke geboden hij 86 III, 1,52 | geschapen naar het beeld van Hem die het heelal bestuurt. 87 III, 2,53 | mens te misleiden voert hij hem naar zijn doelen van zonde 88 III, 2,54 | maken soms vereist dat men hem doodt. In dit geval wordt 89 III, 3,57 | provocatus kenmerken die hem bijzonder ernstig en verwerpelijk 90 III, 3,57 | omschrijft abortus omschrijft hem, samen met kinderdoding, 91 III, 3,57 | elementen beschouwt die hem kenmerken. Hier wordt een 92 III, 3,59 | over vrijwillige abortus en hem dus niet direct en specifiek 93 III, 3,59 | moederschoot aan God toe die hem zoekt en kent, die hem met 94 III, 3,59 | die hem zoekt en kent, die hem met zijn eigen handen modelleert 95 III, 3,59 | modelleert en vormt, die naar hem kijkt wanneer hij een nietig 96 III, 3,59 | vormloos embryo is en die in hem reeds de volwassene van 97 III, 3,60 | misdaad is, en moedigt zij hem die hem begaat aan om onverwijld 98 III, 3,60 | en moedigt zij hem die hem begaat aan om onverwijld 99 III, 4,62 | eisen dat de maatschappij hem de wegen en middelen garandeert 100 III, 4,64 | overlevering van de Kerk heeft hem altijd als ernstig kwade 101 III, 4,65 | Intuïtief geeft zijn hart hem het juiste oordeel, wanneer 102 III, 4,65 | het is de overwinning van Hem die, door zijn verlossende 103 III, 4,65 | zonde”(Rom 6,23), en die hem de Geest heeft gegeven, 104 III, 4,65 | met de dood in het door Hem gewilde en vastgestelde “ 105 III, 4,65 | in de Heer, volkomen op Hem lijken (vgl. Fil 3,10; 1Pe 106 III, 5,70 | bestaat juist om in dienst van hem te staan. Daaruit volgt 107 III, 5,71 | De kracht en de moed van hem die bereid is ook de gevangenis 108 IV, 1,76 | Apostelen ontvangen, die door Hem uitgezonden werden in de 109 IV, 1,77 | en door de doop deel van Hem geworden (vgl. Rom 6,4-5; 110 IV, 1,77 | die ook niet minder. Aan hem is het gebod van de Heer 111 IV, 2,78 | des levens”(1Joh 1,1). In Hemwerd het leven zichtbaar 112 IV, 2,79 | diepe verbondendenheid met Hem en ons opent voor de zekere 113 IV, 3,81 | 14). Het is de visie van hem die het leven in zijn diepte 114 IV, 3,81 | begrijpt. Het is de visie van hem, die zich niet aanmatigt 115 IV, 3,84 | het geschenk terug dat u Hem hebt gegeven. Want Hij heeft 116 IV, 3,84 | leven terug te geven dat u Hem als offer hebt aangeboden112. ~ 117 IV, 4 | geloof heeft, maar de werken hem ontbreken?”(Jak 2,14): het 118 IV, 4,85 | geloof heeft, maar de werken hem ontbreken? Kan soms het 119 IV, 4,85 | ontbreken? Kan soms het geloof hem redden? Wanneer een broeder 120 IV, 4,85 | meest behoeftig. Doordat wij hem die honger heeft, dorst 121 Slot, 0,100| geboren”(vgl.Js 9,6), om in Hemhet levente overwegen “ 122 Slot, 1,101| moederschap van Maria, die Hem ontving en droeg, die is “ 123 Slot, 1,101| bieden aan Christus: “In Hem was leven en het leven was 124 Slot, 1,101| afwijzing van Jezus en met Hem die van Maria samen, een 125 Slot, 1,101| zij offert Jezus, geeft Hem over, en brengt Hem eens 126 Slot, 1,101| geeft Hem over, en brengt Hem eens voor altijd ter wereld 127 Slot, 2,102| Zoon te redden van hen die Hem vrezen als een gevaarlijke 128 Slot, 3,103| verzekert de Kerk ons dat in Hem de krachten van de dood


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License