Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 2,4 | handelingen tegen de persoon uit te voeren en misvormt aldus
2 Inl, 2,4 | het verschijnsel van het uit de weg ruimen van zoveel
3 I | bloed van uw broer roept uit de grond tot mij~De huidige
4 I, 1,7 | bloed van uw broer roept uit de grond tot mij! Daarom
5 I, 1,7 | zijn mond heeft geopend om uit uw hand het bloed van uw
6 I, 1,7 | zou. Daarna trok Kaïn weg uit Jahwe”s nabijheid en vestigde
7 I, 1,8 | beminnen. Niet zoals Kaïn, die uit de boze was en die zijn
8 I, 2,10 | bloed van je broer roept uit de grond tot Mij!”(Gn 4,
9 I, 2,10 | bedreigingen komen voort uit de natuur zelf, maar worden
10 I, 2,11 | zoals duidelijk blijkt uit het feit dat men de neiging
11 I, 2,12 | zich moet verweren of die uit de weg geruimd moet worden.
12 I, 2,13 | wordt verworpen. Zeker: uit moreel oogpunt zijn contraceptie
13 I, 2,13 | dat zou kunnen vortkomen uit een seksuele ontmoeting
14 I, 2,14 | abortus voor te stellen en uit te voeren. De zogenaamde
15 I, 2,15 | lossen door het bij de wortel uit te roeien, door de dood
16 I, 2,15 | zelfs wanhoop, voortkomend uit een intens en langdurig
17 I, 2,16 | ieder mannelijk kind dat uit joodse vrouwen geboren werd,
18 I, 3,18 | ingaan komen soms voort uit moeilijke of zelfs tragische
19 I, 3,19 | Als het waar is dat het uit de weg ruimen van het leven
20 I, 4,24 | samenleving ziet er triest uit, zoals die mensheid, die
21 I, 4,24 | Romeinen. Die is samengesteld “uit mensen die door hun slechtheid
22 I, 4,24 | liep hun denken op niets uit”, zodat “hun geest die het
23 I, 4,24 | 1,22): ze voerden werken uit, die de dood verdienden,
24 I, 5,25 | Mt 26,28). ~Dit bloed dat uit de doorboorde zijde van
25 I, 5,25 | en zilver, zijt verlost uit het zinloze bestaan dat
26 I, 5,25 | vgl.Gn 1,17; 2,18-24). ~Uit dit bloed van Christus putten
27 I, 5,27 | aan God, door het te geven uit leven voor hun naaste, vooral
28 I, 5,28 | wanneer zij voortvloeit uit, gevormd is in en gevoed
29 II, 1,29 | van het menselijk leven; uit deze “bron”ontvangt hij
30 II, 1,29 | en glorievolle opstanding uit de doden en tenslotte door
31 II, 1,29 | ons is om ons te bevrijden uit de duisternis van zonde
32 II, 4,34 | de mens, ofschoon gevormd uit het stof van de aarde (vgl.
33 II, 4,35 | drukt dezelfde overtuiging uit. Dit oude verhaal spreekt
34 II, 4,35 | Heer God vormde de mens uit het stof van de grond en
35 II, 4,35 | deze gaven van Hem rust God uit, die gezegd heeft: “Op wie
36 II, 5,37 | God te worden, die niet uit bloed, noch uit de wil van
37 II, 5,37 | die niet uit bloed, noch uit de wil van het vlees, noch
38 II, 5,37 | wil van het vlees, noch uit de wil van de man, maar
39 II, 5,37 | de wil van de man, maar uit God geboren zijn”(Joh 1,
40 II, 5,37 | presenteert het geboren zijn uit God als een noodzakelijke
41 II, 6,39 | de mensheid”, roept Job uit (12,10). “De Heer brengt
42 II, 6,39 | God oefent deze macht niet uit op een willekeurige en dreigende
43 II, 6,39 | van de dood die voortkomen uit de zonde, bestrijdt: “God
44 II, 6,40 | 40. Uit de heiligheid van het leven
45 II, 6,40 | de Bergrede. Dat blijkt uit sommige aspecten van de
46 II, 7,43 | de Gezinnen schreef: “Als uit de echtelijke eenheid van
47 II, 7,43 | Gods tussenkomst, roept Eva uit: “Ik heb een man gekregen
48 II, 7,43 | Adam”drukt het als volgt uit: “Toen God de mens schiep,
49 II, 8,44 | wereld komt en wanneer het uit de tijd weggaat om zich
50 II, 8,44 | men gemakkelijk verklaren uit het feit dat zelfs maar
51 II, 8,44 | hij spreekt zijn geloof uit dat er een goddelijk plan
52 II, 8,44 | Bedenk dat U mij gevormd hebt uit klei; en zult U mij tot
53 II, 9,46 | Gij deed mij verrijzen uit de doden; of Gij mij hadt
54 II, 9,47 | melaatsen en drijft de duivels uit”(Mt 6,13;16,18). ~Zeker
55 II, 10,48 | onderhouden. Losgemaakt uit dit kader is het gebod gedoemd
56 II, 10,48 | van alles dat komt uit de mond van de Heer”(Dt
57 II, 11,50 | roept de Romeinse honderdman uit: “Waarlijk, deze man was
58 II, 11,50 | de bevrijding van de mens uit de diepste ziekte en in
59 II, 11,51 | vloeide er bloed en water uit”(Joh 19,34). ~Alles heeft
60 II, 11,51 | door het bloed en water die uit Christus”zijde vloeien -
61 II, 11,51 | naar ieder woord dat komt uit de mond van God. Zo zullen
62 III, 1,52 | als koning van de aarde uit te voeren(...) De mens werd
63 III, 1,52 | heerschappij over de wereld uit te oefenen, ontving hij
64 III, 1,52 | gehoorzaamheid (vgl.Ps 119), geboren uit en gekoesterd door het besef
65 III, 2,54 | zelfverdediging afwijzen uit gebrek aan liefde voor het
66 III, 2,54 | of voor zichzelf, alleen uit kracht van een heldhaftige
67 III, 3,57 | hun naam te noemen zonder uit te wijken naar gemakkelijke
68 III, 3,57 | puur egoïstische redenen of uit gemakzucht, maar vanuit
69 III, 3,58 | het hoofd zien die soms uit verdere familiekringen komt
70 III, 3,58 | staat zo belangrijk dat uit een oogpunt van morele plicht
71 III, 3,58(59)| geboorte; u bent het die mij uit mijn moeders schoot nam”(
72 III, 3,59 | zoals duidelijk blijkt uit de Verklaring die de Congregatie
73 III, 3,59 | zoals duidelijk blijkt uit de eerdergenoemde Didachè 62.
74 III, 3,60 | iedere rechtstreekse abortus uit, dwz iedere handeling die
75 III, 3,60 | Codex van de Canonieke Recht uit 1917 strafte abortus met
76 III, 4,63 | loopt men het risico daarop uit redelijke motieven: men
77 III, 4,64 | brengen om een handeling uit te voeren die zo radicaal
78 III, 4,64 | oefent die macht alleen uit volgens een plan van wijsheid
79 III, 4,65 | op werpt. Het verzoek dat uit het mensenhart opstijgt
80 III, 4,65 | draagt niet is ontstaan uit de loutere materie, verzet
81 III, 4,65 | is het geval wanneer het uit liefde en met liefde uit
82 III, 4,65 | uit liefde en met liefde uit vrijwillige overgave aan
83 III, 4,65 | vrijwillige overgave aan God en uit vrije persoonlijke beslissing
84 III, 5,69 | opnieuw te ontdekken, die uit de waarheid van het menszijn
85 III, 5,70 | Kerk. Dit blijkt nog eens uit Johannes XXIII”s encycliek: “
86 III, 5,71 | vroedvrouwen vreesden God”(ibid.). Uit de gehoorzaamheid jegens
87 III, 5,72 | om dergelijke handelingen uit te voeren, niet slechts
88 III, 5,72 | gedwongen zijn een handeling uit te voeren die met zijn waardigheid
89 IV, 1,76 | De Kerk, die ontstond uit deze evangeliserende activiteit
90 IV, 1,77 | 2,12), zoals takken die uit de ene stam levenssap en
91 IV, 1,77 | maar een plicht die onstaat uit het besef “een volk”te zijn “
92 IV, 2,79 | laten zien die voortkomen uit dit Evangelie, en die men
93 IV, 3,81 | bevorderen 107. Deze ontstaat uit het geloof in de God van
94 IV, 3,82 | levensbeweging komen voort uit dit Leven dat alle leven
95 IV, 3,82 | overweldigende vreugde roepen wij uit: “Ik prijs U, dat U mij
96 IV, 3,82 | geschenk ontvangen leven uit te drukken en om het Evangelie
97 IV, 3,84 | van alledag, die bestaat uit kleine en grote gebaren
98 IV, 4,85 | een uitdaging die voorkomt uit het “geloof dat in de liefde
99 IV, 4,88 | indien nodig, nieuwe wegen uit te zetten waar de noden
100 IV, 4,88 | aanvallen tegen het leven moeten uit de weg geruimd worden, vooral
101 IV, 5,90 | verantwoordelijkheid komt voort uit zijn eigen aard als een
102 IV, 5,90 | gebaseerd op het huwelijk, en uit zijn zending om “liefde
103 IV, 5,90 | beiden, een geschenk dat uit hen voortkomt”120. ~Vooral
104 IV, 6,97 | waardigheid die voorkomt uit het feit dat hij een persoon
105 IV, 6,97 | hij een persoon is en niet uit andere overwegingen, zoals
106 IV, 6,98 | en Minnaar van het leven, uit iedere christelijke gemeenschap,
107 IV, 6,98 | christelijke gemeenschap, uit iedere groep en vereniging,
108 IV, 6,98 | iedere groep en vereniging, uit ieder gezin en uit het hart
109 IV, 6,98 | vereniging, uit ieder gezin en uit het hart van iedere gelovige.
110 IV, 6,98 | vasten opdat de kracht die uit de Hoge komt de muren van
111 Slot, 0,100 | waarop zij geroepen is dat uit te drukken. Tegelijkertijd
112 Slot, 1,101 | en Maria blijkt duidelijk uit het “grote teken”dat beschreven
113 Slot, 1,101 | ontving en droeg, die is “God uit God”, “ware God uit de ware
114 Slot, 1,101 | God uit God”, “ware God uit de ware God”. Maria is waarlijk
115 Slot, 3,103 | zieken die gedood worden uit onverschilligheid ~of uit
116 Slot, 3,103 | uit onverschilligheid ~of uit zogenaamd medelijden. ~Geef
|