Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 0,1 | mededeling: “Ik verkondig u een grote vreugde die bestemd
2 Inl, 0,1 | heel het volk: heden is u in de stad van David een
3 I, 1,7 | belager aan uw deur, begerig u te grijpen. Zult gij hem
4 I, 1,7 | grond, en ik zal ver van U moeten blijven. Ik zal een
5 I, 1,8 | Zijn hevige begeerte is op u gericht, maar u moet die
6 I, 1,8 | begeerte is op u gericht, maar u moet die meester blijven!”(
7 I, 1,8 | is dus de boodschap die u vanaf het begin gehoord
8 I, 3,20 | Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: ieder die zonde bedrijft
9 I, 4 | Ik zal ver van U moeten blijven”(Gn 4,14):
10 I, 4,21 | grond; en ik zal ver van U moeten blijven; ik zal een
11 I, 4,21 | begaan heb mij aan; tegen U, U alleen was mijn zonde;
12 I, 4,21 | begaan heb mij aan; tegen U, U alleen was mijn zonde; Gij
13 I, 5,28 | duidelijk: “Zie, ik houd u leven en geluk voor, maar
14 I, 5,28 | leven en dood houd ik u voor, zegen en vervloeking;
15 I, 5,28 | van de Heer uw God, die ik u heden geef, door de Heer
16 I, 5,28 | want dat betekent voor u leven en lengte van dagen”(
17 II, 1,30 | ervan en maken het ook aan u bekend, opdat gij gemeenschap
18 II, 2,31 | hulp te vinden: “Ik heb u gevormd, u bent mijn dienaar;
19 II, 2,31 | vinden: “Ik heb u gevormd, u bent mijn dienaar; o Israël,
20 II, 2,31 | mijn dienaar; o Israël, u zult door Mij niet vergeten
21 II, 2,31 | aanbidding: “Ik weet dat U alles kunt en dat voor u
22 II, 2,31 | U alles kunt en dat voor u niets onmogelijk is”(Job
23 II, 4,35 | Sint Augustinus uitsprak: “U hebt ons gemaakt voor Uzelf,
24 II, 4,35 | onrustig totdat het rust in U”25. ~Vol betekenis is de
25 II, 4,35 | contrast zijn grootheid: “U hebt hem weinig minder gemaakt
26 II, 5,37 | naar wie zouden wij gaan? U hebt woorden van eeuwig
27 II, 5,37 | hebben geloofd en erkend dat U de Heilige van God bent”(
28 II, 5,37 | het eeuwige leven: dat zij U kennen, de enige ware God,
29 II, 5,37 | enige ware God, en Hem die U gezonden hebt, Jezus Christus”(
30 II, 6,41 | het gerecht. Maar ik zeg u, dat alwie vertoornd is
31 II, 6,41 | liefde van God: “Maar Ik zeg u: bemint uw vijanden en bidt
32 II, 6,41 | vijanden en bidt voor wie u vervolgen, opdat u kinderen
33 II, 6,41 | voor wie u vervolgen, opdat u kinderen bent van uw hemelse
34 II, 7 | vruchtbaar en vermenigvuldigt u, bevolkt de aarde en onderwerpt
35 II, 7,42 | vruchtbaar en vermenigvuldigt u en bevolkt de aarde en onderwerpt
36 II, 7,42 | in uw wijsheid hebt U de mens toegerust om te
37 II, 7,42 | heersen over de schepselen die U gemaakt hebt, om de wereld
38 II, 7,42 | eer van zijn Schepper: “U hebt hem heerschappij gegeven
39 II, 7,42 | de werken van uw handen; u hebt alles onder zijn voeten
40 II, 7,43 | vruchtbaar en vermenigvuldigt u”(Gn 1,28) 30. ~Door te spreken
41 II, 8,44 | en tel de sterren, als u dat kunt(...)zo zal uw nageslacht
42 II, 8,44 | plan is voor zijn leven: “U hebt mij gevormd en gemaakt;
43 II, 8,44 | gevormd en gemaakt; zult U zich dan afwenden en mij
44 II, 8,44 | vernietigen? Bedenk dat U mij gevormd hebt uit klei;
45 II, 8,44 | gevormd hebt uit klei; en zult U mij tot stof doen weerkeren?
46 II, 8,44 | stof doen weerkeren? Hebt U mij niet gezeefd als melk
47 II, 8,44 | doen stremmen als kaas? U hebt me bekleed met huid
48 II, 8,44 | botten en spieren ineengezet. U hebt me het leven gegund,
49 II, 9,46 | zijn gebed is integendeel: “U, o Heer, bent mij hoop,
50 II, 9,46 | heb, Heer, mijn God, tot U in nood geroepen: Gij hebt
51 II, 10,48 | als de levensweg: “Ik houd u vandaag het leven en het
52 II, 10,48 | dood en het ongeluk. Als u luistert naar de geboden
53 II, 10,48 | de Heer, uw God, die ik u heden geeft, als u de Heer
54 II, 10,48 | die ik u heden geeft, als u de Heer uw God bemint, zijn
55 II, 10,48 | en bepalingen, dan zult u leven en talrijk worden
56 II, 10,48 | worden en zal de Heer uw God u zegenen in het land dat
57 II, 10,48 | zegenen in het land dat u in bezit gaat nemen”(Dt
58 II, 10,49 | zuivert en vernieuwt: “Ik zal u met zuiver water besprenkelen
59 II, 10,49 | van al uw afgoderij zal ik u reinigen. Een nieuw hart
60 II, 10,49 | reinigen. Een nieuw hart zal Ik u geven en een nieuwe geest
61 II, 10,49 | geven en een nieuwe geest in u uitstorten”(Ez 36,25-26;
62 II, 11,50 | stilhouden met ieder van u om Hem die doorstoken is
63 II, 11,50 | koninkrijk: “Voorwaar, Ik zeg u, heden zult ge met Mij zijn
64 II, 11,51 | hiertoe in staat zijn omdat U, o Heer, ons het voorbeeld
65 II, 11,51 | als wij iedere dag, met U en als U, gehoorzaam zijn
66 II, 11,51 | iedere dag, met U en als U, gehoorzaam zijn aan de
67 III, 2,54 | haat is een moordenaar, en u weet dat geen moordenaar
68 III, 3,58(59)| kwam tot mij: “Voordat ik u in de moederschoot vormde,
69 III, 3,58(59)| moederschoot vormde, kende ik u, en voordat ge geboren werd,
70 III, 3,58(59)| geboren werd, bestemde ik u voor Mij; als profeet voor
71 III, 3,58(59)| profeet voor de volken heb ik u aangewezen””(1,4-5). Van
72 III, 3,58(59)| toe met deze woorden: “Op U heb ik gesteund vanaf mijn
73 III, 3,58(59)| gesteund vanaf mijn geboorte; u bent het die mij uit mijn
74 III, 4,65 | in het lijden dat ik voor u verdraag. Voor het lichaam
75 IV, 1 | U bent echter een volk dat
76 IV, 2 | verkondigen wij ook aan u”(1Joh 1,3): het Evangelie
77 IV, 2,78 | dat verkondigen wij ook u, opdat ook u gemeenschap
78 IV, 2,78 | verkondigen wij ook u, opdat ook u gemeenschap met ons hebt”(
79 IV, 2,78 | verkondigen wij ook aan u, opdat ook u gemeenschap
80 IV, 2,78 | wij ook aan u, opdat ook u gemeenschap hebt met ons”(
81 IV, 3 | Ik prijs u, dat u mij zo wonderbaar
82 IV, 3 | Ik prijs u, dat u mij zo wonderbaar gevormd
83 IV, 3,82 | roepen wij uit: “Ik prijs U, dat U mij zo wonderbaar
84 IV, 3,82 | wij uit: “Ik prijs U, dat U mij zo wonderbaar gevormd
85 IV, 3,84 | vandaag (...) Wij danken u, heldhaftige moeders, voor
86 IV, 3,84 | onoverwinnelijke liefde! Wij danken u voor uw onverschrokken vertrouwen
87 IV, 3,84 | zijn liefde. Wij danken u voor het offer van uw leven(...)
88 IV, 3,84 | Paasmysterie geeft Christus u het geschenk terug dat u
89 IV, 3,84 | u het geschenk terug dat u Hem hebt gegeven. Want Hij
90 IV, 3,84 | Want Hij heeft de macht u het leven terug te geven
91 IV, 3,84 | leven terug te geven dat u Hem als offer hebt aangeboden”112. ~
92 IV, 4,85 | dagelijkse brood en één van u tot hen zegt: “Gaat in vrede,
93 IV, 4,85 | vrede, warmt en verzadigt u!”, maar u geeft hen niet
94 IV, 4,85 | warmt en verzadigt u!”, maar u geeft hen niet wat zij nodig
95 IV, 6,97 | mensen met het leven”133. U bent geroepen om te getuigen
96 IV, 6,97 | van het moederschap maakt u ten sterkste bewust van
97 IV, 6,97 | tegelijkertijd een bijzondere taak op u: “Het moederschap betekent
98 IV, 6,97 | ten diepste verkeerd. Laat u echter niet door moedeloosheid
99 IV, 6,97 | eerlijk onder ogen. Als u dat nog niet gedaan hebt,
100 IV, 6,97 | nog niet gedaan hebt, stel u dan nederig en vertrouwvol
101 IV, 6,97 | barmhartigheid wacht op u, om u in het sacrament van
102 IV, 6,97 | barmhartigheid wacht op u, om u in het sacrament van de
103 IV, 6,97 | en vrede aan te bieden. U zult merken dat er niets
104 IV, 6,97 | er niets verloren is, en u zult ook uw kind om vergeving
105 IV, 6,97 | raad van andere mensen zult u, met uw doorleefde getuigenis,
106 IV, 6,97 | hebben aan nabijheid, zult u scheppers zijn van een nieuwe
107 Slot, 2,102 | 18,5); “Voorwaar, Ik zeg u, wat u gedaan hebt voor
108 Slot, 2,102 | Voorwaar, Ik zeg u, wat u gedaan hebt voor een dezer
109 Slot, 2,102 | van mijn broeders, hebt u voor Mij gedaan”(Mt 25,40). ~
110 Slot, 3,103 | Moeder van de levenden, ~U vertrouwen wij de zaak van
|