Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 1,2 | heilige werkelijkheid die aan ons is toevertrouwd opdat wij
2 I, 2,17 | 17. De mensheid biedt ons vandaag een werkelijk alarmerend
3 I, 3,19 | broeders hoeder”, omdat God ons aan elkaar toevertrouwt.
4 I, 4,21 | cultuur van de dood”kunnen we ons niet beperken tot de perverse
5 I, 5,25 | de brief aan de Hebreeën ons in herinnering brengt, roept
6 I, 5,25 | apostel Petrus herinnert ons hieraan: “Gij weet dat gij
7 I, 5,25 | En Sint Paulus verzekert ons dat de tegenwoordige overwinning
8 I, 5,27 | mensen, verzekert het geloof ons dat de Vader, “die in het
9 I, 5,28 | licht en schaduw moet er ons allen volledig bewust van
10 I, 5,28 | het leven”. ~Wij bevinden ons niet alleen “tegenover”,
11 I, 5,28 | voor het leven. ~Ook voor ons klinkt de uitnodiging van
12 I, 5,28 | uitnodiging geldt ook voor ons, aangezien wij dagelijks
13 I, 5,28 | dieper, want hij dwingt ons een keuze te maken die eigenlijk
14 I, 5,28 | zedelijk is. Het gaat erom aan ons eigen bestaan een fundamentele
15 I, 5,28 | in Christus. Niets helpt ons zozeer om het conflict tussen
16 I, 5,28 | die mens werd en onder ons woonde “opdat zij het leven
17 II, 1,29 | openbaring namelijk, dat God met ons is om ons te bevrijden uit
18 II, 1,29 | namelijk, dat God met ons is om ons te bevrijden uit de duisternis
19 II, 1,29 | duisternis van zonde en dood en ons op te wekken tot het eeuwige
20 II, 1,30 | meditatie over wat de openbaring ons zegt over het menselijk
21 II, 1,30 | Vader was, heeft zich aan ons geopenbaard, wij hebben
22 II, 1,30 | gemeenschap moogt hebben met ons”. (1,1-3). ~In Jezus, het “
23 II, 1,30 | verkondiging en gave verwerft ons lichamelijke en geestelijke
24 II, 1,30 | ervaring en zijn verstand ons vertellen over de waarde
25 II, 3,33 | rijk was, werd hij voor ons arm, opdat gij door zijn
26 II, 4,34 | Schepper te te creëren: “Laat ons de mens maken naar ons beeld
27 II, 4,34 | Laat ons de mens maken naar ons beeld en onze gelijkenis”(
28 II, 4,35 | Augustinus uitsprak: “U hebt ons gemaakt voor Uzelf, o Heer,
29 II, 4,35 | gemaakt voor Uzelf, o Heer, en ons hart is onrustig totdat
30 II, 5,38 | onuitsprekelijke waarheid die tot ons komt van God in Christus,
31 II, 5,38 | Zie, welke liefde de Vader ons gegeven heeft! Wij worden
32 II, 5,38 | enkel opzicht de waarde van ons bestaan in de tijd; het
33 II, 6,40 | het positieve gebod, dat ons verplicht om verantwoordelijk
34 II, 7,43 | Het is Christus zelf die ons hieraan herinnert wanneer
35 II, 10,49 | waarde van het leven die tot ons komt door de figuur van
36 II, 11,50 | Vandaag de dag bevinden we ons ook middenin een dramatische
37 II, 11,51 | de Geest”, waardoor Hij ons van de dood vrijkoopt en
38 II, 11,51 | beschouwing van het Kruis brengt ons zo tot het hart van alles
39 II, 11,51 | 13). En Hij stierf voor ons terwijl wij nog zondaars
40 II, 11,51 | tegelijkertijd dwingt zij ons om Christus na te volgen
41 II, 11,51 | wij worden uitgenodigd om ons leven te geven voor onze
42 II, 11,51 | betekenis en bestemming van ons bestaan te realiseren. ~
43 II, 11,51 | staat zijn omdat U, o Heer, ons het voorbeeld hebt gegeven
44 II, 11,51 | voorbeeld hebt gegeven en ons de kracht van uw Geest hebt
45 III, 3,61 | leiden wanneer zij door ons opgenomen en bemind worden,
46 III, 4,65 | en echt medelijden, die ons gezamenlijk menszijn voorschrijft
47 III, 4,65 | vervliegt. Zoals Vaticanum II ons in overweging geeft: “In
48 III, 4,65 | toestand omarmt: “Niemand van ons leeft voor zichzelf en niemand
49 III, 6,73 | De geboden van God leren ons de weg van het leven. De
50 III, 6,74 | weg in ware vrijheid, die ons ertoe brengt het leven actief
51 III, 6,74 | tegenover de mensen die zich aan ons toevertrouwd hebben en brengen
52 III, 6,75 | Hij heeft zijn leven voor ons gegeven; zo moeten ook wij
53 III, 6,75 | maatschappij. ~Er wordt ons gevraagd om het leven van
54 IV, 1,76 | zijn en zo presenteren wij ons aan iedereen. ~
55 IV, 1,77 | van het leven omdat God ons, in zijn onvoorwaardelijke
56 IV, 1,77 | worden wij uitgenodigd om ons ook zo te gedragen. ~Wij
57 IV, 1,77 | het leven te staan is voor ons geen grootspraak maar een
58 IV, 1,77 | 2,9). Op onze weg leidt ons en draagt ons de wet van
59 IV, 1,77 | weg leidt ons en draagt ons de wet van de liefde: het
60 IV, 1,77 | het in de liturgie en in ons hele bestaan te vieren,
61 IV, 2,78 | opdat ook u gemeenschap met ons hebt”(1Joh 1,1.3). Jezus
62 IV, 2,78 | bij de Vader was en aan ons geopenbaard werd”(ibid.).
63 IV, 2,78 | waardigheid van de mens spoort ons aan om deze boodschap te
64 IV, 2,78 | ook u gemeenschap hebt met ons”(1Joh 1,3). We moeten het
65 IV, 2,79 | levende en nabije God, die ons roept tot een diepe verbondendenheid
66 IV, 2,79 | verbondendenheid met Hem en ons opent voor de zekere hoop
67 IV, 2,80 | Timoteus richt, ook tot ons gericht is: “Verkondig het
68 IV, 2,80 | waarheid. Zij moet vooral bij ons bisschoppen weerklank vinden:
69 IV, 2,80 | bisschoppen weerklank vinden: van ons wordt als eersten gevraagd
70 IV, 2,80 | van het leven te zijn. Aan ons is ook de opgave toevertrouwd
71 IV, 2,80 | tweeduidigheid afwijzen die ons gelijk zou maken aan de
72 IV, 2,80 | met de kracht die tot ons komt van Christus, die door
73 IV, 3,81 | Het is tijd voor ieder van ons om deze visie over te nemen
74 IV, 3,81 | te eren, zoals Paulus VI ons uitnodigde te doen in een
75 IV, 3,82 | moeten, dan verandert het ons vanwege zijn overvloedige
76 IV, 3,82 | voor de mens en roept het ons naar zich terug. Niet alleen
77 IV, 3,82 | alleen dat: het belooft ons, om ons, zielen en lichamen,
78 IV, 3,82 | dat: het belooft ons, om ons, zielen en lichamen, in
79 IV, 3,82 | zegenen, zoals de Psalmist, in ons dagelijks gebed, als enkelingen
80 IV, 3,82 | gemeenschap, God onze Vader, die ons vormde in de moederschoot
81 IV, 3,82 | in de moederschoot en die ons zag en beminde toen we nog
82 IV, 3,82 | en zijn leven verschijnen ons niet alleen als een van
83 IV, 3,82 | uitdrukking te brengen en ons helpen om deze momenten
84 IV, 3,84 | lof en dank aan God die ons deze gave heeft geschonken.
85 IV, 4,85 | werkzaam is”(Gal 5,6), zoals ons de Jakobusbrief vermaant: “
86 IV, 4,85 | naastenliefde moet een houding ons bezielen en kenmerken: wij
87 IV, 4,85 | een persoon voor wie God ons verantwoordelijk heeft gemaakt.
88 IV, 4,85 | Jezus worden wij geroepen ons tot naasten van iedere mens
89 IV, 4,85 | 25,40). Daarom moeten wij ons aangesproken voelen en beoordeeld
90 IV, 4,89 | ingewikkelde taak. Ze schijnt ons steeds meer een waardevol
91 IV, 4,89 | moeilijke uitdaging voor ons: alleen eendrachtige samenwerking
92 IV, 6,96 | concurrenten waartegen we ons moeten verdedigen, maar
93 IV, 6,96 | zichzelf, en zij verrijken ons door hun aanwezigheid. ~
94 IV, 6,98 | liefde”. Maar we weten dat we ons kunnen verlaten op de hulp
95 IV, 6,98 | gelovige. Jezus zelf heeft ons door zijn eigen voorbeeld
96 IV, 6,98 | uitgedreven (vgl.Mc 9,29). Laat ons daarom opnieuw de nederigheid
97 IV, 7,99 | Evangelie van het leven is ons gegeven als een goed dat
98 IV, 7,99 | mensen: opdat alle mensen met ons in gemeenschap zullen zijn
99 IV, 7,99 | noodzakelijkerwijze iedereen betreft. ~Ons handelen “als volk van het
100 Slot, 0,100| Heer Jezus, het “Kind voor ons geboren”(vgl.Js 9,6), om
101 Slot, 1,101| het Boek van de Openbaring ons - “was zwanger”(12,2). De
102 Slot, 1,101| voor altijd ter wereld voor ons. Het “ja”, gesproken op
103 Slot, 2,102| omdat - zoals het Concilie ons nog eens laat zien - “de
104 Slot, 2,102| treedt Hij in gemeenschap met ons, zodat de afwijzing van
105 Slot, 2,102| veeleisende waarheid die Christus ons openbaart en die zijn Kerk
106 Slot, 3,103| tegen de dood. Doordat zij ons de Zoon laat zien, verzekert
107 Slot, 3,103| zien, verzekert de Kerk ons dat in Hem de krachten van
108 Slot, 3,103| kijken wij naar Haar die voor ons “een teken van zeker hoop
|