Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 0,1 | 1. HET EVANGELIE VAN HET LEVEN
2 Inl, 1,2 | bereiken in de eeuwigheid (vgl.1 Joh 3,1-2). Tegelijkertijd
3 Inl, 1,2 | eeuwigheid (vgl.1 Joh 3,1-2). Tegelijkertijd onderstreept
4 Inl, 2,3 | is mens geworden (vgl.Joh 1,14), toevertrouwd aan de
5 Inl, 3,5(6) | 1991): Insegnamenti XIV,1 (1991), 1293-1296. ~
6 Inl, 3,6(9) | encycliek Centesimus annus (1 mei 1991), 39: AAS 83 (1991),
7 I, 1,7 | door diens aanhangers”(W 1,13-14;2,23-24). ~Het Evangelie
8 I, 1,7 | van de duivel (vgl.Gn 3,1&4-5) en vanwege de zonde
9 I, 2,16 | moest worden gedood (vgl.Ex 1,7-22). Vandaag treden heel
10 I, 4,23 | en ongepast gedrag”(Rom 1,28). De waarden van het
11 I, 4,24 | de waarheid onderdrukken”(1,18): nadat zij God hebben
12 I, 4,24 | verwierp werd verduisterd”(1,21); “terwijl zij beweerden
13 I, 4,24 | waren, werden zij dwazen”(1,22): ze voerden werken uit,
14 I, 4,24 | ze ook toe bij anderen”(1,32). Wanneer het geweten,
15 I, 5,25 | zonder vlek of gebrek”(1Pe 1,18-19). Juist door de beschouwing
16 I, 5,25 | wegschenkende liefde (vgl.Joh 13,1), leert de gelovige de bijna
17 I, 5,25 | volheid te brengen (vgl.Gn 1,17; 2,18-24). ~Uit dit bloed
18 II, 1 | en wij hebben het gezien”(1 Joh 1,2): met onze blik
19 II, 1 | hebben het gezien”(1 Joh 1,2): met onze blik gericht
20 II, 1,29 | het Woord des levens”(1 Joh 1,1). Het Evangelie
21 II, 1,29 | Woord des levens”(1 Joh 1,1). Het Evangelie van het
22 II, 1,29 | Woord des levens”(1 Joh 1,1). Het Evangelie van het
23 II, 1,30 | moogt hebben met ons”. (1,1-3). ~In Jezus, het “Woord
24 II, 1,30 | moogt hebben met ons”. (1,1-3). ~In Jezus, het “Woord
25 II, 2,31 | pasgeboren jongens hing (vgl.Ex 1,15-22), openbaarde de Heer
26 II, 3,32 | profeet Jesaja (35,5-6; 61,1), stelt Jezus de betekenis
27 II, 3,33 | vreugdevolle “ja”(vgl.Lc 1,38). Maar er is ook, vanaf
28 II, 4,34 | zijn heerlijkheid (vgl.Gn 1,26-27; Ps 8,6). Dit is wat
29 II, 4,34 | over (...) al wat leeft”(1,28); dit is Gods bevel aan
30 II, 4,34 | beeld en onze gelijkenis”(Gn 1,26). Het leven dat God de
31 II, 4,35 | voor mijn woord?”(Js 66,1-2). Ik dank de Heer onze
32 II, 4,35(25) | Belijdenissen, I, 1: CCL 27, 1. ~
33 II, 4,35(25) | Belijdenissen, I, 1: CCL 27, 1. ~
34 II, 4,36 | liever dan de Schepper”(Rom 1,25). Als gevolg daarvan
35 II, 4,36 | de onzichtbare God”(Kol 1,15), “Hij weerspiegelt de
36 II, 4,36 | evenbeeld van zijn wezen”(Heb 1,3). Hij is het volmaakte
37 II, 4,36 | een levendmakende Geest”(1 Kor 15,45). ~Allen die zich
38 II, 5,37 | licht van de mensen”(Joh 1,4), bestaat in het verwekt
39 II, 5,37 | uit God geboren zijn”(Joh 1,12-13). ~Soms verwijst Jezus
40 II, 5,38 | zullen Hem zien zoals Hij is”(1 Joh 3,1-2). ~Hier bereikt
41 II, 5,38 | zien zoals Hij is”(1 Joh 3,1-2). ~Hier bereikt de christelijke
42 II, 6,39 | opdat zij zouden bestaan”(W 1,13-14). ~
43 II, 7 | aarde en onderwerpt haar”(Gn 1,28): de verantwoordelijkheid
44 II, 7,42 | beweegt op de aarde””(Gn 1, 28). ~De bijbelse tekst
45 II, 7,42 | heiligheid en gerechtigheid”(W 9,1.2-3). Ook de Psalmist verheerlijkt
46 II, 7,42(28) | encycliek Centesimus annus (1 mei 1991), 38: AAS 83 (1991),
47 II, 7,43 | en vermenigvuldigt u”(Gn 1,28) 30. ~Door te spreken
48 II, 7,43 | de hulp van de Heer”(Gn 4,1). Daarom wordt bij de voortplanting,
49 II, 7,43 | en noemde hem Seth”(Gn 5,1-3). Precies in hun rol van
50 II, 7,43(34) | Homelieën, II, 1; CCSG 3,39. ~
51 II, 8,44 | wijdde Ik je aan Mij toe”(Jr 1,5): het leven van ieder
52 II, 8,45 | schande weg te nemen”(Lc 1,25). Meer nog wordt de waarde
53 II, 9,47 | helen (vgl.Lc 4,18; Js 61,1). Later, wanneer Hij zijn
54 II, 10 | houden zullen leven”(Bar 4,1): van de wet van de Sinaï
55 II, 10,48 | verzaken zullen sterven”(Bar 4,1). ~
56 II, 11,51 | hen tot het einde”(Joh 13,1), door zich helemaal voor
57 III, 1,52 | lagere schepselen (vgl.Gn 1,28), is de mens heer en
58 III, 2,53 | beeld en gelijkenis (vgl.Gn 1, 26-28). Het menselijk leven
59 III, 2,53 | dood van de levenden (vgl.W 1,13). Alleen Satan heeft
60 III, 2,54(42)| Didachè, I, 1; II, 1-2; V, 1 en 3: Patres
61 III, 2,54(42)| Didachè, I, 1; II, 1-2; V, 1 en 3: Patres Apostolici,
62 III, 2,54(42)| Didachè, I, 1; II, 1-2; V, 1 en 3: Patres Apostolici,
63 III, 2,54(45)| moralis, l. III, tr. 4, c. 1, dub. 3. ~
64 III, 3,58(57)| vitae (22 februari 1987), I, 1: AAS 80 (1988), 78-79. ~
65 III, 3,58(59)| volken heb ik u aangewezen””(1,4-5). Van zijn kant spreekt
66 III, 3,58(59)| schoot van hun moeders (vgl. 1,39-45) - hoe zelfs voor
67 III, 3,59 | staat opgetekend (vgl.Ps 139,1; 1,13-16). Reeds daar, nog
68 III, 3,59 | opgetekend (vgl.Ps 139,1; 1,13-16). Reeds daar, nog
69 III, 3,60(68)| Vgl. Can. 2350, § 1. ~
70 III, 4,63(80)| Internationaal College van Chirurgen (1 juni 1972): AAS 64 (1972),
71 III, 4,65 | aanvaarden (vgl. Joh 13,1), die alleen kan zeggen
72 III, 4,65 | Christus nog ontbreekt”(Kol 1,24). ~
73 III, 4,65(87)| encycliek Centesimus annus (1 mei 1991), 46: AAS 83 (1991),
74 III, 5,69(93)| Pinkster-radioboodschap 1941 (1 juni 1941): AAS 33 (1941),
75 III, 5,71 | gezag ingeprent (vgl. Rom 1-7; 1Pe 2,13-14), maar tegelijkertijd
76 III, 5,71 | de kinderen in leven”(Ex 1,17). Belangrijk is echter
77 IV, 1,76 | grenzen van de aarde”(Hnd 1,8) te verkondigen. Nederig
78 IV, 1,77 | vgl. 1Kor 6,20; 7,23; 1Pe 1,19) en door de doop deel
79 IV, 1,77(102)| Tegen de ketterijen: IV, 34, 1: SCh 100/2, 846-847. ~
80 IV, 2 | verkondigen wij ook aan u”(1Joh 1,3): het Evangelie van het
81 IV, 2,78 | gemeenschap met ons hebt”(1Joh 1,1.3). Jezus is het enige
82 IV, 2,78 | gemeenschap met ons hebt”(1Joh 1,1.3). Jezus is het enige Evangelie:
83 IV, 2,78 | het Woord des levens”(1Joh 1,1). In Hem “werd het leven
84 IV, 2,78 | Woord des levens”(1Joh 1,1). In Hem “werd het leven
85 IV, 2,78 | zichtbaar gemaakt”(1Joh 1,2); ja, Hij is zelf “het
86 IV, 2,78 | gemeenschap hebt met ons”(1Joh 1,3). We moeten het Evangelie
87 IV, 2,80(106)| encycliek Centesimus annus (1 mei 1991), 37: AAS 83 (1991),
88 IV, 3,81 | levend beeld ontdekt (vgl. Gn 1,27; Ps 8,6). Deze visie
89 IV, 3,81(108)| de goddelijke namen, VI, 1-3: PG 3, 856-857. ~
90 IV, 3,84 | welgevallig is (vgl. Rom 12,1), moet het Evangelie van
91 IV, 5,90(118)| encycliek Centesimus annus (1 mei 1991), 39: AAS 83 (1991),
92 IV, 6,94(125)| encycliek Centesimus annus (1 mei 1991), 17: AAS 83 (1991),
93 IV, 6,94(126)| encycliek Centesimus annus (1 mei 1991), 24: AAS 83 (1991),
94 IV, 6,95(128)| 1992), 2: Insegnamenti XV, 1 (1992), 1410. ~
95 IV, 6,98 | van het kwaad (vgl.Mt 4,1-11) en heeft zijn leerlingen
96 IV, 7 | volkomen zal zijn”(1Joh 1,4): het Evangelie van het
97 IV, 7,99 | volkomen zal zijn”(1Joh 1,4). De openbaring van het
98 IV, 7,99 | de Drieëenheid (vgl.1Joh 1,3). Onze eigen vreugde zou
99 Slot, 0,100 | dat geopenbaard werd”(1Joh 1,2). In het geheim van die
100 Slot, 1 | bekleed met de zon”(Apk 12,1): het moederschap van Maria
101 Slot, 1,101 | kroon van twaalf sterren”(12,1). In dit teken herkent de
102 Slot, 1,101 | het niet aangenomen”(Joh 1,4-5). ~Net als de Kerk moest
103 Slot, 2,102 | teken”van de “vrouw”(12,1) vergezeld door “een ander
104 Slot, 3,103 | haar “zegels”(vgl. Apk 5,1-10) en verkondigt (in de
105 Slot, 3,103 | een nieuwe aarde”(Apk 21,1), kijken wij naar Haar die
|