Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 1,2 | ons is toevertrouwd opdat wij haar hoeden met verantwoordelijkheidsbesef
2 Inl, 3,6 | uitdagingen tegemoet te treden die wij tegenkomen op onze weg. ~
3 Inl, 3,6 | van hoop te geven, terwijl wij bewerken dat de gerechtigheid
4 I, 1,7 | geschiedenis der volkeren. ~Wij willen samen die bijbelse
5 I, 1,8 | begin gehoord hebt: dat wij elkaar moeten beminnen.
6 I, 2,12 | het niet minder waar dat wij tegenover een zelfs nog
7 I, 5,28 | cultuur van het leven”. ~Wij bevinden ons niet alleen “
8 I, 5,28 | ook voor ons, aangezien wij dagelijks opgeroepen worden
9 II, 1 | heeft zich geopenbaard, en wij hebben het gezien”(1 Joh
10 II, 1,30 | begin af bestond, dat wat wij gehoord en met eigen ogen
11 II, 1,30 | ogen gezien hebben, dat wat wij hebben aanschouwd en wat
12 II, 1,30 | aangeraakt, daarover spreken wij, over het Woord dat leven
13 II, 1,30 | zich aan ons geopenbaard, wij hebben het gezien, wij getuigen
14 II, 1,30 | wij hebben het gezien, wij getuigen ervan en maken
15 II, 5,37 | Heer, naar wie zouden wij gaan? U hebt woorden van
16 II, 5,37 | woorden van eeuwig leven”; wij hebben geloofd en erkend
17 II, 5,38 | Vader ons gegeven heeft! Wij worden kinderen van God
18 II, 5,38 | Dierbaren, nu reeds zijn wij kinderen van God, en wat
19 II, 5,38 | nog niet geopenbaard. Maar wij weten dat, wanneer Hij verschijnt,
20 II, 5,38 | wanneer Hij verschijnt, wij als Hij zullen zijn, want
21 II, 5,38 | als Hij zullen zijn, want wij zullen Hem zien zoals Hij
22 II, 5,38 | we Hem ontmoeten en waar wij in gemeenschap met Hem komen.
23 II, 7,42 | voldoende duidelijk aan dat wij m.b.t. de zichtbare natuur
24 II, 9,47 | Schepper alleen, in wie “wij leven en bewegen en bestaan”(
25 II, 10,48 | het woord van de Heer zijn wij in staat waardig en rechtschapen
26 II, 10,48 | God te onderhouden kunnen wij vruchten van leven en geluk
27 II, 10,49 | zijn broeders en zusters: “Wij weten dat we zijn overgegaan
28 II, 11,51 | stierf voor ons terwijl wij nog zondaars waren (vgl.
29 II, 11,51 | gaan (vgl.1Pe 2,21). ~Ook wij worden uitgenodigd om ons
30 II, 11,51 | hiertoe in staat zijn als wij iedere dag, met U en als
31 II, 11,51 | doen. ~Geef daarom, dat wij met open en edelmoedig hart
32 III, 4,65 | sterft voor zichzelf: leven wij, dan leven wij voor de Heer;
33 III, 4,65 | zichzelf: leven wij, dan leven wij voor de Heer; sterven wij,
34 III, 4,65 | wij voor de Heer; sterven wij, dan sterven wij voor de
35 III, 4,65 | sterven wij, dan sterven wij voor de Heer. Of wij leven
36 III, 4,65 | sterven wij voor de Heer. Of wij leven of sterven, wij behoren
37 III, 4,65 | Of wij leven of sterven, wij behoren aan de Heer toe”(
38 III, 4,65 | vgl. Fil 2,8), doordat wij de ontmoeting met de dood
39 III, 5,69 | ware gerechtigheid, opdat wij allen “in alle vroomheid
40 III, 6,74 | ontwikkelen: daardoor vervullen wij onze verantwoordelijkheid
41 III, 6,75 | ons gegeven; zo moeten ook wij voor onze broeders het leven
42 III, 6,75 | dus een liefdesdienst die wij verplicht aan onze naaste
43 III, 6,75 | persoonlijke, maar sociale zorg die wij allen moeten bieden, doordat
44 III, 6,75 | allen moeten bieden, doordat wij wij onvoorwaardelijke eerbied
45 III, 6,75 | moeten bieden, doordat wij wij onvoorwaardelijke eerbied
46 IV, 1,76 | Evangelie dat Jezus Christus is. Wij staan in dienst van dit
47 IV, 1,76 | gedragen door het besef dat wij het als een gave ontvangen
48 IV, 1,76 | Nederig en dankbaar beseffen wij dat wij het volk van het
49 IV, 1,76 | dankbaar beseffen wij dat wij het volk van het leven en
50 IV, 1,76 | leven zijn en zo presenteren wij ons aan iedereen. ~
51 IV, 1,77 | 79. Wij zijn het volk van het leven
52 IV, 1,77 | leven geschonken heeft, en wij door dit Evangelie veranderd
53 IV, 1,77 | veranderd en gered zijn. Wij zijn door de “Leidsman ten
54 IV, 1,77 | en het leven geeft”, zijn wij geworden tot een volk voor
55 IV, 1,77 | voor het leven en worden wij uitgenodigd om ons ook zo
56 IV, 1,77 | ons ook zo te gedragen. ~Wij worden gezonden: in dienst
57 IV, 1,77 | leven heeft geschonken”102. ~Wij worden als volk gezonden.
58 IV, 1,77 | doe evenzo!”(Lc 10,37). ~Wij voelen allen samen de plicht
59 IV, 2 | Wat wij gezien en gehoord hebben,
60 IV, 2 | hebben, dat verkondigen wij ook aan u”(1Joh 1,3): het
61 IV, 2,78 | het begin af bestond, wat wij gehoord hebben, wat wij
62 IV, 2,78 | wij gehoord hebben, wat wij met onze ogen gezien hebben,
63 IV, 2,78 | ogen gezien hebben, wat wij aanschouwd hebben en wat
64 IV, 2,78 | levens(...) dat verkondigen wij ook u, opdat ook u gemeenschap
65 IV, 2,78 | is het enige Evangelie: wij hebben niets anders te zeggen
66 IV, 2,78 | Evangelie van het leven, voelen wij de behoefte om het te verkondigen
67 IV, 2,78 | en gehoord, verkondigen wij ook aan u, opdat ook u gemeenschap
68 IV, 2,80 | het leven te zijn, moeten wij vanaf de eerste verkondiging
69 IV, 2,80 | mensenleven berust. Terwijl wij het oorspronkelijk nieuwe
70 IV, 2,80 | stralen brengen, zullen wij op deze manier allen kunnen
71 IV, 2,80 | zijn en van zijn bestaan; wij zullen waardevolle ontmoetings-
72 IV, 2,80 | niet-gelovigen vinden, daar wij toch allen gezamenlijk verplicht
73 IV, 2,80 | laten ontstaan. ~Terwijl wij omgeven zijn met stemmen
74 IV, 2,80 | de mens verwerpen, merken wij dat het verzoek dat Paulus
75 IV, 2,80 | Bijzondere aandacht moeten wij eraan schenken dat op de
76 IV, 2,80 | van dit Evangelie, mogen wij niet bang zijn voor vijandigheid
77 IV, 2,80 | impopulariteit, wanneer wij ieder compromis en iedere
78 IV, 2,80 | wereld (vgl. Rom 12,2). Wij moeten in de wereld maar
79 IV, 3,81 | 83. Omdat wij als “volk voor het leven”
80 IV, 3,82 | leven overstroomt”109. ~Ook wij prijzen en zegenen, zoals
81 IV, 3,82 | overweldigende vreugde roepen wij uit: “Ik prijs U, dat U
82 IV, 3,82 | leeft of sterft, herkennen wij het beeld van de heerlijkheid
83 IV, 3,82 | deze heerlijkheid vieren wij in iedere mens, het teken
84 IV, 3,82 | icoon van Jezus Christus. ~Wij worden opgeroepen om onze
85 IV, 3,83 | Evangelie van het leven moeten wij ook de rijkdom van gebaren
86 IV, 3,84 | doen dat ook vandaag (...) Wij danken u, heldhaftige moeders,
87 IV, 3,84 | onoverwinnelijke liefde! Wij danken u voor uw onverschrokken
88 IV, 3,84 | op God en op zijn liefde. Wij danken u voor het offer
89 IV, 4,85 | ons bezielen en kenmerken: wij moeten voor de ander zorgen
90 IV, 4,85 | leerlingen van Jezus worden wij geroepen ons tot naasten
91 IV, 4,85 | meest behoeftig. Doordat wij hem die honger heeft, dorst
92 IV, 4,85 | zijn dood - helpen, mogen wij Jezus dienen zoals Hij zelf
93 IV, 4,85 | Mt 25,40). Daarom moeten wij ons aangesproken voelen
94 IV, 6,93 | het leven op te zetten. Wij moeten allemaal samen een
95 IV, 6,93 | stappen onderscheiden die wij dienen te zetten om het
96 IV, 6,96 | de cultuuromslag waartoe wij oproepen van iedereen de
97 IV, 6,96 | levensstijl houdt ook in, dat wij veranderen van onverschilligheid
98 IV, 6,98 | cultuur van het leven worden wij geïnspireerd en gesteund
99 IV, 7 | Wij schrijven dit opdat uw vreugde
100 IV, 7,99 | 101. “Wij schrijven dit opdat uw vreugde
101 Slot, 3,103| Apk 21,4). ~En terwijl wij, het pelgrimerende volk,
102 Slot, 3,103| aarde”(Apk 21,1), kijken wij naar Haar die voor ons “
103 Slot, 3,103| levenden, ~U vertrouwen wij de zaak van het leven toe: ~
|