Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 0,1 | redder geboren, Christus de Heer”(Lc 2,10-11). Reden voor
2 Inl, 1,2 | leven, dat haar door de Heer werd toevertrouwd 1, een
3 I, 1,8 | grimmig”gezicht, omdat “de Heer genadig neerzag op Abel
4 I, 1,8 | Na de waarschuwing van de Heer hebben de afgunst en de
5 I, 2,10 | 10. De Heer zegt tot Kaïn: “Wat heb
6 I, 2,10 | tonen op. ~De vraag van de Heer: “Wat heb je gedaan?”waaraan
7 I, 3,18 | bepalen. De vraag van de Heer: “Wat heb je gedaan?”(Gn
8 I, 3,19 | antwoord op de vraag van de Heer “Waar is Abel, je broer?”
9 I, 4,21 | keert Kaïn zich aldus tot de Heer: “Die straf is te zwaar
10 I, 4,21 | vergeven zal worden door de Heer en dat zijn onontkoombaar
11 I, 4,21 | bedreven in de ogen van de Heer”, en terechtgewezen was
12 I, 4,24 | leggen, kunnen de stem van de Heer niet smoren, die weerklinkt
13 I, 5,25 | die wordt verheven tot de Heer. Op een absoluut unieke
14 I, 5,28 | overeenstemming met de wet van de Heer: “Als gij gehoorzaamt aan
15 I, 5,28 | gehoorzaamt aan de geboden van de Heer uw God, die ik u heden geef,
16 I, 5,28 | ik u heden geef, door de Heer uw God te beminnen, door
17 I, 5,28 | leven bezitten, door de Heer uw God te beminnen, zijn
18 I, 5,28 | van geloof in de Verrezen Heer, die de dood heeft overwonnen;
19 I, 5,28 | tot haar komen van haar Heer, om het Evangelie van het
20 II, 1,30 | onze blik gericht op de Heer Jezus van Hem nog eens “
21 II, 2 | De Heer is mijn kracht en mijn lied,
22 II, 2,31 | 1,15-22), openbaarde de Heer zichzelf aan Israël als
23 II, 4,34 | tweede scheppingsverslag: “De Heer God nam de mens en plaatste
24 II, 4,35 | hij tot leven komt: “De Heer God vormde de mens uit het
25 II, 4,35 | ons gemaakt voor Uzelf, o Heer, en ons hart is onrustig
26 II, 4,35 | moeten bewaren, aangezien de Heer rustte van ieder werk dat
27 II, 4,35 | Js 66,1-2). Ik dank de Heer onze God die een zo prachtig
28 II, 5,37 | zijn geloofsbelijdenis: “Heer, naar wie zouden wij gaan?
29 II, 6,39 | God is, daarom, de enige Heer van dit leven: de mens kan
30 II, 6,39 | roept Job uit (12,10). “De Heer brengt ter dood en brengt
31 II, 6,41 | in al zijn kracht door de Heer Jezus. Tot de rijke jongeman
32 II, 7,42 | maakt: “God van de vaderen, Heer van de ontferming (...)
33 II, 7,43 | gekregen met de hulp van de Heer”(Gn 4,1). Daarom wordt bij
34 II, 8,44 | Zonen zijn een gave van de Heer, de vrucht van de schoot
35 II, 8,45 | over haar zwangerschap: “De Heer(...)heeft zich verwaardigd
36 II, 8,45 | van de aanwezigheid van de Heer zijn meteen te merken (...)
37 II, 8,45 | van Maria, hij die van de Heer; de vrouw de komst van de
38 II, 9,46 | gebed is integendeel: “U, o Heer, bent mij hoop, mijn vertrouwen,
39 II, 9,46 | hoop, mijn vertrouwen, o Heer, vanaf mijn jeugd (...)
40 II, 9,46 | leven in Gods hand ligt: “Heer, in uw handen is mijn leven”(
41 II, 9,46 | Dit is het bevel van de Heer voor alle vlees; waarom
42 II, 9,46 | hetzelfde vertrouwen in de Heer te hebben en om zijn fundamentele
43 II, 9,46 | getroffen”(Ps 116,10); “Ik heb, Heer, mijn God, tot U in nood
44 II, 9,47 | blijven aan het woord van de Heer zelf met gevaar voor eigen
45 II, 9,47 | van de verrijzenis van de Heer: hij volgt in de voetstappen
46 II, 10,48 | gebod. Het woord van de Heer toont concreet de koers
47 II, 10,48 | 17): de hele wet van de Heer dient de bescherming van
48 II, 10,48 | luistert naar de geboden van de Heer, uw God, die ik u heden
49 II, 10,48 | u heden geeft, als u de Heer uw God bemint, zijn wegen
50 II, 10,48 | talrijk worden en zal de Heer uw God u zegenen in het
51 II, 10,48 | verbonden met de geboden van de Heer, dwz: met de “wet van het
52 II, 10,48 | komt uit de mond van de Heer”(Dt 8,3; vgl.Mt 4,4). ~Door
53 II, 10,48 | luisteren naar het woord van de Heer zijn wij in staat waardig
54 II, 10,49 | herinneren dat alleen de Heer de authentieke levensbron
55 II, 10,49 | figuur van de Dienaar van de Heer: “Wanneer hij zichzelf tot
56 II, 10,49 | ervan, in navolging van de Heer die zijn leven gaf voor
57 II, 11,51 | in staat zijn omdat U, o Heer, ons het voorbeeld hebt
58 III, 1,52 | als Gods levende beeld, heer en koning is. De H. Gregorius
59 III, 1,52 | vgl.Gn 1,28), is de mens heer en meester niet alleen over
60 III, 1,52 | de voorschriften van de Heer een genadegave zijn, die
61 III, 2,53 | enige doel. God alleen is Heer van het leven van het begin
62 III, 2,53 | hart van het Verbond dat de Heer sluit met zijn uitverkoren
63 III, 2,53 | verkondigt dat Hij de absolute Heer is van het leven van de
64 III, 2,54 | zonde. Alleen God is de Heer van het leven! Maar in het
65 III, 2,54 | deze zelfopoffering is de Heer Jezus zelf. ~Bovendien “[
66 III, 2,56 | uitzonderingen. Of iemand heer van de wereld is of de “
67 III, 3,58(59)| kant spreekt de Psalmist de Heer toe met deze woorden: “Op
68 III, 4,62 | euthanasie dwz: zich tot heer over de dood te maken en
69 III, 4,63 | delen in het Lijden van de Heer, mag men zulk “heldhaftig”
70 III, 4,65 | volledig toebehoren aan de Heer die de mens in iedere toestand
71 III, 4,65 | wij, dan leven wij voor de Heer; sterven wij, dan sterven
72 III, 4,65 | dan sterven wij voor de Heer. Of wij leven of sterven,
73 III, 4,65 | sterven, wij behoren aan de Heer toe”(Rom 14,7-8). Sterven
74 III, 4,65 | 14,7-8). Sterven voor de Heer betekent de eigen dood beleven
75 III, 4,65 | einde is. Leven voor de Heer betekent ook erkennen dat
76 III, 4,65 | zijn lijden leeft in de Heer, volkomen op Hem lijken (
77 IV, 1,76 | koninklijke zending van de Heer Jezus. Daarom is zij onscheidbaar
78 IV, 1,77 | genade van de Geest, “die Heer is en het leven geeft”,
79 IV, 1,77 | hem is het gebod van de Heer gericht om voor iedere mens “
80 IV, 3,82 | reddende werking van de Heer Jezus in het christelijk
81 IV, 6,93 | tracht te leren wat de Heer welgevallig is. Neemt geen
82 IV, 6,95 | zijn aan de oproep van de Heer en te handelen als gelovige
83 IV, 6,97 | kunnen vragen, dat nu in de Heer leeft. Met de vriendelijke
84 Slot, 0,100 | onwillekeurig terug naar de Heer Jezus, het “Kind voor ons
85 Slot, 1,101 | wereld draagt, Christus de Heer. Zij beseft dat zij ertoe
86 Slot, 3,103 | van de Aankondiging van de Heer, in het jaar 1995, het zeventiende
|