Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 1,2 | erkenning, in de natuurlijke wet die in zijn hart geschreven
2 I, 1,9 | misdaad, moest onmiddellijk de wet van de goddelijke barmhartigheid
3 I, 2,13 | van de inspanning om Gods wet volledig te gehoorzamen.
4 I, 3,20 | en dat recht erkennen bij wet, betekent dat men aan de
5 I, 4,21 | schending van de zedelijke wet, vooral in de ernstige kwestie
6 I, 4,22 | van zo”n “vrijheid zonder wet”sommige mensen brengt tot
7 I, 4,22 | tegenoverliggende positie van een “wet zonder vrijheid”, zoals
8 I, 5,28 | en overeenstemming met de wet van de Heer: “Als gij gehoorzaamt
9 II, 6,41 | liefde vervult de hele wet”(Rom 13,9-10). ~
10 II, 8,44 | jullie omwille van zijn wet jezelf nu niet spaart”(2Mak
11 II, 10 | leven”(Bar 4,1): van de wet van de Sinaï tot de gave
12 II, 10,48 | 20,13; Dt 5,17): de hele wet van de Heer dient de bescherming
13 II, 10,48 | van de Heer, dwz: met de “wet van het leven”(Sir 17,11).
14 II, 10,48 | worden. ~Zo is het dus de wet als geheel die het menselijk
15 II, 10,48 | rechtschapen te leven. Door de wet van God te onderhouden kunnen
16 II, 10,49 | trouw te blijven aan de wet van het leven die God heeft
17 II, 10,49 | Jezus van Nazareth wordt de wet vervuld en een nieuw hart
18 II, 10,49 | Geest. Jezus negeert de wet niet, maar brengt haar tot
19 II, 10,49 | vervulling (vgl.Mt 5,17): de Wet en de Profeten worden samengevat
20 II, 10,49 | 7,12). In Jezus wordt de wet eens en voor altijd het “
21 II, 10,49 | bedoeling. Dit is de Nieuwe Wet, “de wet van de Geest van
22 II, 10,49 | Dit is de Nieuwe Wet, “de wet van de Geest van leven in
23 II, 10,49 | liefhebben”(1Joh 3,14). Dit is de wet van vrijheid, vreugde en
24 III | niet doden~Gods heilige wet~
25 III, 1,52| gehoorzaamheid aan Gods heilige wet: een vrije en blijde gehoorzaamheid (
26 III, 2,54| twee geboden rust heel de wet en de profeten”(vgl.Mt 22,
27 III, 2,54| vervulling gebracht in de Nieuwe Wet, staat het gebod “Gij zult
28 III, 2,54| de waarden die door Gods wet worden voorgesteld, in de
29 III, 2,56| gegrondvest op die ongeschreven wet die de mens, in het licht
30 III, 2,56| ongehoorzaamheid jegens de zedelijke wet, ja jegens God zelf, haar
31 III, 3,57| het gedrag en zelfs in de wet zelf is een sprekend teken
32 III, 3,60| omstandigheid, doel, of wet kan een handeling geoorloofd
33 III, 3,60| aangezien zij tegen de wet van God ingaat die geschreven
34 III, 4,63| zware schending is van de wet van God, aangezien zij het
35 III, 5 | Hnd. 5,29): burgerlijke wet en zedenwet~
36 III, 5,66| de mening gehoord dat de wet van de staat niet zou kunnen
37 III, 5,66| en delen. Daarom moet de wet altijd de uitdrukking van
38 III, 5,66| concrete, niet-uitvoerbare wet, tenslotte niet zou betekenen
39 III, 5,66| geloofwaardigheid van elke andere wet, ondergraven zou worden. ~
40 III, 5,66| inderdaad niet een zaak van de wet moeten zijn, en nog minder
41 III, 5,67| mens aan de burgerlijke wet overgelaten. ~
42 III, 5,68| juist voor deze burgerlijke wet. Wanneer als gevolg van
43 III, 5,69| betrekking tussen burgerlijke wet en zedenwet herontdekken,
44 III, 5,69| taak van de burgerlijke wet is in vergelijking met die
45 III, 5,69| levenssfeer de burgerlijke wet de plaats innemen van het
46 III, 5,69| taak van de burgerlijke wet bestaat in het garanderen
47 III, 5,69| daarom moet de burgerlijke wet voor alle leden van de maatschappij
48 III, 5,69| zijn en die elke positieve wet moet erkennen en garanderen.
49 III, 5,70| overeenstemming van de burgerlijke wet met de zedenwet staat in
50 III, 5,70| schrijft dat “de menselijke wet wet is inzoverre zij overeenstemt
51 III, 5,70| schrijft dat “de menselijke wet wet is inzoverre zij overeenstemt
52 III, 5,70| ontleend aan de eeuwige wet. Wanneer ze echter van het
53 III, 5,70| het een onrechtvaardige wet genoemd en heeft het niet
54 III, 5,70| niet het karakter van een wet, maar veeleer dat van een
55 III, 5,70| Elke door mensen gemaakte wet heeft inzoverre het karakter
56 III, 5,70| inzoverre het karakter van een wet, voor zover ze afgeleid
57 III, 5,70| afwijkt, dan zal ze niet meer wet zijn, maar eerder een corruptie
58 III, 5,70| eerder een corruptie van de wet”97. ~De eerste en meest
59 III, 5,70| leer betreft de menselijke wet die het fundamentele grondrecht
60 III, 5,70| gelijkheid van allen voor de wet. Men zou kunnen tegenwerpen
61 III, 5,70| wanneer een burgerlijke wet abortus en euthanasie goedkeurt,
62 III, 5,70| verplichtende burgerlijke wet meer is. ~
63 III, 5,71| waarvan geen enkele menselijke wet zich de legitimatie kan
64 III, 5,71| zichzelf onrechtvaardige wet, zoals die welke abortus
65 III, 5,71| propagandacampagne voor een dergelijke wet, noch door er zijn stem
66 III, 5,71| aannemen van een strengere wet, bedoeld om het aantal legale
67 III, 5,71| beperken, in plaats van een wet die meer toelaat, wanneer
68 III, 5,71| schade te beperken van zo”n wet en die de negatieve effecten
69 III, 5,71| aan een onrechtvaardige wet, maar veeleer wordt een
70 III, 5,72| tegengesteld zijn aan de Wet van God. Want vanuit moreel
71 III, 5,72| feit dat de burgerlijke wet deze medewerking voorziet
72 III, 5,72| zodanig door de burgerlijke wet zelf moet worden voorzien
73 III, 6,74| heeft overeenkomstig de wet van de wederkerigheid van
74 III, 6,74| welke hoogte en diepte deze wet van de wederkerigheid kan
75 III, 6,74| verleent Christus aan de wet van de wederkerigheid, aan
76 III, 6,74| Geest zelf wordt tot nieuwe wet, die de gelovigen kracht
77 III, 6,75| 77. Door deze nieuwe wet wordt ook het gebod “gij
78 IV, 1,77 | leidt ons en draagt ons de wet van de liefde: het is de
79 IV, 4,88 | herhaal nog eens dat een wet die het natuurlijke recht
80 IV, 4,88 | zodanig niet de waarde van een wet kan hebben. Daarom doe ik
81 IV, 6,95 | met respect voor de morele wet, ervoor kiezen om voorlopig
82 IV, 6,95 | te vermijden. De morele wet verplicht hen in ieder geval
|