Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
datzelfde 1
david 2
davidis 1
de 3455
decaloog 2
december 12
decreet 1
Frequency    [«  »]
-----
-----
-----
3455 de
2476 van
2114 het
1854 en
Ioannes Paulus PP. II
Evangelium Vitae

IntraText - Concordances

de

1-500 | 501-1000 | 1001-1500 | 1501-2000 | 2001-2500 | 2501-3000 | 3001-3455

     Chapter, Paragraph, Number
1501 II, 8,45 | in hun ontmoeting wordt de verlossende kracht van de 1502 II, 8,45 | de verlossende kracht van de aanwezigheid van de Zoon 1503 II, 8,45 | van de aanwezigheid van de Zoon van God onder de mensen 1504 II, 8,45 | van de Zoon van God onder de mensen voor het eerst werkzaam. 1505 II, 8,45 | voor het eerst werkzaam. De H. Ambrosius schrijft: “ 1506 II, 8,45 | H. Ambrosius schrijft: “De zegeningen van de komst 1507 II, 8,45 | schrijft: “De zegeningen van de komst van Maria en van de 1508 II, 8,45 | de komst van Maria en van de aanwezigheid van de Heer 1509 II, 8,45 | van de aanwezigheid van de Heer zijn meteen te merken (...) 1510 II, 8,45 | Elisabeth hoorde als eerste de stem, maar Johannes ervoer 1511 II, 8,45 | Johannes ervoer het eerste de genade; zij hoorde volgens 1512 II, 8,45 | genade; zij hoorde volgens de natuurlijke orde, hij sprong 1513 II, 8,45 | het mysterie; zij merkte de komst van Maria, hij die 1514 II, 8,45 | komst van Maria, hij die van de Heer; de vrouw de komst 1515 II, 8,45 | Maria, hij die van de Heer; de vrouw de komst van de vrouw, 1516 II, 8,45 | die van de Heer; de vrouw de komst van de vrouw, het 1517 II, 8,45 | Heer; de vrouw de komst van de vrouw, het kind de komst 1518 II, 8,45 | komst van de vrouw, het kind de komst van het Kind. De vrouwen 1519 II, 8,45 | kind de komst van het Kind. De vrouwen spreken over de 1520 II, 8,45 | De vrouwen spreken over de ontvangen genade; de kinderen 1521 II, 8,45 | over de ontvangen genade; de kinderen verwerkelijken 1522 II, 8,45 | kinderen verwerkelijken in de schoot van hun moeder de 1523 II, 8,45 | de schoot van hun moeder de genade en het mysterie van 1524 II, 8,45 | genade en het mysterie van de barmhartigheid voor hun 1525 II, 8,45 | wonder profeteren zij onder de inspiratie van hun kinderen. 1526 II, 8,45 | kind sprong op van vreugde, de moeder werd vervuld van 1527 II, 8,45 | moeder werd vervuld van de heilige Geest. De moeder 1528 II, 8,45 | vervuld van de heilige Geest. De moeder was niet vervuld 1529 II, 8,45 | moeder was niet vervuld vóór de zoon, maar nadat de zoon 1530 II, 8,45 | vóór de zoon, maar nadat de zoon was vervuld met de 1531 II, 8,45 | de zoon was vervuld met de heilige Geest, vervulde 1532 II, 9,46 | 46. Ook t.a.v. de laatste ogenblikken van 1533 II, 9,46 | anachronistisch zijn om van de bijbelse openbaring een 1534 II, 9,46 | verwijzing te verwachten naar de huidige problematiek betreffende 1535 II, 9,46 | met geweld te verhaasten. De culturele en religieuze 1536 II, 9,46 | en religieuze context van de Bijbel wordt op geen enkele 1537 II, 9,46 | integendeel, in die context worden de wijsheid en ervaring van 1538 II, 9,46 | wijsheid en ervaring van de ouderen erkend als een onvervangbare 1539 II, 9,46 | onvervangbare rijkdom voor de familie en de samenleving. ~ 1540 II, 9,46 | rijkdom voor de familie en de samenleving. ~De ouderdom 1541 II, 9,46 | familie en de samenleving. ~De ouderdom wordt gekenmerkt 1542 II, 9,46 | ontzag (vgl.2Mak 6,23). De rechtvaardige vraagt niet 1543 II, 9,46 | vraagt niet om verlossing van de ouderdom en haar last: zijn 1544 II, 9,46 | 71,5.18). Het ideaal van de Messiaanse tijd wordt voorgesteld 1545 II, 9,46 | 65,20). ~Hoe moet men in de ouderdom tegenover de onvermijdelijke 1546 II, 9,46 | in de ouderdom tegenover de onvermijdelijke neergang 1547 II, 9,46 | handelen in het zicht van de dood? De gelovige weet dat 1548 II, 9,46 | in het zicht van de dood? De gelovige weet dat zijn leven 1549 II, 9,46 | sterven: “Dit is het bevel van de Heer voor alle vlees; waarom 1550 II, 9,46 | waarom zich keren tegen de wil van de Allerhoogste?”( 1551 II, 9,46 | zich keren tegen de wil van de Allerhoogste?”(Sir 41,3- 1552 II, 9,46 | Allerhoogste?”(Sir 41,3-4). De mens is niet baas over het 1553 II, 9,46 | het leven, evenmin over de dood. In leven en dood moet 1554 II, 9,46 | helemaal toevertrouwen aan dewil van de Allerhoogste”, 1555 II, 9,46 | toevertrouwen aan de “wil van de Allerhoogste”, aan zijn 1556 II, 9,46 | momenten van ziekte wordt de mens uitgenodigd om hetzelfde 1557 II, 9,46 | hetzelfde vertrouwen in de Heer te hebben en om zijn 1558 II, 9,46 | zijn als een schaduw in de avond; ik verdor als het 1559 II, 9,46 | 102,11)- zelfs dan wordt de gelovige bezield door een 1560 II, 9,46 | Gij deed mij verrijzen uit de doden; of Gij mij hadt herschapen 1561 II, 9,47 | 47. De zending van Jezus, met de 1562 II, 9,47 | De zending van Jezus, met de vele genezingen die Hij 1563 II, 9,47 | het lichamelijk leven van de mens. Jezus werd, als “de 1564 II, 9,47 | de mens. Jezus werd, alsde dokter van het lichaam en 1565 II, 9,47 | dokter van het lichaam en de geest37 door de Vader gezonden 1566 II, 9,47 | lichaam en de geest37 door de Vader gezonden om het goede 1567 II, 9,47 | goede nieuws te brengen aan de armen en om de gebroken 1568 II, 9,47 | brengen aan de armen en om de gebroken harten te helen ( 1569 II, 9,47 | wanneer Hij zijn leerlingen de wereld instuurt, geeft Hij 1570 II, 9,47 | genezen hand in hand gaat met de verkondiging van het Evangelie: “ 1571 II, 9,47 | hemelen nabij is. Geneest de zieken, wekt de doden op, 1572 II, 9,47 | Geneest de zieken, wekt de doden op, reinigt de melaatsen 1573 II, 9,47 | wekt de doden op, reinigt de melaatsen en drijft de duivels 1574 II, 9,47 | reinigt de melaatsen en drijft de duivels uit”(Mt 6,13;16, 1575 II, 9,47 | geen absoluut goed voor de gelovige, vooral waar hem 1576 II, 9,47 | vrijelijk een offer aan de Vader (vgl.Joh 10,17) en 1577 II, 9,47 | Vader (vgl.Joh 10,17) en aan de zijnen (vgl.Joh 10,15). 1578 II, 9,47 | zijnen (vgl.Joh 10,15). De dood van Johannes de Doper, 1579 II, 9,47 | 15). De dood van Johannes de Doper, voorloper van de 1580 II, 9,47 | de Doper, voorloper van de Verlosser, getuigt ook dat 1581 II, 9,47 | blijven aan het woord van de Heer zelf met gevaar voor 1582 II, 9,47 | omdat hij trouw getuigt van de verrijzenis van de Heer: 1583 II, 9,47 | getuigt van de verrijzenis van de Heer: hij volgt in de voetstappen 1584 II, 9,47 | van de Heer: hij volgt in de voetstappen van de Meester 1585 II, 9,47 | volgt in de voetstappen van de Meester en treedt hen die 1586 II, 9,47 | Hnd 7,59-60) en wordt zo de eerste van een ontelbare 1587 II, 9,47 | ontelbare schare martelaren die de Kerk heeft vereerd vanaf 1588 II, 9,47 | tussen leven of sterven; de absolute meester van zo” 1589 II, 9,47 | meester van zon beslissing is de Schepper alleen, in wie1590 II, 9,47(37) | ANTIOCHIË, Brief aan de Efesiërs, 7,2; Patres Apostolici, 1591 II, 10 | zullen leven”(Bar 4,1): van de wet van de Sinaï tot de 1592 II, 10 | Bar 4,1): van de wet van de Sinaï tot de gave van de 1593 II, 10 | de wet van de Sinaï tot de gave van de Geest~ 1594 II, 10 | de Sinaï tot de gave van de Geest~ 1595 II, 10,48 | Gods gave aan te nemen is de mens verplicht het leven 1596 II, 10,48 | bestaan van anderen, aangezien de dijken die eerbied voor 1597 II, 10,48 | garanderen, zijn doorgebroken. ~De waarheid van het leven wordt 1598 II, 10,48 | Gods gebod. Het woord van de Heer toont concreet de koers 1599 II, 10,48 | van de Heer toont concreet de koers die het leven moet 1600 II, 10,48 | eigen waardigheid bewaren. De bescherming van het leven 1601 II, 10,48 | doden (Ex 20,13; Dt 5,17): de hele wet van de Heer dient 1602 II, 10,48 | Dt 5,17): de hele wet van de Heer dient de bescherming 1603 II, 10,48 | hele wet van de Heer dient de bescherming van het leven, 1604 II, 10,48 | Gods gebod aangeboden als de levensweg: “Ik houd u vandaag 1605 II, 10,48 | het geluk voor, maar ook de dood en het ongeluk. Als 1606 II, 10,48 | ongeluk. Als u luistert naar de geboden van de Heer, uw 1607 II, 10,48 | luistert naar de geboden van de Heer, uw God, die ik u heden 1608 II, 10,48 | ik u heden geeft, als u de Heer uw God bemint, zijn 1609 II, 10,48 | en talrijk worden en zal de Heer uw God u zegenen in 1610 II, 10,48 | staan op het spel, maar ook de huidige en toekomstige wereld, 1611 II, 10,48 | wereld, en het bestaan van de hele mensheid. Want is het 1612 II, 10,48 | wezenlijk verbonden met de geboden van de Heer, dwz: 1613 II, 10,48 | verbonden met de geboden van de Heer, dwz: met de “wet van 1614 II, 10,48 | geboden van de Heer, dwz: met dewet van het leven”(Sir 1615 II, 10,48 | opgebouwd worden. ~Zo is het dus de wet als geheel die het menselijk 1616 II, 10,48 | trouw te blijven wanneer de anderewoorden van leven”( 1617 II, 10,48 | Alleen als men openstaat voor de volheid van de waarheid 1618 II, 10,48 | openstaat voor de volheid van de waarheid over God, mens 1619 II, 10,48 | mens en geschiedenis zullen de woordenGij zult niet doden1620 II, 10,48 | stralen als een goed voor de mens in al zijn dimensies 1621 II, 10,48 | zulk perspectief kunnen we de volle waarheid inzien van 1622 II, 10,48 | volle waarheid inzien van de passage in het boek Deuteronomium 1623 II, 10,48 | herhaalt in zijn antwoord op de eerste bekoring: “De mens 1624 II, 10,48 | op de eerste bekoring: “De mens leeft niet van brood 1625 II, 10,48 | van alles dat komt uit de mond van de Heer”(Dt 8,3; 1626 II, 10,48 | dat komt uit de mond van de Heer”(Dt 8,3; vgl.Mt 4,4). ~ 1627 II, 10,48 | luisteren naar het woord van de Heer zijn wij in staat waardig 1628 II, 10,48 | rechtschapen te leven. Door de wet van God te onderhouden 1629 II, 10,49 | 49. De geschiedenis van Israël 1630 II, 10,49 | om trouw te blijven aan de wet van het leven die God 1631 II, 10,49 | mensenhart en die Hij op de Sinaï aan het volk van het 1632 II, 10,49 | het Verbond gaf. Wanneer de mensen levenswijzen zoeken 1633 II, 10,49 | negeren dan zijn het vooral de profeten die hen er krachtig 1634 II, 10,49 | aan herinneren dat alleen de Heer de authentieke levensbron 1635 II, 10,49 | herinneren dat alleen de Heer de authentieke levensbron is. 1636 II, 10,49 | ze hebben Mij verzaakt, de bron van levend water en 1637 II, 10,49 | geen water houden”(2,13). De profeten wijzen met een 1638 II, 10,49 | die hen leven minachten en de rechten van de mensen schenden: “ 1639 II, 10,49 | minachten en de rechten van de mensen schenden: “Ze trappen 1640 II, 10,49 | Ze trappen het hoofd van de arme in het stof van de 1641 II, 10,49 | de arme in het stof van de aarde”(Am 2,7); “ze hebben 1642 II, 10,49 | Onder hen veroordeelt de profeet Ezechiël vaker de 1643 II, 10,49 | de profeet Ezechiël vaker de stad Jeruzalem, waarbij 1644 II, 10,49 | Jeruzalem, waarbij hij hetde bloedige stad”(22,2; 24, 1645 II, 10,49 | stad”(22,2; 24,6.9) noemt, destad die in haar midden 1646 II, 10,49 | vergiet”(22,3). ~Maar terwijl de profeten de vergrijpen tegen 1647 II, 10,49 | Maar terwijl de profeten de vergrijpen tegen het leven 1648 II, 10,49 | nieuwe relatie met God en met de broeders te vestigen, en 1649 II, 10,49 | alleen mogelijk zijn dankzij de gave van God die zuivert 1650 II, 10,49 | hartzal het mogelijk maken de diepste en echtste betekenis 1651 II, 10,49 | helemaal verwerkelijkt wordt in de zelfgave. Dit is de schitterende 1652 II, 10,49 | wordt in de zelfgave. Dit is de schitterende boodschap over 1653 II, 10,49 | schitterende boodschap over de waarde van het leven die 1654 II, 10,49 | leven die tot ons komt door de figuur van de Dienaar van 1655 II, 10,49 | komt door de figuur van de Dienaar van de Heer: “Wanneer 1656 II, 10,49 | figuur van de Dienaar van de Heer: “Wanneer hij zichzelf 1657 II, 10,49 | tot een offer maakt voor de zonde, zal hij nakomelingen 1658 II, 10,49 | zien”(Js 53,10.11). ~In de komst van Jezus van Nazareth 1659 II, 10,49 | Jezus van Nazareth wordt de wet vervuld en een nieuw 1660 II, 10,49 | zijn Geest. Jezus negeert de wet niet, maar brengt haar 1661 II, 10,49 | vervulling (vgl.Mt 5,17): de Wet en de Profeten worden 1662 II, 10,49 | vgl.Mt 5,17): de Wet en de Profeten worden samengevat 1663 II, 10,49 | Profeten worden samengevat in de gouden regel van de onderlinge 1664 II, 10,49 | samengevat in de gouden regel van de onderlinge liefde (vgl.Mt 1665 II, 10,49 | Mt 7,12). In Jezus wordt de wet eens en voor altijd 1666 II, 10,49 | van Gods heerschappij over de wereld, dat het leven terugbrengt 1667 II, 10,49 | oorspronkelijke bedoeling. Dit is de Nieuwe Wet, “de wet van 1668 II, 10,49 | Dit is de Nieuwe Wet, “de wet van de Geest van leven 1669 II, 10,49 | Nieuwe Wet, “de wet van de Geest van leven in Christus 1670 II, 10,49 | Christus Jezus”(Rom 8,2), en de fundamentele uitdrukking 1671 II, 10,49 | ervan, in navolging van de Heer die zijn leven gaf 1672 II, 10,49 | vrienden (vgl.Joh 15,13), is de zelfgave in liefde voor 1673 II, 10,49 | dat we zijn overgegaan van de dood naar het leven, omdat 1674 II, 10,49 | liefhebben”(1Joh 3,14). Dit is de wet van vrijheid, vreugde 1675 II, 11 | leven wordt vervuld aan de stam van het Kruis~ 1676 II, 11,50 | dit hoofdstuk, waarin we de christelijke boodschap over 1677 II, 11,50 | aan deze glorievolle stam de vervulling en de volledige 1678 II, 11,50 | glorievolle stam de vervulling en de volledige openbaring van 1679 II, 11,50 | het leven ontdekken. ~In de vroege namiddag van Goede 1680 II, 11,50 | er duisternis over heel de streek (...) doordat de 1681 II, 11,50 | de streek (...) doordat de zon geen licht meer gaf. 1682 II, 11,50 | gaf. Het voorhangsel van de tempel scheurde middendoor”( 1683 II, 11,50 | geweldige strijd tussen de krachten van het goede en 1684 II, 11,50 | krachten van het goede en de krachten van het kwade, 1685 II, 11,50 | tussen leven en dood. Vandaag de dag bevinden we ons ook 1686 II, 11,50 | dramatische strijd tussen decultuur van de dooden 1687 II, 11,50 | strijd tussen de “cultuur van de dooden de “cultuur van 1688 II, 11,50 | cultuur van de dooden decultuur van het leven”. 1689 II, 11,50 | cultuur van het leven”. Maar de glorie van het Kruis wordt 1690 II, 11,50 | centrum, betekenis en doel van de hele geschiedenis en van 1691 II, 11,50 | genageld en opgeheven van de aarde. Hij ervaart het ogenblik 1692 II, 11,50 | geheel overgeleverd aan de bespotting van zijn tegenstanders 1693 II, 11,50 | zijn tegenstanders en aan de handen van zijn moordenaars: 1694 II, 11,50 | wijze zag sterven”, roept de Romeinse honderdman uit: “ 1695 II, 11,50 | van zijn grootste zwakte, de Zoon van God geopenbaard 1696 II, 11,50 | dood werpt Jezus licht op de zin van het leven en de 1697 II, 11,50 | de zin van het leven en de dood van ieder menselijk 1698 II, 11,50 | Hij sterft bidt Jezus tot de Vader, vraagt vergiffenis 1699 II, 11,50 | Lc 23,34), en antwoordt de misdadiger die Hem vraagt 1700 II, 11,50 | 43). Na zijn dood “gingen de graven open en de lichamen 1701 II, 11,50 | gingen de graven open en de lichamen van vele heilige 1702 II, 11,50 | waren stonden op”(Mt 27,52). De redding die Jezus heeft 1703 II, 11,50 | die Jezus heeft bewerkt is de schenking van het leven 1704 II, 11,50 | schenking van het leven en de verrijzenis. Heel zijn aardse 1705 II, 11,50 | zelfs zijn opwekkingen van de doden waren tekenen van 1706 II, 11,50 | een redding die ligt in de vergeving van de zonden, 1707 II, 11,50 | ligt in de vergeving van de zonden, dwz: in de bevrijding 1708 II, 11,50 | vergeving van de zonden, dwz: in de bevrijding van de mens uit 1709 II, 11,50 | dwz: in de bevrijding van de mens uit de diepste ziekte 1710 II, 11,50 | bevrijding van de mens uit de diepste ziekte en in zijn 1711 II, 11,50 | Kruis wordt het wonder van de slang die door Mozes wordt 1712 II, 11,50 | Mozes wordt opgeheven in de woestijn (Joh 3,14-15); 1713 II, 11,50 | Hem die doorstoken is - de zekere hoop dat hij bevrijding 1714 II, 11,51 | overweeg. “Toen Jezus van de azijn genomen had, zei Hij: “ 1715 II, 11,51 | boog Hij het hoofd en gaf de geest”(Joh 19,30). Nadien “ 1716 II, 11,51 | 30). Nadien “doorboordede Romeinse soldaat “zijn zijde 1717 II, 11,51 | bereikt. Hetgevenvan de geest beschrijft Jezusdood, 1718 II, 11,51 | lijkt een toespeling op degave van de Geest”, waardoor 1719 II, 11,51 | toespeling op de “gave van de Geest”, waardoor Hij ons 1720 II, 11,51 | Geest”, waardoor Hij ons van de dood vrijkoopt en opent 1721 II, 11,51 | van God zelf dat nu met de mens gedeeld wordt. Het 1722 II, 11,51 | Het is het leven dat door de sacramenten van de Kerk - 1723 II, 11,51 | door de sacramenten van de Kerk - gesymboliseerd door 1724 II, 11,51 | maakt. Vanaf het Kruis, de bron van leven, ontstaat 1725 II, 11,51 | hetvolk van het leven”. ~De beschouwing van het Kruis 1726 II, 11,51 | Jezus die bij zijn komst in de wereld zei: “Ik ben gekomen, 1727 II, 11,51 | in alles gehoorzaam aan de Vader en omdat Hij “de zijnen 1728 II, 11,51 | aan de Vader en omdat Hijde zijnen had bemind die in 1729 II, 11,51 | zijnen had bemind die in de wereld waren, beminde Hij 1730 II, 11,51 | bereikt aan het Kruis de hoogste liefde: “Geen mens 1731 II, 11,51 | broeders en zusters, en zo in de volheid van de waarheid 1732 II, 11,51 | en zo in de volheid van de waarheid de betekenis en 1733 II, 11,51 | volheid van de waarheid de betekenis en bestemming 1734 II, 11,51 | voorbeeld hebt gegeven en ons de kracht van uw Geest hebt 1735 II, 11,51 | als U, gehoorzaam zijn aan de Vader en zijn wil doen. ~ 1736 II, 11,51 | ieder woord dat komt uit de mond van God. Zo zullen 1737 III, 1 | binnengaan, onderhoud dan de geboden”(Mt 19,17): evangelie 1738 III, 1,52 | binnengaan, onderhoud dan de geboden”(Mt 19,17). De Meester 1739 III, 1,52 | dan de geboden”(Mt 19,17). De Meester spreekt over het 1740 III, 1,52 | het eerste voorschrift van de Decaloog dat Jezus aanhaalt 1741 III, 1,52 | dat Jezus aanhaalt voor de jongeman die Hem vraagt 1742 III, 1,52 | tot vreugde en groei van de mens. Als zodanig vertegenwoordigt 1743 III, 1,52 | verplichtende taak voor de mens. Het wekt verbazing 1744 III, 1,52 | verbazing en dankbaarheid in de vrije persoon en vraagt 1745 III, 1,52 | verantwoordelijkheidsgevoel. God eist van de mens, aan wie Hij het leven 1746 III, 1,52 | eerbiedigt en koestert. Zo wordt de gave een gebod en het gebod 1747 III, 1,52 | gebod is zelf een gave. ~De Schepper wil dat de mens, 1748 III, 1,52 | gave. ~De Schepper wil dat de mens, als Gods levende beeld, 1749 III, 1,52 | beeld, heer en koning is. De H. Gregorius van Nyssa schrijft 1750 III, 1,52 | Nyssa schrijft datGod de mens in staat stelde om 1751 III, 1,52 | zijn rol als koning van de aarde uit te voeren(...) 1752 III, 1,52 | aarde uit te voeren(...) De mens werd geschapen naar 1753 III, 1,52 | bestuurt. Alles laat zien dat de menselijke natuur vanaf 1754 III, 1,52 | koningschap getekend is (...) De mens is een koning. Geschapen 1755 III, 1,52 | een koning. Geschapen om de heerschappij over de wereld 1756 III, 1,52 | om de heerschappij over de wereld uit te oefenen, ontving 1757 III, 1,52 | ontving hij een gelijkenis met de Koning van het heelal; hij 1758 III, 1,52 | zijn waardigheid deelt in de volmaaktheid van het goddelijk 1759 III, 1,52 | te vermenigvuldigen, om de aarde te onderwerpen en 1760 III, 1,52 | schepselen (vgl.Gn 1,28), is de mens heer en meester niet 1761 III, 1,52 | meester niet alleen over de dingen maar vooral over 1762 III, 1,52(38) | De schepping van de mens, 4: 1763 III, 1,52(38) | De schepping van de mens, 4: PG 44,136. ~ 1764 III, 1,52 | werkelijke afspiegeling van de unieke en oneindige heerschappij 1765 III, 1,52 | heerschappij van God. Daarom moet de mens haar uitoefenen met 1766 III, 1,52 | wijsheid en liefde, delend in de onmetelijke wijsheid en 1767 III, 1,52 | gekoesterd door het besef dat de voorschriften van de Heer 1768 III, 1,52 | dat de voorschriften van de Heer een genadegave zijn, 1769 III, 1,52 | genadegave zijn, die aan de mens altijd en alleen voor 1770 III, 1,52 | zijn geluk te bereiken. ~De mens is, m.b.t. de dingen, 1771 III, 1,52 | bereiken. ~De mens is, m.b.t. de dingen, maar meer nog m. 1772 III, 1,52 | nog m.b.t. het leven, niet de absolute meester en uiteindelijke 1773 III, 1,52 | onvergelijkelijke grootheid - hij is deuitvoerder van Gods plan40. ~ 1774 III, 1,52 | Het leven wordt aan de mens toevertrouwd als een 1775 III, 1,52 | goed gebruikt moet worden. De mens moet er rekenschap 1776 III, 2 | Voor het leven van de mens vraag ik rekenschap 1777 III, 2 | vraag ik rekenschap van de mens”(Gn 9,5): het menselijk 1778 III, 2,53 | ontstaanhet handelen van de Schepper vereist”, en het 1779 III, 2,53 | Met deze woorden zet de Instructie Donum Vitae de 1780 III, 2,53 | de Instructie Donum Vitae de centrale inhoud uiteen van 1781 III, 2,53 | van Gods openbaring over de heiligheid en de onaantastbaarheid 1782 III, 2,53 | openbaring over de heiligheid en de onaantastbaarheid van het 1783 III, 2,53 | van het menselijk leven. ~De Heilige Schrift brengt het 1784 III, 2,53 | bevindt dit gebod zich in de Decaloog, in het hart van 1785 III, 2,53 | hart van het Verbond dat de Heer sluit met zijn uitverkoren 1786 III, 2,53 | oorspronkelijk verbond tussen God en de mensheid na de reinigende 1787 III, 2,53 | tussen God en de mensheid na de reinigende straf van de 1788 III, 2,53 | de reinigende straf van de zondvloed, die werd veroorzaakt 1789 III, 2,53 | die werd veroorzaakt door de verspreiding van zonde en 1790 III, 2,53 | God verkondigt dat Hij de absolute Heer is van het 1791 III, 2,53 | Heer is van het leven van de mens, die gevormd is naar 1792 III, 2,53 | onaantastbaar karakter, dat de onaantastbaarheid van de 1793 III, 2,53 | de onaantastbaarheid van de Schepper zelf weerspiegelt. 1794 III, 2,53 | niet doden”, het gebod dat de grondslag vormt van het 1795 III, 2,53 | menselijke samenleven. Hij is de “goel”, de verdediger van 1796 III, 2,53 | samenleven. Hij is de “goel”, de verdediger van de onschuldigen ( 1797 III, 2,53 | goel”, de verdediger van de onschuldigen (vgl.Gn 4,9- 1798 III, 2,53 | Hij geen vreugde schept in de dood van de levenden (vgl. 1799 III, 2,53 | vreugde schept in de dood van de levenden (vgl.W 1,13). Alleen 1800 III, 2,53 | want door zijn afgunst kwam de dood in de wereld (vgl.W 1801 III, 2,53 | afgunst kwam de dood in de wereld (vgl.W 2,24). Hij 1802 III, 2,53 | een leugenaar en vader van de leugen”(Joh 8,44). Door 1803 III, 2,53 | leugen”(Joh 8,44). Door de mens te misleiden voert 1804 III, 2,53(41) | CONGREGATIE VOOR DE GELOOFSLEER, Instructie 1805 III, 2,53(41) | bij zijn oorsprong en over de waardigheid van de voortplanting 1806 III, 2,53(41) | over de waardigheid van de voortplanting Donum vitae ( 1807 III, 2,53(41) | 77; vgl. Katechismus van de Katholieke Kerk, 2258. ~ 1808 III, 2,54 | negatieve inhoud: het wijst op de uiterste grens die nooit 1809 III, 2,54 | het leven; het leidt tot de bevordering van het leven 1810 III, 2,54 | leven en tot voortgang langs de weg van een liefde die geeft, 1811 III, 2,54 | en zich zo voorbereid op de grote verkondiging van Jezus 1812 III, 2,54 | Jezus dat het gebod van de naastenliefde lijkt op het 1813 III, 2,54 | naastenliefde lijkt op het gebod van de liefde tot God; “op deze 1814 III, 2,54 | deze twee geboden rust heel de wet en de profeten”(vgl. 1815 III, 2,54 | geboden rust heel de wet en de profeten”(vgl.Mt 22,36-40). 1816 III, 2,54 | tot vervulling gebracht in de Nieuwe Wet, staat het gebod “ 1817 III, 2,54 | ditzelfde perspectief hebben de woorden van de apostel Johannes 1818 III, 2,54 | perspectief hebben de woorden van de apostel Johannes een categorische 1819 III, 2,54 | Vanaf het begin heeft de levende Traditie van de 1820 III, 2,54 | de levende Traditie van de Kerk - zoals de Didachè 1821 III, 2,54 | Traditie van de Kerk - zoals de Didachè laat zien, het oudste 1822 III, 2,54 | het leven en een weg van de dood; er is een groot verschil 1823 III, 2,54 | Naar het voorschrift van de leer: Gij zult niet doden (...), 1824 III, 2,54 | kind niet afdrijven noch na de geboorte doden (...) De 1825 III, 2,54 | de geboorte doden (...) De weg van de dood is deze: (...) 1826 III, 2,54 | geboorte doden (...) De weg van de dood is deze: (...) ze hebben 1827 III, 2,54 | hebben geen medelijden met de armen, ze lijden niet met 1828 III, 2,54 | armen, ze lijden niet met de lijdenden, zij erkennen 1829 III, 2,54 | schepselen omkomen; ze sturen de behoeftigen weg, onderdrukken 1830 III, 2,54 | behoeftigen weg, onderdrukken de gekwelden, zij pleiten voor 1831 III, 2,54 | gekwelden, zij pleiten voor de rijken en vonnissen de armen 1832 III, 2,54 | voor de rijken en vonnissen de armen onrechtvaardig; zij 1833 III, 2,54 | al deze zonden!”42. ~In de loop der tijd heeft de Traditie 1834 III, 2,54 | In de loop der tijd heeft de Traditie van de Kerk altijd 1835 III, 2,54 | tijd heeft de Traditie van de Kerk altijd eenstemmig de 1836 III, 2,54 | de Kerk altijd eenstemmig de absolute en onveranderlijke 1837 III, 2,54 | doden”. Het is bekend dat in de eerste eeuwen moord werd 1838 III, 2,54 | moord werd geplaatst bij de drie zwaarste zonden - samen 1839 III, 2,54 | straf vereiste, voordat de berouwvolle moordenaar vergiffenis 1840 III, 2,54 | krijgen en wederopneming in de kerkelijke gemeenschap. ~ 1841 III, 2,54 | ernstige zonde. Alleen God is de Heer van het leven! Maar 1842 III, 2,54 | leven! Maar in het licht van de vele, vaak tragische gebeurtenissen 1843 III, 2,54 | namelijk situaties waarin de waarden die door Gods wet 1844 III, 2,54 | wet worden voorgesteld, in de vorm van een echte tegenspraak 1845 III, 2,54 | eigen leven te verdedigen en de plicht om andermans leven 1846 III, 2,54 | leven niet te kwetsen in de praktijk moeilijk te verzoenen 1847 III, 2,54 | zijn. Ongetwijfeld vormen de innerlijke waarde van het 1848 III, 2,54 | waarde van het leven en de plicht om zichzelf niet 1849 III, 2,54 | anderen lief te hebben, de basis van een werkelijk 1850 III, 2,54 | het veeleisende gebod van de naastenliefde, in het Oude 1851 III, 2,54 | liefde voor zichzelf als de basis van vergelijking: “ 1852 III, 2,54 | een heldhaftige liefde die de liefde voor zichzelf verdiept 1853 III, 2,54 | zelfopoffering, overeenkomstig de geest van de Zaligsprekingen 1854 III, 2,54 | overeenkomstig de geest van de Zaligsprekingen in het evangelie ( 1855 III, 2,54 | van deze zelfopoffering is de Heer Jezus zelf. ~Bovendien “[ 1856 III, 2,54 | zelf. ~Bovendien “[kan] de gewettigde zelfverdediging (...) 1857 III, 2,54 | welzijn van het gezin of van de gemeenschap44. Helaas gebeurt 1858 III, 2,54(43) | Vgl. Katechismus van de Katholieke Kerk, 2263-2269; 1859 III, 2,54 | Helaas gebeurt het dat de noodzaak om de aanvaller 1860 III, 2,54 | gebeurt het dat de noodzaak om de aanvaller onschadelijk te 1861 III, 2,54 | doodt. In dit geval wordt de fatale afloop de aanvaller 1862 III, 2,54 | geval wordt de fatale afloop de aanvaller ten laste gelegd 1863 III, 2,54(44) | Katechismus van de Katholieke Kerk, 2265. ~ 1864 III, 2,54(45) | 64, a. 7; SINT ALFONSUS DE”LIGUORI, Theologia moralis, 1865 III, 2,55 | context moet het probleem van de doodstraf geplaatst worden, 1866 III, 2,55 | geplaatst worden, waarbij in de Kerk en in de maatschappij 1867 III, 2,55 | waarbij in de Kerk en in de maatschappij toenemend een 1868 III, 2,55 | steeds meer strookt met de menselijke waardigheid en 1869 III, 2,55 | maatschappij. Het eerste doel van de straf die een samenleving 1870 III, 2,55 | een samenleving oplegt isde verstoring van de orde ongedaan [ 1871 III, 2,55 | oplegt is “de verstoring van de orde ongedaan [te] maken, 1872 III, 2,55 | ongedaan [te] maken, die door de overtreding ontstaan is46. 1873 III, 2,55 | Het openbaar gezag moet de aantasting van persoonlijke 1874 III, 2,55 | sociale rechten verhelpen door de schuldige een gepaste straf 1875 III, 2,55 | misdrijf, als voorwaarde om de uitoefening van zijn vrijheid 1876 III, 2,55 | het gezag ook het doel om de openbare orde te verdedigen 1877 III, 2,55 | openbare orde te verdedigen en de veiligheid van de mensen 1878 III, 2,55 | verdedigen en de veiligheid van de mensen te verzekeren, terwijl 1879 III, 2,55 | verzekeren, terwijl het tevens de schuldige ertoe aanzet en 1880 III, 2,55(46) | Katechismus van de Katholieke Kerk, 2266. ~ 1881 III, 2,55 | men deze doelen bereiken, de aard en de omvang van de 1882 III, 2,55 | doelen bereiken, de aard en de omvang van de straf zorgvuldig 1883 III, 2,55 | de aard en de omvang van de straf zorgvuldig afgewogen 1884 III, 2,55 | noodzaak, dwz als anders de verdediging van de maatschappij 1885 III, 2,55 | anders de verdediging van de maatschappij niet mogelijk 1886 III, 2,55 | tot het uiterste gaan, nl, de terechtstelling van de schuldige. 1887 III, 2,55 | de terechtstelling van de schuldige. Maar tegenwoordig 1888 III, 2,55 | gevallen, als gevolg van de gestage verbeteringen in 1889 III, 2,55 | gestage verbeteringen in de organisatie van het strafwezen, 1890 III, 2,55 | elk geval blijft het door de nieuwe Katechismus van de 1891 III, 2,55 | de nieuwe Katechismus van de Katholieke Kerk aangevoerde 1892 III, 2,55 | mensenlevens te verdedigen tegen de aanvaller en om de openbare 1893 III, 2,55 | tegen de aanvaller en om de openbare orde en de veiligheid 1894 III, 2,55 | en om de openbare orde en de veiligheid van de personen 1895 III, 2,55 | orde en de veiligheid van de personen te beschermen, 1896 III, 2,55 | personen te beschermen, moet de overheid zich beperken tot 1897 III, 2,55 | immers beter aangepast aan de concrete voorwaarden van 1898 III, 2,55 | meer in overeenstemming met de waardigheid van de menselijke 1899 III, 2,55 | overeenstemming met de waardigheid van de menselijke persoon48. ~ 1900 III, 2,56 | wanneer het verwijst naar de onschuldige mens. En dit 1901 III, 2,56 | menselijke wezens, die alleen in de absolute verplichting van 1902 III, 2,56 | verdediging vinden tegen de willekeur en gewelddadigheid 1903 III, 2,56 | gewelddadigheid van anderen. ~De absolute onaantastbaarheid 1904 III, 2,56 | mensenleven is inderdaad een in de Heilige Schrift uitdrukkelijk 1905 III, 2,56 | uitdrukkelijk geleerde, in de Traditie van de Kerk voortdurend 1906 III, 2,56 | geleerde, in de Traditie van de Kerk voortdurend hooggehouden 1907 III, 2,56 | Deze eenstemmigheid is de zichtbare vrucht van die “ 1908 III, 2,56 | geloofszin”die, geïnspireerd door de heilige Geest, het Volk 1909 III, 2,56 | Omdat in het bewustzijn van de mensen en in de samenleving 1910 III, 2,56 | bewustzijn van de mensen en in de samenleving het besef van 1911 III, 2,56 | samenleving het besef van de absolute en ernstige zedelijke 1912 III, 2,56 | Leergezag zijn oproepen om de heiligheid en onaantastbaarheid 1913 III, 2,56 | heeft zich altijd dat van de bisschoppen aangesloten 1914 III, 2,56 | Vaticaans Concilie behandelde de materie krachtig in een 1915 III, 2,56(49) | Dogmatische constitutie over de Kerk Lumen gentium, 12. ~ 1916 III, 2,56 | markante passage 50. ~Met de autoriteit die Christus 1917 III, 2,56 | gegeven, en in gemeenschap met de bisschoppen van de katholieke 1918 III, 2,56 | gemeenschap met de bisschoppen van de katholieke Kerk, verklaar 1919 III, 2,56 | die ongeschreven wet die de mens, in het licht van het 1920 III, 2,56 | is opnieuw bevestigd door de Heilige Schrift, doorgegeven 1921 III, 2,56 | Schrift, doorgegeven door de Traditie van de Kerk en 1922 III, 2,56 | doorgegeven door de Traditie van de Kerk en onderwezen door 1923 III, 2,56(50) | Pastorale constitutie over de Kerk in de moderne wereld 1924 III, 2,56(50) | constitutie over de Kerk in de moderne wereld Gaudium et 1925 III, 2,56 | algemene Leergezag 51. ~De bewuste beslissing om een 1926 III, 2,56 | ongehoorzaamheid jegens de zedelijke wet, ja jegens 1927 III, 2,56 | en borg; ze weerspreekt de fundamentele deugden van 1928 III, 2,56(51) | Dogmatische constitutie over de Kerk Lumen gentium, 25. ~ 1929 III, 2,56 | andere. Deze gelijkheid vormt de grondslag van alle authentieke 1930 III, 2,56 | een gebruiksvoorwerp. Voor de morele norm die het directe 1931 III, 2,56 | uitzonderingen. Of iemand heer van de wereld is of de “allerongelukkigste” 1932 III, 2,56 | heer van de wereld is of de “allerongelukkigste”is op 1933 III, 2,56 | maakt geen verschil. Voor de zedelijke eisen zijn we 1934 III, 2,56(52) | CONGREGATIE VOOR DE GELOOFSLEER, Verklaring 1935 III, 2,56(53) | Pastorale constitutie over de Kerk in de moderne wereld 1936 III, 2,56(53) | constitutie over de Kerk in de moderne wereld Gaudium et 1937 III, 3 | ik ontstond”(Ps 139,16): de afschuwelijke misdaad van 1938 III, 3 | afschuwelijke misdaad van de abortus~ 1939 III, 3,57 | van velen het besef van de zwaarte ervan steeds meer 1940 III, 3,57 | steeds meer verduisterd. De aanvaarding van abortus 1941 III, 3,57 | aanvaarding van abortus in de mentaliteit, in het gedrag 1942 III, 3,57 | in het gedrag en zelfs in de wet zelf is een sprekend 1943 III, 3,57 | moet we nu meer dan ooit de moed hebben om de waarheid 1944 III, 3,57 | dan ooit de moed hebben om de waarheid onder ogen te zien 1945 III, 3,57 | waarheid onder ogen te zien en de dingen bij hun naam te noemen 1946 III, 3,57 | gemakkelijke compromissen of naar de bekoring van zelfbedrog. 1947 III, 3,57 | samenhang klinkt het verwijt van de Profeet categorisch: “Wee 1948 III, 3,57 | zwangerschapsonderbreking”, die ertoe neigt de ware aard van abortus te 1949 III, 3,57 | zwaarte af te zwakken in de publieke opinie. Misschien 1950 III, 3,57 | geweten. Maar geen woord heeft de kracht om de werkelijkheid 1951 III, 3,57 | woord heeft de kracht om de werkelijkheid van de dingen 1952 III, 3,57 | om de werkelijkheid van de dingen te veranderen: abortus 1953 III, 3,57 | van een menselijk wezen in de beginfase van zijn of haar 1954 III, 3,57 | conceptie en geboorte. ~De morele zwaarte van abortus 1955 III, 3,57 | het bijzonder wanneer men de specifieke elementen beschouwt 1956 III, 3,57 | verdediging niet heeft dat de smekende kracht van het 1957 III, 3,57 | van het schreien en van de tranen van een pasgeboren 1958 III, 3,57 | helemaal toevertrouwd aan de beschermende zorg van de 1959 III, 3,57 | de beschermende zorg van de vrouw die het in haar schoot 1960 III, 3,57 | En toch is het soms juist de moeder zelf die de beslissing 1961 III, 3,57 | juist de moeder zelf die de beslissing neemt en erom 1962 III, 3,57 | zelfs uitvoert. ~Zeker, de beslissing om een abortus 1963 III, 3,57 | tragisch en pijnlijk voor de moeder, wanneer de beslissing 1964 III, 3,57 | voor de moeder, wanneer de beslissing om zich te ontdoen 1965 III, 3,57 | beslissing om zich te ontdoen van de vrucht van de conceptie 1966 III, 3,57 | ontdoen van de vrucht van de conceptie niet gemaakt wordt 1967 III, 3,57 | gemakzucht, maar vanuit de wens om bepaalde belangrijke 1968 III, 3,57 | fatsoenlijke levensstandaard voor de andere gezinsleden. Soms 1969 III, 3,57 | dat het beter zou zijn als de geboorte niet plaatsvond. 1970 III, 3,58 | 59. Naast de moeder zijn er vaak andere 1971 III, 3,58 | het doden van het kind in de moederschoot. Schuldig kan 1972 III, 3,58 | moederschoot. Schuldig kan vooral de vader van het kind zijn, 1973 III, 3,58 | niet alleen wanneer hij de moeder rechtstreeks tot 1974 III, 3,58 | haar alleen te laten met de problemen van de zwangerschap 55: 1975 III, 3,58 | laten met de problemen van de zwangerschap 55: zo wordt 1976 III, 3,58 | levente zijn. Ook mag men de druk niet over het hoofd 1977 III, 3,58 | van vrienden. Soms wordt de vrouw onder zulke zware 1978 III, 3,58 | zeker in dit geval ligt de morele verantwoordelijkheid 1979 III, 3,58 | bevorderen, in dienst stellen van de dood. ~Maar medeverantwoordelijk 1980 III, 3,58 | medeverantwoordelijk zijn ook de wetgevers die abortuswetten 1981 III, 3,58 | en goedgekeurd, en, naar de mate waarin zij terzake 1982 III, 3,58 | terzake zeggenschap hebben, de directie van gezondheidscentra 1983 III, 3,58 | verantwoordelijkheid ligt bij hen die de verbreiding van een houding 1984 III, 3,58 | systematisch campagne voeren voor de legalisering en verspreiding 1985 III, 3,58 | verspreiding van abortus over de hele wereld. In deze zin 1986 III, 3,58 | deze zin overstijgt abortus de verantwoordelijkheid van 1987 III, 3,58 | verantwoordelijkheid van enkelingen en de schade die hij hen toebrengt, 1988 III, 3,58 | ernstige verwonding die aan de samenleving en haar cultuur 1989 III, 3,58 | toegebracht, juist door de mensen die de samenleving 1990 III, 3,58 | juist door de mensen die de samenleving zouden moeten 1991 III, 3,58 | schreef in mijn Brief aan de Gezinnen: “We staan voor 1992 III, 3,58 | enkelingen, maar ook dat van de beschaving zelf56. We staan 1993 III, 3,58(55) | Brief aan de Gezinnen Gratissimum sane ( 1994 III, 3,58 | heten eenstructuur van de zondegericht tegen het 1995 III, 3,58 | beweren dat het resultaat van de conceptie, ten minste tot 1996 III, 3,58 | Maarvanaf het moment dat de eicel bevrucht wordt, bevindt 1997 III, 3,58 | een leven dat niet van de vader is, noch van de moeder, 1998 III, 3,58 | van de vader is, noch van de moeder, maar van een nieuw 1999 III, 3,58 | geldende evidentie (...) voert de moderne genetisch wetenschap 2000 III, 3,58 | vanaf het eerste ogenblik de programmering vaststaat


1-500 | 501-1000 | 1001-1500 | 1501-2000 | 2001-2500 | 2501-3000 | 3001-3455

Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License