1-500 | 501-1000 | 1001-1500 | 1501-2000 | 2001-2500 | 2501-3000 | 3001-3455
Chapter, Paragraph, Number
2001 III, 3,58 | vaststaande karaktertrekken. Vanaf de bevruchting is het avontuur
2002 III, 3,58(56) | CONGREGATIE VOOR DE GELOOFSLEER, Verklaring
2003 III, 3,58 | handelingsbekwaamheid te komen”57. Ook als de aanwezigheid van een geestelijke
2004 III, 3,58 | ervaringsgegevens, dan nog leveren de resultaten zelf van wetenschappelijk
2005 III, 3,58(57) | CONGREGATIE VOOR DE GELOOFSLEER, Instructie
2006 III, 3,58(57) | bij zijn oorsprong en over de waardigheid van de voortplanting
2007 III, 3,58(57) | over de waardigheid van de voortplanting Donum vitae (
2008 III, 3,58 | van morele plicht alleen de waarschijnlijkheid dat het
2009 III, 3,58 | embryo. Juist daarom heeft de Kerk buiten de wetenschappelijke
2010 III, 3,58 | daarom heeft de Kerk buiten de wetenschappelijke discussies
2011 III, 3,58 | wetenschappelijke discussies en zelfs de filosofische uitspraken
2012 III, 3,58 | leert het nog steeds dat aan de vrucht van de menselijke
2013 III, 3,58 | steeds dat aan de vrucht van de menselijke voortplanting,
2014 III, 3,58 | worden gegarandeerd dat de mens moreel toekomt in zijn
2015 III, 3,58 | persoon vanaf het ogenblik van de conceptie; en daarom moeten
2016 III, 3,58 | worden erkend, waaronder in de eerste plaats het onaantastbare
2017 III, 3,58(59) | Aldus de profeet Jeremia: “Het woord
2018 III, 3,58(59) | tot mij: “Voordat ik u in de moederschoot vormde, kende
2019 III, 3,58(59) | voor Mij; als profeet voor de volken heb ik u aangewezen””(
2020 III, 3,58(59) | Van zijn kant spreekt de Psalmist de Heer toe met
2021 III, 3,58(59) | kant spreekt de Psalmist de Heer toe met deze woorden: “
2022 III, 3,58(59) | 10-11). Zo benadrukt ook de evangelist Lucas - in de
2023 III, 3,58(59) | de evangelist Lucas - in de prachtige episode van de
2024 III, 3,58(59) | de prachtige episode van de ontmoeting van de twee moeders
2025 III, 3,58(59) | episode van de ontmoeting van de twee moeders Elizabeth en
2026 III, 3,58(59) | hun twee zoons, Johannes de Doper en Jezus, nog verborgen
2027 III, 3,58(59) | Jezus, nog verborgen in de schoot van hun moeders (
2028 III, 3,58(59) | 39-45) - hoe zelfs voor de geboorte de twee kleintjes
2029 III, 3,58(59) | hoe zelfs voor de geboorte de twee kleintjes kunnen communiceren:
2030 III, 3,58(59) | communiceren: het kind herkent de komst van het Kind en springt
2031 III, 3,59 | 61. De teksten van de Heilige Schrift
2032 III, 3,59 | 61. De teksten van de Heilige Schrift die nooit
2033 III, 3,59 | voor het menselijk wezen in de moederschoot dat zij als
2034 III, 3,59 | zijn bestaan, inclusief de beginfase die aan de geboorte
2035 III, 3,59 | inclusief de beginfase die aan de geboorte vooraf gaat. De
2036 III, 3,59 | de geboorte vooraf gaat. De mens behoort vanaf de moederschoot
2037 III, 3,59 | gaat. De mens behoort vanaf de moederschoot aan God toe
2038 III, 3,59 | embryo is en die in hem reeds de volwassene van morgen ziet
2039 III, 3,59 | 16). Reeds daar, nog in de moederschoot zijn zij het
2040 III, 3,59 | zoals veel passages in de Bijbel betuigen 60. ~De
2041 III, 3,59 | de Bijbel betuigen 60. ~De christelijke Traditie stemt -
2042 III, 3,59 | zoals duidelijk blijkt uit de Verklaring die de Congregatie
2043 III, 3,59 | blijkt uit de Verklaring die de Congregatie voor de Geloofsleer
2044 III, 3,59 | die de Congregatie voor de Geloofsleer heeft uitgegeven 61 -
2045 III, 3,59 | dagen duidelijk overeen in de beschrijving van abortus
2046 III, 3,59 | haar eerste contacten met de Grieks-Romeinse wereld,
2047 III, 3,59 | gepraktiseerd werden, heeft de eerste christelijke gemeenschap
2048 III, 3,59 | zich radicaal gekeerd tegen de in die maatschappij heersende
2049 III, 3,59 | zoals duidelijk blijkt uit de eerdergenoemde Didachè 62.
2050 III, 3,59 | eerdergenoemde Didachè 62. Onder de Griekse schrijvers vermeldt
2051 III, 3,59 | vermeldt Athenagoras dat de christenen vrouwen die hun
2052 III, 3,59 | kinderen, zelfs als zij nog in de moederschoot zijn, “reeds
2053 III, 3,59 | moederschoot zijn, “reeds onder de bescherming van de Goddelijke
2054 III, 3,59 | onder de bescherming van de Goddelijke Voorzienigheid
2055 III, 3,59(62) | Apologie voor de christenen, 35: PG 6, 969. ~
2056 III, 3,59 | Voorzienigheid staan”63. Onder de Latijnse schrijvers stelt
2057 III, 3,59 | schrijvers stelt Tertullianus: “De verhindering van de geboorte
2058 III, 3,59 | Tertullianus: “De verhindering van de geboorte is vroegtijdige
2059 III, 3,59 | haar ter dood brengt bij de geboorte. Hij is reeds de
2060 III, 3,59 | de geboorte. Hij is reeds de mens die hij later zal zijn”64. ~
2061 III, 3,59 | zal zijn”64. ~Door heel de christelijke geschiedenis
2062 III, 3,59 | constant onderwezen door de Vaders van de Kerk en door
2063 III, 3,59 | onderwezen door de Vaders van de Kerk en door haar Herders
2064 III, 3,59 | het specifieke moment van de instorting van de geestelijke
2065 III, 3,59 | moment van de instorting van de geestelijke ziel hebben
2066 III, 3,59 | nooit aarzeling gewekt over de morele veroordeling van
2067 III, 3,60 | pauselijk Leergezag van de jongste tijd heeft deze
2068 III, 3,60 | encycliek Casti Connubii vooral de als voorwendsel dienende
2069 III, 3,60 | die het menselijk leven in de moederschoot rechtstreeks
2070 III, 3,60(65) | Toespraak voor de biomedische vereniging “
2071 III, 3,60(65) | 191; vgl. Toespraak tot de Italiaanse Katholieke Unie
2072 III, 3,60 | abortus zeer streng: “Vanaf de ontvangenis moet het leven
2073 III, 3,60(67) | Pastorale constitutie over de Kerk in de moderne wereld
2074 III, 3,60(67) | constitutie over de Kerk in de moderne wereld Gaudium et
2075 III, 3,60 | afschuwwekkende misdaden”68. ~De rechtsorde van de Kerk heeft
2076 III, 3,60 | misdaden”68. ~De rechtsorde van de Kerk heeft vanaf de eerste
2077 III, 3,60 | van de Kerk heeft vanaf de eerste eeuwen strafsancties
2078 III, 3,60 | geschiedenis bevestigd. De Codex van de Canonieke Recht
2079 III, 3,60 | bevestigd. De Codex van de Canonieke Recht uit 1917
2080 III, 3,60 | met excommunicaties 69. De herziene canonieke wetgeving
2081 III, 3,60(69) | can. 1398; vgl. Codex van de Canons van de Oosterse Kerken,
2082 III, 3,60(69) | Codex van de Canons van de Oosterse Kerken, can. 1450, §
2083 III, 3,60 | excommunicatie oploopt”70. De excommunicatie treft allen
2084 III, 3,60 | bedrijven met kennis van de straf, alsook de medeplichtigen
2085 III, 3,60 | kennis van de straf, alsook de medeplichtigen zonder wier
2086 III, 3,60 | medeplichtigen zonder wier hulp de misdaad niet zou zijn begaan 71.
2087 III, 3,60(70) | Vgl. ibid., can. 1329; ook de Codex van de Canons van
2088 III, 3,60(70) | 1329; ook de Codex van de Canons van de Oosterse Kerken,
2089 III, 3,60(70) | Codex van de Canons van de Oosterse Kerken, can. 1417. ~
2090 III, 3,60 | bevestigde sanctie maakt de Kerk duidelijk dat abortus
2091 III, 3,60 | begaat aan om onverwijld de weg van de bekering te zoeken.
2092 III, 3,60 | om onverwijld de weg van de bekering te zoeken. In de
2093 III, 3,60 | de bekering te zoeken. In de Kerk is het doel van excommunicatie:
2094 III, 3,60 | individu te doordringen van de zwaarte van een bepaalde
2095 III, 3,60 | Gegeven deze eenstemmigheid in de traditie van de leer en
2096 III, 3,60 | eenstemmigheid in de traditie van de leer en het recht van de
2097 III, 3,60 | de leer en het recht van de Kerk, was Paulus VI in staat
2098 III, 3,60(71) | Vgl. Toespraak tot de Italiaanse Katholieke Juristen (
2099 III, 3,60 | en onveranderlijk 72. Met de autoriteit die Christus
2100 III, 3,60 | Opvolgers, in gemeenschap met de bisschoppen - die bij verschillende
2101 III, 3,60 | consultatie, verspreid over de wereld als zij waren, unanieme
2102 III, 3,60 | betekent. Deze leer stoelt op de natuurwet en op het geschreven
2103 III, 3,60 | wordt doorgegeven door de Overlevering van de Kerk
2104 III, 3,60 | door de Overlevering van de Kerk en geleerd door het
2105 III, 3,60(72) | Dogmatische constitutie over de Kerk Lumen gentium, 25. ~
2106 III, 3,60 | is, aangezien zij tegen de wet van God ingaat die geschreven
2107 III, 3,60 | en verkondigd wordt door de Kerk. ~
2108 III, 3,60(73) | CONGREGATIE VOOR DE GELOOFSLEER, Instructie
2109 III, 3,60(73) | bij zijn oorsprong en over de waardigheid van de voortplanting
2110 III, 3,60(73) | over de waardigheid van de voortplanting Donum vitae (
2111 III, 3,61 | 63. De zedelijke beoordeling van
2112 III, 3,61 | ook worden toegepast op de recente vormen van ingrepen
2113 III, 3,61 | sommige landen. Ofschoon “de ingrepen bij het menselijk
2114 III, 3,61 | voorwaarde dat ze het leven en de ongeschondenheid van het
2115 III, 3,61 | dat zij gericht zijn op de genezing van de ziekte,
2116 III, 3,61 | zijn op de genezing van de ziekte, de verbetering van
2117 III, 3,61 | genezing van de ziekte, de verbetering van de gezondheidstoestand
2118 III, 3,61 | ziekte, de verbetering van de gezondheidstoestand of het
2119 III, 3,61 | gezondheidstoestand of het overleven van de individuele foetus”74 moet
2120 III, 3,61(74) | Handvest van de rechten van het gezin (22
2121 III, 3,61 | veroordeling betreft ook de procedure die levende menselijke
2122 III, 3,61 | voor transplantaties bij de behandeling van bepaalde
2123 III, 3,61 | aandacht moet men schenken aan de zedelijke beoordeling van
2124 III, 3,61 | prenatale diagnostiek die de vroege vaststelling van
2125 III, 3,61 | mogelijk maken. Vanwege de ingewikkeldheid van deze
2126 III, 3,61 | inhouden voor het kind en de moeder, en bedoeld zijn
2127 III, 3,61 | geoorloofd. Maar aangezien de mogelijkheden van prenatale
2128 III, 3,61 | selectieve abortus aanvaardt om de geboorte te van kinderen
2129 III, 3,61 | daar zij zich aanmatigt om de waarde van een mensenleven
2130 III, 3,61 | lichamelijk welbevinden, en zo ook de weg baant voor de legitimering
2131 III, 3,61 | zo ook de weg baant voor de legitimering van kinderdoding
2132 III, 3,61 | euthanasie. ~Maar toch leggen de moed en de innerlijke kalmte
2133 III, 3,61 | Maar toch leggen de moed en de innerlijke kalmte waarmee
2134 III, 3,61 | henzelf en voor anderen. De Kerk is die echtparen nabij
2135 III, 3,61 | opnemen die door hun ouders in de steek gelaten zijn vanwege
2136 III, 3,61(75) | CONGREGATIE VOOR DE GELOOFSLEER, Verklaring
2137 III, 4 | Dt 32,39): het drama van de euthanasie~
2138 III, 4,62 | einde van zijn bestaan staat de mens voor het geheim van
2139 III, 4,62 | mens voor het geheim van de dood. Als gevolg van vorderingen
2140 III, 4,62 | gevolg van vorderingen in de geneeskunde en in een cultuurmilieu
2141 III, 4,62 | het transcendente, kent de stervenservaring tegenwoordig
2142 III, 4,62 | nieuwe elementen. Wanneer de tendens overheerst om het
2143 III, 4,62 | leven alleen te waarderen in de mate dat het plezier en
2144 III, 4,62 | elke prijs moet bevrijden. De dood wordt als “absurd”beschouwd
2145 III, 4,62 | lijden. ~Bovendien meent de mens wanneer hij zijn fundamentele
2146 III, 4,62 | het recht om te eisen dat de maatschappij hem de wegen
2147 III, 4,62 | dat de maatschappij hem de wegen en middelen garandeert
2148 III, 4,62 | autonomie. Vooral mensen in de ontwikkelde landen handelen
2149 III, 4,62 | hiertoe ook aangemoedigd door de voortdurende vooruitgang
2150 III, 4,62 | voortdurende vooruitgang van de geneeskunde en haar steeds
2151 III, 4,62 | systemen en apparatuur, zijn de wetenschap en de medische
2152 III, 4,62 | apparatuur, zijn de wetenschap en de medische praktijk vandaag
2153 III, 4,62 | In deze context groeit de bekoring om zijn toevlucht
2154 III, 4,62 | dwz: zich tot heer over de dood te maken en die voortijdig
2155 III, 4,62 | staan hier voor een van de alarmerendste symptomen
2156 III, 4,62 | alarmerendste symptomen van de “cultuur van de dood”, die
2157 III, 4,62 | symptomen van de “cultuur van de dood”, die vooral in welvarende
2158 III, 4,62 | door hun families en door de samenleving, die bijna uitsluitend
2159 III, 4,63 | dat van nature en bedoeld de dood veroorzaakt, om zo
2160 III, 4,63 | euthanasie draait het dus om de bedoeling van de wil en
2161 III, 4,63 | dus om de bedoeling van de wil en om de manier van
2162 III, 4,63 | bedoeling van de wil en om de manier van handelen”76. ~
2163 III, 4,63 | moet men onderscheiden van de beslissing of af te zien
2164 III, 4,63 | niet langer stroken met de werkelijke situatie van
2165 III, 4,63 | werkelijke situatie van de patiënt ofwel omdat die
2166 III, 4,63 | in verhouding staan tot de verhoopte resultaten of
2167 III, 4,63 | te zware last leggen op de patiënt en zijn familie.
2168 III, 4,63 | zulke situaties, wanneer de dood zich duidelijk dreigend
2169 III, 4,63 | kan men in geweten “aan de behandelingswijze verzaken
2170 III, 4,63 | betekenen, zonder evenwel de gewone zorgen na te laten
2171 III, 4,63 | maar deze plicht moet aan de concrete omstandigheden
2172 III, 4,63 | worden. Men moet bepalen of de middelen tot behandeling
2173 III, 4,63 | behandeling objectief stroken met de vooruitzichten op verbetering.
2174 III, 4,63 | eerder een uitdrukking van de aanvaarding van de menselijke
2175 III, 4,63 | uitdrukking van de aanvaarding van de menselijke situatie in het
2176 III, 4,63 | situatie in het zicht van de dood 78. ~In de moderne
2177 III, 4,63 | zicht van de dood 78. ~In de moderne geneeskunde wordt
2178 III, 4,63 | draaglijker trachten te maken in de laatste stadia van de ziekte
2179 III, 4,63 | in de laatste stadia van de ziekte en die moeten verzekeren
2180 III, 4,63 | die moeten verzekeren dat de patiënt op dat moment menselijk
2181 III, 4,63 | en begeleid wordt. Onder de vragen die in deze context
2182 III, 4,63 | context opkomen is die naar de geoorloofdheid van het gebruik
2183 III, 4,63 | en kalmeringsmiddelen om de pijn van de patiënt te verzachten
2184 III, 4,63 | kalmeringsmiddelen om de pijn van de patiënt te verzachten als
2185 III, 4,63 | levensverkorting inhoudt. Terwijl men de mens mag prijzen die vrijwillig
2186 III, 4,63 | delen in het Lijden van de Heer, mag men zulk “heldhaftig”
2187 III, 4,63 | middelen bestaan, en als in de gegeven omstandigheden dit
2188 III, 4,63 | omstandigheden dit niet leidt tot de belemmering van andere godsdienstige
2189 III, 4,63(78) | 147; vgl. CONGREGATIE VOOR DE GELOOFSLEER, Verklaring
2190 III, 4,63 | In zo”n geval wordt de dood niet gewild of gezocht,
2191 III, 4,63 | motieven: men wil enkel de pijn verminderen door de
2192 III, 4,63 | de pijn verminderen door de pijnstillers die de geneeskunde
2193 III, 4,63 | door de pijnstillers die de geneeskunde aanbiedt. Niettemin “
2194 III, 4,63 | aanbiedt. Niettemin “mag men de stervende niet zonder ernstige
2195 III, 4,63 | beroven”80: wanneer zij de dood naderen moeten mensen
2196 III, 4,63 | bewustzijn voor te bereiden op de uiteindelijke ontmoeting
2197 III, 4,63(80) | HEILIG OFFICIE, Decretum de directa insontium occisione (
2198 III, 4,63(80) | PAULUS VI, Boodschap voor de Franse televisie: “Ieder
2199 III, 4,63(80) | Pastorale constitutie over de Kerk in de moderne wereld
2200 III, 4,63(80) | constitutie over de Kerk in de moderne wereld Gaudium et
2201 III, 4,63 | en in gemeenschap met de bisschoppen van de katholieke
2202 III, 4,63 | gemeenschap met de bisschoppen van de katholieke Kerk, dat euthanasie
2203 III, 4,63 | een zware schending is van de wet van God, aangezien zij
2204 III, 4,63 | persoon. Deze leer stoelt op de natuurwet en op het geschreven
2205 III, 4,63 | God, is doorgegeven door de Traditie van Kerk en geleerd
2206 III, 4,63(81) | Dogmatische constitutie over de Kerk Lumen gentium, 25. ~
2207 III, 4,63 | Leergezag. ~Afhankelijk van de omstandigheden houdt deze
2208 III, 4,63(82) | Vgl. SINT AUGUSTINUS, De Civitate Dei I, 20: CCL
2209 III, 4,64 | onaanvaardbaar als moord. De overlevering van de Kerk
2210 III, 4,64 | moord. De overlevering van de Kerk heeft hem altijd als
2211 III, 4,64 | radicaal in tegenspraak is met de natuurlijke neiging tot
2212 III, 4,64 | neiging tot leven en zo de subjectieve verantwoordelijkheid
2213 III, 4,64 | Feitelijk betekent het de afwijzing van de eigenliefde
2214 III, 4,64 | betekent het de afwijzing van de eigenliefde en afwijzing
2215 III, 4,64 | eigenliefde en afwijzing van de plicht tot rechtvaardigheid
2216 III, 4,64 | rechtvaardigheid en liefde tot de naaste, tot de gemeenschappen
2217 III, 4,64 | liefde tot de naaste, tot de gemeenschappen waartoe men
2218 III, 4,64 | waartoe men behoort en tot de samenleving als geheel 84.
2219 III, 4,64(83) | Vgl. CONGREGATIE VOOR DE GELOOFSLEER, Verklaring
2220 III, 4,64(83) | 1980), 545; Katechismus van de Katholieke Kerk, 2281-2283. ~
2221 III, 4,64 | verkondigd in het gebed van de oude wijze van Israël: “
2222 III, 4,64 | dood; Gij voert mensen naar de poorten van de onderwereld
2223 III, 4,64 | mensen naar de poorten van de onderwereld en weer omhoog”(
2224 III, 4,64 | te plegen en helpen bij de uitvoering ervan door zgn “
2225 III, 4,64 | samenwerken met, en soms de eigenlijke uitvoerder zijn
2226 III, 4,64 | dood, om hulp smeekt bij de bevrijding van de ziel in
2227 III, 4,64 | smeekt bij de bevrijding van de ziel in haar strijd tegen
2228 III, 4,64 | ziel in haar strijd tegen de banden van het lichaam en
2229 III, 4,64 | andermans lijden; het doodt niet de mens wiens lijden onverdraaglijk
2230 III, 4,64 | onverdraaglijk is. Bovendien blijkt de daad van euthanasie des
2231 III, 4,64 | worden dat zij zorgen voor de zieke persoon, zelfs in
2232 III, 4,64 | zieke persoon, zelfs in de pijnlijkste terminale stadia. ~
2233 III, 4,64 | pijnlijkste terminale stadia. ~De keuze voor euthanasie wordt
2234 III, 4,64 | wordt ernstiger wanneer ze de vorm aanneemt van een moord,
2235 III, 4,64 | artsen of wetgevers zich de macht aanmatigen om te beslissen
2236 III, 4,64 | sterven. Opnieuw staan we voor de bekoring van Eden: te worden
2237 III, 4,64 | Gn 3,5). God alleen heeft de macht over leven en dood: “
2238 III, 4,64 | wijsheid en liefde. Wanneer de mens zich deze macht aanmatigt,
2239 III, 4,64 | macht aanmatigt, omdat hij de slaaf is van een dwaze en
2240 III, 4,64 | Zo wordt het leven van de mens die zwak is handen
2241 III, 4,64 | die sterk is gelegd: in de samenleving verdwijnt het
2242 III, 4,64 | het wederzijds vertrouwen, de basis van iedere authentieke
2243 III, 4,64 | betrekking wordt ondergraven aan de wortel. ~
2244 III, 4,64(85) | Pastorale constitutie over de Kerk in de moderne wereld
2245 III, 4,64(85) | constitutie over de Kerk in de moderne wereld Gaudium et
2246 III, 4,65 | verschillend hiervan is de weg van liefde en echt medelijden,
2247 III, 4,65 | waar het geloof in Christus de Verlosser, die gestorven
2248 III, 4,65 | mensenhart opstijgt bij de uiterste confrontatie met
2249 III, 4,65 | het oog in oog staat met de bekoring om op te geven
2250 III, 4,65 | solidariteit en steun in de tijd van beproeving. Het
2251 III, 4,65 | geeft: “In het licht van de dood krijgt het raadsel
2252 III, 4,65 | draagt niet is ontstaan uit de loutere materie, verzet
2253 III, 4,65 | materie, verzet het zich tegen de dood”86. ~Deze natuurlijke
2254 III, 4,65 | Deze natuurlijke afkeer van de dood en deze beginnende
2255 III, 4,65 | christelijk geloof, dat zowel de belofte als het aanbod doet
2256 III, 4,65 | doet van een deelhebben aan de overwinning van de Verrezen
2257 III, 4,65 | deelhebben aan de overwinning van de Verrezen Christus: het is
2258 III, 4,65 | Verrezen Christus: het is de overwinning van Hem die,
2259 III, 4,65 | door zijn verlossende dood, de mens heeft bevrijd van de
2260 III, 4,65 | de mens heeft bevrijd van de dood, “het loon van de zonde”(
2261 III, 4,65 | van de dood, “het loon van de zonde”(Rom 6,23), en die
2262 III, 4,65 | zonde”(Rom 6,23), en die hem de Geest heeft gegeven, het
2263 III, 4,65 | gegeven, het onderpand voor de verrijzenis en het leven (
2264 III, 4,65 | het leven (vgl. Rom 8,11). De zekerheid over de toekomstige
2265 III, 4,65 | 8,11). De zekerheid over de toekomstige onsterfelijkheid
2266 III, 4,65 | toekomstige onsterfelijkheid en de hoop op de beloofde verrijzenis
2267 III, 4,65 | onsterfelijkheid en de hoop op de beloofde verrijzenis werpen
2268 III, 4,65 | en sterven en vervullen de gelovigen met een buitengewone
2269 III, 4,65 | God toe te vertrouwen. ~De apostel Paulus heeft dit
2270 III, 4,65 | volledig toebehoren aan de Heer die de mens in iedere
2271 III, 4,65 | toebehoren aan de Heer die de mens in iedere toestand
2272 III, 4,65 | wij, dan leven wij voor de Heer; sterven wij, dan sterven
2273 III, 4,65 | wij, dan sterven wij voor de Heer. Of wij leven of sterven,
2274 III, 4,65 | sterven, wij behoren aan de Heer toe”(Rom 14,7-8). Sterven
2275 III, 4,65 | Rom 14,7-8). Sterven voor de Heer betekent de eigen dood
2276 III, 4,65 | Sterven voor de Heer betekent de eigen dood beleven als laatste
2277 III, 4,65 | laatste gehoorzaamheid aan de Vader (vgl. Fil 2,8), doordat
2278 III, 4,65 | vgl. Fil 2,8), doordat wij de ontmoeting met de dood in
2279 III, 4,65 | doordat wij de ontmoeting met de dood in het door Hem gewilde
2280 III, 4,65 | ten einde is. Leven voor de Heer betekent ook erkennen
2281 III, 4,65 | deelname aan het lijden van de gekruisigde Christus zelf.
2282 III, 4,65 | die zijn lijden leeft in de Heer, volkomen op Hem lijken (
2283 III, 4,65 | zijn verlossingswerk voor de Kerk en voor de mensheid 87.
2284 III, 4,65 | verlossingswerk voor de Kerk en voor de mensheid 87. Dat is de ervaring
2285 III, 4,65 | voor de mensheid 87. Dat is de ervaring van de Apostel,
2286 III, 4,65 | Dat is de ervaring van de Apostel, tot navolging waarvan
2287 III, 4,65 | het lichaam van Christus, de Kerk, voltooi ik in mijn
2288 III, 5 | God meer gehoorzamen dan de mensen”(Hnd. 5,29): burgerlijke
2289 III, 5,66 | 68. Een van de specifieke kenmerken van
2290 III, 5,66 | specifieke kenmerken van de - reeds vaak genoemde -
2291 III, 5,66 | menselijk leven bestaat in de tendens om wettelijke legitimatie
2292 III, 5,66 | om rechten zou gaan die de staat, tenminste onder bepaalde
2293 III, 5,66 | bepaalde voorwaarden, aan de burgers moet toekennen,
2294 III, 5,66 | als gevolg daarvan, in de tendens om de toepassing
2295 III, 5,66 | daarvan, in de tendens om de toepassing van deze rechten
2296 III, 5,66 | toepassing van deze rechten met de zekere en vrije hulp van
2297 III, 5,66 | alleen iemand die zich in de concrete situatie bevindt
2298 III, 5,66 | rechtmatig een afweging van de goederen waarom het gaat,
2299 III, 5,66 | daarvan zou alleen hij over de moraliteit van zijn keuze
2300 III, 5,66 | keuze kunnen beslissen. De staat zou daarom in het
2301 III, 5,66 | burgerlijk samenleven en de sociale eendracht deze beslissing
2302 III, 5,66 | euthanasie toelaten. ~Soms wordt de mening gehoord dat de wet
2303 III, 5,66 | wordt de mening gehoord dat de wet van de staat niet zou
2304 III, 5,66 | mening gehoord dat de wet van de staat niet zou kunnen verlangen
2305 III, 5,66 | erkennen en delen. Daarom moet de wet altijd de uitdrukking
2306 III, 5,66 | Daarom moet de wet altijd de uitdrukking van de mening
2307 III, 5,66 | altijd de uitdrukking van de mening of van de wil van
2308 III, 5,66 | uitdrukking van de mening of van de wil van de meerderheid der
2309 III, 5,66 | mening of van de wil van de meerderheid der burgers
2310 III, 5,66 | Overigens zou het verbod op en de bestraffing van abortus
2311 III, 5,66 | maar deze zouden niet aan de noodzakelijke sociale controle
2312 III, 5,66 | onderworpen zijn, en zouden zonder de gewenste medische veiligheid
2313 III, 5,66 | niet zou betekenen dat ook de geloofwaardigheid van elke
2314 III, 5,66 | ondergraven zou worden. ~De radicaalste standpunten
2315 III, 5,66 | ongeboren kind te beschikken: de keuze en de beslissing tussen
2316 III, 5,66 | beschikken: de keuze en de beslissing tussen de verschillende
2317 III, 5,66 | en de beslissing tussen de verschillende morele opvattingen
2318 III, 5,66 | inderdaad niet een zaak van de wet moeten zijn, en nog
2319 III, 5,67 | 69. In elk geval is in de democratische cultuur van
2320 III, 5,67 | democratische cultuur van onze tijd de mening wijd verbreid dat
2321 III, 5,67 | mening wijd verbreid dat de rechtsorde van een maatschappij
2322 III, 5,67 | zich ertoe moet beperken, de overtuigingen van de meerderheid
2323 III, 5,67 | beperken, de overtuigingen van de meerderheid op te tekenen
2324 III, 5,67 | slechts bouwen op datgene wat de meerderheid zelf als moreel
2325 III, 5,67 | beleeft. Wanneer dan zelfs de mening wordt verkondigd
2326 III, 5,67 | algemene en objectieve waarheid de facto onaannemelijk is,
2327 III, 5,67 | dan zou het respect voor de vrijheid van de burgers -
2328 III, 5,67 | respect voor de vrijheid van de burgers - die in een democratisch
2329 III, 5,67 | democratisch systeem als de eigenlijke soeverein gelden -
2330 III, 5,67 | dat men op het niveau van de wetgeving de autonomie van
2331 III, 5,67 | niveau van de wetgeving de autonomie van de individuele
2332 III, 5,67 | wetgeving de autonomie van de individuele gewetens erkent
2333 III, 5,67 | uitsluitend recht doet aan de wil van de meerderheid,
2334 III, 5,67 | recht doet aan de wil van de meerderheid, hoe die ook
2335 III, 5,67 | tendensen vaststellen. Aan de ene kant eisen de afzonderlijke
2336 III, 5,67 | vaststellen. Aan de ene kant eisen de afzonderlijke individuen
2337 III, 5,67 | individuen voor zichzelf de meest volledige zedelijke
2338 III, 5,67 | beslissingsautonomie op en eisen zij dat de staat geen morele opvatting
2339 III, 5,67 | geen morele opvatting tot de zijne maakt en voorschrijft,
2340 III, 5,67 | dat hij zich ertoe beperkt de vrijheid van ieder afzonderlijk
2341 III, 5,67 | vrijheid van ieder afzonderlijk de grootst mogelijke ruimte
2342 III, 5,67 | beperking naar buiten dat men de ruimte van autonomie niet
2343 III, 5,67 | burger recht heeft. Van de andere kant meent men dat,
2344 III, 5,67 | bij het uitoefenen van de publieke en professionele
2345 III, 5,67 | taken, het respect voor de beslissingsvrijheid van
2346 III, 5,67 | beslissingsvrijheid van de ander vereist, dat eenieder
2347 III, 5,67 | eigen overtuigingen aan de kant zet om zich in dienst
2348 III, 5,67 | stellen van ieder verzoek van de burgers, die de wetten erkennen
2349 III, 5,67 | verzoek van de burgers, die de wetten erkennen en beschermen,
2350 III, 5,67 | zedelijke maatstaf voor de uitoefening van eigen functies
2351 III, 5,67 | tenminste op het gebied van de openbare activiteit, de
2352 III, 5,67 | de openbare activiteit, de verantwoordelijkheid van
2353 III, 5,67 | verantwoordelijkheid van de mens aan de burgerlijke
2354 III, 5,67 | verantwoordelijkheid van de mens aan de burgerlijke wet overgelaten. ~
2355 III, 5,68 | 70. De gemeenschappelijke wortel
2356 III, 5,68 | dat voor grote delen van de moderne cultuur kenmerkend
2357 III, 5,68 | relativisme een voorwaarde is voor de democratie, omdat alleen
2358 III, 5,68 | het wederzijds respect van de mensen onderling en de binding
2359 III, 5,68 | van de mensen onderling en de binding aan de beslissingen
2360 III, 5,68 | onderling en de binding aan de beslissingen van de meerderheid
2361 III, 5,68 | aan de beslissingen van de meerderheid zou garanderen,
2362 III, 5,68 | zou garanderen, terwijl de zedelijke normen, als bindend
2363 III, 5,68 | intolerantie. ~Maar juist de problematiek van het respect
2364 III, 5,68 | verbergen. ~Het klopt dat de geschiedenis gevallen kent
2365 III, 5,68 | gevallen kent waarin in de naam van de “waarheid”misdaden
2366 III, 5,68 | kent waarin in de naam van de “waarheid”misdaden zijn
2367 III, 5,68 | radicale ontkenningen van de vrijheid werden en worden
2368 III, 5,68 | meerderheid, wanneer ze de rechtmatigheid van de onder
2369 III, 5,68 | ze de rechtmatigheid van de onder bepaalde voorwaarden
2370 III, 5,68 | wereldgeweten reageert terecht op de misdaden tegen de menselijkheid
2371 III, 5,68 | terecht op de misdaden tegen de menselijkheid waarmee onze
2372 III, 5,68 | tirannen te zijn begaan, door de toestemming van het volk
2373 III, 5,68 | of tot een panacee tegen de onzedelijkheid. Van nature
2374 III, 5,68 | vanzelf, maar hangt af van de overeenstemming met de zedenwet
2375 III, 5,68 | van de overeenstemming met de zedenwet waaraan zij, zoals
2376 III, 5,68 | d.w.z.: het hangt af van de zedelijkheid van de doelen
2377 III, 5,68 | van de zedelijkheid van de doelen die zij nastreeft
2378 III, 5,68 | die zij nastreeft en van de middelen die zij gebruikt.
2379 III, 5,68 | wereldwijde overeenstemming over de waarde van de democratie
2380 III, 5,68 | overeenstemming over de waarde van de democratie kan worden vastgesteld,
2381 III, 5,68 | een positief “teken van de tijd”beschouwd, zoals ook
2382 III, 5,68 | zoals ook het leergezag van de Kerk herhaaldelijk heeft
2383 III, 5,68 | heeft uitgesproken 88. Maar de waarde van de democratie
2384 III, 5,68 | uitgesproken 88. Maar de waarde van de democratie staat of valt
2385 III, 5,68 | democratie staat of valt met de waarden die zij belichaamt
2386 III, 5,68 | onmiskenbaar zijn zeker de waarden van iedere menselijke
2387 III, 5,68 | onvervreemdbare rechten, alsook de bestemming van het “algemeen
2388 III, 5,68 | voor het politieke leven. ~De fundamenten van deze waarden
2389 III, 5,68 | meerderheden”zijn, maar alleen de erkenning van een objectieve
2390 III, 5,68 | objectieve zedenwet, die als de “natuurwet”die de mens in
2391 III, 5,68 | die als de “natuurwet”die de mens in het hart geschreven
2392 III, 5,68 | het referentiepunt is dat de norm stelt juist voor deze
2393 III, 5,68 | scepticisme tenslotte zelfs de grondslagen van de zedenwet
2394 III, 5,68 | zelfs de grondslagen van de zedenwet in twijfel zou
2395 III, 5,68 | zou trekken, dan zou zelfs de democratische orde in zijn
2396 III, 5,68 | gebrek aan beter, omwille van de sociale vrede, gewaardeerd
2397 III, 5,68 | zedelijke verankering ook de democratie geen stabiele
2398 III, 5,68 | garanderen, temeer daar de vrede die niet aan de waarden
2399 III, 5,68 | daar de vrede die niet aan de waarden van de waardigheid
2400 III, 5,68 | niet aan de waarden van de waardigheid van iedere mens
2401 III, 5,68 | waardigheid van iedere mens en van de solidariteit onder alle
2402 III, 5,68 | bedrieglijke zaak is. Want in de regeringssystemen zelf die
2403 III, 5,68 | participatie kennen, leidt de regeling van de belangen
2404 III, 5,68 | kennen, leidt de regeling van de belangen dikwijls tot het
2405 III, 5,68 | dikwijls tot het voordeel van de sterkeren, aangezien zij
2406 III, 5,68 | zij niet alleen het beste de hefbomen van de macht, maar
2407 III, 5,68 | het beste de hefbomen van de macht, maar ook de totstandkoming
2408 III, 5,68 | hefbomen van de macht, maar ook de totstandkoming van een consensus
2409 III, 5,68(89) | CONGREGATIE VOOR DE GELOOFSLEER, Instructie
2410 III, 5,68(89) | bij zijn oorsprong en over de waardigheid van de voortplanting
2411 III, 5,68(89) | over de waardigheid van de voortplanting Donum vitae (
2412 III, 5,69 | 71. Met het oog op de toekomst van de maatschappij
2413 III, 5,69 | het oog op de toekomst van de maatschappij en op de ontwikkeling
2414 III, 5,69 | van de maatschappij en op de ontwikkeling van de gezonde
2415 III, 5,69 | en op de ontwikkeling van de gezonde democratie is het
2416 III, 5,69 | daarom dringend nodig om de aanwezigheid van essentiële
2417 III, 5,69 | opnieuw te ontdekken, die uit de waarheid van het menszijn
2418 III, 5,69 | menszijn zelf voortkomen en die de waardigheid van de persoon
2419 III, 5,69 | en die de waardigheid van de persoon uitdrukken en beschermen:
2420 III, 5,69 | koesteren. ~In deze zin moet men de basiselementen van een visie
2421 III, 5,69 | basiselementen van een visie op de betrekking tussen burgerlijke
2422 III, 5,69 | zedenwet herontdekken, die door de Kerk naar voren worden gebracht
2423 III, 5,69 | zijn van het erfgoed van de grote rechtstradities der
2424 III, 5,69 | rechtstradities der mensheid. ~Zeker, de taak van de burgerlijke
2425 III, 5,69 | mensheid. ~Zeker, de taak van de burgerlijke wet is in vergelijking
2426 III, 5,69 | vergelijking met die van de zedenwet anders en van beperkter
2427 III, 5,69 | kan “in geen levenssfeer de burgerlijke wet de plaats
2428 III, 5,69 | levenssfeer de burgerlijke wet de plaats innemen van het geweten
2429 III, 5,69 | bevoegdheid liggen”90, dat is de verzekering van het welzijn
2430 III, 5,69 | verzekering van het welzijn van de mensen door de erkenning
2431 III, 5,69 | welzijn van de mensen door de erkenning en de verdediging
2432 III, 5,69 | mensen door de erkenning en de verdediging van hun grondrechten,
2433 III, 5,69 | hun grondrechten, en door de bevordering van de vrede
2434 III, 5,69 | door de bevordering van de vrede en de openbare zedelijkheid 91.
2435 III, 5,69 | bevordering van de vrede en de openbare zedelijkheid 91.
2436 III, 5,69(90) | CONCILIE, Verklaring over de godsdienstvrijheid Dignitatis
2437 III, 5,69 | openbare zedelijkheid 91. Want de taak van de burgerlijke
2438 III, 5,69 | zedelijkheid 91. Want de taak van de burgerlijke wet bestaat
2439 III, 5,69 | 2,2). Juist daarom moet de burgerlijke wet voor alle
2440 III, 5,69 | wet voor alle leden van de maatschappij het respect
2441 III, 5,69 | grondrechten garanderen, die aan de mens als persoon eigen zijn
2442 III, 5,69 | enkelingen - zelfs wanneer die de meerderheid van de leden
2443 III, 5,69 | wanneer die de meerderheid van de leden van de maatschappij
2444 III, 5,69 | meerderheid van de leden van de maatschappij zouden vormen -
2445 III, 5,69 | respect voor het geweten van de anderen, omdat de maatschappij
2446 III, 5,69 | geweten van de anderen, omdat de maatschappij het recht en
2447 III, 5,69 | maatschappij het recht en de plicht heeft zich te beschermen
2448 III, 5,69 | zich te beschermen tegen de misbruiken die in naam van
2449 III, 5,69 | en onder voorwendsel van de vrijheid tot stand kunnen
2450 III, 5,69(92) | CONCILIE, Verklaring over de godsdienstvrijheid Dignitatis
2451 III, 5,69 | stand kunnen komen 93. ~In de encycliek Pacem in terris
2452 III, 5,69 | Johannes XXIII erop dat “in de denkwijze van onze tijd
2453 III, 5,69 | in het veiligstellen van de rechten en plichten van
2454 III, 5,69 | rechten en plichten van de menselijke persoon. De taak
2455 III, 5,69 | van de menselijke persoon. De taak van de gezagsdragers
2456 III, 5,69 | menselijke persoon. De taak van de gezagsdragers dient er vooral
2457 III, 5,69 | kan kwijten. Want “dit is de voornaamste plicht van ieder
2458 III, 5,69 | van ieder staatsgezag: om de onaantastbare rechten van
2459 III, 5,69 | onaantastbare rechten van de mens te beschermen en ervoor
2460 III, 5,69 | vervullen”. Daarom, indien de gezagsdragers de rechten
2461 III, 5,69 | indien de gezagsdragers de rechten van de mens niet
2462 III, 5,69 | gezagsdragers de rechten van de mens niet erkennen of aantasten,
2463 III, 5,69(93) | Over deze kwestie citeert de encycliek: PIUS XI, encycliek
2464 III, 5,70 | 72. De leer over de noodzakelijke
2465 III, 5,70 | 72. De leer over de noodzakelijke overeenstemming
2466 III, 5,70 | noodzakelijke overeenstemming van de burgerlijke wet met de zedenwet
2467 III, 5,70 | van de burgerlijke wet met de zedenwet staat in de continuïteit
2468 III, 5,70 | met de zedenwet staat in de continuïteit van de hele
2469 III, 5,70 | staat in de continuïteit van de hele traditie van de Kerk.
2470 III, 5,70 | van de hele traditie van de Kerk. Dit blijkt nog eens
2471 III, 5,70 | Gezag wordt gevraagd door de zedelijke orde en komt van
2472 III, 5,70 | wetten en besluiten die tegen de morele orde ingaan en dus
2473 III, 5,70 | orde ingaan en dus tegen de goddelijke wil geen bindende
2474 III, 5,70 | schaamteloos misbruik”95. Dit is de heldere leer van de H. Thomas
2475 III, 5,70 | Dit is de heldere leer van de H. Thomas van Aquino, die
2476 III, 5,70 | Aquino, die schrijft dat “de menselijke wet wet is inzoverre
2477 III, 5,70 | inzoverre zij overeenstemt met de rechte rede en zo is ontleend
2478 III, 5,70 | rede en zo is ontleend aan de eeuwige wet. Wanneer ze
2479 III, 5,70 | zover ze afgeleid wordt van de natuurwet. Maar wanneer
2480 III, 5,70 | wanneer ze op enig punt van de natuurwet afwijkt, dan zal
2481 III, 5,70 | eerder een corruptie van de wet”97. ~De eerste en meest
2482 III, 5,70(96) | Ibid., I-II, q. 95, a. 2. De Aquinaat citeert SINT AUGUSTINUS: “
2483 III, 5,70(96) | quae iusta non fuerit”, De libero arbitrio, I, 5, 11:
2484 III, 5,70 | corruptie van de wet”97. ~De eerste en meest rechtstreekse
2485 III, 5,70 | toepassing van deze leer betreft de menselijke wet die het fundamentele
2486 III, 5,70 | is, niet erkent. Zo staan de wetten die het rechtstreekse
2487 III, 5,70 | van onschuldige mensen, in de vormen van abortus en euthanasie,
2488 III, 5,70 | ontkennen zij bovendien de gelijkheid van allen voor
2489 III, 5,70 | gelijkheid van allen voor de wet. Men zou kunnen tegenwerpen
2490 III, 5,70 | voor euthanasie, wanneer de betreffende mens bij volledig
2491 III, 5,70 | ervan toelaten, zou tegen de grondbeginselen van absoluut
2492 III, 5,70 | respect voor het leven en van de bescherming van ieder mensenleven
2493 III, 5,70 | het leven en effent men de weg voor een houding die
2494 III, 5,70 | houding die het vertrouwen in de sociale betrekkingen vernietigt. ~
2495 III, 5,70 | betrekkingen vernietigt. ~De wetten die abortus en euthanasie
2496 III, 5,70 | en onherstelbaar in tegen de mogelijkheid om het algemeen
2497 III, 5,70 | leidt tot het doden van de mens: de maatschappij bestaat
2498 III, 5,70 | tot het doden van de mens: de maatschappij bestaat juist
2499 III, 5,70(97) | CONGREGATIE VOOR DE GELOOFSLEER, Verklaring
2500 III, 5,71 | enkele menselijke wet zich de legitimatie kan aanmatigen.
1-500 | 501-1000 | 1001-1500 | 1501-2000 | 2001-2500 | 2501-3000 | 3001-3455 |