Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 2,3 | geweten, mijn stem: “Al wat verder tegen het leven zelf
2 Inl, 2,3 | vrijwillige zelfmoord, al wat de integriteit van de menselijke
3 Inl, 2,3 | zijn macht te krijgen; al wat een belediging is voor de
4 Inl, 2,4 | onderscheiden tussen goed en kwaad wat betreft de fundamentele
5 I, 1,7 | broeders hoeder?”Toen zei Hij: “Wat hebt gij gedaan? Hoor, het
6 I, 2 | Wat heb je gedaan?”(Gn 4,10):
7 I, 2,10 | De Heer zegt tot Kaïn: “Wat heb je gedaan? Hoor, het
8 I, 2,10 | De vraag van de Heer: “Wat heb je gedaan?”waaraan Kaïn
9 I, 2,10 | en de sociale klassen? En wat te zeggen van het geweld
10 I, 2,10 | wereld doordrenken met bloed. Wat te zeggen van het verspreiden
11 I, 2,11 | betekenis te onderkennen van wat de mens is, van zijn rechten
12 I, 2,11 | afleiden van het feit dat wat op het spel staat het recht
13 I, 2,15 | ultieme kwaad, dat koste wat kost uitgeroeid dient te
14 I, 2,15 | in eigen hand te nemen. Wat er werkelijk gebeurt in
15 I, 2,16 | 22). Vandaag treden heel wat machtigen der aarde op dezelfde
16 I, 3,18 | De vraag van de Heer: “Wat heb je gedaan?”(Gn 4,10)
17 I, 3,19 | het exacte tegendeel van wat de rechtsstaat historisch
18 I, 3,20 | regels van de democratie. Wat we hier zien is in werkelijkheid
19 I, 4,21 | schuld heb: steeds ziet wat ik begaan heb mij aan; tegen
20 I, 4,23 | wordt gewaardeerd, niet om wat hij “is”, maar om wat hij “
21 I, 4,23 | om wat hij “is”, maar om wat hij “heeft, doet en presteert”.
22 II, 1,30 | van deze meditatie over wat de openbaring ons zegt over
23 II, 1,30 | Eerste Brief geschreven: “Dat wat van het begin af bestond,
24 II, 1,30 | het begin af bestond, dat wat wij gehoord en met eigen
25 II, 1,30 | ogen gezien hebben, dat wat wij hebben aanschouwd en
26 II, 1,30 | wij hebben aanschouwd en wat onze handen hebben aangeraakt,
27 II, 3,32 | Net als God “die houdt van wat leeft”(vgl.W 11,26) Israël
28 II, 3,32 | geen zilver en goud, maar wat ik heb geef ik je: in de
29 II, 4,34 | 1,26-27; Ps 8,6). Dit is wat de H. Ireneüs van Lyon wilde
30 II, 4,34 | en heers over (...) al wat leeft”(1,28); dit is Gods
31 II, 4,35 | vervulling van iedere persoon. ~“Wat is de mens dat Gij aan hem
32 II, 5,38 | wij kinderen van God, en wat we zullen zijn, is nog niet
33 II, 6,40 | zijn geweten. De vraag “Wat heb je gedaan?”(Gn 4,10),
34 II, 6,41 | die Hem vraagt: “Rabbi, wat voor goeds moet ik doen
35 II, 7,42 | vogels in de lucht en alles wat beweegt op de aarde””(Gn
36 II, 7,42 | vissen in de zee, alles wat de paden van de zee doorloopt”(
37 II, 7,43 | de schepping”31. ~Dit is wat de Bijbel leert in een directe
38 II, 7,43 | zieken, de gevangenen(...) Wat men ieder van hen doet,
39 III, 1,52 | Hem toe en zei: “Meester, wat voor goeds moet ik doen
40 III, 2,54 | vollediger en dieper begrip van wat Gods gebod verbiedt en voorschrijft 43.
41 III, 2,56 | opleggen of toestaan”52. ~Wat het recht op leven betreft
42 III, 3,58 | beschaving zelf”56. We staan voor wat mag heten een “structuur
43 III, 3,58 | programmering vaststaat van datgene wat dit levend wezen zal zijn:
44 III, 3,58 | zijn?”58. ~Bovendien is wat op het spel staat zo belangrijk
45 III, 3,61 | op hetzelfde respect als wat het eenmaal geboren kind
46 III, 3,61 | welsprekend getuigenis af van wat echte waarde aan het leven
47 III, 3,61 | waarde aan het leven geeft en wat het, zelfs in moeilijke
48 III, 4,62 | garandeert om te beslissen wat hij met zijn leven doet
49 III, 4,62 | werkelijkheid blijkt dat, wat misschien logisch en menselijk
50 III, 4,63 | meer aandacht gegeven aan wat “methoden van palliatieve
51 III, 4,65 | in mijn aardse leven dat, wat aan het lijden van Christus
52 III, 5,67 | slechts bouwen op datgene wat de meerderheid zelf als
53 III, 5,67 | functies aanvaard wordt, wat precies door deze wetten
54 III, 5,71 | te doden. Zij “deden niet wat de koning van Egypte bevolen
55 IV, 2 | Wat wij gezien en gehoord hebben,
56 IV, 2,78 | 80. “Wat van het begin af bestond,
57 IV, 2,78 | van het begin af bestond, wat wij gehoord hebben, wat
58 IV, 2,78 | wat wij gehoord hebben, wat wij met onze ogen gezien
59 IV, 2,78 | onze ogen gezien hebben, wat wij aanschouwd hebben en
60 IV, 2,78 | wij aanschouwd hebben en wat onze handen hebben aangeraakt,
61 IV, 2,78 | te delen met iedereen: “Wat we hebben gezien en gehoord,
62 IV, 2,80 | boodschap volledig openbaart wat de mens is en wat de betekenis
63 IV, 2,80 | openbaart wat de mens is en wat de betekenis is van het
64 IV, 3,84 | het beste door te geven wat zij in zich dragen”111.
65 IV, 4 | Mijn broeders, wat voor nut heeft het, wanneer
66 IV, 4,85 | vermaant: “Mijn broeders, wat voor nut heeft het, wanneer
67 IV, 4,85 | maar u geeft hen niet wat zij nodig hebben, wat voor
68 IV, 4,85 | niet wat zij nodig hebben, wat voor nut heeft dat? Zo is
69 IV, 4,85 | Hij zelf gezegd heeft: “Wat ge voor een van mijn geringste
70 IV, 4,86 | welsprekende uitdrukking van wat de liefde kan bedenken om
71 IV, 4,88 | die, rekening houdend met wat redelijkerwijs bereikbaar
72 IV, 5,90 | door voorbeeld laten zien wat de ware betekenis is van
73 IV, 5,91 | gezinnen en hun te bieden wat voor hun welzijn en volledige
74 IV, 6,93 | licht (...) tracht te leren wat de Heer welgevallig is.
75 IV, 6,94 | als oprechte zelfgave 125, wat aan het leven en aan de
76 IV, 6,96 | zien, en niet stilstaan bij wat de menselijke waardigheid
77 IV, 6,97 | geheeld. Zeker was en blijft wat gebeurd is ten diepste verkeerd.
78 IV, 6,97 | Tracht liever te begrijpen wat er gebeurd is en zie het
79 IV, 6,98 | herhaal ik vandaag voor allen wat ik gezegd heb tegen de gezinnen
80 Slot, 2,102| 5); “Voorwaar, Ik zeg u, wat u gedaan hebt voor een dezer
81 Slot, 3,103| klacht, geen lijden, want wat vroeger was, is voorbij”(
|