Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 3,6 | aan de rijke ervaring die we opdeden tijdens het Jaar
2 I, 1,7 | zijn broer Abel: “Laten we gaan wandelen”. En toen
3 I, 1,8 | de Katholieke Kerk lezen we: “In het verhaal van de
4 I, 2,10 | te bejegenen. ~En moeten we ook niet denken aan het
5 I, 2,11 | 11. Hier zullen we echter bijzondere aandacht
6 I, 2,14 | verdedigen. Op deze wijze keren we terug naar een staat van
7 I, 2,15 | zin en zonder enige hoop. We zien een rampzalig getuigenis
8 I, 2,15 | elimineren. Evenmin mogen we zwijgen tegenover andere,
9 I, 2,17 | alarmerend schouwspel, als we niet alleen denken aan de
10 I, 2,17 | van solidariteit, staan we werkelijk tegenover een
11 I, 3,18 | menselijk leven? Hoe kunnen we deze verklaringen rijmen
12 I, 3,18 | ontworteld en onderdrukt. Als we dan kijken naar het verdere
13 I, 3,18 | wereldwijde perspectief dan moeten we wel vaststellen dat zelfs
14 I, 3,18 | oefening in retoriek is, als we de zelfzuchtigheid van de
15 I, 3,18 | en de mens zelf. Moeten we niet juist de economische
16 I, 3,19 | opmerkelijke tegenspraak? ~We kunnen ze vinden in algemene
17 I, 3,19 | zich laat. Maar hoe kunnen we deze benadering rijmen met
18 I, 3,19 | overheersing door anderen. We moeten ook de mentaliteit
19 I, 3,20 | regels van de democratie. Wat we hier zien is in werkelijkheid
20 I, 4,21 | cultuur van de dood”kunnen we ons niet beperken tot de
21 I, 4,21 | vrijheid als boven vermeld. We moeten gaan naar het hart
22 I, 4,23 | genotzucht kweekt. Ook hier zien we de blijvende geldigheid
23 I, 5,26 | werkelijkheid, toch moeten we in de stappen die tot nu
24 I, 5,27 | praktijk. ~Bovendien moeten we al die dagelijkse gestes
25 I, 5,27 | de tekens van hoop moeten we ook rekenen: de verbreiding,
26 I, 5,28 | volledig bewust van maken dat we tegenover een geweldige
27 I, 5,28 | midden in”dit conflict: we zijn er allemaal bij betrokken
28 I, 5,28 | tussen dood en leven, waarin we verwikkeld zijn, positief
29 II, 1,30 | 30. En dus willen we met onze blik gericht op
30 II, 2,31 | uitdaagt en op de proef stelt. We moeten wel waardering hebben
31 II, 2,31 | smart van de mens, wanneer we mediteren over het boek
32 II, 3,33 | Jezus eigen leven vinden we van het begin tot het eind,
33 II, 4,34 | en te bewaken”(Gn 2,15). We zien hier een duidelijke
34 II, 4,35 | van ieder geschapen wezen. We zouden waarachtig een eerbiedig
35 II, 5,38 | kinderen van God genoemd, en we zijn het ook!(...) Dierbaren,
36 II, 5,38 | kinderen van God, en wat we zullen zijn, is nog niet
37 II, 5,38 | God zichzelf toont, waar we Hem ontmoeten en waar wij
38 II, 6,40 | 12-27). Natuurlijk moeten we erkennen dat in het Oude
39 II, 6,41 | vijand: daardoor bereiken we overeenstemming met de providentiële
40 II, 7,43 | voortplanting zelf. Als we beweren dat de echtgenoten
41 II, 7,43 | menselijk wezen, hebben we het niet alleen over de
42 II, 7,43 | biologische wetten. Integendeel, we willen beklemtonen dat God
43 II, 7,43 | het nieuwe schepsel zien we de grootheid van echtparen
44 II, 10,48 | en al spoedig beginnen we zijn grenzen te zoeken en
45 II, 10,48 | grenzen te zoeken en proberen we verzachtende factoren en
46 II, 10,48 | zulk perspectief kunnen we de volle waarheid inzien
47 II, 10,49 | zusters: “Wij weten dat we zijn overgegaan van de dood
48 II, 10,49 | dood naar het leven, omdat we onze broeders liefhebben”(
49 II, 11,50 | van dit hoofdstuk, waarin we de christelijke boodschap
50 II, 11,50 | Kruis (vgl.Lc 23,48) zullen we aan deze glorievolle stam
51 II, 11,50 | Vandaag de dag bevinden we ons ook middenin een dramatische
52 II, 11,51 | bestaan te realiseren. ~We zullen hiertoe in staat
53 II, 11,51 | uw Geest hebt geschonken. We zullen hiertoe in staat
54 II, 11,51 | mond van God. Zo zullen we leren om niet alleen het
55 III, 2,56 | de zedelijke eisen zijn we allen volkomen gelijk”53. ~
56 III, 3,57 | ernstige situatie, moet we nu meer dan ooit de moed
57 III, 3,58 | Brief aan de Gezinnen: “We staan voor een reusachtige
58 III, 3,58 | van de beschaving zelf”56. We staan voor wat mag heten
59 III, 4,62 | men het nader beschouwt. We staan hier voor een van
60 III, 4,64 | wie sterven. Opnieuw staan we voor de bekoring van Eden:
61 III, 5,71 | het Oude Testament vinden we met betrekking tot de bedreigingen
62 IV, 2,78 | delen met iedereen: “Wat we hebben gezien en gehoord,
63 IV, 2,78 | hebt met ons”(1Joh 1,3). We moeten het Evangelie van
64 IV, 3,82 | God die het leven geeft: “We moeten het eeuwige Leven
65 IV, 3,82 | het Leven het leven. Als we het Leven dan verlaten moeten,
66 IV, 3,82 | ons zag en beminde toen we nog vormloos waren (vgl.
67 IV, 4,85 | is een ondeelbaar goed. We moeten dus “zorg tonen”voor
68 IV, 4,85 | Ja, het gaat nog dieper: we moeten tot de eigenlijke
69 IV, 6,93 | tot uitdrukking brengen. ~We moeten beginnen met de vernieuwing
70 IV, 6,93 | openheid en moed dienen we de vraag te stellen hoe
71 IV, 6,93 | vastbeslotenheid moeten we de stappen onderscheiden
72 IV, 6,93 | dienen. Tegelijkertijd moeten we een serieuze en grondige
73 IV, 6,96 | 98. Samenvattend kunnen we zeggen dat de cultuuromslag
74 IV, 6,96 | geen concurrenten waartegen we ons moeten verdedigen, maar
75 IV, 6,96 | broeders en zusters die we moeten steunen. Zij moeten
76 IV, 6,98 | van leven en liefde”. Maar we weten dat we ons kunnen
77 IV, 6,98 | liefde”. Maar we weten dat we ons kunnen verlaten op de
78 IV, 7,99 | zou niet volkomen zijn als we dit Evangelie niet deelden
79 Slot, 0,100| van deze encycliek kijken we onwillekeurig terug naar
|