Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 3,5 | moed stem te geven aan wie geen stem hebben. Haar roepen
2 I, 1,7 | niet gemaakt en Hij vindt geen vreugde in de ondergang
3 I, 1,7 | en zijn offer sloeg Hij geen acht. ~Een wilde woede greep
4 I, 1,9 | bij het straffen helemaal geen toegevendheid of mildheid
5 I, 2,14 | Prenatale diagnose waartegen geen morele bezwaren bestaan
6 I, 2,15 | een cultureel klimaat dat geen enkele betekenis of waarde
7 I, 2,15 | gebeurt vooral wanneer men geen godsdienstige visie heeft
8 I, 3,19 | deze vooronderstellingen er geen plaats in de wereld is voor
9 I, 3,19 | absolute wijze verheft, en die geen plaats geeft aan solidariteit
10 I, 5,26 | medische hulpgoederen nog lang geen werkelijkheid, toch moeten
11 II, 3,32 | met de woorden: “Ik heb geen zilver en goud, maar wat
12 II, 3,32 | die gezond zijn, hebben geen dokter nodig, maar de zieken;
13 II, 3,33 | de wereld komt: “er was geen plaats voor hen in de herberg”(
14 II, 4,34 | verantwoordelijke zorg, terwijl hij om geen enkele reden onderworpen
15 II, 5,38 | Jezus geeft vermindert in geen enkel opzicht de waarde
16 II, 6,40 | doden”(Ex 20,13); “Gij zult geen onschuldigen en rechtvaardigen
17 II, 6,41 | Liefde doet de naaste geen kwaad; liefde vervult de
18 II, 7,42 | gegeven heeft aan de mens, is geen absolute macht; men kan
19 II, 8,44 | ziekte en ouderdom. Er zijn geen directe en uitdrukkelijke
20 II, 9,46 | context van de Bijbel wordt op geen enkele wijze door dergelijke
21 II, 9,47 | lichaam in zijn aardse staat geen absoluut goed voor de gelovige,
22 II, 10,49 | gehouwen, vol barsten en die geen water houden”(2,13). De
23 II, 11,50 | streek (...) doordat de zon geen licht meer gaf. Het voorhangsel
24 II, 11,51 | Kruis de hoogste liefde: “Geen mens heeft groter liefde
25 II, 11,51 | gebod te gehoorzamen, om geen mensenleven te doden, maar
26 III, 1,52 | zult niet doden, gij zult geen echtbreuk plegen, gij zult
27 III, 2,53 | God laat zo zien dat Hij geen vreugde schept in de dood
28 III, 2,54 | moordenaar, en u weet dat geen moordenaar het eeuwige leven
29 III, 2,54 | is deze: (...) ze hebben geen medelijden met de armen,
30 III, 2,56 | allerongelukkigste”is op aarde, dat maakt geen verschil. Voor de zedelijke
31 III, 3,57 | ongemakkelijk geweten. Maar geen woord heeft de kracht om
32 III, 3,57 | zich kan voorstellen. Op geen enkele wijze zou men dit
33 III, 3,59(61)| Gij zult geen kind doden door abortus
34 III, 3,60 | algemene Leergezag 73. ~Geen enkele omstandigheid, doel,
35 III, 3,61 | embryo eerbiedigen en dat zij geen onevenredige risico”s in
36 III, 3,61 | oordeel nodig. Wanneer zij geen onevenredig grote risico”
37 III, 4,62 | arbeidsongeschikt leven geen waarde meer heeft. ~
38 III, 4,63 | tot gevolg heeft, “als er geen andere middelen bestaan,
39 III, 5,67 | en eisen zij dat de staat geen morele opvatting tot de
40 III, 5,68 | verankering ook de democratie geen stabiele vrede kan garanderen,
41 III, 5,69 | beschermen: waarden dus, die geen enkeling, geen meerderheid
42 III, 5,69 | dus, die geen enkeling, geen meerderheid en geen staat
43 III, 5,69 | enkeling, geen meerderheid en geen staat ooit kunnen produceren,
44 III, 5,69 | beperkter omvang. Toch kan “in geen levenssfeer de burgerlijke
45 III, 5,70 | tegen de goddelijke wil geen bindende kracht hebben in
46 III, 5,70 | goedkeurt, zij juist daarom geen echte, zedelijk verplichtende
47 III, 5,71 | zijn dus misdrijven waarvan geen enkele menselijke wet zich
48 III, 5,71 | soort houden niet alleen geen verplichting voor het geweten
49 III, 6,73 | niets van doen heeft (en geen christen mag er iets mee
50 IV, 1,77 | leven te staan is voor ons geen grootspraak maar een plicht
51 IV, 2,78 | De mens is als wezen van geen belang; hij is stof, gras,
52 IV, 4,85 | op zichzelf, wanneer het geen werken kan laten zien, dood”(
53 IV, 4,85 | eenstemmig zijn: ze kan geen eenzijdigheden en discriminatie
54 IV, 4,88 | alle politieke leiders om geen wetten aan te nemen die,
55 IV, 4,89 | en respecteren en mogen geen methoden gebruiken die de
56 IV, 5,91 | instellingen van de staat op geen enkele wijze het recht op
57 IV, 6,93 | Heer welgevallig is. Neemt geen deel aan de onvruchtbare
58 IV, 6,94 | geschonden worden. Er bestaat geen ware vrijheid waar het leven
59 IV, 6,94 | bemind wordt; en er bestaat geen volheid van leven tenzij
60 IV, 6,94 | niet bestond, of waar men geen rekening houdt met zijn
61 IV, 6,96 | hen. Andere mensen zijn geen concurrenten waartegen we
62 IV, 7,99 | ontwikkelen. Een samenleving kan geen solide basis hebben wanneer
63 IV, 7,99 | democratie en vrede. ~Er kan geen echte democratie zijn zonder
64 IV, 7,99 | zijn rechten. ~Ook kan er geen echte vrede zijn, tenzij
65 Slot, 3,103 | de dood niet meer zijn, geen rouw, geen klacht, geen
66 Slot, 3,103 | niet meer zijn, geen rouw, geen klacht, geen lijden, want
67 Slot, 3,103 | geen rouw, geen klacht, geen lijden, want wat vroeger
|