Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 1,2 | de eeuwigheid (vgl.1 Joh 3,1-2). Tegelijkertijd onderstreept
2 Inl, 1,2 | Zoon heeft gegeven”(Joh 3,16) maar ook de onvergelijkelijke
3 Inl, 2,3 | 3. Iedere mens wordt, op grond
4 I, 1,7 | leven (vgl.Gn 2,7;W 9,2-3), wordt tegengesproken door
5 I, 1,7 | afgunst van de duivel (vgl.Gn 3,1&4-5) en vanwege de zonde
6 I, 1,7 | voorouders (vgl.Gn 2,17;3,17-19). En hij komt er binnen
7 I, 1,8 | zijn broer doodde”(1Joh 3,11-12). Zo is de broedermoord
8 I, 2,17(15) | 14 augustus 1993), II, 3: AAS 86 (1994), 419. ~
9 I, 3,20(16) | december 1987): Insegnamenti X, 3 (1987), 1446-1447. ~
10 I, 5,25 | leven zou hebben”(vgl.Joh 3,16)!”20. ~Bovendien openbaart
11 II, 1,29 | volmaakt te “doen”(vgl.Joh 3,21), dwz. om de verantwoordelijkheid
12 II, 1,30 | de woorden van God”(Joh 3,34) horen, en opnieuw mediteren
13 II, 1,30 | moogt hebben met ons”. (1,1-3). ~In Jezus, het “Woord
14 II, 2,31 | naar verborgen schatten?”(3,20-21). Maar zelfs in de
15 II, 2,31 | eeuwigheid gelegd in hun hart”(Pr 3,11). Deze kiem van universaliteit
16 II, 3 | mens sterk gemaakt”(Hnd 3,16): in de onzekerheden
17 II, 3,32 | van Nazareth, wandel!”(Hnd 3,6). Door het geloof in Jezus, “
18 II, 3,32 | Leidsman ten leven”(Hnd 3,15) herwint het leven dat
19 II, 4,34 | van de aarde (vgl.Gn 2,7; 3,19; Job 34,15; Ps 103 [102],
20 II, 4,34 | naar zijn eigen beeld”(17,3). De bijbelse schrijver
21 II, 4,36 | evenbeeld van zijn wezen”(Heb 1,3). Hij is het volmaakte beeld
22 II, 5,37 | rijk van God niet zien”(Joh 3,3). Dit leven te geven is
23 II, 5,37 | van God niet zien”(Joh 3,3). Dit leven te geven is
24 II, 5,37 | heeft eeuwig leven (vgl.Joh 3,15; 6,40), omdat hij van
25 II, 5,37 | Jezus Christus”(Joh 17,3). God en zijn Zoon kennen
26 II, 5,38 | zien zoals Hij is”(1 Joh 3,1-2). ~Hier bereikt de christelijke
27 II, 7,42 | en gerechtigheid”(W 9,1.2-3). Ook de Psalmist verheerlijkt
28 II, 7,43 | moeder van alle levenden”(Gn 3,20). Zich bewust van Gods
29 II, 7,43 | noemde hem Seth”(Gn 5,1-3). Precies in hun rol van
30 II, 7,43(34) | Homelieën, II, 1; CCSG 3,39. ~
31 II, 8,44 | schoot een genade”(Ps 127,3;vgl.Ps 128,3-4). Dit geloof
32 II, 8,44 | genade”(Ps 127,3;vgl.Ps 128,3-4). Dit geloof stoelt ook
33 II, 9,46 | de Allerhoogste?”(Sir 41,3-4). De mens is niet baas
34 II, 9,46 | ziekten geneest”(vgl.Ps 103,3). Wanneer alle hoop op gezondheid
35 II, 9,46 | het graf ontgaan”(Ps 30,3-4). ~
36 II, 10,48 | de mond van de Heer”(Dt 8,3; vgl.Mt 4,4). ~Door te luisteren
37 II, 10,49 | midden bloed vergiet”(22,3). ~Maar terwijl de profeten
38 II, 10,49 | broeders liefhebben”(1Joh 3,14). Dit is de wet van vrijheid,
39 II, 11,50 | opgeheven in de woestijn (Joh 3,14-15); vgl.Nu 21,8-9) hernieuwd
40 III, 2,54 | leven in zich heeft”(1Joh 3,15). ~Vanaf het begin heeft
41 III, 2,54(42)| I, 1; II, 1-2; V, 1 en 3: Patres Apostolici, uitg.
42 III, 2,54(42)| Apostolici, uitg. F.X. FUNK, I, 2-3, 6-9, 14-17; vgl. Brief
43 III, 2,54(45)| III, tr. 4, c. 1, dub. 3. ~
44 III, 3,58(59)| nam”(Ps 71,6; vgl. Js 46,3; Job 10,8-12; Ps 22,10-11).
45 III, 3,60(66)| Magistra (15 mei 1961), 3: AAS 53 (1961), 447. ~
46 III, 3,60(73)| vitae (22 februari 1987), I, 3: AAS 80 (1988), 80. ~
47 III, 4,64 | goed en kwaad kent”(vgl. Gn 3,5). God alleen heeft de
48 III, 4,65 | op Hem lijken (vgl. Fil 3,10; 1Pe 2,21) en heeft hij
49 III, 5,70(95)| Theologiae, I-II, q. 93, a. 3, ad 2um. ~
50 III, 6,75 | broeders het leven geven”(1Joh 3,16). ~Het gebod “gij zult
51 III, 6,75 | waait waar Hij wil (vgl. Joh 3,8), iedere mens die in deze
52 IV, 1,77 | Leidsman ten leven”(Hnd 3,15) vrijgekocht voor de
53 IV, 2 | verkondigen wij ook aan u”(1Joh 1,3): het Evangelie van het
54 IV, 2,78 | gemeenschap met ons hebt”(1Joh 1,1.3). Jezus is het enige Evangelie:
55 IV, 2,78 | gemeenschap hebt met ons”(1Joh 1,3). We moeten het Evangelie
56 IV, 3,81(108)| goddelijke namen, VI, 1-3: PG 3, 856-857. ~
57 IV, 3,81(108)| goddelijke namen, VI, 1-3: PG 3, 856-857. ~
58 IV, 3,84(112)| In Matthaeum Hom., L, 3: PG 58, 508. ~
59 IV, 5 | tafel geschaard”(Ps 128,3): het gezin als het “heiligdom
60 IV, 5,90(119)| gepresenteerd (vgl. Ps 127,3); en als een teken van zijn
61 IV, 5,90(119)| wegen gaan (vgl. Ps 128, 3-4). ~
62 IV, 5,92 | eren (vgl.Ex 20,12; Lv 19,3). Maar er is meer. De ouderen
63 IV, 6,98(135)| december 1987): Insegnamenti X, 3 (1987), 1446. ~
64 IV, 7,99 | Drieëenheid (vgl.1Joh 1,3). Onze eigen vreugde zou
65 Slot, 1,101 | van de “levenden”(vgl. Gn 3,20). ~Het geestelijk moederschap
66 Slot, 2,102 | een grote, rode draak”(12,3), die Satan belichaamt,
|