Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
gezondheidstoestand 1
gezondheidszorg 3
gianna 1
gij 64
ging 1
gingen 1
gisten 1
Frequency    [«  »]
67 aas
67 geen
66 3
64 gij
63 4
62 doden
60 vrijheid
Ioannes Paulus PP. II
Evangelium Vitae

IntraText - Concordances

gij

   Chapter, Paragraph, Number
1 I, 1,7 | Jahwe tot Kaïn: “Waarom zijt gij woedend en waarom staat 2 I, 1,7 | gezicht zo grimmig? Als gij het goede doet is er opgewektheid; 3 I, 1,7 | opgewektheid; maar doet gij het goede niet, dan loert 4 I, 1,7 | begerig u te grijpen. Zult gij hem meester kunnen blijven?”~ 5 I, 1,7 | Toen zei Hij: “Wat hebt gij gedaan? Hoor, het bloed 6 I, 1,7 | ontvangen! De grond die gij bewerkt zal niets meer opbrengen; 7 I, 1,7 | is te zwaar om te dragen. Gij verdrijft mij van de bebouwde 8 I, 2,13 | rechtstreeks het goddelijke gebodGij zult niet doden”. ~Maar 9 I, 4,21 | is te zwaar om te dragen. Gij verdrijft mij vandaag van 10 I, 4,21 | U alleen was mijn zonde; Gij doorziet het kwaad dat ik 11 I, 5 | Gij zijt genaderd tot het vergoten 12 I, 5,25 | profetische figuur is, tot God: “Gij zijt genaderd tot de berg 13 I, 5,25 | herinnert ons hieraan: “Gij weet dat gij niet met vergankelijke 14 I, 5,25 | ons hieraan: “Gij weet dat gij niet met vergankelijke dingen, 15 I, 5,25 | van uw vaderen had geërfd. Gij zijt verlost door het kostbaar 16 I, 5,28 | daarom het leven, dan zult gij met uw nakomelingen het 17 I, 5,28 | de wet van de Heer: “Als gij gehoorzaamt aan de geboden 18 I, 5,28 | en bepalingen, dan zult gij leven(...); kies daarom 19 I, 5,28 | daarom het leven, dan zult gij met uw nakomelingen het 20 II, 1,30 | ook aan u bekend, opdat gij gemeenschap moogt hebben 21 II, 3,33 | hij voor ons arm, opdat gij door zijn armoede rijk zoudt 22 II, 4,35 | persoon. ~“Wat is de mens dat Gij aan hem denkt, en de zoon 23 II, 4,35 | de zoon van de mens dat gij hem aanziet?”, vraagt de 24 II, 6,40 | verbiedt dat gebod moord: “Gij zult niet doden”(Ex 20,13); “ 25 II, 6,40 | niet doden”(Ex 20,13); “Gij zult geen onschuldigen en 26 II, 6,40 | naaste als voor onszelf: “Gij zult uw naaste liefhebben 27 II, 6,41 | 41. Het gebodGij zult niet doden”, ingesloten 28 II, 6,41 | eerste van deze geboden aan: “Gij zult niet doden”. In de 29 II, 6,41 | eerbied voor het leven: “Gij hebt gehoord dat er gezegd 30 II, 6,41 | gezegd werd tot de ouden: Gij zult niet doden; en alwie 31 II, 6,41 | Rome richt: “De geboden: “Gij zult niet echtbreken, niet 32 II, 8 | Gij hebt mijn binnenste gevormd”( 33 II, 9,46 | tot U in nood geroepen: Gij hebt mij nieuw gemaakt. 34 II, 9,46 | mij nieuw gemaakt. Jahwe, Gij deed mij verrijzen uit de 35 II, 9,46 | verrijzen uit de doden; of Gij mij hadt herschapen ben 36 II, 10,48 | door het specifieke gebodGij zult niet doden (Ex 20,13; 37 II, 10,48 | moeilijk is om het gebodGij zult niet dodentrouw te 38 II, 10,48 | geschiedenis zullen de woordenGij zult niet dodenweer stralen 39 III | Hoofdstuk III~Gij zult niet doden~Gods heilige 40 III, 1,52 | onderhouden, inclusief het gebod: “Gij zult niet doden”. Dit is 41 III, 1,52 | onderhouden: “Jezus zei: “Gij zult niet doden, gij zult 42 III, 1,52 | zei: “Gij zult niet doden, gij zult geen echtbreuk plegen, 43 III, 1,52 | zult geen echtbreuk plegen, gij zult niet stelen(...)””( 44 III, 2,53 | brengt het voorschriftGij zult niet dodenin feite 45 III, 2,53 | schending van het gebodGij zult niet doden”, het gebod 46 III, 2,54 | 54. Het gebodGij zult niet dodenbezit een 47 III, 2,54 | benadrukt dathet gebod (...) gij zult niet doden (...) en 48 III, 2,54 | zin worden samengevat: “Gij zult uw naaste beminnen 49 III, 2,54 | Nieuwe Wet, staat het gebodGij zult niet dodenals een 50 III, 2,54 | christelijke geschrift - het gebodGij zult niet dodencategorisch 51 III, 2,54 | voorschrift van de leer: Gij zult niet doden (...), gij 52 III, 2,54 | Gij zult niet doden (...), gij zult een kind niet afdrijven 53 III, 2,54 | waarde geleerd van het gebodGij zult niet doden”. Het is 54 III, 2,54 | basis van vergelijking: “Gij zult uw naaste liefhebben 55 III, 2,56 | geschonken, dan heeft het gebodGij zult niet dodenabsolute 56 III, 3,59 | vereisen dat Gods gebod: “Gij zult niet dodenook wordt 57 III, 3,59(61)| Gij zult geen kind doden door 58 III, 4,64 | oude wijze van Israël: “Gij hebt macht over leven en 59 III, 4,64 | macht over leven en dood; Gij voert mensen naar de poorten 60 III, 6 | Gij zult uw naaste liefhebben 61 III, 6,74 | 76. Het gebodgij zult niet dodenbepaalt 62 III, 6,75 | wet wordt ook het gebodgij zult niet dodenbezield 63 III, 6,75 | 1Joh 3,16). ~Het gebodgij zult niet doden”, verplicht 64 IV, 3,82 | wonderlijk zijn uw werken, Gij kent mij door en door”(Ps


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License