Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 0,1 | overvloed”(Joh 10,10). In waarheid duidt Hij op dat “nieuwe”
2 Inl, 1,2 | oprecht openstaat voor de waarheid en het goede, met het licht
3 Inl, 1,2 | bewust van de wonderlijke waarheid waaraan Vaticanum II herinnert: “
4 Inl, 2,4 | oplossingen, in tegenspraak met de waarheid en met het welzijn van de
5 Inl, 3,6 | als schittering van de waarheid die de gewetens verlicht,
6 Inl, 3,6 | authentieke beschaving van de waarheid en van de liefde. ~
7 I, 2,13 | in respect voor de volle waarheid van de huwelijksdaad - zijn
8 I, 2,13 | eerste weerspreekt de volle waarheid van de geslachtsdaad als
9 I, 3,19 | haar essentiële band met de waarheid erkent en eerbiedigt. Wanneer
10 I, 3,19 | objectieve en universele waarheid uitsluit, de grondslag van
11 I, 3,19 | de persoon tenslotte de waarheid over goed en kwaad niet
12 I, 3,20 | gemeenschappelijke waarden en naar een waarheid die voor iedereen absoluut
13 I, 4,22 | idee zelf verwerpt van een waarheid van het geschapene die erkend
14 I, 4,24 | die door hun slechtheid de waarheid onderdrukken”(1,18): nadat
15 II, 1,29 | woorden: “Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven”(Joh 14,6).
16 II, 1,29 | mogelijkheid om de hele waarheid te “kennen”m.b.t. de waarde
17 II, 1,29 | bijzonder het vermogen om deze waarheid volmaakt te “doen”(vgl.Joh
18 II, 1,29 | zending van de Geest der waarheid: de openbaring namelijk,
19 II, 3,32 | ontmoeting met Jezus de Redder de waarheid en de authenticiteit van
20 II, 4,34 | Sir 17,7). Het vermogen om waarheid en vrijheid te verwerven
21 II, 4,35 | iedere mens de woorden van waarheid tot de zijne maken die Sint
22 II, 4,36 | schepselen: “Ze vervingen de waarheid over God door een leugen
23 II, 5,37 | 33), aldus kan Hij naar waarheid zeggen: “Wie mij volgt(...)
24 II, 5,38 | onverwachte en onuitsprekelijke waarheid die tot ons komt van God
25 II, 5,38 | bereikt de christelijke waarheid omtrent het leven het hoogtepunt.
26 II, 5,38 | Hem. In het licht van deze waarheid preciseert en voltooit de
27 II, 10,48 | onuitwisbaar getekend door een waarheid van zichzelf. Door Gods
28 II, 10,48 | verplicht het leven in deze waarheid te handhaven die daarvoor
29 II, 10,48 | Zich losmaken van deze waarheid betekent: zichzelf veroordelen
30 II, 10,48 | zijn doorgebroken. ~De waarheid van het leven wordt geopenbaard
31 II, 10,48 | volgen wil het zijn eigen waarheid eerbiedigen en zijn eigen
32 II, 10,48 | het leven, omdat zij die waarheid openbaart waarin het leven
33 II, 10,48 | openstaat voor de volheid van de waarheid over God, mens en geschiedenis
34 II, 10,48 | perspectief kunnen we de volle waarheid inzien van de passage in
35 II, 11,51 | zo in de volheid van de waarheid de betekenis en bestemming
36 III, 2,56 | Leergezag voorgehouden zedelijke waarheid. Deze eenstemmigheid is
37 III, 2,56 | gebaseerd kunnen zijn op waarheid en recht, waarbij ze iedere
38 III, 3,57 | ooit de moed hebben om de waarheid onder ogen te zien en de
39 III, 3,57 | provocatus blijkt in al haar waarheid wanneer men erkent dat men
40 III, 5,67 | een algemene en objectieve waarheid de facto onaannemelijk is,
41 III, 5,68 | waarin in de naam van de “waarheid”misdaden zijn begaan. Maar
42 III, 5,69 | te ontdekken, die uit de waarheid van het menszijn zelf voortkomen
43 III, 6,74 | brengen in onze daden en in de waarheid aan God onze dankbaarheid
44 III, 6,75 | vrucht van de cultuur van de waarheid en van de liefde, mag ontstaan. ~
45 IV, 2,79 | voortplanting hun volle waarheid; in deze liefde hebben ook
46 IV, 2,80 | zending als “lerares”van de waarheid. Zij moet vooral bij ons
47 IV, 2,80 | op zich nemen, dat zij de waarheid en hun eigen opdracht verraden
48 IV, 3,82 | in staat zijn om de volle waarheid over geboorte, leven, lijden
49 IV, 4,88 | overtuigd dat de zedelijke waarheid haar aanwezigheid diep moet
50 IV, 6,93 | opdat zij de volle waarheid over de menselijke persoon
51 IV, 6,93 | om het leven in heel zijn waarheid te dienen. Tegelijkertijd
52 IV, 6,94 | band tussen vrijheid en waarheid. Zoals ik vaak naar voren
53 IV, 6,94 | losgemaakt van de objectieve waarheid; dan worden de voorwaarden
54 IV, 6,95 | hen steeds dieper in de waarheid leidt, in hen een toenemende
55 IV, 6,96 | trouw aan de feitelijke waarheid de vrijheid van informatie
56 IV, 7,99 | menselijke geweten dat de waarheid zoekt en dat bezorgd is
57 Slot, 2,102| en tegelijk veeleisende waarheid die Christus ons openbaart
58 Slot, 3,103| wil ~de beschaving van de waarheid en de liefde op te bouwen, ~
|