Chapter, Paragraph, Number
1 I | Hoofdstuk I~Hoor, het bloed van uw broer roept uit de grond
2 I, 1,7 | woedend en waarom staat uw gezicht zo grimmig? Als
3 I, 1,7 | de zonde als belager aan uw deur, begerig u te grijpen.
4 I, 1,7 | Jahwe tot Kaïn: “Waar is uw broer Abel?”Hij antwoordde: “
5 I, 1,7 | gedaan? Hoor, het bloed van uw broer roept uit de grond
6 I, 1,7 | mond heeft geopend om uit uw hand het bloed van uw broer
7 I, 1,7 | uit uw hand het bloed van uw broer te ontvangen! De grond
8 I, 5,25 | De stem van het bloed van uw broeder roept tot Mij vanaf
9 I, 5,25 | zinloze bestaan dat hij van uw vaderen had geërfd. Gij
10 I, 5,25 | behaald. O dood, waar is uw overwinning? O dood, waar
11 I, 5,25 | overwinning? O dood, waar is uw angel?”(1Kor 15,54-55). ~
12 I, 5,28 | leven, dan zult gij met uw nakomelingen het leven bezitten”(
13 I, 5,28 | aan de geboden van de Heer uw God, die ik u heden geef,
14 I, 5,28 | heden geef, door de Heer uw God te beminnen, door zijn
15 I, 5,28 | leven, dan zult gij met uw nakomelingen het leven bezitten,
16 I, 5,28 | leven bezitten, door de Heer uw God te beminnen, zijn stem
17 II, 3,33 | tot Hem zeggen: “Vader, in uw handen beveel ik mijn geest”(
18 II, 6,39 | Noach na de zondvloed: “Ook uw eigen bloed zal ik terugeisen,
19 II, 6,40 | voor onszelf: “Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf”(
20 II, 6,41 | Maar Ik zeg u: bemint uw vijanden en bidt voor wie
21 II, 6,41 | opdat u kinderen bent van uw hemelse Vader: want Hij
22 II, 6,41 | samenvatten in deze zin: “Bemin uw naaste als uzelf”. Liefde
23 II, 7,42 | van de ontferming (...) in uw wijsheid hebt U de mens
24 II, 7,42 | gegeven over de werken van uw handen; u hebt alles onder
25 II, 8,44 | als u dat kunt(...)zo zal uw nageslacht zijn”(Gn 15,5).
26 II, 8,44 | en bestendige liefde; en uw zorg heeft mijn geest behoed”(
27 II, 9,46 | verlaat mij niet, opdat ik uw macht verkondig, aan alle
28 II, 9,46 | alle komende geslachten uw wonderen”(Ps 71,5.18). Het
29 II, 9,46 | Gods hand ligt: “Heer, in uw handen is mijn leven”(vgl.
30 II, 10,48 | de geboden van de Heer, uw God, die ik u heden geeft,
31 II, 10,48 | heden geeft, als u de Heer uw God bemint, zijn wegen gaat
32 II, 10,48 | talrijk worden en zal de Heer uw God u zegenen in het land
33 II, 10,49 | zult rein worden; van al uw ongerechtigheden en van
34 II, 10,49 | ongerechtigheden en van al uw afgoderij zal ik u reinigen.
35 II, 11,51 | Ik ben gekomen, God, om uw wil te doen”(vgl.Heb 10,
36 II, 11,51 | gegeven en ons de kracht van uw Geest hebt geschonken. We
37 III, 2,54 | worden samengevat: “Gij zult uw naaste beminnen als uzelf””(
38 III, 2,54 | vergelijking: “Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf”(
39 III, 3 | Uw ogen zagen hoe ik ontstond”(
40 III, 6 | Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf”(
41 IV, 3,82 | gevormd hebt; wonderlijk zijn uw werken, Gij kent mij door
42 IV, 3,84 | heldhaftige moeders, voor uw onoverwinnelijke liefde!
43 IV, 3,84 | liefde! Wij danken u voor uw onverschrokken vertrouwen
44 IV, 3,84 | danken u voor het offer van uw leven(...) In het Paasmysterie
45 IV, 5 | Als olijvenloten zijn uw zonen rond uw tafel geschaard”(
46 IV, 5 | olijvenloten zijn uw zonen rond uw tafel geschaard”(Ps 128,
47 IV, 6,97 | van de vele factoren die uw beslissing mogelijk hebben
48 IV, 6,97 | beslissing was. De wond in uw hart is waarschijnlijk nog
49 IV, 6,97 | moedeloosheid meevoeren en verlies uw hoop niet. Tracht liever
50 IV, 6,97 | verloren is, en u zult ook uw kind om vergeving kunnen
51 IV, 6,97 | andere mensen zult u, met uw doorleefde getuigenis, tot
52 IV, 6,97 | leven kunnen horen. Door uw inzet voor het leven, hetzij
53 IV, 7 | Wij schrijven dit opdat uw vreugde volkomen zal zijn”(
54 IV, 7,99 | Wij schrijven dit opdat uw vreugde volkomen zal zijn”(
55 Slot, 1,101| openbaar moge worden; en uw eigen ziel zal door een
56 Slot, 1,101| moeder: “Vrouw, zie daar uw zoon””(Joh 19,26). ~
57 Slot, 3,103| dat allen die geloven in uw Zoon ~het Evangelie van
|