1-500 | 501-1000 | 1001-1500 | 1501-2000 | 2001-2476
Chapter, Paragraph, Number
501 I, 4,21 | had bedreven in de ogen van de Heer”, en terechtgewezen
502 I, 4,22 | zichzelf louter als één van de vele levende wezens,
503 I, 4,22 | best, een zeer hoge graad van perfectie heeft bereikt.
504 I, 4,22 | Opgesloten binnen de enge horizon van zijn fysieke staat wordt
505 I, 4,22 | transcendente”karakter van zijn “bestaan als mens”.
506 I, 4,22 | als een schitterende gave van God, iets “heiligs”dat aan
507 I, 4,22 | vraag naar de meest ware zin van zijn eigen bestaan te stellen
508 I, 4,22 | vrijheid deze cruciale momenten van zijn eigen “zijn”aanneemt.
509 I, 4,22 | controleren en beheersen van geboorte en dood. Geboorte
510 I, 4,22 | Geboorte en dood worden van oorspronkelijke ervaringen
511 I, 4,22 | verwonderlijk dat de betekenis van al het andere diep verstoord
512 I, 4,22 | wordt. De natuur zelf wordt van “mater”(moeder) nu tot “
513 I, 4,22 | denkwijze die in de cultuur van vandaag overheerst, schijnt
514 I, 4,22 | zij het idee zelf verwerpt van een waarheid van het geschapene
515 I, 4,22 | verwerpt van een waarheid van het geschapene die erkend
516 I, 4,22 | die erkend moet worden, of van een plan van God met het
517 I, 4,22 | worden, of van een plan van God met het leven, dat gerespecteerd
518 I, 4,22 | bezorgdheid over de gevolgen van zo”n “vrijheid zonder wet”
519 I, 4,22 | tegenoverliggende positie van een “wet zonder vrijheid”,
520 I, 4,22 | opnieuw de afhankelijkheid van het plan van de Schepper
521 I, 4,22 | afhankelijkheid van het plan van de Schepper minacht. Zo
522 I, 4,22 | duidelijk dat het verlies van het contact met Gods wijze
523 I, 4,22 | plan de diepste wortel is van de verwarring van de moderne
524 I, 4,22 | wortel is van de verwarring van de moderne mens, zowel wanneer
525 I, 4,22 | het zicht op het mysterie van God, maar ook op dat van
526 I, 4,22 | van God, maar ook op dat van de wereld en dat van zijn
527 I, 4,22 | dat van de wereld en dat van zijn eigen wezen. ~
528 I, 4,23 | 23. De verduistering van de zin voor God en voor
529 I, 4,23 | de blijvende geldigheid van de woorden van de Apostel: “
530 I, 4,23 | geldigheid van de woorden van de Apostel: “En omdat zij
531 I, 4,23 | gedrag”(Rom 1,28). De waarden van het zijn worden zo vervangen
532 I, 4,23 | worden zo vervangen door die van het hebben. Het enige doel
533 I, 4,23 | dat telt is het nastreven van zijn eigen materiële welzijn.
534 I, 4,23 | De zogenaamde “kwaliteit van leven”wordt allereerst of
535 I, 4,23 | waarbij de diepere dimensies van het bestaan - intermenselijk,
536 I, 4,23 | een onontkoombare last van het menselijk bestaan maar
537 I, 4,23 | bestaan maar ook een factor van mogelijke persoonlijke groei, “
538 I, 4,23 | worden en het vooruitzicht van tenminste toekomstig welzijn
539 I, 4,23 | een teken en een plaats van betrekkingen met anderen,
540 I, 4,23 | het is enkel een complex van organen, functies en krachten,
541 I, 4,23 | gebruiken naar de maatstaven van plezier en doelmatigheid.
542 I, 4,23 | wordt ook de seksualiteit van haar persoonlijkheid beroofd
543 I, 4,23 | beroofd en geëxploiteerd: van teken, plaats en taal van
544 I, 4,23 | van teken, plaats en taal van de liefde, dwz. van de gave
545 I, 4,23 | taal van de liefde, dwz. van de gave van zichzelf en
546 I, 4,23 | liefde, dwz. van de gave van zichzelf en het ontvangen
547 I, 4,23 | zichzelf en het ontvangen van de ander, in heel de rijkdom
548 I, 4,23 | ander, in heel de rijkdom van de ander als een persoon,
549 I, 4,23 | zelfzuchtige bevrediging van persoonlijke verlangens
550 I, 4,23 | oorspronkelijke betekenis van de menselijke seksualiteit
551 I, 4,23 | inherent zijn aan de aard zelf van de huwelijksdaad, nl vereniging
552 I, 4,23 | onderworpen aan de willekeur van man en vrouw. Voortplanting
553 I, 4,23 | de volledige aanvaarding van de ander beduidt en daarom
554 I, 4,23 | openheid voor de rijkdom van het leven die het kind vertegenwoordigt. ~
555 I, 4,23 | De eersten die er schade van hebben, zijn vrouwen, kinderen,
556 I, 4,23 | en ouderen. De maatstaf van de persoonlijke waardigheid -
557 I, 4,23 | vervangen door het criterium van doelmatigheid, functionaliteit
558 I, 4,23 | presteert”. Dit is de suprematie van de sterken over de zwakken. ~
559 I, 4,24 | 24. Juist in het hart van het zedelijk geweten vindt
560 I, 4,24 | geweten vindt de verduistering van de zin voor God en voor
561 I, 4,24 | Het is bovenal een zaak van het individuele geweten,
562 I, 4,24 | ook in zekere zin een zaak van het “morele geweten”van
563 I, 4,24 | van het “morele geweten”van de samenleving: die is op
564 I, 4,24 | ook omdat ze de “cultuur van de dood”aanmoedigt, doordat
565 I, 4,24 | doordat ze echte “structuren van zonde”schept en in stand
566 I, 4,24 | tegenwoordig als gevolg van de doordringende invloed
567 I, 4,24 | de doordringende invloed van de media, blootgesteld aan
568 I, 4,24 | en dodelijk gevaar: dat van verwarring tussen goed en
569 I, 4,24 | op leven. Een groot deel van de huidige samenleving ziet
570 I, 4,24 | geweten, dit lichtende oog van de ziel (vgl.Mt 6,22-23), “
571 I, 4,24 | dan is het al op de weg van alarmerende corruptie en
572 I, 4,24 | te leggen, kunnen de stem van de Heer niet smoren, die
573 I, 4,24 | weerklinkt in het geweten van iedere mens afzonderlijk.
574 I, 4,24 | afzonderlijk. Een nieuwe tocht van liefde, openheid en dienst
575 I, 4,24 | vanuit dit intieme heiligdom van het geweten beginnen. ~
576 I, 5 | vgl. Heb 12,22.24): tekens van hoop en uitnodiging tot
577 I, 5,25 | 25. “De stem van het bloed van uw broeder
578 I, 5,25 | De stem van het bloed van uw broeder roept tot Mij
579 I, 5,25 | Het is niet alleen de stem van het bloed van Abel, de eerste
580 I, 5,25 | alleen de stem van het bloed van Abel, de eerste onschuldige
581 I, 5,25 | God, de Bron en Verdediger van het leven. Het bloed van
582 I, 5,25 | van het leven. Het bloed van ieder ander menselijk wezen
583 I, 5,25 | wijze, zoals de schrijver van de brief aan de Hebreeën
584 I, 5,25 | herinnering brengt, roept de stem van het bloed van Christus,
585 I, 5,25 | roept de stem van het bloed van Christus, voor wie Abel
586 I, 5,25 | de berg Sion en de stad van de levende God (...) tot
587 I, 5,25 | God (...) tot de middelaar van een nieuw verbond, wiens
588 I, 5,25 | beters afroept dan het bloed van Abel”(12,22.24). ~Het is
589 I, 5,25 | daarvan was het bloed geweest van de offers van het Oude Verbond,
590 I, 5,25 | bloed geweest van de offers van het Oude Verbond, waardoor
591 I, 5,25 | en redt; het is het bloed van de Middelaar van het Nieuwe
592 I, 5,25 | het bloed van de Middelaar van het Nieuwe Verbond “vergoten
593 I, 5,25 | voor velen tot vergeving van de zonden”(Mt 26,28). ~Dit
594 I, 5,25 | uit de doorboorde zijde van Christus aan het kruis vloeit (
595 I, 5,25 | welluidender”dan het bloed van Abel; inderdaad, het verkondigt
596 I, 5,25 | 7,25), en het is de bron van volmaakte verlossing en
597 I, 5,25 | volmaakte verlossing en de gave van nieuw leven. ~Het bloed
598 I, 5,25 | nieuw leven. ~Het bloed van Christus, laat zien, terwijl
599 I, 5,25 | terwijl het de grootheid van de liefde van de Vader openbaart,
600 I, 5,25 | grootheid van de liefde van de Vader openbaart, hoe
601 I, 5,25 | hoe onschatbaar de waarde van zijn leven. De apostel Petrus
602 I, 5,25 | zinloze bestaan dat hij van uw vaderen had geërfd. Gij
603 I, 5,25 | door het kostbaar bloed van Christus, het lam zonder
604 I, 5,25 | Juist door de beschouwing van het kostbare bloed van Christus,
605 I, 5,25 | beschouwing van het kostbare bloed van Christus, het teken van
606 I, 5,25 | van Christus, het teken van zijn zichzelf wegschenkende
607 I, 5,25 | bijna goddelijke waardigheid van ieder menselijk wezen kennen
608 I, 5,25 | de mens zijn in de ogen van de Schepper als hij “een
609 I, 5,25 | verdiend heeft”(Exultet van de Paasvigilie), als “God
610 I, 5,25 | Bovendien openbaart het bloed van Christus aan de mens dat
611 I, 5,25 | vergoten wordt als de gave van het leven, is het bloed
612 I, 5,25 | het leven, is het bloed van Jezus niet langer een teken
613 I, 5,25 | Jezus niet langer een teken van dood, van onherroepelijke
614 I, 5,25 | langer een teken van dood, van onherroepelijke scheiding
615 I, 5,25 | onherroepelijke scheiding van de broeders, maar het instrument
616 I, 5,25 | broeders, maar het instrument van een verbondenheid die rijkdom
617 I, 5,25 | verbondenheid die rijkdom van leven is voor allen. Wie
618 I, 5,25 | allen. Wie in het sacrament van de Eucharistie dit bloed
619 I, 5,25 | meegetrokken in de dynamiek van zijn leven en zijn gave
620 I, 5,25 | zijn leven en zijn gave van het leven, om de oorspronkelijke
621 I, 5,25 | 2,18-24). ~Uit dit bloed van Christus putten allen de
622 I, 5,25 | bloed is de krachtigste bron van hoop, ja, het is de grondslag
623 I, 5,25 | ja, het is de grondslag van de absolute zekerheid dat
624 I, 5,25 | zekerheid dat in het plan van God het leven de overwinning
625 I, 5,25 | krachtige stem die komt van de troon van God in het
626 I, 5,25 | stem die komt van de troon van God in het hemelse Jeruzalem (
627 I, 5,25 | zonde teken is en voorsmaak van de uiteindelijke overwinning
628 I, 5,25 | dood, wanneer “het woord van de Schrift in vervulling
629 I, 5,26 | getekend door de “cultuur van de dood”. Daarom zou het
630 I, 5,26 | ontmoediging, als de veroordeling van de bedreigingen van het
631 I, 5,26 | veroordeling van de bedreigingen van het leven niet vergezeld
632 I, 5,26 | leven niet vergezeld ging van de voorstelling van de positieve
633 I, 5,26 | ging van de voorstelling van de positieve tekenen die
634 I, 5,26 | die in de huidige situatie van de mensheid aan het werk
635 I, 5,26 | vlak, door de inspanningen van enkelingen, groepen, bewegingen
636 I, 5,26 | bewegingen en organisaties van velerlei aard! ~Er zijn
637 I, 5,26 | bevinden, of die de steun van hun omgeving nodig hebben
638 I, 5,26 | overwinnen en de betekenis van het leven opnieuw te ontdekken. ~
639 I, 5,26 | Dankzij de grote inzet van onderzoekers en artsen gaat
640 I, 5,26 | krachten om de weldaden van de meest ontwikkelde geneeskunde
641 I, 5,26 | internationale verenigingen van artsen zich om snel hulp
642 I, 5,26 | internationale verdeling van medische hulpgoederen nog
643 I, 5,26 | gezet zijn, een teken zien van de groeiende solidariteit
644 I, 5,27 | activeren voor de verdediging van het leven ontstaan. Wanneer
645 I, 5,27 | een breder en dieper besef van de waarde van het leven:
646 I, 5,27 | dieper besef van de waarde van het leven: ze roepen op
647 I, 5,27 | al die dagelijkse gestes van ontvankelijkheid, van opoffering
648 I, 5,27 | gestes van ontvankelijkheid, van opoffering en onbaatzuchtige
649 I, 5,27 | leiden door het voorbeeld van Jezus “de barmhartige Samaritaan”(
650 I, 5,27 | frontlinie gestaan bij het bieden van liefdadige hulp: zovele
651 I, 5,27 | liefdadige hulp: zovele van haar zonen en dochters,
652 I, 5,27 | versterken de grondslagen van de “beschaving van liefde
653 I, 5,27 | grondslagen van de “beschaving van liefde en leven”, waarzonder
654 I, 5,27 | leven”, waarzonder het leven van enkelingen en van de samenleving
655 I, 5,27 | leven van enkelingen en van de samenleving zelf zijn
656 I, 5,27 | voortbrengen voor het welzijn van allen. ~Tot de tekens van
657 I, 5,27 | van allen. ~Tot de tekens van hoop moeten we ook rekenen:
658 I, 5,27 | verbreiding, op veel niveaus van de publieke opinie, van
659 I, 5,27 | van de publieke opinie, van een nieuwe gevoeligheid
660 I, 5,27 | meer richt op het vinden van doelmatige maar “geweldloze”
661 I, 5,27 | beschouwd wordt als een middel van “wettige verdediging”van
662 I, 5,27 | van “wettige verdediging”van de kant van de samenleving.
663 I, 5,27 | verdediging”van de kant van de samenleving. De moderne
664 I, 5,27 | aandacht voor de kwaliteit van het leven en voor de ecologie,
665 I, 5,27 | samenlevingen, waar de verwachtingen van de mensen zich niet langer
666 I, 5,27 | concentreren op problemen van overleven als wel op het
667 I, 5,27 | wereldwijde verbetering van de levensomstandigheden.
668 I, 5,27 | verder verbreide ontwikkeling van bioethica bevordert meer
669 I, 5,27 | alsook tussen de aanhangers van verschillende godsdiensten -
670 I, 5,28 | 28. Deze horizon van licht en schaduw moet er
671 I, 5,28 | ons allen volledig bewust van maken dat we tegenover een
672 I, 5,28 | dood en leven, de “cultuur van de dood”en de “cultuur van
673 I, 5,28 | van de dood”en de “cultuur van het leven”. ~Wij bevinden
674 I, 5,28 | onontkoombare verantwoordelijkheid van een onvoorwaardelijke keuze
675 I, 5,28 | ons klinkt de uitnodiging van Mozes luid en duidelijk: “
676 I, 5,28 | kiezen tussen de “cultuur van het leven”en de “cultuur
677 I, 5,28 | het leven”en de “cultuur van de dood”. Maar de oproep
678 I, 5,28 | de dood”. Maar de oproep van Deuteronomium gaat nog dieper,
679 I, 5,28 | overeenstemming met de wet van de Heer: “Als gij gehoorzaamt
680 I, 5,28 | gehoorzaamt aan de geboden van de Heer uw God, die ik u
681 I, 5,28 | betekent voor u leven en lengte van dagen”(30,16.19-20). ~De
682 I, 5,28 | als het geloof in de Zoon van God, die mens werd en onder
683 I, 5,28 | 10,10): het is een zaak van geloof in de Verrezen Heer,
684 I, 5,28 | overwonnen; geloof in het bloed van Christus “dat krachtiger
685 I, 5,28 | krachtiger roept dan het bloed van Abel”(Heb 12,24). ~Met het
686 I, 5,28 | Met het licht en de kracht van dit geloof wordt de Kerk
687 I, 5,28 | wanneer zij de uitdagingen van de huidige situatie tegemoet
688 I, 5,28 | tegemoet treedt, meer bewust van de genade en de verantwoordelijkheid
689 I, 5,28 | verantwoordelijkheid die tot haar komen van haar Heer, om het Evangelie
690 I, 5,28 | haar Heer, om het Evangelie van het leven te verkondigen,
691 II, 1 | op Christus, “het Woord van leven”~
692 II, 1,29 | talloze ernstige bedreigingen van het leven die de moderne
693 II, 1,29 | momenten wordt het Volk van God, en daarin elke gelovige,
694 II, 1,29 | Joh 1,1). Het Evangelie van het leven is niet enkel
695 II, 1,29 | een bedrieglijke belofte van een betere toekomst. Het
696 II, 1,29 | toekomst. Het Evangelie van het leven is een concrete
697 II, 1,29 | bestaat in de verkondiging van de persoon zelf van Jezus.
698 II, 1,29 | verkondiging van de persoon zelf van Jezus. Jezus maakt zich
699 II, 1,29 | zichzelf tot Martha, de zuster van Lazarus: “Ik ben de Verrijzenis
700 II, 1,29 | 26). Jezus is de Zoon die van alle eeuwigheid het leven
701 II, 1,29 | eeuwigheid het leven ontvangt van de Vader (vgl.Joh 5,26)
702 II, 1,29 | hen deelgenoot te maken van deze gave: “Ik ben gekomen
703 II, 1,29 | handelingen en de persoon zelf van Jezus ontvangt de mens de
704 II, 1,29 | kennen”m.b.t. de waarde van het menselijk leven; uit
705 II, 1,29 | verdedigen en bevorderen van het menselijk leven te aanvaarden
706 II, 1,29 | Christus wordt het Evangelie van het leven definitief verkondigd
707 II, 1,29 | aanwezig in de Openbaring van het Oude Testament, en inderdaad
708 II, 1,29 | inderdaad geschreven in het hart van iedere man en vrouw, heeft
709 II, 1,29 | het begin”, vanaf de tijd van de schepping zelf, op zo”
710 II, 1,29 | ondanks de negatieve gevolgen van de zonden, het ook door
711 II, 1,29 | tenslotte door de zending van de Geest der waarheid: de
712 II, 1,29 | bevrijden uit de duisternis van zonde en dood en ons op
713 II, 1,30 | gericht op de Heer Jezus van Hem nog eens “de woorden
714 II, 1,30 | Hem nog eens “de woorden van God”(Joh 3,34) horen, en
715 II, 1,30 | mediteren over het Evangelie van het leven. De diepste en
716 II, 1,30 | oorspronkelijke betekenis van deze meditatie over wat
717 II, 1,30 | Johannes in de openingswoorden van zijn Eerste Brief geschreven: “
718 II, 1,30 | Brief geschreven: “Dat wat van het begin af bestond, dat
719 II, 1,30 | In Jezus, het “Woord van leven”, wordt Gods eeuwige
720 II, 1,30 | Zo sluit het Evangelie van het leven alles in dat de
721 II, 1,30 | vertellen over de waarde van het leven, door het te aanvaarden,
722 II, 2,31 | 31. De volheid van de evangelieboodschap over
723 II, 2,31 | Vooral in de gebeurtenissen van de Exodus, het hart van
724 II, 2,31 | van de Exodus, het hart van de geloofservaring van het
725 II, 2,31 | hart van de geloofservaring van het Oude Testament, ontdekte
726 II, 2,31 | ontdekte Israël de kostbaarheid van zijn leven in de ogen van
727 II, 2,31 | van zijn leven in de ogen van God. Toen het tot uitroeiing
728 II, 2,31 | zijn bestaan niet afhangt van een farao die het kan uitbuiten
729 II, 2,31 | Israëls leven is het voorwerp van Gods tedere en sterke liefde. ~
730 II, 2,31 | sterke liefde. ~Bevrijding van slavernij is de schenking
731 II, 2,31 | slavernij is de schenking van een identiteit, de erkenning
732 II, 2,31 | identiteit, de erkenning van een onvernietigbare waardigheid
733 II, 2,31 | waardigheid en het begin van een nieuwe geschiedenis,
734 II, 2,31 | geschiedenis, waarin de ontdekking van God en de ontdekking van
735 II, 2,31 | van God en de ontdekking van zichzelf hand in hand gaan.
736 II, 2,31 | het de waarde leert kennen van zijn eigen bestaan als een
737 II, 2,31 | volk, ook in zijn begrip van de betekenis en van de waarde
738 II, 2,31 | begrip van de betekenis en van de waarde van het leven
739 II, 2,31 | betekenis en van de waarde van het leven zelf. Deze overweging
740 II, 2,31 | wijsheidliteratuur, op basis van de dagelijkse ervaring van
741 II, 2,31 | van de dagelijkse ervaring van de onbestendigheid van het
742 II, 2,31 | ervaring van de onbestendigheid van het leven en van het besef
743 II, 2,31 | onbestendigheid van het leven en van het besef van de bedreigingen
744 II, 2,31 | het leven en van het besef van de bedreigingen die het
745 II, 2,31 | Tegenover de tegenstellingen van het bestaan wordt het geloof
746 II, 2,31 | anders is het het probleem van het lijden dat het geloof
747 II, 2,31 | voor de universele smart van de mens, wanneer we mediteren
748 II, 2,31 | geloof naar de erkenning van het “mysterie”, vol vertrouwen
749 II, 2,31 | openbaring maakt de kiem van onsterfelijk leven die door
750 II, 2,31 | hart”(Pr 3,11). Deze kiem van universaliteit en volheid
751 II, 3 | De naam van Jezus heeft deze mens sterk
752 II, 3 | 16): in de onzekerheden van het menselijk bestaan brengt
753 II, 3 | brengt Jezus de betekenis van het leven tot vervulling~
754 II, 3,32 | 32. De ervaring van het volk van het Verbond
755 II, 3,32 | De ervaring van het volk van het Verbond wordt vernieuwd
756 II, 3,32 | vernieuwd in de ervaring van alle “armen”die Jezus van
757 II, 3,32 | van alle “armen”die Jezus van Nazareth ontmoeten. Net
758 II, 3,32 | Net als God “die houdt van wat leeft”(vgl.W 11,26)
759 II, 3,32 | had gerustgesteld temidden van het gevaar, zo verkondigt
760 II, 3,32 | gevaar, zo verkondigt de Zoon van God nu, aan allen die zich
761 II, 3,32 | goed zijn waaraan de liefde van de Vader betekenis en waarde
762 II, 3,32 | 7,22). Met deze woorden van de profeet Jesaja (35,5-
763 II, 3,32 | stelt Jezus de betekenis van zijn eigen zending voor:
764 II, 3,32 | verminderd”is, horen zo van Hem het goede nieuws van
765 II, 3,32 | van Hem het goede nieuws van Gods bekommernis met hen
766 II, 3,32 | gewaakt wordt in de handen van de Vader (vgl.Mt 6,25-34). ~
767 II, 3,32 | begin plaats in de zending van de Kerk. Wanneer de Kerk
768 II, 3,32 | genezend die onder de macht van de duivel stonden, want
769 II, 3,32 | 38), dan is zij er zich van bewust dat zij een boodschap
770 II, 3,32 | bewust dat zij een boodschap van verlossing draagt die in
771 II, 3,32 | nieuwheid precies temidden van de ontberingen en de armoede
772 II, 3,32 | ontberingen en de armoede van het menselijk leven weerklinkt.
773 II, 3,32 | vroeg bij de “Schone Poort”van de tempel in Jeruzalem,
774 II, 3,32 | heb geef ik je: in de Naam van Jezus Christus van Nazareth,
775 II, 3,32 | Naam van Jezus Christus van Nazareth, wandel!”(Hnd 3,
776 II, 3,32 | en om hulp roept, besef van eigenwaarde en volle waardigheid. ~
777 II, 3,32 | waardigheid. ~De woorden en daden van Jezus en van zijn Kerk zijn
778 II, 3,32 | woorden en daden van Jezus en van zijn Kerk zijn niet alleen
779 II, 3,32 | raken zij de ware betekenis van het leven van elke mens
780 II, 3,32 | betekenis van het leven van elke mens in zijn zedelijke
781 II, 3,32 | getekend is door het kwaad van de zonde, kunnen in een
782 II, 3,32 | waarheid en de authenticiteit van hun eigen bestaan ontdekken.
783 II, 3,32 | kan stellen door het bezit van materiële goederen alleen,
784 II, 3,32 | Dwaas! Deze nacht wordt van jou je ziel opgeëist. En
785 II, 3,32 | dingen die je hebt bereid, van wie zullen die zijn?”(Lc
786 II, 3,33 | Jezus eigen leven vinden we van het begin tot het eind,
787 II, 3,33 | dialectiek”tussen de ervaring van de onzekerheid van het menselijk
788 II, 3,33 | ervaring van de onzekerheid van het menselijk leven en de
789 II, 3,33 | leven en de bevestiging van zijn waarde. Jezus”leven
790 II, 3,33 | onzekerheid, al vanaf het moment van zijn geboorte. Hij wordt
791 II, 3,33 | blijft t.a.v. de vervulling van het mysterie van dit leven
792 II, 3,33 | vervulling van het mysterie van dit leven dat in de wereld
793 II, 3,33 | de ene kant en de macht van Gods gaven aan de andere
794 II, 3,33 | heerlijkheid door, die uitgaat van het huis in Nazareth en
795 II, 3,33 | het huis in Nazareth en van de kribbe in Bethlehem:
796 II, 3,33 | tegenstellingen en risico”s van het leven werden door Jezus
797 II, 3,33 | niet alleen een beroving van goddelijke voorrechten,
798 II, 3,33 | kwetsbaarste omstandigheden van het menselijk leven (vgl.
799 II, 3,33 | tot aan het hoogtepunt van het Kruis: “Hij vernederde
800 II, 3,33 | de schittering en waarde van het leven, omdat zijn zelfgave
801 II, 3,33 | het kruis de bron wordt van nieuw leven voor alle mensen (
802 II, 3,33 | Op zijn tocht temidden van tegenstellingen en zelfs
803 II, 3,33 | en zelfs in het verlies van zijn leven wordt Jezus geleid
804 II, 3,33 | zijn leven in handen is van de Vader. Aan het kruis
805 II, 3,33 | Waarlijk groot moet de waarde van het menselijk leven zijn
806 II, 3,33 | menselijk leven zijn als de Zoon van God het aangenomen heeft
807 II, 3,33 | tot middel voor de redding van de hele mensheid! ~
808 II, 4 | gelijkvormigheid met het beeld van zijn Zoon”(Rom 8,28-29):
809 II, 4 | heerlijkheid schijnt op het gelaat van de mens~
810 II, 4,34 | geeft is geheel verschillend van het leven van alle andere
811 II, 4,34 | verschillend van het leven van alle andere levende schepselen,
812 II, 4,34 | ofschoon gevormd uit het stof van de aarde (vgl.Gn 2,7; 3,
813 II, 4,34 | 29), een manifestatie is van God in de wereld, een teken
814 II, 4,34 | in de wereld, een teken van zijn aanwezigheid, een spoor
815 II, 4,34 | aanwezigheid, een spoor van zijn heerlijkheid (vgl.Gn
816 II, 4,34 | Dit is wat de H. Ireneüs van Lyon wilde benadrukken in
817 II, 4,34 | mens is de heerlijkheid van God”23. Aan de mens is een
818 II, 4,34 | schittert een weerspiegeling van de werkelijkheid van God
819 II, 4,34 | weerspiegeling van de werkelijkheid van God zelf. ~Het boek Genesis
820 II, 4,34 | mens plaatst als hoogtepunt van Gods scheppende activiteit,
821 II, 4,34 | bekroning ervan, aan het einde van een proces dat leidt van
822 II, 4,34 | van een proces dat leidt van ordeloze chaos tot het meest
823 II, 4,34 | plaatste hem in de tuin van Eden, om die te bewerken
824 II, 4,34 | een duidelijke bevestiging van het primaat van de mens
825 II, 4,34 | bevestiging van het primaat van de mens over de dingen;
826 II, 4,34 | teruggebracht tot het niveau van een ding. ~In de bijbelse
827 II, 4,34 | dat alleen de schepping van de mens gepresenteerd wordt
828 II, 4,34 | wordt als het resultaat van een speciale beslissing
829 II, 4,34 | een speciale beslissing van de kant van God, een besluit
830 II, 4,34 | speciale beslissing van de kant van God, een besluit om een
831 II, 4,34 | een gave waardoor God iets van zichzelf deelt met zijn
832 II, 4,34 | zoeken naar de betekenis van deze bijzondere verbintenis
833 II, 4,34 | dat God bij de schepping van de mensen “hen begiftigde
834 II, 4,34 | begiftigde met kracht als die van hemzelf en hen maakte naar
835 II, 4,34 | schrijver ziet als een deel van dit beeld niet alleen de
836 II, 4,34 | niet alleen de heerschappij van de mens over de wereld,
837 II, 4,34 | verwerven zijn voorrechten van de mens geschapen naar het
838 II, 4,34 | geschapen naar het beeld van zijn Schepper, God, die
839 II, 4,34 | streven naar de volheid van leven; het is de kiem van
840 II, 4,34 | van leven; het is de kiem van een bestaan dat de grenzen
841 II, 4,34 | een bestaan dat de grenzen van de tijd zelf overstijgt: “
842 II, 4,34 | maakte hem naar het beeld van zijn eigen Wezen”(W 2,23). ~
843 II, 4,35 | 35. Het scheppingsverhaal van de Jahwist drukt dezelfde
844 II, 4,35 | Dit oude verhaal spreekt van een goddelijke adem die
845 II, 4,35 | vormde de mens uit het stof van de grond en ademde in zijn
846 II, 4,35 | De goddelijke oorsprong van deze levensgeest verklaart
847 II, 4,35 | een onuitwisbaar merkteken van God draagt, wordt de mens
848 II, 4,35 | God draagt, wordt de mens van nature naar God toegetrokken.
849 II, 4,35 | hij de diepe verlangens van zijn hart hoort, moet iedere
850 II, 4,35 | moet iedere mens de woorden van waarheid tot de zijne maken
851 II, 4,35 | onvoldaanheid die het leven van de mens in Eden tekent zolang
852 II, 4,35 | referentiepunt de wereld van planten en dieren is (vgl.
853 II, 4,35 | Alleen de verschijning van de vrouw, een wezen dat
854 II, 4,35 | een wezen dat vlees is van zijn vlees en been van zijn
855 II, 4,35 | is van zijn vlees en been van zijn beenderen (vgl.Gn 2,
856 II, 4,35 | 23), en in wie de geest van God de Schepper ook levend
857 II, 4,35 | vrouw, is een weerspiegeling van God zelf, het definitieve
858 II, 4,35 | definitieve doel en de vervulling van iedere persoon. ~“Wat is
859 II, 4,35 | aan hem denkt, en de zoon van de mens dat gij hem aanziet?”,
860 II, 4,35 | Vergeleken met de onmetelijkheid van het heelal is de mens erg
861 II, 4,35 | Ps 8,6). De heerlijkheid van God licht op in het gezicht
862 II, 4,35 | licht op in het gezicht van de mens. In hem vindt de
863 II, 4,35 | afgelopen en de schepping van de wereld eindigt met de
864 II, 4,35 | wereld eindigt met de vorming van dat meesterwerk dat de mens
865 II, 4,35 | als het ware de kroon is van het heelal en de hoogste
866 II, 4,35 | en de hoogste schoonheid van ieder geschapen wezen. We
867 II, 4,35 | aangezien de Heer rustte van ieder werk dat Hij had ondernomen
868 II, 4,35 | rustte toen in de diepten van de mens. Hij rustte in de
869 II, 4,35 | Hij rustte in de geest van de mens en in zijn denken;
870 II, 4,35 | hemelse genade. In deze gaven van Hem rust God uit, die gezegd
871 II, 4,35 | die nederig is, gebroken van hart en die beeft voor mijn
872 II, 4,36 | overschaduwd door de verschijning van de zonde in de geschiedenis.
873 II, 4,36 | tenslotte tot het aanbidden van schepselen: “Ze vervingen
874 II, 4,36 | mens niet alleen het beeld van God in zijn eigen persoon,
875 II, 4,36 | vervangt door houdingen van wantrouwen, onverschilligheid,
876 II, 4,36 | wordt de diepe betekenis van de mens verraden en wordt
877 II, 4,36 | aangetast. ~In het leven van de mens licht Gods beeld
878 II, 4,36 | zijn volheid met de komst van de Zoon van God in het menselijk
879 II, 4,36 | met de komst van de Zoon van God in het menselijk vlees: “
880 II, 4,36 | Christus is het beeld van de onzichtbare God”(Kol
881 II, 4,36 | weerspiegelt de heerlijkheid van God en is het evenbeeld
882 II, 4,36 | God en is het evenbeeld van zijn wezen”(Heb 1,3). Hij
883 II, 4,36 | Hij is het volmaakte beeld van de Vader. ~Het plan van
884 II, 4,36 | van de Vader. ~Het plan van het leven dat aan de eerste
885 II, 4,36 | Waar de ongehoorzaamheid van Adam Gods plan voor het
886 II, 4,36 | verlossende gehoorzaamheid van Christus de bron van genade
887 II, 4,36 | gehoorzaamheid van Christus de bron van genade die over het mensenras
888 II, 4,36 | voor iedereen de poorten van het koninkrijk des levens
889 II, 4,36 | volgen, ontvangen de volheid van leven: het goddelijke beeld
890 II, 4,36 | gebracht. Dit is het plan van God met de mensen: dat ze “
891 II, 4,36 | zouden worden aan het beeld van zijn Zoon”(Rom 8,29). Alleen
892 II, 4,36 | Alleen zo, in de schittering van dit beeld, kan de mens bevrijd
893 II, 4,36 | kan de mens bevrijd worden van de slavernij van de afgodendienst,
894 II, 4,36 | worden van de slavernij van de afgodendienst, de verloren
895 II, 5 | sterven”(Joh 11,26); de gave van het eeuwig leven~
896 II, 5,37 | 37. Het leven dat de Zoon van God aan de mensen kwam brengen
897 II, 5,37 | was, en dat is “het licht van de mensen”(Joh 1,4), bestaat
898 II, 5,37 | het delen in de volheid van zijn liefde: “Aan allen
899 II, 5,37 | Hij de macht om kinderen van God te worden, die niet
900 II, 5,37 | uit bloed, noch uit de wil van het vlees, noch uit de wil
901 II, 5,37 | het vlees, noch uit de wil van de man, maar uit God geboren
902 II, 5,37 | wordt, kan hij het rijk van God niet zien”(Joh 3,3).
903 II, 5,37 | te geven is het ware doel van Jezus”zending: Hij “is degene
904 II, 5,37 | is degene die neerdaalt van de hemel en leven geeft
905 II, 5,37 | volgt(...) zal het licht van het leven hebben”(Joh 8,
906 II, 5,37 | andere momenten spreekt Jezus van “eeuwig leven”: hier doet
907 II, 5,37 | deelname is aan het leven van de “Eeuwige”. Alwie gelooft
908 II, 5,37 | Joh 3,15; 6,40), omdat hij van Jezus de enige woorden hoort
909 II, 5,37 | zijn bestaan de volheid van het leven openbaren en meedelen;
910 II, 5,37 | meedelen; dit zijn de “woorden van eeuwig leven”die Petrus
911 II, 5,37 | wij gaan? U hebt woorden van eeuwig leven”; wij hebben
912 II, 5,37 | erkend dat U de Heilige van God bent”(Joh 6,68-69).
913 II, 5,37 | het mysterie aanvaarden van de liefhebbende gemeenschap
914 II, 5,37 | liefhebbende gemeenschap van de Vader, de Zoon en de
915 II, 5,37 | omdat het deelt in het leven van God. ~
916 II, 5,38 | leven is daarom het leven van God zelf en tegelijk het
917 II, 5,38 | zelf en tegelijk het leven van de kinderen van God. Wanneer
918 II, 5,38 | het leven van de kinderen van God. Wanneer zij zich verbazen
919 II, 5,38 | waarheid die tot ons komt van God in Christus, moeten
920 II, 5,38 | dankbaar. In de woorden van de apostel Johannes kunnen
921 II, 5,38 | heeft! Wij worden kinderen van God genoemd, en we zijn
922 II, 5,38 | reeds zijn wij kinderen van God, en wat we zullen zijn,
923 II, 5,38 | hoogtepunt. De waardigheid van dit leven wordt niet alleen
924 II, 5,38 | begin, met het feit dat het van God komt, maar ook met zijn
925 II, 5,38 | eind, met zijn bestemming van gemeenschap met God in kennis
926 II, 5,38 | gemeenschap met God in kennis van en liefde voor Hem. In het
927 II, 5,38 | liefde voor Hem. In het licht van deze waarheid preciseert
928 II, 5,38 | Ireneüs zijn lofprijzing van de mens: “de glorie van
929 II, 5,38 | van de mens: “de glorie van God”, is, inderdaad, “de
930 II, 5,38 | levende mens”, maar “het leven van de mens bestaat in het zien
931 II, 5,38 | mens bestaat in het zien van God”27. ~Onmiddellijke gevolgen
932 II, 5,38 | de mens instinctief houdt van het leven, omdat het een
933 II, 5,38 | de goddelijke dimensies van dit goed. Op dezelfde wijze
934 II, 5,38 | zelfontplooiing en voor het aangaan van relaties met anderen. Zij
935 II, 5,38 | enkel opzicht de waarde van ons bestaan in de tijd;
936 II, 6 | Van de mens zal ik rekenschap
937 II, 6,39 | 39. Het leven van de mens komt van God; het
938 II, 6,39 | Het leven van de mens komt van God; het is zijn gave, zijn
939 II, 6,39 | is, daarom, de enige Heer van dit leven: de mens kan er
940 II, 6,39 | zal ik terugeisen, en ook van de mensen onderling, zal
941 II, 6,39 | onderling, zal ik het leven van de mens terugeisen”(Gn 9,
942 II, 6,39 | nadrukkelijk hoe de heiligheid van het leven haar basis heeft
943 II, 6,39 | Het leven en de dood van de mens zijn dus in de handen
944 II, 6,39 | mens zijn dus in de handen van God, in zijn macht: “In
945 II, 6,39 | In zijn hand is het leven van ieder levend ding en de
946 II, 6,39 | ieder levend ding en de adem van heel de mensheid”, roept
947 II, 6,39 | wijze, maar eerder als deel van zijn zorg voor en zijn liefdevolle
948 II, 6,39 | menselijk leven in de handen is van God, dan is het niet minder
949 II, 6,39 | liefdevolle handen zijn, zoals die van een moeder die haar kind
950 II, 6,39 | zoals een kind aan de borst van zijn moeder, zoals een kind
951 II, 6,39 | Israël in de geschiedenis van de volken en in de bestemming
952 II, 6,39 | volken en in de bestemming van enkelingen niet de afloop
953 II, 6,39 | enkelingen niet de afloop van louter toeval of van een
954 II, 6,39 | afloop van louter toeval of van een blind lot, maar liever
955 II, 6,39 | maar liever de resultaten van een liefdevol plan, waarmee
956 II, 6,39 | waarmee God alle mogelijkheden van het leven samenbrengt en
957 II, 6,39 | samenbrengt en de krachten van de dood die voortkomen uit
958 II, 6,39 | verheugt zich niet over de dood van de levenden. Want Hij schiep
959 II, 6,40 | 40. Uit de heiligheid van het leven ontstaat zijn
960 II, 6,40 | gedood, vertolkt de ervaring van iedere persoon: in de diepten
961 II, 6,40 | iedere persoon: in de diepten van zijn geweten wordt de mens
962 II, 6,40 | aan de onaantastbaarheid van het leven - zijn eigen leven
963 II, 6,40 | zijn eigen leven en dat van anderen - als iets dat niet
964 II, 6,40 | anderen - als iets dat niet van hem is, omdat het eigendom
965 II, 6,40 | het eigendom en gave is van God de Schepper en Vader. ~
966 II, 6,40 | betreffende de onaantastbaarheid van het menselijk leven weerklinkt
967 II, 6,40 | leven weerklinkt in het hart van de “tien woorden”in het
968 II, 6,40 | tien woorden”in het Verbond van de Sinaï (vgl.Ex 34,28).
969 II, 6,40 | persoonlijke verwonding van iemand anders (vgl.Ex 21,
970 II, 6,40 | Testament deze betekenis van de waarde van het leven,
971 II, 6,40 | betekenis van de waarde van het leven, ofschoon reeds
972 II, 6,40 | blijkt uit sommige aspecten van de toenmalige strafwet,
973 II, 6,40 | strafwet, die ernstige vormen van lijfstraffen en zelfs de
974 II, 6,40 | voor de onaantastbaarheid van het fysieke leven en de
975 II, 6,40 | leven en de integriteit van de persoon. Het vindt zijn
976 II, 6,41 | uitgedrukt in het positieve gebod van liefde voor de naaste, wordt
977 II, 6,41 | En Hij haalt als eerste van deze geboden aan: “Gij zult
978 II, 6,41 | de Bergrede vraagt Jezus van zijn leerlingen een gerechtigheid
979 II, 6,41 | een gerechtigheid die die van de schriftgeleerden en farizeers
980 II, 6,41 | positieve vereisten zien van het gebod dat betrekking
981 II, 6,41 | op de onaantastbaarheid van het leven. Deze vereisten
982 II, 6,41 | bescherming en verdediging van het leven behandelde wanneer
983 II, 6,41 | bedreigd was: in het geval van vreemdelingen, weduwen,
984 II, 6,41 | breedte en diepte. Ze gaan van de zorg voor het leven van
985 II, 6,41 | van de zorg voor het leven van zijn broeder (een natuurlijke
986 II, 6,41 | vreemde die in het land van Israël leeft) tot het tonen
987 II, 6,41 | Israël leeft) tot het tonen van bekommernis met de vreemdeling,
988 II, 6,41 | zelfs tot het beminnen van de vijand. ~Een vreemdeling
989 II, 6,41 | die de naaste moet worden van iemand in nood, zo, dat
990 II, 6,41 | leven, zoals de parabel van de barmhartige Samaritaan
991 II, 6,41 | 34-35). De hoogste graad van deze liefde is te bidden
992 II, 6,41 | de providentiële liefde van God: “Maar Ik zeg u: bemint
993 II, 6,41 | vervolgen, opdat u kinderen bent van uw hemelse Vader: want Hij
994 II, 6,41 | Zo is het diepste element van Gods gebod om het menselijk
995 II, 6,41 | Paulus, in een herhaling van de woorden van Jezus, tot
996 II, 6,41 | herhaling van de woorden van Jezus, tot de christenen
997 II, 7 | de verantwoordelijkheid van de mens voor het leven~
998 II, 7,42 | verdediging en bevordering van het leven, de eerbiediging
999 II, 7,42 | haar; en beheerst de vissen van de zee en de vogels in de
1000 II, 7,42 | breedte en de diepte zien van de heerschappij die God
1-500 | 501-1000 | 1001-1500 | 1501-2000 | 2001-2476 |