1-500 | 501-1000 | 1001-1500 | 1501-2000 | 2001-2476
Chapter, Paragraph, Number
1001 II, 7,42 | de eerste plaats een zaak van heerschappij over de aarde
1002 II, 7,42 | Wijsheid duidelijk maakt: “God van de vaderen, Heer van de
1003 II, 7,42 | God van de vaderen, Heer van de ontferming (...) in uw
1004 II, 7,42 | gegeven is als een teken van heerlijkheid en eer van
1005 II, 7,42 | van heerlijkheid en eer van zijn Schepper: “U hebt hem
1006 II, 7,42 | heerschappij gegeven over de werken van uw handen; u hebt alles
1007 II, 7,42 | runderen, en ook de dieren van het veld, de vogels in de
1008 II, 7,42 | zee, alles wat de paden van de zee doorloopt”(Ps 8,6-
1009 II, 7,42 | schepping die God ten dienste van zijn persoonlijke waardigheid
1010 II, 7,42 | waardigheid heeft gesteld, van zijn leven, niet alleen
1011 II, 7,42 | ecologische vraagstuk - van het behoud van het natuurlijke
1012 II, 7,42 | vraagstuk - van het behoud van het natuurlijke leefgebied
1013 II, 7,42 | het natuurlijke leefgebied van de verschillende soorten
1014 II, 7,42 | verschillende soorten dieren en van andere levensvormen tot
1015 II, 7,42 | oplossing die het grote goed van het leven eerbiedigt, van
1016 II, 7,42 | van het leven eerbiedigt, van ieder leven. Immers: “de
1017 II, 7,42 | men kan evenmin spreken van vrijheid “om te gebruiken
1018 II, 7,42 | het verbod om “de vrucht van de boom te eten”(vgl Gn,
1019 II, 7,43 | 43. Een zekere deelname van de mens in de heerschappij
1020 II, 7,43 | mens in de heerschappij van God is ook zichtbaar in
1021 II, 7,43 | bereikt in de schenking van het leven door de voortplanting
1022 II, 7,43 | 28) 30. ~Door te spreken van “een zekere speciale deelname”
1023 II, 7,43 | zekere speciale deelname”van man en vrouw in het “scheppingswerk”
1024 II, 7,43 | vrouw in het “scheppingswerk”van God, wil het Concilie duidelijk
1025 II, 7,43 | duidelijk maken dat het krijgen van een kind een gebeurtenis
1026 II, 7,43 | uit de echtelijke eenheid van de twee een nieuwe persoon
1027 II, 7,43 | deze zelf een bepaald beeld van en een bepaalde gelijkenis
1028 II, 7,43 | God met zich: de afkomst van de persoon staat gegrift
1029 II, 7,43 | staat gegrift in de biologie van de voortplanting zelf. Als
1030 II, 7,43 | ontvangenis en de geboorte van een nieuw menselijk wezen,
1031 II, 7,43 | inderdaad alleen de bron van dat “beeld en die gelijkenis”
1032 II, 7,43 | Voortplanting is de voortzetting van de schepping”31. ~Dit is
1033 II, 7,43 | taal wanneer hij vertelt van de vreugdevolle uitroep
1034 II, 7,43 | de vreugdevolle uitroep van de eerste vrouw “de moeder
1035 II, 7,43 | eerste vrouw “de moeder van alle levenden”(Gn 3,20).
1036 II, 7,43 | levenden”(Gn 3,20). Zich bewust van Gods tussenkomst, roept
1037 II, 7,43 | man gekregen met de hulp van de Heer”(Gn 4,1). Daarom
1038 II, 7,43 | voortplanting, door de schenking van het leven van ouders aan
1039 II, 7,43 | schenking van het leven van ouders aan kind, Gods eigen
1040 II, 7,43 | doorgegeven, dankzij de schepping van de onsterfelijke ziel 32.
1041 II, 7,43 | onsterfelijke ziel 32. Het begin van het “boek van het nakomelingschap
1042 II, 7,43 | Het begin van het “boek van het nakomelingschap van
1043 II, 7,43 | van het nakomelingschap van Adam”drukt het als volgt
1044 II, 7,43 | jaar was, werd hij de vader van een zoon die op hem leek
1045 II, 7,43 | 1-3). Precies in hun rol van medewerkers met God die
1046 II, 7,43 | schepsel zien we de grootheid van echtparen die bereid zijn “
1047 II, 7,43 | te werken met de liefde van de Schepper en de Verlosser,
1048 II, 7,43 | gaven”als “de verwekker van de mensheid, de schepper
1049 II, 7,43 | de mensheid, de schepper van beelden van God”34. ~Zo
1050 II, 7,43 | de schepper van beelden van God”34. ~Zo worden man en
1051 II, 7,43 | toekomst. ~Maar aan gene zijde van de specifieke zending van
1052 II, 7,43 | van de specifieke zending van de ouders betreft de taak
1053 II, 7,43 | de ouders betreft de taak van het opnemen en dienen van
1054 II, 7,43 | van het opnemen en dienen van het leven iedereen; en deze
1055 II, 7,43 | gevangenen(...) Wat men ieder van hen doet, doet men aan Christus
1056 II, 8 | 139,13): de waardigheid van het ongeboren kind~
1057 II, 8,44 | eeuwigheid te begeven. Het woord van God herhaalt vaak de oproep
1058 II, 8,44 | godsdienstige en culturele denkwijze van het Volk van God. ~In het
1059 II, 8,44 | culturele denkwijze van het Volk van God. ~In het Oude Testament
1060 II, 8,44 | zegen: “Zonen zijn een gave van de Heer, de vrucht van de
1061 II, 8,44 | gave van de Heer, de vrucht van de schoot een genade”(Ps
1062 II, 8,44 | op Israëls besef het volk van het Verbond te zijn, geroepen
1063 II, 8,44 | ontvangenis, de vorming van het leven in de moederschoot,
1064 II, 8,44 | band tussen het beginmoment van het leven en het werk van
1065 II, 8,44 | van het leven en het werk van God de Schepper. ~“Vóór
1066 II, 8,44 | toe”(Jr 1,5): het leven van ieder individu is, vanaf
1067 II, 8,44 | zijn eerste begin, deel van Gods plan. Job houdt in
1068 II, 8,44 | Job houdt in de diepte van zijn pijn in, om het werk
1069 II, 8,44 | zijn pijn in, om het werk van God te overdenken die zijn
1070 II, 8,44 | wonderlijk vormde in de schoot van zijn moeder. Hier vindt
1071 II, 8,44 | Job 10,8-12). Uitdrukking van ontzag en verbazing over
1072 II, 8,44 | tussenkomst in het leven van een kind in de moederschoot
1073 II, 8,44 | in dit wonderlijke proces van de ontplooiing van het leven
1074 II, 8,44 | proces van de ontplooiing van het leven gescheiden zou
1075 II, 8,44 | gescheiden zou kunnen worden van het wijze en liefdevolle
1076 II, 8,44 | wijze en liefdevolle werk van de Schepper, ten prooi aan
1077 II, 8,44 | menselijke willekeur? De moeder van de zeven broers dacht zeker
1078 II, 8,44 | in God, bron en garantie van het leven vanaf de conceptie
1079 II, 8,44 | tegelijkertijd de grondslag van de hoop op nieuw leven na
1080 II, 8,44 | bestanddelen waaruit ieder van jullie bestaat, tot een
1081 II, 8,44 | geordend, maar de Schepper van de wereld: Hij bewerkt het
1082 II, 8,44 | Hij bewerkt het ontstaan van de mens, zoals Hij van alles
1083 II, 8,44 | ontstaan van de mens, zoals Hij van alles de oorsprong is. Hij
1084 II, 8,44 | teruggeven, omdat jullie omwille van zijn wet jezelf nu niet
1085 II, 8,45 | 45. De openbaring van het Nieuwe Testament bevestigt
1086 II, 8,45 | onbetwistbare erkenning van de waarde van het leven
1087 II, 8,45 | erkenning van de waarde van het leven vanaf zijn eerste
1088 II, 8,45 | begin. De verheerlijking van de vruchtbaarheid en de
1089 II, 8,45 | en de gretige verwachting van het leven klinken door in
1090 II, 8,45 | Meer nog wordt de waarde van de persoon vanaf het moment
1091 II, 8,45 | persoon vanaf het moment van de ontvangenis verheerlijkt
1092 II, 8,45 | kinderen openbaren de komst van het Messiaanse tijdperk:
1093 II, 8,45 | wordt de verlossende kracht van de aanwezigheid van de Zoon
1094 II, 8,45 | kracht van de aanwezigheid van de Zoon van God onder de
1095 II, 8,45 | aanwezigheid van de Zoon van God onder de mensen voor
1096 II, 8,45 | schrijft: “De zegeningen van de komst van Maria en van
1097 II, 8,45 | zegeningen van de komst van Maria en van de aanwezigheid
1098 II, 8,45 | van de komst van Maria en van de aanwezigheid van de Heer
1099 II, 8,45 | Maria en van de aanwezigheid van de Heer zijn meteen te merken (...)
1100 II, 8,45 | mysterie; zij merkte de komst van Maria, hij die van de Heer;
1101 II, 8,45 | komst van Maria, hij die van de Heer; de vrouw de komst
1102 II, 8,45 | Heer; de vrouw de komst van de vrouw, het kind de komst
1103 II, 8,45 | vrouw, het kind de komst van het Kind. De vrouwen spreken
1104 II, 8,45 | verwerkelijken in de schoot van hun moeder de genade en
1105 II, 8,45 | de genade en het mysterie van de barmhartigheid voor hun
1106 II, 8,45 | zij onder de inspiratie van hun kinderen. Het kind sprong
1107 II, 8,45 | kinderen. Het kind sprong op van vreugde, de moeder werd
1108 II, 8,45 | de moeder werd vervuld van de heilige Geest. De moeder
1109 II, 9,46 | a.v. de laatste ogenblikken van het leven zou het anachronistisch
1110 II, 9,46 | anachronistisch zijn om van de bijbelse openbaring een
1111 II, 9,46 | specifieke veroordeling van pogingen om hun einde met
1112 II, 9,46 | culturele en religieuze context van de Bijbel wordt op geen
1113 II, 9,46 | de wijsheid en ervaring van de ouderen erkend als een
1114 II, 9,46 | vraagt niet om verlossing van de ouderdom en haar last:
1115 II, 9,46 | Ps 71,5.18). Het ideaal van de Messiaanse tijd wordt
1116 II, 9,46 | onvermijdelijke neergang van het leven staan? Hoe moet
1117 II, 9,46 | men handelen in het zicht van de dood? De gelovige weet
1118 II, 9,46 | 16,5), en hij aanvaardt van Hem ook het sterven: “Dit
1119 II, 9,46 | sterven: “Dit is het bevel van de Heer voor alle vlees;
1120 II, 9,46 | zich keren tegen de wil van de Allerhoogste?”(Sir 41,
1121 II, 9,46 | toevertrouwen aan de “wil van de Allerhoogste”, aan zijn
1122 II, 9,46 | liefdevolle plan. ~Ook in momenten van ziekte wordt de mens uitgenodigd
1123 II, 9,47 | 47. De zending van Jezus, met de vele genezingen
1124 II, 9,47 | met het lichamelijk leven van de mens. Jezus werd, als “
1125 II, 9,47 | Jezus werd, als “de dokter van het lichaam en de geest”37
1126 II, 9,47 | gaat met de verkondiging van het Evangelie: “En gaat
1127 II, 9,47 | 18). ~Zeker is het leven van het lichaam in zijn aardse
1128 II, 9,47 | om Mijnentwil en omwille van het Evangelie, zal het redden”(
1129 II, 9,47 | te offeren en Hij maakt van zijn leven vrijelijk een
1130 II, 9,47 | vgl.Joh 10,15). De dood van Johannes de Doper, voorloper
1131 II, 9,47 | Johannes de Doper, voorloper van de Verlosser, getuigt ook
1132 II, 9,47 | te blijven aan het woord van de Heer zelf met gevaar
1133 II, 9,47 | omdat hij trouw getuigt van de verrijzenis van de Heer:
1134 II, 9,47 | getuigt van de verrijzenis van de Heer: hij volgt in de
1135 II, 9,47 | volgt in de voetstappen van de Meester en treedt hen
1136 II, 9,47 | stenigen tegemoet met woorden van vergeving (vgl.Hnd 7,59-
1137 II, 9,47 | 60) en wordt zo de eerste van een ontelbare schare martelaren
1138 II, 9,47 | sterven; de absolute meester van zo”n beslissing is de Schepper
1139 II, 9,47(37) | SINT IGNATIUS VAN ANTIOCHIË, Brief aan
1140 II, 10 | zullen leven”(Bar 4,1): van de wet van de Sinaï tot
1141 II, 10 | leven”(Bar 4,1): van de wet van de Sinaï tot de gave van
1142 II, 10 | van de Sinaï tot de gave van de Geest~
1143 II, 10,48 | getekend door een waarheid van zichzelf. Door Gods gave
1144 II, 10,48 | wezenlijk is. Zich losmaken van deze waarheid betekent:
1145 II, 10,48 | worden voor het bestaan van anderen, aangezien de dijken
1146 II, 10,48 | eerbied voor en verdediging van het leven garanderen, zijn
1147 II, 10,48 | doorgebroken. ~De waarheid van het leven wordt geopenbaard
1148 II, 10,48 | in Gods gebod. Het woord van de Heer toont concreet de
1149 II, 10,48 | bewaren. De bescherming van het leven is niet alleen
1150 II, 10,48 | 13; Dt 5,17): de hele wet van de Heer dient de bescherming
1151 II, 10,48 | Heer dient de bescherming van het leven, omdat zij die
1152 II, 10,48 | luistert naar de geboden van de Heer, uw God, die ik
1153 II, 10,48 | land Kanaän en het bestaan van het volk staan op het spel,
1154 II, 10,48 | toekomstige wereld, en het bestaan van de hele mensheid. Want is
1155 II, 10,48 | geloofwaardig blijft als het zich van het goede verwijdert; en
1156 II, 10,48 | verbonden met de geboden van de Heer, dwz: met de “wet
1157 II, 10,48 | de Heer, dwz: met de “wet van het leven”(Sir 17,11). Het
1158 II, 10,48 | last, aangezien het doel van het leven juist dat goede
1159 II, 10,48 | wanneer de andere “woorden van leven”(vgl.Hnd 7,38) waarmee
1160 II, 10,48 | niet meer te worden dan een van buiten opgelegde verplichting,
1161 II, 10,48 | openstaat voor de volheid van de waarheid over God, mens
1162 II, 10,48 | de volle waarheid inzien van de passage in het boek Deuteronomium
1163 II, 10,48 | bekoring: “De mens leeft niet van brood alleen maar (...)
1164 II, 10,48 | brood alleen maar (...) van alles dat komt uit de mond
1165 II, 10,48 | alles dat komt uit de mond van de Heer”(Dt 8,3; vgl.Mt
1166 II, 10,48 | luisteren naar het woord van de Heer zijn wij in staat
1167 II, 10,48 | rechtschapen te leven. Door de wet van God te onderhouden kunnen
1168 II, 10,48 | onderhouden kunnen wij vruchten van leven en geluk voortbrengen: “
1169 II, 10,49 | 49. De geschiedenis van Israël laat zien hoe moeilijk
1170 II, 10,49 | trouw te blijven aan de wet van het leven die God heeft
1171 II, 10,49 | op de Sinaï aan het volk van het Verbond gaf. Wanneer
1172 II, 10,49 | hebben Mij verzaakt, de bron van levend water en ze hebben
1173 II, 10,49 | minachten en de rechten van de mensen schenden: “Ze
1174 II, 10,49 | schenden: “Ze trappen het hoofd van de arme in het stof van
1175 II, 10,49 | van de arme in het stof van de aarde”(Am 2,7); “ze hebben
1176 II, 10,49 | plaats gevuld met het bloed van onschuldigen”(Jr 19,4).
1177 II, 10,49 | hoop op een nieuw beginsel van leven te wekken, instaat
1178 II, 10,49 | het begrijpen en uitvoeren van alle eisen die in het Evangelie
1179 II, 10,49 | eisen die in het Evangelie van het leven vervat liggen.
1180 II, 10,49 | mogelijk zijn dankzij de gave van God die zuivert en vernieuwt: “
1181 II, 10,49 | en ge zult rein worden; van al uw ongerechtigheden en
1182 II, 10,49 | al uw ongerechtigheden en van al uw afgoderij zal ik u
1183 II, 10,49 | diepste en echtste betekenis van het leven te waarderen en
1184 II, 10,49 | boodschap over de waarde van het leven die tot ons komt
1185 II, 10,49 | ons komt door de figuur van de Dienaar van de Heer: “
1186 II, 10,49 | de figuur van de Dienaar van de Heer: “Wanneer hij zichzelf
1187 II, 10,49 | 53,10.11). ~In de komst van Jezus van Nazareth wordt
1188 II, 10,49 | In de komst van Jezus van Nazareth wordt de wet vervuld
1189 II, 10,49 | samengevat in de gouden regel van de onderlinge liefde (vgl.
1190 II, 10,49 | evangelie”, het goede nieuws van Gods heerschappij over de
1191 II, 10,49 | is de Nieuwe Wet, “de wet van de Geest van leven in Christus
1192 II, 10,49 | Wet, “de wet van de Geest van leven in Christus Jezus”(
1193 II, 10,49 | uitdrukking ervan, in navolging van de Heer die zijn leven gaf
1194 II, 10,49 | weten dat we zijn overgegaan van de dood naar het leven,
1195 II, 10,49 | 1Joh 3,14). Dit is de wet van vrijheid, vreugde en zaligheid. ~
1196 II, 11 | Joh 19,37): het Evangelie van het leven wordt vervuld
1197 II, 11 | wordt vervuld aan de stam van het Kruis~
1198 II, 11,50 | 50. Aan het einde van dit hoofdstuk, waarin we
1199 II, 11,50 | graag stilhouden met ieder van u om Hem die doorstoken
1200 II, 11,50 | Kijkend naar “het schouwspel”van het Kruis (vgl.Lc 23,48)
1201 II, 11,50 | de volledige openbaring van het hele Evangelie van het
1202 II, 11,50 | openbaring van het hele Evangelie van het leven ontdekken. ~In
1203 II, 11,50 | In de vroege namiddag van Goede Vrijdag “viel er duisternis
1204 II, 11,50 | meer gaf. Het voorhangsel van de tempel scheurde middendoor”(
1205 II, 11,50 | 45). Dit is het symbool van een grote kosmische verwarring
1206 II, 11,50 | strijd tussen de krachten van het goede en de krachten
1207 II, 11,50 | het goede en de krachten van het kwade, tussen leven
1208 II, 11,50 | strijd tussen de “cultuur van de dood”en de “cultuur van
1209 II, 11,50 | van de dood”en de “cultuur van het leven”. Maar de glorie
1210 II, 11,50 | het leven”. Maar de glorie van het Kruis wordt door deze
1211 II, 11,50 | centrum, betekenis en doel van de hele geschiedenis en
1212 II, 11,50 | de hele geschiedenis en van ieder menselijk leven. ~
1213 II, 11,50 | Kruis genageld en opgeheven van de aarde. Hij ervaart het
1214 II, 11,50 | Hij ervaart het ogenblik van zijn grootste “machteloosheid”,
1215 II, 11,50 | overgeleverd aan de bespotting van zijn tegenstanders en aan
1216 II, 11,50 | tegenstanders en aan de handen van zijn moordenaars: hij wordt
1217 II, 11,50 | Waarlijk, deze man was Zoon van God!”(Mc 15,39). Aldus wordt
1218 II, 11,50 | Aldus wordt in het ogenblik van zijn grootste zwakte, de
1219 II, 11,50 | grootste zwakte, de Zoon van God geopenbaard als wie
1220 II, 11,50 | werpt Jezus licht op de zin van het leven en de dood van
1221 II, 11,50 | van het leven en de dood van ieder menselijk wezen. Voor
1222 II, 11,50 | graven open en de lichamen van vele heilige mensen die
1223 II, 11,50 | bewerkt is de schenking van het leven en de verrijzenis.
1224 II, 11,50 | en zelfs zijn opwekkingen van de doden waren tekenen van
1225 II, 11,50 | van de doden waren tekenen van een andere redding, een
1226 II, 11,50 | die ligt in de vergeving van de zonden, dwz: in de bevrijding
1227 II, 11,50 | zonden, dwz: in de bevrijding van de mens uit de diepste ziekte
1228 II, 11,50 | opwekking tot het leven zelf van God. ~Aan het Kruis wordt
1229 II, 11,50 | het Kruis wordt het wonder van de slang die door Mozes
1230 II, 11,51 | haar overweeg. “Toen Jezus van de azijn genomen had, zei
1231 II, 11,51 | voltooiing bereikt. Het “geven”van de geest beschrijft Jezus”
1232 II, 11,51 | Jezus”dood, een dood als die van iedere andere mens, maar
1233 II, 11,51 | een toespeling op de “gave van de Geest”, waardoor Hij
1234 II, 11,51 | Geest”, waardoor Hij ons van de dood vrijkoopt en opent
1235 II, 11,51 | leven. ~Het is het leven van God zelf dat nu met de mens
1236 II, 11,51 | dat door de sacramenten van de Kerk - gesymboliseerd
1237 II, 11,51 | kinderen en hen tot het volk van het Nieuwe Verbond maakt.
1238 II, 11,51 | Vanaf het Kruis, de bron van leven, ontstaat en groeit
1239 II, 11,51 | ontstaat en groeit het “volk van het leven”. ~De beschouwing
1240 II, 11,51 | leven”. ~De beschouwing van het Kruis brengt ons zo
1241 II, 11,51 | brengt ons zo tot het hart van alles dat heeft plaatsgevonden.
1242 II, 11,51 | zusters, en zo in de volheid van de waarheid de betekenis
1243 II, 11,51 | betekenis en bestemming van ons bestaan te realiseren. ~
1244 II, 11,51 | gegeven en ons de kracht van uw Geest hebt geschonken.
1245 II, 11,51 | woord dat komt uit de mond van God. Zo zullen we leren
1246 III, 1,52 | een delen in het leven van God zelf. Dit leven wordt
1247 III, 1,52 | is het eerste voorschrift van de Decaloog dat Jezus aanhaalt
1248 III, 1,52 | gebod wordt nooit gescheiden van zijn liefde: het is altijd
1249 III, 1,52 | gave tot vreugde en groei van de mens. Als zodanig vertegenwoordigt
1250 III, 1,52 | en onontbeerlijk aspect van het evangelie, ja het wordt
1251 III, 1,52 | Boodschap. Het Evangelie van het leven is zowel een grote
1252 III, 1,52 | is zowel een grote gave van God als een verplichtende
1253 III, 1,52 | verantwoordelijkheidsgevoel. God eist van de mens, aan wie Hij het
1254 III, 1,52 | koning is. De H. Gregorius van Nyssa schrijft dat “God
1255 III, 1,52 | stelde om zijn rol als koning van de aarde uit te voeren(...)
1256 III, 1,52 | geschapen naar het beeld van Hem die het heelal bestuurt.
1257 III, 1,52 | gelijkenis met de Koning van het heelal; hij is het levende
1258 III, 1,52 | deelt in de volmaaktheid van het goddelijk model”38.
1259 III, 1,52(38)| De schepping van de mens, 4: PG 44,136. ~
1260 III, 1,52 | werkelijke afspiegeling van de unieke en oneindige heerschappij
1261 III, 1,52 | en oneindige heerschappij van God. Daarom moet de mens
1262 III, 1,52 | onmetelijke wijsheid en liefde van God. En dat gebeurt door
1263 III, 1,52 | besef dat de voorschriften van de Heer een genadegave zijn,
1264 III, 1,52 | hij is de “uitvoerder van Gods plan”40. ~Het leven
1265 III, 1,52(39)| aangehaald in SINT THOMAS VAN AQUINO, Summa Theologiae,
1266 III, 1,52 | mens moet er rekenschap van afleggen voor zijn Meester (
1267 III, 2 | Voor het leven van de mens vraag ik rekenschap
1268 III, 2 | mens vraag ik rekenschap van de mens”(Gn 9,5): het menselijk
1269 III, 2,53 | zijn ontstaan “het handelen van de Schepper vereist”, en
1270 III, 2,53 | doel. God alleen is Heer van het leven van het begin
1271 III, 2,53 | alleen is Heer van het leven van het begin tot het einde:
1272 III, 2,53 | de centrale inhoud uiteen van Gods openbaring over de
1273 III, 2,53 | en de onaantastbaarheid van het menselijk leven. ~De
1274 III, 2,53 | de Decaloog, in het hart van het Verbond dat de Heer
1275 III, 2,53 | mensheid na de reinigende straf van de zondvloed, die werd veroorzaakt
1276 III, 2,53 | veroorzaakt door de verspreiding van zonde en geweld (vgl.Gn
1277 III, 2,53 | Hij de absolute Heer is van het leven van de mens, die
1278 III, 2,53 | absolute Heer is van het leven van de mens, die gevormd is
1279 III, 2,53 | dat de onaantastbaarheid van de Schepper zelf weerspiegelt.
1280 III, 2,53 | God een strenge rechter van iedere schending van het
1281 III, 2,53 | rechter van iedere schending van het gebod “Gij zult niet
1282 III, 2,53 | gebod dat de grondslag vormt van het gehele menselijke samenleven.
1283 III, 2,53 | de “goel”, de verdediger van de onschuldigen (vgl.Gn
1284 III, 2,53 | vreugde schept in de dood van de levenden (vgl.W 1,13).
1285 III, 2,53 | Hij die “een moordenaar van den beginne”is, is ook “
1286 III, 2,53 | een leugenaar en vader van de leugen”(Joh 8,44). Door
1287 III, 2,53 | hij hem naar zijn doelen van zonde en dood, gepresenteerd
1288 III, 2,53(41)| oorsprong en over de waardigheid van de voortplanting Donum vitae (
1289 III, 2,53(41)| 76-77; vgl. Katechismus van de Katholieke Kerk, 2258. ~
1290 III, 2,54 | een positieve houding aan van eerbied voor het leven;
1291 III, 2,54 | leidt tot de bevordering van het leven en tot voortgang
1292 III, 2,54 | tot voortgang langs de weg van een liefde die geeft, ontvangt
1293 III, 2,54 | ontvangt en dient. Het volk van het Verbond heeft, ofschoon
1294 III, 2,54 | op de grote verkondiging van Jezus dat het gebod van
1295 III, 2,54 | van Jezus dat het gebod van de naastenliefde lijkt op
1296 III, 2,54 | naastenliefde lijkt op het gebod van de liefde tot God; “op deze
1297 III, 2,54 | perspectief hebben de woorden van de apostel Johannes een
1298 III, 2,54 | heeft de levende Traditie van de Kerk - zoals de Didachè
1299 III, 2,54 | zijn twee wegen, een weg van het leven en een weg van
1300 III, 2,54 | van het leven en een weg van de dood; er is een groot
1301 III, 2,54 | Naar het voorschrift van de leer: Gij zult niet doden (...),
1302 III, 2,54 | geboorte doden (...) De weg van de dood is deze: (...) ze
1303 III, 2,54 | kinderen, altijd ver blijven van al deze zonden!”42. ~In
1304 III, 2,54 | der tijd heeft de Traditie van de Kerk altijd eenstemmig
1305 III, 2,54 | onveranderlijke waarde geleerd van het gebod “Gij zult niet
1306 III, 2,54 | niet te verbazen: het doden van een mens, in wie Gods beeld
1307 III, 2,54 | zonde. Alleen God is de Heer van het leven! Maar in het licht
1308 III, 2,54 | leven! Maar in het licht van de vele, vaak tragische
1309 III, 2,54 | vollediger en dieper begrip van wat Gods gebod verbiedt
1310 III, 2,54(42)| 6-9, 14-17; vgl. Brief van Pseudo-Barnabas, XIX, 5:
1311 III, 2,54 | voorgesteld, in de vorm van een echte tegenspraak verschijnen.
1312 III, 2,54 | bijvoorbeeld in het geval van wettige zelfverdediging,
1313 III, 2,54 | vormen de innerlijke waarde van het leven en de plicht om
1314 III, 2,54 | lief te hebben, de basis van een werkelijk recht op zelfverdediging.
1315 III, 2,54 | Zelfs het veeleisende gebod van de naastenliefde, in het
1316 III, 2,54 | voor zichzelf als de basis van vergelijking: “Gij zult
1317 III, 2,54 | zichzelf, alleen uit kracht van een heldhaftige liefde die
1318 III, 2,54 | overeenkomstig de geest van de Zaligsprekingen in het
1319 III, 2,54 | Het sublieme voorbeeld van deze zelfopoffering is de
1320 III, 2,54 | voor het algemeen welzijn van het gezin of van de gemeenschap”44.
1321 III, 2,54 | welzijn van het gezin of van de gemeenschap”44. Helaas
1322 III, 2,54(43)| Vgl. Katechismus van de Katholieke Kerk, 2263-
1323 III, 2,54(43)| 2263-2269; vgl. Catechismus van het Concilie van Trente
1324 III, 2,54(43)| Catechismus van het Concilie van Trente III, 327-332. ~
1325 III, 2,54(44)| Katechismus van de Katholieke Kerk, 2265. ~
1326 III, 2,54(45)| Vgl. SINT THOMAS VAN AQUINO, Summa Theologiae,
1327 III, 2,55 | context moet het probleem van de doodstraf geplaatst worden,
1328 III, 2,55 | moet men zien in het geheel van een strafrecht dat steeds
1329 III, 2,55 | maatschappij. Het eerste doel van de straf die een samenleving
1330 III, 2,55 | oplegt is “de verstoring van de orde ongedaan [te] maken,
1331 III, 2,55 | gezag moet de aantasting van persoonlijke en sociale
1332 III, 2,55 | voorwaarde om de uitoefening van zijn vrijheid te herkrijgen.
1333 III, 2,55 | verdedigen en de veiligheid van de mensen te verzekeren,
1334 III, 2,55(46)| Katechismus van de Katholieke Kerk, 2266. ~
1335 III, 2,55 | bereiken, de aard en de omvang van de straf zorgvuldig afgewogen
1336 III, 2,55 | niet - behalve in gevallen van absolute noodzaak, dwz als
1337 III, 2,55 | als anders de verdediging van de maatschappij niet mogelijk
1338 III, 2,55 | nl, de terechtstelling van de schuldige. Maar tegenwoordig
1339 III, 2,55 | zulke gevallen, als gevolg van de gestage verbeteringen
1340 III, 2,55 | verbeteringen in de organisatie van het strafwezen, uiterst
1341 III, 2,55 | door de nieuwe Katechismus van de Katholieke Kerk aangevoerde
1342 III, 2,55 | Kerk aangevoerde beginsel van kracht: “Indien onbloedige
1343 III, 2,55 | openbare orde en de veiligheid van de personen te beschermen,
1344 III, 2,55 | de concrete voorwaarden van het algemeen welzijn en
1345 III, 2,55 | overeenstemming met de waardigheid van de menselijke persoon”48. ~
1346 III, 2,56 | Als aan het eerbiedigen van ieder leven, zelfs dat van
1347 III, 2,56 | van ieder leven, zelfs dat van misdadigers en onrechtvaardige
1348 III, 2,56 | dit te meer in het geval van zwakke en weerloze menselijke
1349 III, 2,56 | de absolute verplichting van Gods gebod verdediging vinden
1350 III, 2,56 | willekeur en gewelddadigheid van anderen. ~De absolute onaantastbaarheid
1351 III, 2,56 | absolute onaantastbaarheid van het onschuldige mensenleven
1352 III, 2,56 | geleerde, in de Traditie van de Kerk voortdurend hooggehouden
1353 III, 2,56 | eenstemmigheid is de zichtbare vrucht van die “bovennatuurlijke geloofszin”
1354 III, 2,56 | heilige Geest, het Volk van God vrijwaart van dwaling
1355 III, 2,56 | het Volk van God vrijwaart van dwaling wanneer “het algemene
1356 III, 2,56 | overeenstemming toont in zaken van geloof en zeden”49. ~Omdat
1357 III, 2,56 | Omdat in het bewustzijn van de mensen en in de samenleving
1358 III, 2,56 | de samenleving het besef van de absolute en ernstige
1359 III, 2,56 | zedelijke ongeoorloofdheid van het rechtstreekse doden
1360 III, 2,56 | het rechtstreekse doden van ieder onschuldig menselijk
1361 III, 2,56 | heiligheid en onaantastbaarheid van het menselijk leven te verdedigen,
1362 III, 2,56 | neemt, heeft zich altijd dat van de bisschoppen aangesloten
1363 III, 2,56 | gemeenschap met de bisschoppen van de katholieke Kerk, verklaar
1364 III, 2,56 | directe en vrijwillige doden van een onschuldig menselijk
1365 III, 2,56 | die de mens, in het licht van het verstand, vindt in zijn
1366 III, 2,56 | doorgegeven door de Traditie van de Kerk en onderwezen door
1367 III, 2,56 | om een onschuldige mens van het leven te beroven is
1368 III, 2,56 | inderdaad een ernstige daad van ongehoorzaamheid jegens
1369 III, 2,56 | de fundamentele deugden van rechtvaardigheid en liefde. “
1370 III, 2,56 | gelijkheid vormt de grondslag van alle authentieke sociale
1371 III, 2,56 | norm die het directe doden van het leven van een onschuldig
1372 III, 2,56 | directe doden van het leven van een onschuldig menselijk
1373 III, 2,56 | uitzonderingen. Of iemand heer van de wereld is of de “allerongelukkigste”
1374 III, 3 | de afschuwelijke misdaad van de abortus~
1375 III, 3,57 | tegenwoordig is in het geweten van velen het besef van de zwaarte
1376 III, 3,57 | geweten van velen het besef van de zwaarte ervan steeds
1377 III, 3,57 | verduisterd. De aanvaarding van abortus in de mentaliteit,
1378 III, 3,57 | zelf is een sprekend teken van een uiterst gevaarlijke
1379 III, 3,57 | uiterst gevaarlijke crisis van het morele bewustzijn dat
1380 III, 3,57 | compromissen of naar de bekoring van zelfbedrog. In deze samenhang
1381 III, 3,57 | samenhang klinkt het verwijt van de Profeet categorisch: “
1382 III, 3,57 | 20). Vooral in het geval van abortus is er een wijdverbreid
1383 III, 3,57 | een wijdverbreid gebruik van dubbelzinnige taal, zoals “
1384 III, 3,57 | ertoe neigt de ware aard van abortus te verbergen en
1385 III, 3,57 | verschijnsel zelf een symptoom van een ongemakkelijk geweten.
1386 III, 3,57 | kracht om de werkelijkheid van de dingen te veranderen:
1387 III, 3,57 | hij ook wordt uitgevoerd, van een menselijk wezen in de
1388 III, 3,57 | menselijk wezen in de beginfase van zijn of haar bestaan tussen
1389 III, 3,57 | geboorte. ~De morele zwaarte van abortus provocatus blijkt
1390 III, 3,57 | heeft dat de smekende kracht van het schreien en van de tranen
1391 III, 3,57 | kracht van het schreien en van de tranen van een pasgeboren
1392 III, 3,57 | schreien en van de tranen van een pasgeboren baby vormt.
1393 III, 3,57 | aan de beschermende zorg van de vrouw die het in haar
1394 III, 3,57 | beslissing om zich te ontdoen van de vrucht van de conceptie
1395 III, 3,57 | te ontdoen van de vrucht van de conceptie niet gemaakt
1396 III, 3,57 | ook, het opzettelijk doden van een onschuldig menselijk
1397 III, 3,58 | besluiten tot het doden van het kind in de moederschoot.
1398 III, 3,58 | Schuldig kan vooral de vader van het kind zijn, niet alleen
1399 III, 3,58 | te laten met de problemen van de zwangerschap 55: zo wordt
1400 III, 3,58 | roeping om het “heiligdom van het leven”te zijn. Ook mag
1401 III, 3,58 | verdere familiekringen komt en van vrienden. Soms wordt de
1402 III, 3,58 | bevorderen, in dienst stellen van de dood. ~Maar medeverantwoordelijk
1403 III, 3,58 | zeggenschap hebben, de directie van gezondheidscentra waar abortussen
1404 III, 3,58 | bij hen die de verbreiding van een houding van seksuele
1405 III, 3,58 | verbreiding van een houding van seksuele permissiviteit
1406 III, 3,58 | hebben - ter ondersteuning van gezinnen, vooral grotere
1407 III, 3,58 | voorbijzien aan het netwerk van medeschuldigheid dat ook
1408 III, 3,58 | legalisering en verspreiding van abortus over de hele wereld.
1409 III, 3,58 | de verantwoordelijkheid van enkelingen en de schade
1410 III, 3,58 | een reusachtige bedreiging van het leven: niet alleen het
1411 III, 3,58 | leven: niet alleen het leven van enkelingen, maar ook dat
1412 III, 3,58 | enkelingen, maar ook dat van de beschaving zelf”56. We
1413 III, 3,58 | mag heten een “structuur van de zonde”gericht tegen het
1414 III, 3,58 | beweren dat het resultaat van de conceptie, ten minste
1415 III, 3,58 | zich een leven in staat van begin, een leven dat niet
1416 III, 3,58 | begin, een leven dat niet van de vader is, noch van de
1417 III, 3,58 | niet van de vader is, noch van de moeder, maar van een
1418 III, 3,58 | noch van de moeder, maar van een nieuw menselijk wezen,
1419 III, 3,58 | vanaf dat moment. Voor deze van alle tijden geldende evidentie (...)
1420 III, 3,58 | programmering vaststaat van datgene wat dit levend wezen
1421 III, 3,58 | bevruchting is het avontuur van een menselijk leven begonnen,
1422 III, 3,58 | Ook als de aanwezigheid van een geestelijke ziel niet
1423 III, 3,58 | leveren de resultaten zelf van wetenschappelijk onderzoek
1424 III, 3,58 | onderscheiden op het moment van het eerste verschijnen van
1425 III, 3,58 | van het eerste verschijnen van het menselijk leven: hoe
1426 III, 3,58(57)| oorsprong en over de waardigheid van de voortplanting Donum vitae (
1427 III, 3,58 | belangrijk dat uit een oogpunt van morele plicht alleen de
1428 III, 3,58 | gericht is op het doden van een menselijk embryo. Juist
1429 III, 3,58 | steeds dat aan de vrucht van de menselijke voortplanting,
1430 III, 3,58 | vanaf het eerste moment van zijn ontstaan, dat onvoorwaardelijk
1431 III, 3,58 | persoon vanaf het ogenblik van de conceptie; en daarom
1432 III, 3,58 | onaantastbare recht op leven is van ieder onschuldig menselijk
1433 III, 3,58(59)| profeet Jeremia: “Het woord van Jahwe kwam tot mij: “Voordat
1434 III, 3,58(59)| ik u aangewezen””(1,4-5). Van zijn kant spreekt de Psalmist
1435 III, 3,58(59)| in de prachtige episode van de ontmoeting van de twee
1436 III, 3,58(59)| episode van de ontmoeting van de twee moeders Elizabeth
1437 III, 3,58(59)| nog verborgen in de schoot van hun moeders (vgl. 1,39-45) -
1438 III, 3,58(59)| het kind herkent de komst van het Kind en springt op van
1439 III, 3,58(59)| van het Kind en springt op van vreugde. ~
1440 III, 3,59 | 61. De teksten van de Heilige Schrift die nooit
1441 III, 3,59 | onaantastbaar op ieder moment van zijn bestaan, inclusief
1442 III, 3,59 | hem reeds de volwassene van morgen ziet wiens dagen
1443 III, 3,59 | het persoonlijke voorwerp van Gods liefdevolle en vaderlijke
1444 III, 3,59 | overeen in de beschrijving van abortus als een bijzonder
1445 III, 3,59 | reeds onder de bescherming van de Goddelijke Voorzienigheid
1446 III, 3,59 | Tertullianus: “De verhindering van de geboorte is vroegtijdige
1447 III, 3,59 | christelijke geschiedenis van tweeduizend jaar heen is
1448 III, 3,59 | onderwezen door de Vaders van de Kerk en door haar Herders
1449 III, 3,59 | over het specifieke moment van de instorting van de geestelijke
1450 III, 3,59 | moment van de instorting van de geestelijke ziel hebben
1451 III, 3,59 | over de morele veroordeling van abortus. ~
1452 III, 3,60 | Het pauselijk Leergezag van de jongste tijd heeft deze
1453 III, 3,60(65)| Italiaanse Katholieke Unie van Vroedvrouwen (29 oktober
1454 III, 3,60 | misdaden”68. ~De rechtsorde van de Kerk heeft vanaf de eerste
1455 III, 3,60 | geschiedenis bevestigd. De Codex van de Canonieke Recht uit 1917
1456 III, 3,60(69)| Codex van Canoniek Recht, can. 1398;
1457 III, 3,60(69)| Recht, can. 1398; vgl. Codex van de Canons van de Oosterse
1458 III, 3,60(69)| vgl. Codex van de Canons van de Oosterse Kerken, can.
1459 III, 3,60 | misdaad bedrijven met kennis van de straf, alsook de medeplichtigen
1460 III, 3,60(70)| can. 1329; ook de Codex van de Canons van de Oosterse
1461 III, 3,60(70)| ook de Codex van de Canons van de Oosterse Kerken, can.
1462 III, 3,60 | aan om onverwijld de weg van de bekering te zoeken. In
1463 III, 3,60 | In de Kerk is het doel van excommunicatie: een individu
1464 III, 3,60 | individu te doordringen van de zwaarte van een bepaalde
1465 III, 3,60 | doordringen van de zwaarte van een bepaalde zonde en om
1466 III, 3,60 | eenstemmigheid in de traditie van de leer en het recht van
1467 III, 3,60 | van de leer en het recht van de Kerk, was Paulus VI in
1468 III, 3,60 | aangezien het opzettelijk doden van een onschuldig menselijk
1469 III, 3,60 | op het geschreven Woord van God, wordt doorgegeven door
1470 III, 3,60 | doorgegeven door de Overlevering van de Kerk en geleerd door
1471 III, 3,60 | aangezien zij tegen de wet van God ingaat die geschreven
1472 III, 3,60(73)| oorsprong en over de waardigheid van de voortplanting Donum vitae (
1473 III, 3,61 | De zedelijke beoordeling van abortus moet ook worden
1474 III, 3,61 | toegepast op de recente vormen van ingrepen op menselijke embryo”
1475 III, 3,61 | onvermijdelijk het doden van die embryo”s met zich brengen.
1476 III, 3,61 | voorkomen op het gebied van het biomedisch onderzoek
1477 III, 3,61 | leven en de ongeschondenheid van het embryo eerbiedigen en
1478 III, 3,61 | gericht zijn op de genezing van de ziekte, de verbetering
1479 III, 3,61 | de ziekte, de verbetering van de gezondheidstoestand of
1480 III, 3,61 | gezondheidstoestand of het overleven van de individuele foetus”74
1481 III, 3,61 | aangetekend worden dat het gebruik van menselijke embryo”s of foetussen
1482 III, 3,61(74)| Handvest van de rechten van het gezin (
1483 III, 3,61(74)| Handvest van de rechten van het gezin (22 oktober 1983),
1484 III, 3,61 | materiaal”ofwel als leveranciers van organen of weefsel voor
1485 III, 3,61 | transplantaties bij de behandeling van bepaalde ziekten. Het doden
1486 III, 3,61 | bepaalde ziekten. Het doden van onschuldige menselijke schepsels,
1487 III, 3,61 | de zedelijke beoordeling van technieken van prenatale
1488 III, 3,61 | beoordeling van technieken van prenatale diagnostiek die
1489 III, 3,61 | die de vroege vaststelling van eventuele misvormingen of
1490 III, 3,61 | Vanwege de ingewikkeldheid van deze technieken is een zorgvuldig
1491 III, 3,61 | rustige en bewuste aanvaarding van het nog niet geboren kind
1492 III, 3,61 | aangezien de mogelijkheden van prenatale behandeling vandaag
1493 III, 3,61 | aanvaardt om de geboorte te van kinderen met allerlei soorten
1494 III, 3,61 | zich aanmatigt om de waarde van een mensenleven enkel te
1495 III, 3,61 | baant voor de legitimering van kinderdoding en euthanasie. ~
1496 III, 3,61 | innerlijke kalmte waarmee zovelen van onze broeders en zusters
1497 III, 3,61 | zusters die te lijden hebben van ernstige handicaps hun leven
1498 III, 3,61 | welsprekend getuigenis af van wat echte waarde aan het
1499 III, 4 | maakt (Dt 32,39): het drama van de euthanasie~
1500 III, 4,62 | 64. Aan het andere einde van zijn bestaan staat de mens
1-500 | 501-1000 | 1001-1500 | 1501-2000 | 2001-2476 |