Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
vals 1
valse 3
valt 1
van 2476
vanaf 42
vandaag 21
vanuit 6
Frequency    [«  »]
-----
-----
3455 de
2476 van
2114 het
1854 en
1008 in
Ioannes Paulus PP. II
Evangelium Vitae

IntraText - Concordances

van

1-500 | 501-1000 | 1001-1500 | 1501-2000 | 2001-2476

     Chapter, Paragraph, Number
1501 III, 4,62 | de mens voor het geheim van de dood. Als gevolg van 1502 III, 4,62 | van de dood. Als gevolg van vorderingen in de geneeskunde 1503 III, 4,62 | staat naar een toekomst van nieuwe, interessante ervaringen. 1504 III, 4,62 | voortdurende vooruitgang van de geneeskunde en haar steeds 1505 III, 4,62 | gevorderde technieken. Met behulp van uiterst spitsvondige systemen 1506 III, 4,62 | leven, zelfs een toestand van uiterste zwakte, in stand 1507 III, 4,62 | mensen na het wegvallen van hun biologische basisfuncties 1508 III, 4,62 | zijn eigen leven of dat van anderen te beëindigen. In 1509 III, 4,62 | We staan hier voor een van de alarmerendste symptomen 1510 III, 4,62 | alarmerendste symptomen van decultuur van de dood”, 1511 III, 4,62 | symptomen van decultuur van de dood”, die vooral in 1512 III, 4,62 | is georganiseerd op basis van maatstaven van produktieve 1513 III, 4,62 | op basis van maatstaven van produktieve doelmatigheid, 1514 III, 4,63 | handelen of nalaten, dat van nature en bedoeld de dood 1515 III, 4,63 | het dus om de bedoeling van de wil en om de manier van 1516 III, 4,63 | van de wil en om de manier van handelen76. ~Euthanasie 1517 III, 4,63 | Euthanasie moet men onderscheiden van de beslissing of af te zien 1518 III, 4,63 | beslissing of af te zien van zgn. “agressieve medische 1519 III, 4,63 | met de werkelijke situatie van de patiënt ofwel omdat die 1520 III, 4,63 | hachelijk en smartvol rekken van het leven zou betekenen, 1521 III, 4,63 | is eerder een uitdrukking van de aanvaarding van de menselijke 1522 III, 4,63 | uitdrukking van de aanvaarding van de menselijke situatie in 1523 III, 4,63 | menselijke situatie in het zicht van de dood 78. ~In de moderne 1524 III, 4,63 | gegeven aan watmethoden van palliatieve zorgworden 1525 III, 4,63 | maken in de laatste stadia van de ziekte en die moeten 1526 III, 4,63 | die naar de geoorloofdheid van het gebruik van allerlei 1527 III, 4,63 | geoorloofdheid van het gebruik van allerlei soorten pijnstillers 1528 III, 4,63 | kalmeringsmiddelen om de pijn van de patiënt te verzachten 1529 III, 4,63 | verzachten als dit het risico van levensverkorting inhoudt. 1530 III, 4,63 | aanvaardt door af te zien van een behandeling met pijnstillers 1531 III, 4,63 | bewust te delen in het Lijden van de Heer, mag men zulk “heldhaftig” 1532 III, 4,63 | leidt tot de belemmering van andere godsdienstige en 1533 III, 4,63 | niet zonder ernstige reden van het bewustzijn beroven80: 1534 III, 4,63 | overeenstemming met het Leergezag van mijn Voorgangers 81 en in 1535 III, 4,63(80)| l.c., 129-147; CONGREGATIE VAN HET HEILIG OFFICIE, Decretum 1536 III, 4,63(80)| het Internationaal College van Chirurgen (1 juni 1972): 1537 III, 4,63 | gemeenschap met de bisschoppen van de katholieke Kerk, dat 1538 III, 4,63 | euthanasie een zware schending is van de wet van God, aangezien 1539 III, 4,63 | schending is van de wet van God, aangezien zij het opzettelijk 1540 III, 4,63 | onaanvaardbaar doden betekent van een menselijke persoon. 1541 III, 4,63 | op het geschreven woord van God, is doorgegeven door 1542 III, 4,63 | doorgegeven door de Traditie van Kerk en geleerd door het 1543 III, 4,63 | Leergezag. ~Afhankelijk van de omstandigheden houdt 1544 III, 4,63(82)| CCL 47,22; SINT THOMAS VAN AQUINO, Summa Theologiae, 1545 III, 4,64 | als moord. De overlevering van de Kerk heeft hem altijd 1546 III, 4,64 | betekent het de afwijzing van de eigenliefde en afwijzing 1547 III, 4,64 | eigenliefde en afwijzing van de plicht tot rechtvaardigheid 1548 III, 4,64(83)| 1980), 545; Katechismus van de Katholieke Kerk, 2281- 1549 III, 4,64 | zelfmoord een afwijzing van Gods absolute soevereiniteit 1550 III, 4,64 | verkondigd in het gebed van de oude wijze van Israël: “ 1551 III, 4,64 | gebed van de oude wijze van Israël: “Gij hebt macht 1552 III, 4,64 | voert mensen naar de poorten van de onderwereld en weer omhoog”( 1553 III, 4,64 | Instemmen met het plan van een ander om zelfmoord te 1554 III, 4,64 | eigenlijke uitvoerder zijn van een onrecht waarvoor nooit 1555 III, 4,64 | smeekt bij de bevrijding van de ziel in haar strijd tegen 1556 III, 4,64 | haar strijd tegen de banden van het lichaam en in haar verlangen 1557 III, 4,64 | te worden met het leven van iemand die lijdt, moet euthanasie 1558 III, 4,64 | bedenkelijke “perversie”van medelijden genoemd worden, 1559 III, 4,64 | Bovendien blijkt de daad van euthanasie des te perverser 1560 III, 4,64 | mensen, zoals familieleden, van wie men verwacht dat ze 1561 III, 4,64 | door hen - bijv. artsen - van wie krachtens hun specifieke 1562 III, 4,64 | wanneer ze de vorm aanneemt van een moord, uitgevoerd door 1563 III, 4,64 | heeft ingestemd. Het toppunt van willekeur en onrecht wordt 1564 III, 4,64 | staan we voor de bekoring van Eden: te worden als God 1565 III, 4,64 | alleen uit volgens een plan van wijsheid en liefde. Wanneer 1566 III, 4,64 | aanmatigt, omdat hij de slaaf is van een dwaze en zelfzuchtige 1567 III, 4,64 | dood. Zo wordt het leven van de mens die zwak is handen 1568 III, 4,64 | mens die zwak is handen van een die sterk is gelegd: 1569 III, 4,64 | wederzijds vertrouwen, de basis van iedere authentieke intermenselijke 1570 III, 4,65 | verschillend hiervan is de weg van liefde en echt medelijden, 1571 III, 4,65 | solidariteit en steun in de tijd van beproeving. Het is een bede 1572 III, 4,65 | overweging geeft: “In het licht van de dood krijgt het raadsel 1573 III, 4,65 | dood krijgt het raadsel van het menselijk bestaan zijn 1574 III, 4,65 | zich vol huiver afkeert van een totale ruïnering en 1575 III, 4,65 | definitieve verdwijning van zijn persoon. Daar het zaad 1576 III, 4,65 | zijn persoon. Daar het zaad van eeuwigheid dat hij in zich 1577 III, 4,65 | Deze natuurlijke afkeer van de dood en deze beginnende 1578 III, 4,65 | belofte als het aanbod doet van een deelhebben aan de overwinning 1579 III, 4,65 | deelhebben aan de overwinning van de Verrezen Christus: het 1580 III, 4,65 | Christus: het is de overwinning van Hem die, door zijn verlossende 1581 III, 4,65 | dood, de mens heeft bevrijd van de dood, “het loon van de 1582 III, 4,65 | bevrijd van de dood, “het loon van de zonde”(Rom 6,23), en 1583 III, 4,65 | nieuw licht op het geheim van het lijden en sterven en 1584 III, 4,65 | kracht om zich aan het plan van God toe te vertrouwen. ~ 1585 III, 4,65 | nieuwe uitgedrukt in termen van een volledig toebehoren 1586 III, 4,65 | toestand omarmt: “Niemand van ons leeft voor zichzelf 1587 III, 4,65 | blijft, altijd tot een bron van het goede kan worden. Dat 1588 III, 4,65 | deelname aan het lijden van de gekruisigde Christus 1589 III, 4,65 | mensheid 87. Dat is de ervaring van de Apostel, tot navolging 1590 III, 4,65 | verdraag. Voor het lichaam van Christus, de Kerk, voltooi 1591 III, 4,65 | dat, wat aan het lijden van Christus nog ontbreekt”( 1592 III, 5,66 | 68. Een van de specifieke kenmerken 1593 III, 5,66 | de specifieke kenmerken van de - reeds vaak genoemde - 1594 III, 5,66 | tendens om de toepassing van deze rechten met de zekere 1595 III, 5,66 | de zekere en vrije hulp van artsen en verplegend personeel 1596 III, 5,66 | wordt beweerd, dat het leven van een ongeborene of van iemand 1597 III, 5,66 | leven van een ongeborene of van iemand die zich in totale 1598 III, 5,66 | rechtmatig een afweging van de goederen waarom het gaat, 1599 III, 5,66 | alleen hij over de moraliteit van zijn keuze kunnen beslissen. 1600 III, 5,66 | zou daarom in het belang van het burgerlijk samenleven 1601 III, 5,66 | mening gehoord dat de wet van de staat niet zou kunnen 1602 III, 5,66 | wet altijd de uitdrukking van de mening of van de wil 1603 III, 5,66 | uitdrukking van de mening of van de wil van de meerderheid 1604 III, 5,66 | de mening of van de wil van de meerderheid der burgers 1605 III, 5,66 | verbod op en de bestraffing van abortus en euthanasie in 1606 III, 5,66 | onvermijdelijk tot een toename van illegale praktijken leiden: 1607 III, 5,66 | ook de geloofwaardigheid van elke andere wet, ondergraven 1608 III, 5,66 | eigen leven en het leven van het ongeboren kind te beschikken: 1609 III, 5,66 | inderdaad niet een zaak van de wet moeten zijn, en nog 1610 III, 5,66 | nog minder het opleggen van een bepaalde mening ten 1611 III, 5,66 | bepaalde mening ten koste van andere. ~ 1612 III, 5,67 | de democratische cultuur van onze tijd de mening wijd 1613 III, 5,67 | verbreid dat de rechtsorde van een maatschappij zich ertoe 1614 III, 5,67 | beperken, de overtuigingen van de meerderheid op te tekenen 1615 III, 5,67 | respect voor de vrijheid van de burgers - die in een 1616 III, 5,67 | vereisen, dat men op het niveau van de wetgeving de autonomie 1617 III, 5,67 | de wetgeving de autonomie van de individuele gewetens 1618 III, 5,67 | daarom bij het vastleggen van die normen die in elk geval 1619 III, 5,67 | uitsluitend recht doet aan de wil van de meerderheid, hoe die 1620 III, 5,67 | zijn handelen het terrein van het eigen geweten duidelijk 1621 III, 5,67 | duidelijk moeten scheiden van dat van het publieke gedrag. ~ 1622 III, 5,67 | moeten scheiden van dat van het publieke gedrag. ~Als 1623 III, 5,67 | ertoe beperkt de vrijheid van ieder afzonderlijk de grootst 1624 III, 5,67 | buiten dat men de ruimte van autonomie niet aantast waarop 1625 III, 5,67 | andere burger recht heeft. Van de andere kant meent men 1626 III, 5,67 | dat, bij het uitoefenen van de publieke en professionele 1627 III, 5,67 | voor de beslissingsvrijheid van de ander vereist, dat eenieder 1628 III, 5,67 | zich in dienst te stellen van ieder verzoek van de burgers, 1629 III, 5,67 | stellen van ieder verzoek van de burgers, die de wetten 1630 III, 5,67 | maatstaf voor de uitoefening van eigen functies aanvaard 1631 III, 5,67 | Zo wordt, met voorbijzien van het eigen zedelijke geweten, 1632 III, 5,67 | tenminste op het gebied van de openbare activiteit, 1633 III, 5,67 | de verantwoordelijkheid van de mens aan de burgerlijke 1634 III, 5,68 | gemeenschappelijke wortel van al deze tendensen is het 1635 III, 5,68 | relativisme dat voor grote delen van de moderne cultuur kenmerkend 1636 III, 5,68 | tolerantie het wederzijds respect van de mensen onderling en de 1637 III, 5,68 | binding aan de beslissingen van de meerderheid zou garanderen, 1638 III, 5,68 | Maar juist de problematiek van het respect voor het leven 1639 III, 5,68 | tegenstellingen, gepaard gaand met van ontstellende praktische 1640 III, 5,68 | gevallen kent waarin in de naam van dewaarheidmisdaden zijn 1641 III, 5,68 | en radicale ontkenningen van de vrijheid werden en worden 1642 III, 5,68 | worden ook nu nog in naam van hetethische relativisme” 1643 III, 5,68 | wanneer ze de rechtmatigheid van de onder bepaalde voorwaarden 1644 III, 5,68 | voorwaarden uitgevoerde doding van het ongeboren menselijke 1645 III, 5,68 | zijn, wanneer zij in plaats van door gewetenloze tirannen 1646 III, 5,68 | begaan, door de toestemming van het volk rechtmatig verklaard 1647 III, 5,68 | tot een vervanging wordt van moraliteit of tot een panacee 1648 III, 5,68 | tegen de onzedelijkheid. Van nature is zij eenorde” 1649 III, 5,68 | niet vanzelf, maar hangt af van de overeenstemming met de 1650 III, 5,68 | zijn: d.w.z.: het hangt af van de zedelijkheid van de doelen 1651 III, 5,68 | hangt af van de zedelijkheid van de doelen die zij nastreeft 1652 III, 5,68 | doelen die zij nastreeft en van de middelen die zij gebruikt. 1653 III, 5,68 | overeenstemming over de waarde van de democratie kan worden 1654 III, 5,68 | als een positiefteken van de tijdbeschouwd, zoals 1655 III, 5,68 | zoals ook het leergezag van de Kerk herhaaldelijk heeft 1656 III, 5,68 | uitgesproken 88. Maar de waarde van de democratie staat of valt 1657 III, 5,68 | onmiskenbaar zijn zeker de waarden van iedere menselijke persoon, 1658 III, 5,68 | rechten, alsook de bestemming van hetalgemeen belangtot 1659 III, 5,68 | politieke leven. ~De fundamenten van deze waarden kunnen niet 1660 III, 5,68 | maar alleen de erkenning van een objectieve zedenwet, 1661 III, 5,68 | wet. Wanneer als gevolg van een tragische collectieve 1662 III, 5,68 | tenslotte zelfs de grondslagen van de zedenwet in twijfel zou 1663 III, 5,68 | tot een louter mechanisme van het empirisch regelen van 1664 III, 5,68 | van het empirisch regelen van verschillende en tegengestelde 1665 III, 5,68 | gebrek aan beter, omwille van de sociale vrede, gewaardeerd 1666 III, 5,68 | die niet aan de waarden van de waardigheid van iedere 1667 III, 5,68 | waarden van de waardigheid van iedere mens en van de solidariteit 1668 III, 5,68 | waardigheid van iedere mens en van de solidariteit onder alle 1669 III, 5,68 | kennen, leidt de regeling van de belangen dikwijls tot 1670 III, 5,68 | dikwijls tot het voordeel van de sterkeren, aangezien 1671 III, 5,68 | alleen het beste de hefbomen van de macht, maar ook de totstandkoming 1672 III, 5,68 | maar ook de totstandkoming van een consensus kunnen sturen. 1673 III, 5,68(89)| oorsprong en over de waardigheid van de voortplanting Donum vitae ( 1674 III, 5,69 | Met het oog op de toekomst van de maatschappij en op de 1675 III, 5,69 | maatschappij en op de ontwikkeling van de gezonde democratie is 1676 III, 5,69 | nodig om de aanwezigheid van essentiële en aangeboren 1677 III, 5,69 | ontdekken, die uit de waarheid van het menszijn zelf voortkomen 1678 III, 5,69 | voortkomen en die de waardigheid van de persoon uitdrukken en 1679 III, 5,69 | moet men de basiselementen van een visie op de betrekking 1680 III, 5,69 | gebracht maar die ook deel zijn van het erfgoed van de grote 1681 III, 5,69 | deel zijn van het erfgoed van de grote rechtstradities 1682 III, 5,69 | mensheid. ~Zeker, de taak van de burgerlijke wet is in 1683 III, 5,69 | in vergelijking met die van de zedenwet anders en van 1684 III, 5,69 | van de zedenwet anders en van beperkter omvang. Toch kan “ 1685 III, 5,69 | burgerlijke wet de plaats innemen van het geweten of normen voorschrijven 1686 III, 5,69 | dat is de verzekering van het welzijn van de mensen 1687 III, 5,69 | verzekering van het welzijn van de mensen door de erkenning 1688 III, 5,69 | erkenning en de verdediging van hun grondrechten, en door 1689 III, 5,69 | en door de bevordering van de vrede en de openbare 1690 III, 5,69 | zedelijkheid 91. Want de taak van de burgerlijke wet bestaat 1691 III, 5,69 | bestaat in het garanderen van een geordende sociale samenleving 1692 III, 5,69 | burgerlijke wet voor alle leden van de maatschappij het respect 1693 III, 5,69 | eerste en meest fundamentele van alle rechten is het onaantastbare 1694 III, 5,69 | onaantastbare recht op leven van iedere onschuldige mens. 1695 III, 5,69(91)| Vgl. SINT THOMAS VAN AQUINO, Summa Theologiae, 1696 III, 5,69 | wanneer die de meerderheid van de leden van de maatschappij 1697 III, 5,69 | meerderheid van de leden van de maatschappij zouden vormen - 1698 III, 5,69 | erkennen. Het wettelijk dulden van abortus en euthanasie kan 1699 III, 5,69 | respect voor het geweten van de anderen, omdat de maatschappij 1700 III, 5,69 | de misbruiken die in naam van het geweten en onder voorwendsel 1701 III, 5,69 | geweten en onder voorwendsel van de vrijheid tot stand kunnen 1702 III, 5,69 | erop datin de denkwijze van onze tijd het algemene welzijn 1703 III, 5,69 | is in het veiligstellen van de rechten en plichten van 1704 III, 5,69 | van de rechten en plichten van de menselijke persoon. De 1705 III, 5,69 | menselijke persoon. De taak van de gezagsdragers dient er 1706 III, 5,69 | iedereen zich gemakkelijker van zijn plichten kan kwijten. 1707 III, 5,69 | is de voornaamste plicht van ieder staatsgezag: om de 1708 III, 5,69 | de onaantastbare rechten van de mens te beschermen en 1709 III, 5,69 | gezagsdragers de rechten van de mens niet erkennen of 1710 III, 5,69 | wijken zij niet alleen af van hun eigen plicht, maar hun 1711 III, 5,69(93)| 274; het citaat hierin is van PIUS XII, Pinkster-radioboodschap 1712 III, 5,70 | noodzakelijke overeenstemming van de burgerlijke wet met de 1713 III, 5,70 | staat in de continuïteit van de hele traditie van de 1714 III, 5,70 | continuïteit van de hele traditie van de Kerk. Dit blijkt nog 1715 III, 5,70 | de zedelijke orde en komt van God. Als gevolg daarvan 1716 III, 5,70 | inderdaad, het aannemen van zulke wetten ondermijnt 1717 III, 5,70 | ondermijnt het wezen zelf van het gezag en resulteert 1718 III, 5,70 | Dit is de heldere leer van de H. Thomas van Aquino, 1719 III, 5,70 | heldere leer van de H. Thomas van Aquino, die schrijft dat1720 III, 5,70 | eeuwige wet. Wanneer ze echter van het verstand afwijkt, wordt 1721 III, 5,70 | heeft het niet het karakter van een wet, maar veeleer dat 1722 III, 5,70 | een wet, maar veeleer dat van een daad van geweld96. 1723 III, 5,70 | veeleer dat van een daad van geweld96. En verder: “Elke 1724 III, 5,70 | heeft inzoverre het karakter van een wet, voor zover ze afgeleid 1725 III, 5,70 | zover ze afgeleid wordt van de natuurwet. Maar wanneer 1726 III, 5,70 | wanneer ze op enig punt van de natuurwet afwijkt, dan 1727 III, 5,70 | maar eerder een corruptie van de wet97. ~De eerste en 1728 III, 5,70 | rechtstreekse toepassing van deze leer betreft de menselijke 1729 III, 5,70 | het rechtstreekse doden van onschuldige mensen, in de 1730 III, 5,70 | onschuldige mensen, in de vormen van abortus en euthanasie, voor 1731 III, 5,70 | bovendien de gelijkheid van allen voor de wet. Men zou 1732 III, 5,70 | tegen de grondbeginselen van absoluut respect voor het 1733 III, 5,70 | respect voor het leven en van de bescherming van ieder 1734 III, 5,70 | leven en van de bescherming van ieder mensenleven een zelfmoord, 1735 III, 5,70 | gemaakt voor het nalaten van eerbied voor het leven en 1736 III, 5,70 | radicaal op tegen het welzijn van het individu, maar ook tegen 1737 III, 5,70 | rechtsgeldigheid. Het niet erkennen van het recht op leven gaat 1738 III, 5,70 | het leidt tot het doden van de mens: de maatschappij 1739 III, 5,70 | bestaat juist om in dienst van hem te staan. Daaruit volgt 1740 III, 5,71 | legitimatie kan aanmatigen. Wetten van deze soort houden niet alleen 1741 III, 5,71 | te verzetten met behulp van het beroep op gewetensbezwaren. 1742 III, 5,71 | gewetensbezwaren. Vanaf de begintijden van de Kerk heeft de verkondiging 1743 III, 5,71 | Kerk heeft de verkondiging van de apostelen de christenen 1744 III, 5,71 | een belangrijk voorbeeld van de tegenstand tegen het 1745 III, 5,71 | het onrechtvaardige gebod van het openbaar gezag. De joodse 1746 III, 5,71 | deden niet wat de koning van Egypte bevolen had, maar 1747 III, 5,71 | echter om op de diepere reden van dit gedrag te wijzen: “De 1748 III, 5,71 | toekomt die de erkenning van zijn absolute soevereiniteit 1749 III, 5,71 | de onrechtvaardige wetten van de mensen te weerstaan. 1750 III, 5,71 | weerstaan. De kracht en de moed van hem die bereid is ook de 1751 III, 5,71 | standvastigheid en de geloofstrouw van de heiligen moet blijken”( 1752 III, 5,71 | zou zijn voor het aannemen van een strengere wet, bedoeld 1753 III, 5,71 | abortussen te beperken, in plaats van een wet die meer toelaat, 1754 III, 5,71 | terwijl in sommige delen van de wereld er voortdurend 1755 III, 5,71 | in te voeren ten gunste van abortus, vaak gesteund door 1756 III, 5,71 | met de bittere vruchten van zulkevrijewetgeving - 1757 III, 5,71 | toenemende tekenen zijn van een herbezinning op dit 1758 III, 5,71 | hebben de schade te beperken van zon wet en die de negatieve 1759 III, 5,71 | negatieve effecten op het gebied van de cultuur en de openbare 1760 III, 5,71(98)| Vgl. Katechismus van de Katholieke Kerk, 1753- 1761 III, 5,72 | 74. De invoering van onrechtvaardige wetten plaatst 1762 III, 5,72 | tot een goede toepassing van het eigen recht om niet 1763 III, 5,72 | op te geven of af te zien van gewettigde promotie- en 1764 III, 5,72 | blijken dat het doorvoeren van in zichzelf onbepaalde of 1765 III, 5,72 | handelingen, die in de artikelen van als geheel onrechtvaardige 1766 III, 5,72 | voorzien, de bescherming van een bedreigd mensenleven 1767 III, 5,72 | bedreigd mensenleven toelaat. Van de andere kant mag men daarentegen 1768 III, 5,72 | handelingen. Zoals alle mensen van goede wil worden de christenen 1769 III, 5,72 | onder ernstige verplichting van hun geweten, niet aan die 1770 III, 5,72 | hoewel door de wetgeving van de staat toegelaten, tegengesteld 1771 III, 5,72 | tegengesteld zijn aan de Wet van God. Want vanuit moreel 1772 III, 5,72 | handeling ofwel op grond van haar aard, ofwel vanwege 1773 III, 5,72 | met de immorele bedoeling van de hoofddader. Deze medewerking 1774 III, 5,72 | respect voor de vrijheid van de ander, noch door te steunen 1775 III, 5,72 | Weigeren om aan het begaan van een onrecht mee te doen 1776 III, 5,72 | personeel en de directeuren van ziekenhuizen, klinieken 1777 III, 5,72 | de deelname aan de fase van overleg, voorbereiding en 1778 III, 5,72 | voorbereiding en uitvoering van zulke handelingen tegen 1779 III, 5,72 | Wie grijpt naar het middel van het gewetensbezwaar moet 1780 III, 6,73 | 75. De geboden van God leren ons de weg van 1781 III, 6,73 | van God leren ons de weg van het leven. De negatieve 1782 III, 6,73 | dus die welke de keuze van een bepaalde handeling moreel 1783 III, 6,73 | wijzen erop, dat de keuze van een bepaalde gedragswijze 1784 III, 6,73 | tot God en met de waarde van de naar zijn beeld geschapen 1785 III, 6,73 | steeds meer de totale horizon van het goede waar te nemen ( 1786 III, 6,73 | eerste noodzakelijke etappe van de weg naar de vrijheid: “ 1787 III, 6,73 | bestaat in het vrij zijn van misdaden (...) zoals daar 1788 III, 6,73 | met deze misdaden niets van doen heeft (en geen christen 1789 III, 6,73 | christen mag er iets mee van doen hebben) begint hij 1790 III, 6,73 | maar dat is pas het begin van de vrijheid, niet de volkomen 1791 III, 6,74 | gedragspatronen in dienst van het leven te ontwikkelen: 1792 III, 6,74 | voor het grote geschenk van het leven tot uitdrukking ( 1793 III, 6,74 | Schepper heeft het leven van de mens aan zijn verantwoordelijke 1794 III, 6,74 | liefdevolle trouw verzorgt. De God van het Verbond heeft overeenkomstig 1795 III, 6,74 | heeft overeenkomstig de wet van de wederkerigheid van geven 1796 III, 6,74 | wet van de wederkerigheid van geven en ontvangen, van 1797 III, 6,74 | van geven en ontvangen, van zelfgave en opname van de 1798 III, 6,74 | van zelfgave en opname van de ander, het leven van 1799 III, 6,74 | van de ander, het leven van iedere mens aan de andere 1800 III, 6,74 | vervuld was, heeft de Zoon van God, door mens te worden 1801 III, 6,74 | hoogte en diepte deze wet van de wederkerigheid kan bereiken. 1802 III, 6,74 | kan bereiken. Door de gave van zijn Geest verleent Christus 1803 III, 6,74 | verleent Christus aan de wet van de wederkerigheid, aan het 1804 III, 6,74 | wederkerigheid, aan het toevertrouwen van de ene mens aan de andere, 1805 III, 6,74 | De Geest, die Bouwmeester van gemeenschap in liefde is, 1806 III, 6,74 | solidariteit, een echte afstraling van het geheim dat de allerheiligste 1807 III, 6,74 | Drieëenheid eigen is, het geheim van wederzijds wegschenken en 1808 III, 6,74 | door deelname aan de liefde van Jezus Christus zelf en volgens 1809 III, 6,74 | zelfgave en het ontvangen van de ander te beleven. ~ 1810 III, 6,75 | overeenkomstig de eisen en dimensies van Gods liefde in Jezus Christus 1811 III, 6,75 | Jezus Christus het leven van iedere broeder te respecteren, 1812 III, 6,75 | meest positieve aspecten van respect, liefde en bevordering 1813 III, 6,75 | respect, liefde en bevordering van het menselijk leven. Het 1814 III, 6,75 | niet te onderdrukken echo van het oorspronkelijke Verbond 1815 III, 6,75 | oorspronkelijke Verbond van God de Schepper met de mens 1816 III, 6,75 | in het morele bewustzijn van iedere mens; het kan door 1817 III, 6,75 | door allen in het licht van het verstand herkend en 1818 III, 6,75 | dankzij het mysterieuze werken van de Geest, waargenomen worden, 1819 III, 6,75 | koesteren ter fundering van een vernieuwde maatschappij. ~ 1820 III, 6,75 | ons gevraagd om het leven van iedere man en iedere vrouw 1821 III, 6,75 | die al te veel tekenen van de dood laat zien, eindelijk 1822 III, 6,75 | eindelijk een nieuwe cultuur van het leven, als vrucht van 1823 III, 6,75 | van het leven, als vrucht van de cultuur van de waarheid 1824 III, 6,75 | als vrucht van de cultuur van de waarheid en van de liefde, 1825 III, 6,75 | cultuur van de waarheid en van de liefde, mag ontstaan. ~ 1826 IV | Voor een nieuwe cultuur van het menselijk leven~ 1827 IV, 1 | het bijzondere eigendom van God werd, opdat het zijn 1828 IV, 1 | verkondigt”(1Pt 2,9): het volk van het leven en voor het leven~ 1829 IV, 1,76 | als aankondiging en bron van vreugde en heil. Ze heeft 1830 IV, 1,76 | ontvangen als een geschenk van Jezus die door de Vader 1831 IV, 1,76 | het waarschuwende woord van de Apostel: “Wee mij, wanneer 1832 IV, 1,76 | en de eigenlijke roeping van de Kerk, haar diepste identiteit. 1833 IV, 1,76 | priesterlijke en koninklijke zending van de Heer Jezus. Daarom is 1834 IV, 1,76 | verbonden met de dimensies van verkondiging, viering en 1835 IV, 1,76 | verkondiging, viering en dienst van naastenliefde. Het is een 1836 IV, 1,76 | ook voor de verkondiging van het Evangelie van het leven, 1837 IV, 1,76 | verkondiging van het Evangelie van het leven, een wezenlijk 1838 IV, 1,76 | een wezenlijk bestanddeel van het Evangelie dat Jezus 1839 IV, 1,76 | is. Wij staan in dienst van dit Evangelie, gedragen 1840 IV, 1,76 | mensheidtot aan de grenzen van de aarde”(Hnd 1,8) te verkondigen. 1841 IV, 1,76 | beseffen wij dat wij het volk van het leven en voor het leven 1842 IV, 1,76(101)| Romeins missaal, Gebed van de celebrant voor de communie. ~ 1843 IV, 1,77 | 79. Wij zijn het volk van het leven omdat God ons, 1844 IV, 1,77 | onvoorwaardelijke liefde, het Evangelie van het leven geschonken heeft, 1845 IV, 1,77 | vrijgekocht voor de prijs van zijn kostbaar bloed (vgl. 1846 IV, 1,77 | 19) en door de doop deel van Hem geworden (vgl. Rom 6, 1847 IV, 1,77 | vernieuwd door de genade van de Geest, “die Heer is en 1848 IV, 1,77 | worden gezonden: in dienst van het leven te staan is voor 1849 IV, 1,77 | het bijzondere eigendom van God werd, opdat het zijn 1850 IV, 1,77 | ons en draagt ons de wet van de liefde: het is de liefde 1851 IV, 1,77 | voorbeeld de mensgeworden Zoon van God is, diedoor zijn dood 1852 IV, 1,77 | volk gezonden. De plicht van dienst aan het leven rust 1853 IV, 1,77 | afgestemde, grootmoedige handelen van alle leden en alle groeperingen 1854 IV, 1,77 | leden en alle groeperingen van de christelijke gemeenschap. 1855 IV, 1,77 | de verantwoordelijkheid van iedere mens niet op, en 1856 IV, 1,77 | minder. Aan hem is het gebod van de Heer gericht om voor 1857 IV, 1,77 | plicht om het Evangelie van het leven te verkondingen, 1858 IV, 2 | 1Joh 1,3): het Evangelie van het leven verkondigen~ 1859 IV, 2,78 | 80. “Wat van het begin af bestond, wat 1860 IV, 2,78 | getuigen. ~De verkondiging van Jezus is de verkondiging 1861 IV, 2,78 | Jezus is de verkondiging van het leven. Want Hij is “ 1862 IV, 2,78 | ibid.). Dankzij de gave van de Geest werd dit leven 1863 IV, 2,78 | Verlicht door dit Evangelie van het leven, voelen wij de 1864 IV, 2,78 | verkondigen en om er getuigenis van af te leggen in al zijn 1865 IV, 2,78 | maakt 103 en hetoudedat van de zonde komt en tot de 1866 IV, 2,78(103)| Vgl. SINT THOMAS VAN AQUINO: “Peccator inveterascit, 1867 IV, 2,78 | hoogte waartoe de waardigheid van de menselijke persoon verheven 1868 IV, 2,78 | genade. De heilige Gregorius van Nyssa verstaat dit aldus: “ 1869 IV, 2,78 | aldus: “De mens is als wezen van geen belang; hij is stof, 1870 IV, 2,78 | zo gauw hij door de God van het heelal is aangenomen 1871 IV, 2,78 | als kind, wordt hij deel van de familie van dat Wezen, 1872 IV, 2,78 | hij deel van de familie van dat Wezen, waarvan de uitnemendheid 1873 IV, 2,78 | geestesvlucht kan de overvloed van deze genade prijzen? De 1874 IV, 2,78 | overstijgt zijn natuur: van sterfelijk wordt hij onsterfelijk; 1875 IV, 2,78 | wordt hij onsterfelijk; van vergankelijk wordt hij onvergankelijk; 1876 IV, 2,78 | wordt hij onvergankelijk; van voorbijgaand wordt hij eeuwig; 1877 IV, 2,78 | voorbijgaand wordt hij eeuwig; van menselijke wordt hij goddelijk105. ~ 1878 IV, 2,78 | onvergelijkelijke waardigheid van de mens spoort ons aan om 1879 IV, 2,78 | We moeten het Evangelie van het leven naar het hart 1880 IV, 2,78 | het leven naar het hart van iedere man en vrouw brengen 1881 IV, 2,78 | binnendringen in elke hoek van de samenleving. ~ 1882 IV, 2,79 | erom allereerst het hart van dit Evangelie te verkondigen. 1883 IV, 2,79 | betekent de verkondiging van een levende en nabije God, 1884 IV, 2,79 | betekent de bevestiging van de onscheidbare samenhang 1885 IV, 2,79 | betekent de presentatie van het menselijk leven als 1886 IV, 2,79 | menselijk leven als een leven van betrekking, als Godsgeschenk, 1887 IV, 2,79 | Godsgeschenk, als vrucht en teken van zijn liefde; het betekent 1888 IV, 2,79 | betekent de verkondiging van de buitengewone betrekking 1889 IV, 2,79 | buitengewone betrekking van Jezus met iedere mens, die 1890 IV, 2,79 | menselijk gezicht het gezicht van Christus te herkennen; het 1891 IV, 2,79 | het betekent de oproep van deoprechte zelfgaveals 1892 IV, 2,79 | zelfgaveals opgave en plaats van de volledige verwerkelijking 1893 IV, 2,79 | volledige verwerkelijking van de eigen vrijheid. ~Tegelijkertijd 1894 IV, 2,79 | onaanvaardbaar; het leven van de mens mag niet alleen 1895 IV, 2,79 | altijd ten dienste staan van de mens en zijn volledige 1896 IV, 2,79 | geheel moet de waardigheid van iedere menselijke persoon 1897 IV, 2,79 | in iedere omstandigheid van het leven van een persoon. ~ 1898 IV, 2,79 | omstandigheid van het leven van een persoon. ~ 1899 IV, 2,80 | werkelijk een volk in dienst van het leven te zijn, moeten 1900 IV, 2,80 | vanaf de eerste verkondiging van het Evangelie, en later, 1901 IV, 2,80 | en in de diverse vormen van verkondiging, in het persoonlijke 1902 IV, 2,80 | het oorspronkelijk nieuwe van het Evangelie van het leven 1903 IV, 2,80 | nieuwe van het Evangelie van het leven tot stralen brengen, 1904 IV, 2,80 | helpen om ook in het licht van het verstand en van de ervaring 1905 IV, 2,80 | licht van het verstand en van de ervaring te ontdekken 1906 IV, 2,80 | is en wat de betekenis is van het menselijk zijn en van 1907 IV, 2,80 | van het menselijk zijn en van zijn bestaan; wij zullen 1908 IV, 2,80 | zijn om een nieuwe cultuur van het leven te laten ontstaan. ~ 1909 IV, 2,80 | gezonde leer over het leven van de mens verwerpen, merken 1910 IV, 2,80 | weerklank vinden in het hart van hen die in de Kerk op verschillende 1911 IV, 2,80 | haar zending als “lerares”van de waarheid. Zij moet vooral 1912 IV, 2,80 | bisschoppen weerklank vinden: van ons wordt als eersten gevraagd 1913 IV, 2,80 | onvermoeibare verkondigers van het Evangelie van het leven 1914 IV, 2,80 | verkondigers van het Evangelie van het leven te zijn. Aan ons 1915 IV, 2,80 | betrouwbare en getrouwe weergave van de in deze encycliek opnieuw 1916 IV, 2,80 | instellingen, de kennis van de gezonde leer verbreid, 1917 IV, 2,80 | wordt 106. Moge de vermaning van Paulus door alle theologen, 1918 IV, 2,80 | mogen zij in het besef van de hun toebedeelde rol nooit 1919 IV, 2,80 | tegenspraak zijn met het Evangelie van het leven zoals het Leergezag 1920 IV, 2,80 | uitlegt. ~Bij de verkondiging van dit Evangelie, mogen wij 1921 IV, 2,80 | zou maken aan de denkwijze van deze wereld (vgl. Rom 12, 1922 IV, 2,80 | moeten in de wereld maar niet van de wereld zijn (vgl. Joh 1923 IV, 2,80 | kracht die tot ons komt van Christus, die door zijn 1924 IV, 3 | Ps 139,14): het Evangelie van het leven vieren~ 1925 IV, 3,81 | ook tot een echte viering van het Evangelie van het leven 1926 IV, 3,81 | viering van het Evangelie van het leven worden. Deze viering 1927 IV, 3,81 | door de suggestieve kracht van haar gebaren, symbolen en 1928 IV, 3,81 | plaats voor het doorgeven van de schoonheid en de grootsheid 1929 IV, 3,81 | schoonheid en de grootsheid van dit Evangelie worden. ~Daartoe 1930 IV, 3,81 | uit het geloof in de God van het leven, die ieder individu 1931 IV, 3,81 | 139,14). Het is de visie van hem die het leven in zijn 1932 IV, 3,81 | doordat hij er de dimensies van belangeloosheid, schoonheid, 1933 IV, 3,81 | en verantwoordelijkheid van begrijpt. Het is de visie 1934 IV, 3,81 | begrijpt. Het is de visie van hem, die zich niet aanmatigt 1935 IV, 3,81 | ieder ding de afstraling van de Schepper en in iedere 1936 IV, 3,81 | ontmoediging bij het zien van hen die zich in ziekte, 1937 IV, 3,81 | in lijden of aan de rand van de samenleving en op de 1938 IV, 3,81 | samenleving en op de drempel van de dood bevinden; maar ze 1939 IV, 3,81 | omstandigheden op het aanschijn van iedere mens een oproep tot 1940 IV, 3,81 | Het is tijd voor ieder van ons om deze visie over te 1941 IV, 3,81 | uitnodigde te doen in een van zijn eerste kerstboodschappen 108. 1942 IV, 3,81 | visie moet het nieuwe volk van de verlosten wel antwoorden 1943 IV, 3,81 | wel antwoorden met hymnen van vreugde, lof en dank voor 1944 IV, 3,81 | voor de onschatbare gave van het leven, voor het mysterie 1945 IV, 3,81 | leven, voor het mysterie van de roeping van iedere mens 1946 IV, 3,81 | mysterie van de roeping van iedere mens om in Christus 1947 IV, 3,81 | genadeleven en aan een bestaan van oneindige gemeenschap met 1948 IV, 3,82 | 84. Het Evangelie van het leven vieren betekent 1949 IV, 3,82 | leven vieren betekent de God van het leven vieren, de God 1950 IV, 3,82 | slechts de zwakste echo van het leven ontvangen. Aan 1951 IV, 3,82 | wezens die gemaakt zijn van geest en stof, schenkt het 1952 IV, 3,82 | ons niet alleen als een van de grootste wonderwerken 1953 IV, 3,82 | de grootste wonderwerken van de schepping: God heeft 1954 IV, 3,82 | herkennen wij het beeld van de heerlijkheid van God: 1955 IV, 3,82 | beeld van de heerlijkheid van God: deze heerlijkheid vieren 1956 IV, 3,82 | in iedere mens, het teken van de levende God, en icoon 1957 IV, 3,82 | de levende God, en icoon van Jezus Christus. ~Wij worden 1958 IV, 3,82 | drukken en om het Evangelie van het leven niet alleen in 1959 IV, 3,82 | maar vooral in de vieringen van het liturgisch jaar aan 1960 IV, 3,82 | aanwezigheid en de reddende werking van de Heer Jezus in het christelijk 1961 IV, 3,82 | doordat zij hen verzekeren van de nodige geestelijke kracht, 1962 IV, 3,82 | en een betere waardering van de betekenis van deze riten 1963 IV, 3,82 | waardering van de betekenis van deze riten zullen onze liturgische 1964 IV, 3,82 | vieringen, vooral de vieringen van de sacramenten, steeds beter 1965 IV, 3,82 | deelname in het paasmysterie van de gekruisigde en verrezen 1966 IV, 3,82(110)| voor de zaligverklaring van Isidoor BAkanja, Elisabeth 1967 IV, 3,83 | 85. Bij de viering van het Evangelie van het leven 1968 IV, 3,83 | viering van het Evangelie van het leven moeten wij ook 1969 IV, 3,83 | moeten wij ook de rijkdom van gebaren en symbolen waarderen 1970 IV, 3,83 | de tradities en gewoonten van verschillende culturen en 1971 IV, 3,83 | manieren waarop de volken van verschillende naties en 1972 IV, 3,83 | respect voor en bescherming van individuele mensenlevens, 1973 IV, 3,83 | deelname aan het verdriet van hen die rouwen en hoop op 1974 IV, 3,83 | kardinalen in het consistorium van 1991 gedane suggestie over 1975 IV, 3,83 | zoals reeds op initiatief van enkele bisschoppenconferenties 1976 IV, 3,83 | met de actieve deelname van alle leden van de plaatselijke 1977 IV, 3,83 | deelname van alle leden van de plaatselijke Kerk voorbereid 1978 IV, 3,83 | omstandigheid heeft; in het centrum van de aandacht moet daarbij 1979 IV, 3,83 | het zwaarwegende probleem van abortus en euthanasie gezet 1980 IV, 3,83 | andere momenten en aspecten van het leven over het hoofd 1981 IV, 3,83 | omstandigheden dat vragen, het van tijd tot tijd verdienen 1982 IV, 3,84 | 86. Als een deel van de geestelijke cultus die 1983 IV, 3,84 | 12,1), moet het Evangelie van het leven bovenal gevierd 1984 IV, 3,84 | verantwoordelijke aanvaarding worden van de gave van het leven en 1985 IV, 3,84 | aanvaarding worden van de gave van het leven en een oprechte 1986 IV, 3,84 | leven en een oprechte lied van lof en dank aan God die 1987 IV, 3,84 | vele verschillende gebaren van zelfgave, vaak nederig en 1988 IV, 3,84 | plechtigste verheerlijking van het Evangelie van het leven, 1989 IV, 3,84 | verheerlijking van het Evangelie van het leven, want zij verkondigen 1990 IV, 3,84 | schitterende manifestatie van de hoogste graad van liefde, 1991 IV, 3,84 | manifestatie van de hoogste graad van liefde, welke is: zijn leven 1992 IV, 3,84 | deelname in het mysterie van het Kruis, waarop Jezus 1993 IV, 3,84 | waarop Jezus de waarde van iedere persoon openbaart 1994 IV, 3,84 | is er de heldhaftigheid van alledag, die bestaat uit 1995 IV, 3,84 | kleine en grote gebaren van delen, die een echte cultuur 1996 IV, 3,84 | delen, die een echte cultuur van het leven bevorderen. Onder 1997 IV, 3,84 | om zieken die tot dan toe van iedere hoop beroofd zijn, 1998 IV, 3,84 | beroofd zijn, de mogelijkheid van gezondheid of zelfs van 1999 IV, 3,84 | van gezondheid of zelfs van het leven aan te bieden. ~ 2000 IV, 3,84 | Tot deze heldhaftigheid van alledag hoort het stille


1-500 | 501-1000 | 1001-1500 | 1501-2000 | 2001-2476

Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License